zondag 4 november 2012

Van het klooster via de kathedraal naar het paleis

Georges Duby,
The Age of the Cathedrals: Art and Society, 980-1420 (Frankrijk 1967)
ISBN 9780709908075, Croom Helm
Vertaald uit het Frans door Eleanor Levieux en Barbara Thompson
Geschiedenis, 306 pp.
13 oktober 2012


Dit is het soort geschiedenisboek waar ik erg van houd. Het vertelt niet het verhaal van koningen en veldslagen, maar van ideeën en de invloed daarvan op de samenleving en vooral op de cultuur en de kunst. Het geeft geen aaneenrijging losse feitjes, maar schetst ontwikkelingen en verbanden, waardoor je als lezer niet alleen kennis opdoet maar ook inzicht verkrijgt. Ik houd daarvan, omdat ik na het lezen van zo'n boek weer een heel klein beetje begrijp beter hoe het nu bijvoorbeeld precies kwam dat de beeldende kunst in de loop van de middeleeuwen steeds minder theologische ideeën uit ging beelden en steeds meer concrete mensen en dingen; of hoe de natuur en de dieren steeds minder als allegorieën voor Christelijke (on)deugden werden gezien en steeds meer als objecten om lief te hebben. The Age of the Cathedrals is aan de andere kant ook een complex boek met een zeer dichte ideeën- en informatiedichtheid, waardoor ik erg lang over heb gedaan; maar dat geeft niet.

Want wat een interessante en dynamische periode beslaat dit boek. De handel kwam na eeuwen van relatieve stagnatie weer goed op gang, waardoor de steden gingen bloeien, waardoor er geld kwam voor de grote Gotische kathedralen, waardoor de kathedralen scholen kregen die uitgroeiden tot universiteiten en waardoor het intellectuele leven, dat zich vele eeuwen lang alleen in de kloostergemeenschappen had afgespeeld, zich uiteindelijk heel voorzichtig verplaatste zich naar de leken. De opdrachtgevers in de kunst veranderden van abten naar bisschoppen naar prinsen naar de nieuwe klasse van rijke kooplieden, wat grote gevolgen had voor de smaak die deze kunst beïnvloedde en dus voor de kunst zelf.

Vóór het jaar 1000 was de Westeuropese kunst volgens Duby vooral bedoeld als eerbetoon aan God, als een soort offer om hem gunstig te stemmen ("It had less to do with aesthetics than with magic"). wat één van de redenen is waarom de kunst uit deze periode voor ons vaak zo ondoordringbaar is, zo exotisch bijna. De wereld werd gezien als mysterieus en barbaars, wat niet zo'n wonder is gezien de eeuwen van gewelddadige invallen van Magyaren, Noormannen en Saracenen. Die invallen waren nu echter opgehouden en West-Europa kon weer vrijer ademen. Er ontstond welvaart en ruimte voor intellectuele ontwikkeling.

De abdijkerk van Saint-Denis (bron)
Voor de ruwe krijgsheren die tot nu toe de dienst uitmaakten, was godsdienst een serie van rituelen, als handelingen. Als je ze maar correct en regelmatig uitvoerde, was alles in orde; intentie en geestelijke gesteldheid speelden een ondergeschikte rol. Maar dat stond op het punt te veranderen. Rijkdom bracht heel geleidelijk ook een zekere geestelijke verfijning met zich mee en het was in dit klimaat dat Abt Suger de eerste Gotische kathedraal liet bouwen (de abdijkerk van Saint-Denis), met als leidend theologisch idee dat God licht is. Zoals Duby schrijft: "The Christianity embodied in the basilica of Saint-Denis was no longer a matter of music and liturgy alone; it became theology as well, a theology of the Almighty but, still more of the Incarnation."

Vooral dat laatste is zeer interessant. Werd tot nu toe vooral de nadruk gelegd op God als een almachtig en onkenbaar wezen, nu kwam voor het eerst de dimensie van God als vleesgeworden mens naar voren. De volgende stap was die van een groeiende nadruk op het lijden van die vleesgeworden mens en daarmee op het steeds meer in zwang komen van kruisbeelden. Langzamerhand gingen de vrome gelovigen zich identificeren met Jezus, en ook de Mariaverering (Maria was immers een essentieel instrument in de incarnatie) drong in deze periode voor het eerst door tot West-Europa. Voor ons zijn kruisbeelden en Mariadevotie zo'n vanzelfsprekend onderdeel van de middeleeuwse kunst, dat we onbewust denken dat ze er altijd deel van hebben uitgemaakt, maar niets is minder waar.

Ongeveer in deze zelfde periode ontstond in Zuid-Europa belangstelling voor de levende, concrete natuur - waarschijnlijk onder invloed van contacten met de Islamitische wereld, die destijds veel vooruitstrevender en onderzoekender was dan de Christelijke. Allerlei invloeden waren dusmin of meer tegelijkertijd aan het werk om meer realisme in de kunst te brengen, die op die manier steeds verder af kwam te staan van de sterk gestileerde vormen uit de vroege middeleeuwen, die zo sterk waren beïnvloed door de (overigens oogverblindend mooie) edelsmidkunst van de Germaanse stammen die na de Volksverhuizing de macht in West-Europa hadden overgenomen.

De nieuwe rijkdom bracht ook uitwassen met zich mee en bijna als vanzelf ontstond daardoor een tegenbeweging die armoede en ascese predikte. De adel had daar weinig boodschap aan en ook de rijke kooplieden wilden niets liever dan kunst waar ze mee konden pronken. Zo werden de latere middeleeuwen steeds meer verscheurd door twee tegenovergestelde tendenzen: de navolging van Christus en de liefde voor bling en luxe en rijkversierde kunstvoorwerpen, die bij voorkeur draagbaar moesten zijn. Ook wilden de trotse burgers graag erkend worden als patroon en zo kwam het dat in West-Europa de portretkunst haar intrede deed: de rijke opdrachtgevers werden voor het eerst realistisch en herkenbaar afgebeeld op de religieuze schilderijen die zij hadden betaald.

En aldus zijn we bijna ongemerkt in de aanloop naar de Renaissance beland, waar de rol van de paus steeds meer ter discussie werd gesteld en waar zelfs hele bewegingen vonden dat ze wel zonder priesters konden en rechtstreeks met God in contact traden. De wereld aan het eind van het boek ziet er ineens veel herkenbaarder uit dan die voor ons nogal wezensvreemde wereld aan het begin ervan. Georges Duby heeft die transformatie op zeer erudiete en boeiende wijze geschilderd (voor zover ik dat als relatieve leek dat tenminste kan beoordelen), waarbij het erg jammer is dat nergens in dit toch zo fraai gebonden en uitgevoerde boek ook maar een spoortje te bekennen is van bronvermeldingen, notenapparaat of bibliografie.

PS Aarzel om niet om je eigen commentaar toe te voegen. Ik stel het zeer op prijs als mensen de moeite nemen om reacties of aanvullingen te plaatsen!

13 opmerkingen:

  1. Mooie beschrijving!
    Een literatuurlijst vind ik altijd wel een vereiste, anders vraag je je toch telkens af of je nu een mening of feiten aan het lezen bent. Ik hou zelf heel erg van de boeken van Robert Hughes.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Inderdaad, je voelt je als lezer niet helemaal serieus genomen. Je moet volledig voor zoete koek slikken wat de schrijver zegt, zonder dat je iets kunt controleren of nazoeken. Echt raar voor een boek waar toch regelmatig primaire bronnen worden geciteerd.
    Wat betreft Robert Hughes: ik ken zijn naam natuurlijk, maar heb nog nooit wat van hem gelezen. Heb je wellicht een favoriet?

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Vergeet niet het scharnierpunt van het jaar 1000, toen de wereld niet vergaan was en de aarde bedekt werd met een witte mantel van kerken!

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Ik lees nu stukjes uit "de zeven levens van Rome" van Hughes, ter voorbereiding van mijn tripje naar de Eeuwige stad in december..

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Lieke, wat heerlijk dat je naar Rome gaat. Ik ben daar in 1975 geweest, als scholier, en ben van plan om ooit nog eens terug te gaan en wie weet ga ik dan ook het boek van Hughes ter voorbereiding lezen.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Ja, het scharnierpunt van het jaar 1000! Daar heb ik nog niet zo lang geleden op deze plek over gelezen en geblogd, dus ik heb dat hier maar weggelaten, omdat het verhaal toch al erg lang werd, maar het is natuurlijk wel degelijk van belang.
    Wat bedoel je overigens met "een witte mantel van kerken"? Ik kan dat witte niet goed plaatsen, maar dat zal ongetwijfeld aan mijn onwetendheid liggen.

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Als ik het goed begrijp is het een Engels boek, dat vertaald is uit het Frans? Dat gebeurde wel vaker, dat weglaten van de bronnen etc. Grote kans dat die er in het Franse origineel wel in staan.
    Maar ik vind het altijd verschrikkelijk irritant als het ontbreekt, zeker als het zo'n boek is vol ideeen en gedachtengangen, dan wil je inderdaad weten of iets van de schrijver zelf is of uit de bronnen komt.

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Dat heb je goed begrepen, Bettina. Mijn Frans is helaas op geen stukken na goed genoeg om de originele versie te lezen en een Nederlandse vertaling kon ik ook niet vinden.
    Het auteursrecht van de Engelstalige versie ligt bij de University of Chicago, reden waarom ik het dubbel vreemd vind dat ze notenapparaat e.d. niet hebben over genomen. Zelf vermoed ik net als jij dat de originele editie die inderdaad wel heeft.

    BeantwoordenVerwijderen
  9. Ja, dat was een contemporaine bron, van die witte mantel van kerken. Begin van de romaanse kerkbouwkunst, mijn favoriete periode!

    BeantwoordenVerwijderen
  10. Anna, ik kreeg pas vandaag 'Stoner' in de bus. Het moest zeker van ver komen. Ik ga er gauw in beginnen!

    BeantwoordenVerwijderen
  11. "Better let dan net", zeggen wij Friezen. Laat me weten wat je er van vindt, Loes. Ik ben erg benieuwd.

    BeantwoordenVerwijderen
  12. Dit boek las ik in de zomer voor ik aan mijn studie geschiedenis begon! Met potlood, meetlat en aantekenschriftje! Wat een rijkdom, wat een ideeën. Toen ik voor de afstudeerrichting Middeleeuwen koosontmoette ik Duby vaker. Dit boek bleef overeid als een geweldige stap in de medievistiek. Als dit soort boeken je boeit, kan jeook eens aankloppen bij Jacques Le Goff ( uit dezelfde Annalesschool). Voor de latereerilde vind ik de boeken van Herman Pleij en Frits van Oostrom heel goed ( gaan vooral over middeleeuwse literatuur) oei, dit wordt een opsomming, tijd om van mijn stokpaardje te springen. Maar eh, die witte mantel van kerken, dat was Raoul Glaber!

    BeantwoordenVerwijderen
  13. Theetante, et zal je goed doen dat ik twee boeken van Jacques Le Goff in de wachtrij heb staan. Ik heb nog nooit wat hem gelezen, maar inmiddels is me wel duidelijk dat een middeleeuwenliefhebber daar niet omheen kan. Wat betreft de middeleeuwse literatuur: die kwam tijdens mijn studie Engels zeer uitgebreid aan de orde, en eerlijk gezegd vind ik de wereld er om heen interessanter. Maar misschien dat ik toch nog eens iets van Pleij of Van Oostrom oppak. De namen zijn natuurlijk erg bekend en waarschijnlijk terecht.
    Bedankt voor het ophelderen van het 'mysterie' van de witte mantel van kerken! De naam van Raoul Glaber ben ik volgens mij veelvuldig tegengekomen in Millennium van Tom Holland. Er ging tenminste onmiddellijk een belletje rinkelen.

    BeantwoordenVerwijderen