woensdag 19 december 2018

Het begin van een fortuin

Émile Zola,
The Fortune of the Rougons (Frankrijk 1870)
Roman, 368 pp.
Niet in het Nederlands beschikbaar


Het is december 1851 in een stad in de Provence en het rommelt in het hele land. Dat gerommel staat op het punt om in een woest onweer uit te barsten en twee piepjonge idealistische geliefden aan de rand van de stad staan op het punt zich er in te storten. Voor een beter leven en een beter land, want ze zijn arm met weinig vooruitzichten en geloven heilig in de verworvenheden van de Republiek. In de stad zelf is de familie Rougon juist al een hele tijd koortsachtig bezig met konkelen om de Republiek omver te werpen. Niet uit idealisme, maar uit hebzucht. Pierre Rougon heeft het nooit helemaal gemaakt als zakenman en ziet steun voor een staatsgreep door Napoleon III als de laatste mogelijkheid om echt rijk te worden.

Onschuld tegenover hebzucht
Het fortuin van de Rougon draait om deze beide tegenstellingen: idealisme versus materialisme. De Fransen die de roman in 1870 voor het eerst kochten, wisten al hoe het af zou lopen: de Republiek ging ten onder en Napoleon III won, liet zich tot keizer uitroepen en kwam aan het hoofd van een kleptocratie te staan waar Pierre Rougon en zijn familie sluw van zouden profiteren; de twee jonge geliefden waren bij voorbaat gedoemd. En toch, ondanks die wetenschap, zullen die eerste lezers net als ik gretig de pagina's hebben omgeslagen om te weten hoe het de personages zou vergaan.

Overtreding van de schrijfregels
Hoe de schrijver dat bereikt, is interessant, want hij treedt alle moderne schrijfregels met voeten. Hij is bijvoorbeeld niet subtiel. Hij doet evenmin aan het 'show don't tell' -principe dat het eerste dogma van de eigentijdse schrijver is en maakt bovendien volstrekt duidelijk aan welke kant hij staat. Zijn personages zijn grotendeels zwart-wit. De Rougons en hun kliek zijn leugenaars en bedriegers; de jonge Silvère en zijn Miette zijn idealistisch en onschuldig. Een hedendaagse schrijfdocent zou er wanhopig van worden, maar toch werkt het. De passie van de schrijver spat nog steeds van de pagina's af en Zola schrijft zo levendig dat je vanzelf wordt meegesleurd in de actie. Hij is daarmee door-en-door negentiende-eeuws, maar zijn boeken tonen dus ook meteen aan dat de negentiende-eeuwse schrijfstijl in de beste gevallen nog altijd uitstekend werkt.

Luie profiteur
Hebzucht en gekonkel zijn natuurlijk van alle tijden. We herkennen Pierre Rougon en zijn geslepen echtgenote onmiddellijk. Ze bestaan nog steeds, en slagen er nog steeds in om door achterbakse praktijken, vleierij en op slechts één doel gerichte ambitie de macht naar zich toe te trekken en rijkdom bijeen te graaien. En bloed, allemaal hebben ze direct of indirect bloed aan hun handen. Pierres halfbroer Antoine Macquart komt er trouwens ook niet al te best van af. Hij is een aartsluie arbeider die anderen de schuld geeft van zijn armoe en precies weet hoe hij mensen moet bespelen om van hen te profiteren. Hij is alleen maar aanhanger van de Republiek om Pierre een hak te zetten en al het vermeende onrecht tegen hem teniet te doen. Ook hier is Zola weinig subtiel, maar ook Antoine herkennen we meteen.

Interessante slechtheid
Het minst herkenbaar voor onze cynische eenentwintigste-eeuwse ogen zijn Silvère en Miette, de door idealisme gedreven jongeren. Zola zette zich bewust af tegen de Romantiek uit de eerste helft van de negentiende eeuw, maar Silvère en Miette zijn wat mij betreft typische representanten van juist die Romantiek. Hun puurheid en onschuld zijn niet helemaal van deze wereld en hun blinde opofferingsgezindheid associëren we tegenwoordig eerder met moslim-fundamentalisten. Ze zijn echter wel zo ongeveer de enige sympathieke en goede personages in het boek en hun verhaal (hoewel voor ons nogal melodramatisch) werkt als contrast voor het gekonkel van de Rougons en de klaploperij van Antoine Macquart. Alleen maakt Zola zijn slechteriken stukken interessanter. Pure onschuld is ouderwets en boeit helaas veel minder. Net als in dit boek is het bijna per definitie gedoemd om ten onder te gaan.
________________
Voor de geïnteresseerden: lees hier mijn inleiding op Zola's Rougon-Macquart-cyclus waarvan dit het eerst deel is.

PS Aarzel niet om je eigen commentaar toe te voegen. Ik stel het zeer op prijs als mensen de moeite nemen om reacties of aanvullingen te plaatsen. Heb je dit boek besproken op je eigen blog? Dan zou het fijn zijn als je een link bij de reacties plaatst.

2 opmerkingen:

  1. Zo interessant en leuk om te lezen, dit! Fijn om zo meer te weten over die grote roman-cyclus van Zola, ik houd van dit soort achtergrondinformatie (zoals ook die in het vorige stuk)

    Groetjes,

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ja leuk, hè? Ik kreeg nog meer plezier in het boek toen ik er dingen over op ging zoeken en met extra aandacht ging lezen. Volgend jaar komt er zeker meer Zola.

      Verwijderen