zondag 10 maart 2019

Groots en meeslepend

Jennifer Nansubuga Makumbi,
Kintu (Oeganda 2014)
Roman, 446 pp.
Nog niet in het Nederlands vertaald


Soms heeft een flinke griep ook een voordeel. Ik was bezig in het laatste deel van dit boek, waarin alles samenkomt, en had nog maar 10 pagina's te gaan, toen ik werd gevloerd door een virus. Hoofd deed het niet meer, boek was ineens te moeilijk, dus opgehouden en anderhalve week later weer helemaal opnieuw begonnen met het laatste deel. En omdat ik dat nu voor de tweede keer las, zag ik veel meer en snapte ik veel meer. Dingen die ik eerst niet echt begreep, vielen nu op hun plaats. Symbolen gaven hun betekenis prijs, thema's doemden op. Ik weet zeker dat me er ondanks dat nog steeds het nodige is ontgaan, maar ik ben wel blij dat ik het laatste stuk twee keer heb gelezen, want dit boek is de extra moeite dubbel en dwars waard. Het werd flink opgehemeld in de Engelstalige pers, waarin het niet alleen "ambitious" en "epic" maar zelfs "magisterial" werd genoemd, en ze hebben gelijk: dit is een grootse roman.

Shakepeariaans
Eigenlijk dacht ik, nadat ik (iets te oppervlakkig) de eerste recensie had gelezen, dat het een combinatie van historische roman en familiesaga zou zijn. Zo van: begint rond 1750 met stamvader Kintu, en belandt dwars door de generaties heen uiteindelijk via de koloniale tijd en de turbulente periode daarna in het heden. In plaats daarvan is er eerst een korte opmaat die in 2004 speelt, en waarvan het lang niet duidelijk is wat het verband is met de rest van het verhaal; maar daarna gaan we inderdaad naar het midden van de achttiende eeuw, naar stamvader Kintu, een soort gouverneur in het vroegere koninkrijk Boeganda, dat overlapt met een deel van het huidige Oeganda en een stukje Tanzania. Hij heeft verscheidene vrouwen, waaronder twee tweelingzusters, die ook weer tweelingen hebben gebaard. Er is een nieuwe koning en Kintu moet met een groot gevolg de lange en gevaarlijke reis naar de hoofdstad ondernemen om zijn loyaliteit te betonen. Onderweg gebeurt er een tragedie, waar Kintu misschien niet goed mee om gaat, want als hij uiteindelijk weer thuis is, blijft het noodlot toeslaan. Het leven van Kintu en zijn familie eindigt in nog meer tragedie. Het is een Shakespeariaans aandoend verhaal, dat prachtig wordt verteld, maar de echte verhalen beginnen daarna, in de tegenwoordige tijd.

Een evangeliseerder en een atheïst
Dat echte verhaal bestaat eigenlijk uit vier verhalen, die van vier verre nazaten van Kintu in de huidige tijd. Er is Suubi, die als klein meisje bij een tante wordt gedumpt, vervolgens min of meer zichzelf grootbrengt, maar geplaagd wordt door visioenen van haar vroeg overleden tweelingzusje. Miisi is een universitair geschoolde atheïst, die de westerse wetenschap bewondert, maar tegelijkertijd graag in traditionele gewaden loopt en vreemde dromen heeft. De jonge Isaac is de zoon van een pubermeisje dat door haar bijlesleraar werd verkracht. Isaac heeft net zijn vrouw verloren aan (vermoedelijk) aids en moet nu zijn zoontje in zijn eentje opvoeden. En er is het verhaal van de fanatiek evangelistische Kanani en zijn vrouw Faisi, hun tweeling en hun kleinzoon. Kanani adoreert de Europeanen en hun ordentelijkheid, en vooral Faisi is onvermoeibaar in het bekeringswerk. De twee hebben amper geld ("they wore poverty like an ornament") en je vraagt ze af waarom ze dan toch perse met groepstaxi's reizen, maar dat wordt al gauw duidelijk:
After ten minutes of driving when the passengers sat back to enjoy the cooling air wafting through the windows, Faisi launched. ‘Praise God, brothers and sisters.’ The air was stunned. Passengers’ shoulders sagged. ‘I thank God for He saved me.’ Faisi clutched the Bible as if it were a battery powering her.
Te midden van de tragiek kan Makumbi dus ook hele humoristische scènes schrijven.

