José Saramago,
All the Names (Portugal 1997)
Roman, 244 pp.
Nederlandse titel: Alle namen
Dit is de tweede roman die ik van Saramago heb gelezen (de eerste was Het schijnbestaan) en beide hebben dat onmiskenbare Saramago-stempel. De stijl: alinea's die bladzijden lang doorgaan, zinnen aan elkaar geplakt met komma's, doorlopende dialogen zonder aanhalingstekens. De wereld: eentje die redelijk veel op de onze lijkt, maar dan bevroren in een soort vage midden-twintigste eeuw, in een niet nader te duiden zuideuropese stad. De personages: voor het merendeel geen echte karakters maar eerder emblematische figuren. All the Names (in het Nederlands Alle namen) heeft daarmee meer het karakter van een parabel dan van een roman. Alleen de hoofdpersoon, Senhor José, heeft een naam. Verder wordt het boek bevolkt door anonieme figuren zonder gezicht. Het hoofd van het Algemeen Archief van de Burgerlijke Stand, waar Senhor José een nederige functionaris is, wordt bijvoorbeeld slechts aangeduid als 'de archivaris'. De oude dame bij wie hij meerdere malen op bezoek gaat, is 'de vrouw van beneden.'
Het archief waar Senhor José werkt, is zonder meer surrealistisch te noemen. Het plafond is zo hoog en zo ver weg dat het altijd in duisternis is gehuld. Het achterdeel, waar al eeuwenlang de kaarten van de doden worden bewaard, is zo monsterachtig groot en zo chaotisch dat een ambtenaar die er naar toe gaat zich niet alleen moet wapenen met een zaklantaarn maar ook met een kluwen wol om (letterlijk) de draad niet kwijt te raken, want in het verleden zijn er meerdere klerken zo lang verdwaald geweest dat voor hun leven werd gevreesd. Het archief is streng hiërarchisch en er wordt nog met een kroontjespen geschreven. De enige moderniteit is één telefoon.
