donderdag 28 januari 2010

Eeuwige roem in Egypte (of eeuwige doem?)

Arthur Phillips,
The Egyptologist (VS 2004)

Roman, 383 pp.
Nederlandse titel: De egyptoloog


Op de een of andere manier heb ik lang de indruk gehad dat dit een Indiana Jones-achtig avonturenverhaal was. Nu vind ik de Indiana Jones films vermaak van de allerbovenste plank, maar ik ben niet echt geïnteresseerd in een boek in dat genre. Maar natuurlijk zat ik er weer eens helemaal naast, zoals ik begon te vermoeden toen ik een tijdje geleden een recensie van dit boek las en het naar aanleiding daarvan aanschafte (als goedkoop tweedehandsje voor alle zekerheid). Jawel, er is een archeoloog, er is een mysterie omtrent een verloren gewaand koningsgraf en er is zelfs een privé-detective, maar een echt avonturenverhaal is het niet, daarvoor moet de lezer toch wat te hard werken en speelt de schrijver teveel met genres en conventies.

Meteen op de eerste bladzijden vraag je je al af in wat voor soort boek je precies bent belandt. Wat is dat voor een pompeuze vent, die eerste ik-figuur? Een opgeblazen kwal die aan achtervolgingswaanzin leidt? Een droogkloterige academicus die per ongeluk een belangrijke archeologische ontdekking heeft gedaan? En dat nog wel in 1922, hetzelfde jaar dat Howard Carter het graf van Toetankhamon ontdekte. En waarom belanden we even later plotsklaps in een Australisch bejaardenhuis in 1954, waar een tweederangs ex-detective zich verbeeldt dat hij Philip Marlowe is? Geen paniek, Arthur Phillips brengt deze twee verhaallijnen met veel verve en vernuft bijelkaar.

Zijn ene verteller is Ralph Trillipush, een bekakte, aan Oxford opgeleide archeoloog en verarmde landjonker uit Kent, plús vertaler van de erotische (of pornografische?) gedichten van een onbekende Egyptische koning uit een obscure dynastie. De ander is Harold ("Harry") Ferrell, privédetective en volksjongen uit Sydney, die in 1922 de grootste zaak van zijn leven had (en oploste?) en daar maar wat graag zo breedsprakig mogelijk aan terug denkt.

Ralph en Harry hebben twee dingen gemeen: ze horen zichzelf erg graag praten, zijn lang van stof en zien vooral wat ze willen zien, met als gevolg dat ze de plank op wezenlijke punten volledig misslaan. Allebei zijn ze erg goed in het zichzelf en anderen voor de gek houden, waardoor je als lezer op allerlei dwaalspoortjes wordt gezet, totdat je ruim voor het einde doorkrijgt hoe het nu echt zit - waarna het pas echt leuk wordt. Ofwel, beide vertellers zijn zo onbetrouwbaar als de pest en de schrijver weet dat heel amusant uit te buiten.

Ralph Trillipush is geobsedeerd door roem als een vorm van onsterfelijkheid, net zoals de Egyptenaren geobsedeerd waren door het leven na de dood. Hij is ervan overtuigd dat hij, toen hij tijdens de Eerste Wereldoorlog in Egypte was gestationeerd, belangrijke aanwijzingen heeft ontdekt voor de locatie van het graf van de vage koning-dichter (of fictieve figuur?) Atum-Hadu en weet in Boston een rijke maar filistijnse Amerikaanse zakenman zover te krijgen zijn expeditie te financieren en tegelijkertijd zijn fraaie dochter aan de haak te slaan. Intussen in Sydney is Harry Ferrell op zoek naar de onwettige zoon van een Britse biermagnaat die in zijn jonge jaren voer en in elke haven een ander liefje had en nu, stervende, op zoek is naar eventueel nageslacht. De jongeman blijkt gesneuveld in de Eerste Wereldoorlog in Egypte en Harry krijgt opdracht om alles over hem uit te zoeken. Ziehier het begin van twee convergerende lijnen.

The Egyptologist is een onderhoudende yarn verteld door twee zeer breedsprakige types, die allebei aan tunnelvisie leiden. Er is een kleurrijke verzameling bijfiguren, variërend van rijke Amerikaanse "zakenlieden" en hun verveelde dochters tot verwijfde Oxfordmietjes. Het contrast tussen Howard Carter en Ralph Trillipush en hun respectievelijke ontdekkingen wordt ook mooi neergezet, vooral omdat hij door verschillende figuren op verschillende wijzen belicht wordt. Kortom, een ingenieus opgebouwd, onderhoudend verhaal, dat veel te langzaam wegleest voor een lekker avonturenverhaal, maar waar ik veel plezier aan heb beleefd.

7 opmerkingen:

  1. Lijkt me echt een heerlijk boek! En fijn om je weer te lezen, begon me al bijna zorgen te maken ...

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ja, ik loop behoorlijk achter met besprekingen. Ik had deze week een gigantische rechtzaak in Den Haag, waar heel veel van af hing en die even al mijn mentale energie op geslokt heeft. Enfin, dat is nu achter de rug en over een maand of drie (!) krijgen we de uitspraak, verwacht ik. Ik hoop dit weekend nog twee besprekingen te schrijven. Ik heb er echt weer zin in.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Mevrouw van Gelderen,

    laat zo'n rechtzaak u niet van de wezenlijke zaken des levens afhouden he? Is het nou Trllipush, Trillipush of Trilipush??  (allemaal gekoppiepeest uit bovenstaande). Lig ik daar weer wakker van. Fijne recensie verder :)

    groet,

    Koen

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Ha ha! Zwaar kippige mensen als ik zien het verschil niet tussen al die i's en l's. Maar het is nu consequent Trillipush, dus je kunt vannacht weer rustig slapen.
    En wat betreft de recthzaak: jij begrijpt tenminste waar de prioriteiten in iemands leven horen te liggen, in tegenstelling tot al die collega's en andere deskundigen die mee waren en in de trein naar huis nog uuurenlang over de zaak door wilden zagen, terwijl ik niets liever wou dan lekker een boekje lezen. Toen ik me onderweg liet ontvallen dat ik nooit 's avonds doorvergader en dat mijn privéleven altijd voorgaat, waren onbegrijpende blikken en een pijnlijke stilte mijn deel. Wat een geluk dat ik er nog net niet had uitgeflapt dat ik liever thuis met Proust op de bank zit ("huh? proest?").

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Dat ken ik, ik heb ook collega's die graag 's avonds in de kroeg doorbomen over het werk. Kan ik me weinig bij voorstellen (kroegen wel, 's avonds werken niet) dus dan duik ik ook een boek of de muziek in ("Mahler, dat betekent toch schilder? Zucht, bijna ja..")

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Daar ben je weer! Ik kijk altijd naar je besprekingen uit, dus ik heb je wel erg gemist de afgelopen week.

    Zijn de twee hoofdfiguren zo breedsprakig dat het de lezer gaat irriteren, of werkt het eerder komisch? M.a.w. zijn alleen de figuren breedsprakig, of kan de schrijver er ook wat van? Ikzelf erger me altijd aan van die dikke Amerikaanse pillen die een stuk beter zouden zijn geweest als er minstens 100 pagina's waren geschrapt. (Gek genoeg heb ik bij Britse schrijvers veel minder snel last van 'boekdiktemoeheid'.)

    En als ik me even bij Koen mag aansluiten: de auteur heet Phillips met dubbel l. Sorry! :)

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Sorry voor al die spelfouten. Ik ben nog steeds uitgewoond van die rechtzaak, maar gelukkig letten mijn lezers heel goed op :)
    Wat betreft de breedsprakigheid: goeie vraag. Grotendeels is die vooral komisch en geeft het elk van de beide hoofdpersonen een hele duidelijke eigen stem, maar het had hier en daar wel ietsje minder gekund, zodat het verhaal aan vaart had gewonnen. Daarom heeft het boek "slechts" 4 sterren gekregen en niet 4,5.
    Amerikanen hebben soms inderdaad wat eerder last van al teveel 'uitbundigheid' op dat gebied. Kwantiteit is nu eenmaal erg belangrijk in de VS. Bescheidenheid en terughoudendheid zijn vooral Britse deugden, zoals ik net bij het lezenvan Barbara Pym met veel genoegen weer heb kunnen vaststellen (bespreking hopelijk a.s. zondag, als ik weer in staat ben om redelijk foutloos te spellen).

    BeantwoordenVerwijderen