Vloek of pech
Alleen al die vier verhalen afzonderlijk, met hun bijzondere familieverhoudingen en de terugkerende geestesziekten, zijn ontzettend de moeite waard, maar Makumbi brengt ze allemaal samen in het laatste deel. Want er is een enorme reünie georganiseerd in het dorp waar Kintu 250 jaar geleden woonde en de bedoeling is om met een medium de vloek die op hem en zijn nakomelingen rust voor eens en voor altijd uit te bannen. Miisi heeft zich gretig bij de organisatoren aangesloten nu bijna al zijn kinderen zijn overleden; Isaac is er vooral voor zijn zoontje; Kanani blijft in zijn tent om te bidden en zieltjes te winnen, en Suubi is er alleen maar omdat haar vriend haar heeft overgehaald. Volgens hem is het belangrijk om te weten waar je vandaan komt.
He held the traditional view that everyone must know where they come from, no matter where it was, that to know where one comes from was to know one’s full self and where that self was going. Suubi was sceptical. To her, it was a worn-out view passed down through generations by people who could not be bothered to question things readily embraced. What difference would a good or bad past make? Everyone wants a bright future regardless of their past.
De vloek van Kintu zegt haar niets, allemaal bijgeloof. Maar waar komen dan die angstaanjagende visioenen van haar dode zusje vandaan? Miisi is net zo sceptisch. Hoezo vloek? Er zitten gewoon erfelijke geestelijke aandoeningen in de familie en de rest is pech. Dat is één visie, maar niet de enige, zoals zal blijken.

Druk
Er gebeurt veel op die dagenlange familiesamenkomst in het afgelegen dorp op de grens met Tanzania. Sommige kwesties krijgen opheldering, andere niet. Maar de thema's die door het boek heen lopen worden wel steeds duidelijker en interessanter, en de typisch Afrikaanse lens waardoor Makumbi (die overigens werd opgeleid in Engeland) ernaar kijkt, maakt iets heel bijzonders van dit boek, ook omdat ze gemakzuchtige clichés omzeilt. Het koloniale verleden speelt geen rol, het schrikbewind van Idi Amin slechts zijdelings. Er komt seksueel geweld in het boek voor, maar Makumbi snijdt ook de druk aan die op Afrikaanse mannen wordt gelegd om echt mannelijk en viriel te zijn. Stamvader Kintu bijvoorbeeld vindt het belastend en vermoeiend om meerdere vrouwen tevreden te moeten houden: "He knew the snare of being a man. Society heaped such expectations on manhood that in a bid to live up to them some men snapped." Vrouwen worden in het heden nog steeds niet formeel geaccepteerd als clanhoofden, maar er is inmiddels wel een beroemde vrouwelijke generaal.

Tweeslachtigheid, tweelingen, twee keer
Veel blijft tweeslachtig in de roman, maar dat is bewust, zoals ook de vele tweelingen een belangrijke symbolische betekenis hebben. De typisch Afrikaanse blik, de vele Oegandese termen, de verwijzingen naar de Bantoe-mythologie, de verschillende vertelperspectieven en de niet voorgekauwde kruisverbanden maken dit een wat uitdagender boek. Aan de andere kant zijn de verhalen zo mooi en meeslepend verteld, dat het absoluut geen zware taak is om het te lezen. Maar om van de enorme rijkdom ervan te genieten is het wel belangrijk om met name het laatste deel, dat tijdens de familiebijeenkomst speelt, op zijn minst heel aandachtig te lezen en het liefst twee keer, want Kintu is een grootse roman die de lof die er in de pers over is uitgestort meer dan verdient.
___________________________________
Mocht je dit boek ook willen lezen, dan raad ik je aan om na afloop dit uitstekende en voor niet-Afrikanen zeer verhelderende essay in The New York Review of Books te lezen.

PS Aarzel niet om je eigen commentaar toe te voegen. Ik stel het zeer op prijs als mensen de moeite nemen om reacties of aanvullingen te plaatsen. Heb je dit boek besproken op je eigen blog? Dan zou het fijn zijn als je een link bij de reacties plaatst.

5 opmerkingen: