dinsdag 13 mei 2008

Een slaaf komt in opstand in Schotland

James Robertson,
Joseph Knight (GB 2003)
Roman, 372 pp.
13 mei 2008


Alweer een roman gebaseerd op ware gebeurtenissen: een beroemde rechtzaak uit 1778 van de slaaf Joseph Knight tegen Sir John Wedderburn, de Schotse planter die hem als jongetje kocht in Jamaica, meenam naar Schotland en hem ook daar als zijn eigendom behandelde, hoewel slavernij niet bestond in Schotland. Het hof gaf Joseph in hoger beroep gelijk, waarna hij tot ieders verbazing verdween. De roman opent in 1802 als Sir John (inmiddels in de zeventig) te horen krijgt dat ook speurder Jamieson de ex-slaaf niet heeft kunnen vinden. Waarom Sir John zijn vroegere slaaf wil vinden wil hij niet zeggen, maar het lijkt niet uit nobele motieven te zijn.

Geleidelijk leren we de voorgeschiedenis: John vluchtte in 1746 als 17-jarige naar Jamaica, omdat hij en zijn vader hadden meegedaan aan de Schotse opstand tegen de Engelsen. Vader werd geëxecuteerd en zijn bezittingen verbeurd verklaard. John had nu nog maar één doel: rijk worden en familiefortuin en -naam opnieuw opbouwen. Dankzij een erfenis konden hij en zijn broers een suikerplantage en slaven aanschaffen. Het ging de plantage voor de wind en John kocht Joseph Knight, niet als veldarbeider, maar voor in huis, en hij nam hem mee naar Schotland toen zijn fortuin gemaakt was. Joseph leerde lezen, maakte de dienstmeid zwanger, trouwde en eiste de vrijheid op om bij zijn gezin te wonen, wat John weigerde, want Joseph was immers zijn persoonljke eigendom. En zo begint de rechtzaak.

Inmiddels hebben we een beeld van Sir John gekregen: vergeleken met andere planters en zijn broers is hij, ironisch genoeg, een redelijk fatsoenlijk man. Maar wel één die slavernij goedkeurt (want zijn fortuin is er immers op gebaseerd) en die Joseph, zijn bezit, nooit vrijwillig zal opgeven. De titelheld, aan de andere kant, blijft tot vlak voor het eind een schimmige figuur, die pas in het laatste hoofdstuk ingevuld wordt. Maar dat past in het verhaal, want terwijl we de uitslag van de rechtzaak al kennen, zorgt de raadselachtige persoonlijkheid van Joseph (wat is hij voor iemand en waar is hij?) voor de nodige spanning.

Integraal onderdeel van de roman zijn verder het verhaal van speurder Jamieson die op eigen houtje blijft doorzoeken, de met alcohol overgoten besprekingen van de vooraanstaande juristen die Joseph gratis bijstaan, de bemoeienissen van de jongste dochter van Sir John die geïntrigeerd is door de ex-slaaf van haar vader, het gruwelijke slavenleven op Jamaica en de rol van de Schotse mijnwerkers. Historicus James Robertson brengt het allemaal overtuigend samen in een meesterlijke roman. Joseph Knight is gelaagd en veelzijdig; intelligent en menselijk; aanzettend tot nadenken en boeiend tot op de laatste bladzijde. Wonderlijk dat deze roman zo weinig bekendheid geniet buiten Schotland.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten