Posts tonen met het label letterkunde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label letterkunde. Alle posts tonen

zondag 28 juni 2020

Over verhalen

Waarom zijn mensen over de hele wereld al duizenden jaren dol op verhalen, en wat maakt een goed verhaal nou eigenlijk goed? Brian McDonald is een Amerikaanse scenarioschrijver en regisseur die zich in deze vragen heeft verdiept, maar dan niet op academische of elitaire wijze. Integendeel. Deze twee boeken zijn opvallend toegankelijk geschreven: aanstekelijk en inspirerend voor iedereen, ook voor mensen die helemaal niet van plan zijn zelf scripts te gaan schrijven, maar net zoals ik het gewoon interessant vinden om te ontdekken waarom bijvoorbeeld populaire films de aandacht zo goed weten vast te houden of wat het universele is van een sterk verhaal.

Eigenlijk betekent dat dus: interessant voor iedereen die dit blog leest 😉

zondag 6 oktober 2019

LOL met Darcy en Dorian

H.G. Parry,
The Unlikely Escape of Uriah Heep (Nieuw-Zeeland 2019)
Roman, 496 pp.
Niet in het Nederlands vertaald


Het is een beetje gênant, maar als eenvoudige middelbare scholier in de jaren zeventig wist ik niet beter dan dat Uriah Heep een popgroep was. Nou was er ook echt een popgroep die zo heette, maar later kwam ik er achter dat Uriah Heep eigenlijk een personage uit een roman van Charles Dickens is, om precies te zijn uit David Copperfield. Het is een klerk die iedereen op de zenuwen werkt met zijn kruiperige, slijmerige, schijnheilige gedrag. De vraag is vervolgens wat deze Uriah Heep te zoeken heeft in een roman die in het Nieuw Zeeland van 2019 speelt. Nou, dat zit zo. De jongere broer van verteller Rob Sutherland (zelf een degelijke advocaat met weinig fantasie) heeft een eigenschap die zijn familie al 26 jaar angstvallig geheim probeert te houden: hun Charley is namelijk niet alleen een ex-wonderkind (hij ging op zijn dertiende naar de universiteit van Oxford en promoveerde op zijn achttiende), hij kan ook boekpersonages letterlijk tot leven brengen. Op een nacht heeft hij per ongeluk de Uriah Heep uit het boek van Dickens in de echte wereld gebracht, en deze weerzinwekkende figuur is nu ontsnapt en zwerft op de letterenfaculteit rond, waar Charley les geeft. Rob wordt opgetrommeld om Charley voor de zoveelste keer uit de brand te helpen en ervoor te zorgen dat Charley het personage weer terug kan stoppen in het boek. Maar deze keer loopt het anders.

zondag 10 februari 2019

Een gereedschapskist

Stephen King,
On Writing: A Memoir of the Craft (VS 2000)
Non-fictie, 288 pp.
Nederlandse titel: Over leven en schrijven


Stephen King is de eerste die toe zal geven dat hij geen literaire pretenties heeft met zijn boeken. Maar dat wil niet zeggen dat zijn boeken niet goed zijn. Ik ben nog wel eens geneigd om te denken dat commercieel succes niet samen gaat met kwaliteit, en in veel gevallen klopt dat ook wel. Maar lang niet altijd. The Salon.com's Reader's Guide to Contemporary Authors, een verzameling essays uit 2000 over de interessantste schrijvers van de late twintigste eeuw met de prikkelende ondertitel: An opinionated, irreverent look at the most fascinating writers of our time heeft niet voor niks een portret van King (met nog 5 andere schrijvers) prominent op de voorkant staan. En het essay over deze schrijver sluit af met de volgende observatie van literair criticus Andrew O'Hehir:
... this critic has long believed that his [King's] true literary ancestor is Charles Dickens. King and Dickens share a capacitiy for shamelessly sentimental yarn-spinning and a love of the grotesque; both use their literary gifts to illuminate the ills of contemporary society.
En, aldus O'Hehir: Whether you like him or not, the world's bestselling novelist is no hack, but an honest and committed craftsman. If someone has to be the richest writer in history, we could do a lot worse.

vrijdag 20 oktober 2017

Twintig heerlijke bonbons

John Mullan, What Matters in Jane Austen?:
Twenty Crucial Puzzles Solved (GB 2012)

Letterkunde, 352 pp.
Niet vertaald


Doet men aan seks in de romans van Jane Austen? Waarom is het gevaarlijk aan zee? En wat is de correcte manier om een huwelijksaanzoek te doen? De niets-vermoedende lezer kan al gauw op het verkeerde spoor gezet worden met deze hoofdstuktitels: dat dit een verzameling weetjes is waarmee je je gezelschap op feestjes gegarandeerd wegjaagt bewonderend aan je voeten krijgt. De ondertitel helpt ook al niet, al vermoed ik dat we die niet aan John Mullan maar aan zijn uitgever te danken hebben. De literaire betekenis van de kust bijvoorbeeld is echt geen puzzel, nooit geweest ook, en de rol van het weer in Jane Austen (een ander onderwerp) evenmin. Wat we hier wel hebben, zijn twintig verrukkelijke essays, waarin Mullan steeds één onderwerp uitdiept dat op het eerste gezicht weinig belangwekkend lijkt, maar dat bij nadere beschouwing door middel van close reading en inachtneming van de toenmalige context verrassend veel licht werpt op Austens kunst.

vrijdag 12 mei 2017

Lolita in Teheran

Azar Nafisi, 
Reading Lolita in Tehran:
A Memoir in Books (Iran 2003).
Nederlandse titel: Lolita lezen in Teheran
Memoires, 368 pp.



De Nederlandse ondertitel, "zeven vrouwen en hun verboden leesclub", zet de lezer tot mijn grote ergernis prompt op het verkeerde been. Alsof het een gezellig boek is, over gesluierde vrouwen die met rode oortjes Lolita lezen. Dit boek is veel beter en veel meer. De schrijfster was in de vorige eeuw docent Engelse letterkunde aan een universiteit in Teheran en toen ze uiteindelijk werd ontslagen omdat ze weigerde een sluier te dragen, ging ze met een aantal van haar beste studentes thuis verder met het lezen en analyseren van westerse schrijvers, zoals Vladimir Nabokov, Henry James, F. Scott Fitzgerald en Jane Austen - om maar een paar grootheden te noemen. Rode oortjes komen er niet aan te pas, ondanks het semi-clandestiene karakter van de bijeenkomsten. Het gaat over het universele van grote literatuur en over de relevantie ervan voor een Aziatische theocratie als het hedendaagse Iran. Ook is het een impressie uit de eerste hand van het leven in Iran van 1979 tot 1997, toen de schrijfster weer naar de VS vertrok, omdat ze het verstikkende intellectuele klimaat in Iran niet meer aankon.

zondag 25 oktober 2015

Romankunst

David Lodge,
The Art of Fiction (GB 1992)
Niet in het Nederlands vertaald
Letterkunde, 256 pp.



Het leuke aan David Lodge is dat hij niet alleen een bekende romanschrijver is (van heerlijke titels als Changing Places, Small World en Nice Work), maar ook gepensioneerd letterkundeprofessor. Hij kan ons dus kijkjes in de eigen keuken gunnen die de meeste andere literatuurdocenten niet kunnen geven. Niet dat hij dat voortdurend doet, maar het is bijvoorbeeld leuk om te lezen waarom hij voor de vrouwelijke hoofdpersoon van Nice Work de naam Robyn Penrose uitkoos, waarom hij vond dat de plot van Small World best wat onwaarschijnlijke toevalligheden kon hebben en waarom de Amerikaanse uitgever van How Far Can You Go? het boek persé wilden omdopen in Souls and Bodies.

zondag 31 mei 2015

Lang leve de recensent

Rónán McDonald, 
The Death of the Critic (GB 2008)
Letterkunde, 160 pp.
Niet in het Nederlands vertaald



Toen McDonald aan kennissen vertelde dat hij bezig was met een boek dat The Death of the Critic ging heten, kreeg hij meteen bijval, omdat mensen dachten dat hij enthousiast aan het schrijven was over het einde van de literaire kritiek. Weg met die professionele critici! is de laatste jaren immers het credo. We zijn toch allemaal critici? Start een blog, vul het met stukjes die bestaan uit een klein samenvattinkje en een waardeoordeeltje ("Dit is een erg mooi boek" c.q. "Niet kopen, want het is saai") en presto, de eerste de beste bloggende huisvrouw noemt zich tegenwoordig op LinkedIn 'boekrecensent'.

De mening van een willekeurige blogger is namelijk exact evenveel waard als die van een professionele recensent die decennia van zijn werkzame leven aan de literatuur gewijd heeft, want het gaat in dit democratische tijdperk alleen nog maar om persoonlijke smaak. Ja toch? Nou nee, niet volgens McDonald en ik ben het roerend met hem eens dat dat veel te kort door de bocht is. McDonald betreurt deze ontwikkeling (niet persé die van de boekblogs, maar wel die van de reductie van een literaire waardeoordeel tot niet meer dan 'smaak') en legt in dit uitstekende, prikkelende boek op heldere, welbespraakte wijze uit waarom. En nou niet meteen afhaken, omdat je ook niks van professionele critici moet hebben en liever bloggers leest. McDonald heeft namelijk een hoop interessants te melden, en wijt het verdwijnen van de professionele kritiek mede aan de universiteiten en hun ondoordringbare 'Theory' en hun politiek geïnspireerde cultural studies

zaterdag 14 maart 2015

Verdieping voor de lezer

James Wood,
How Fiction Works (2008)
Nederlandse titel: Hoe fictie werkt
Letterkunde, 288 pp.



Je hoeft echt niet te weten hoe een apparaat werkt om er met plezier gebruik van te maken. Je hoeft ook niet zelf een topkok te zijn om van lekker eten te kunnen genieten. Maar soms kan een kijkje in de keuken of in het inwendige van het apparaat wel degelijk het plezier vergroten. Ben je bereid om te investeren in een boek dat laat zien wat wel en wat niet werkt in literaire fictie, dan is dit een prima ingang om wat meer verdieping in je leeservaring aan te brengen. Ik denk niet dat How Fiction Works voor een groot publiek is (Joke vond het oorverdovend saai, dus je bent gewaarschuwd), maar persoonlijk trof ik er veel interessante en waardevolle beschouwingen in aan, zelfs al waren ze niet nieuw of baanbrekend.

zaterdag 7 juni 2014

De weg naar Middlemarch

Rebecca Mead,
My Life in Middlemarch (VS 2014)
Memoires, letterkunde, biografie, 304 pp.
In de UK uitgebracht onder de titel The Road to Middlemarch



Wat is jouw favoriete roman aller tijden? Als ze mij die vraag zouden stellen, zou ik meteen verzand raken in een hele lijst met favoriete boeken. Er is niet één boek waaraan ik mijn hart heb verloren, maar er zijn verscheidene die ik op verschillende manieren allemaal schitterend vond. Ik kan me onmogelijk monogaam binden aan slechts eentje. Geef mij maar een harem van mooie romans. Voor de schrijfster van dit boek ligt dat anders. Toen Rebecca Mead een opgroeiende tiener in Engeland was, ontdekte ze voor het eerst Middlemarch, de dikke pil uit 1874 van George Eliot (pseudoniem van Mary Ann Evans). Middlemarch maakte meteen een verpletterende  indruk en bleef het boek waaruit Mead steeds weer uit zou putten en steeds weer naar terug zou keren.
The questions with which George Eliot showed her characters wrestling would all be mine eventually. How is wisdom to be attained? What are the satisfactions of personal ambition, and how might they be weighed against ties and duties to others? What does a good marriage consist of, and what makes a bad one? What do the young owe to the old, and vice versa? What is the proper foundation of morality?
Daarover heeft ze nu een boek geschreven.

dinsdag 24 december 2013

Zen

Jane Hirshfield,
The Heart of Haiku (VS 2011)
Poëzie-essay, ca. 35 pp.
(voor de verkrijgbaarheid, zie onderaan deze bespreking)


Vele mensen over de hele wereld schrijven tegenwoordig wel haiku's en een beetje poëzieliefhebber weet dat het een ultrakorte, ultragecomprimeerde dichtvorm van Japanse oorsprong is. Veel minder mensen weten dat de haiku zoals we die nu kennen, weliswaar niet is uitgevonden maar wel is gevormd door de zeventiende-eeuwse Japanse dichter Bashō. De Amerikaanse dichter Jane Hirshfield schreef een schitterend lang essay over de man en zijn werk en leven, en geeft ons tegelijkertijd inzicht in wat een haiku is, wat een haiku doet.

vrijdag 6 december 2013

Er was eens .... een bos

recensie van Gossip from the Forest van Sara Matiland
Sara Maitland,
Gossip from the Forest: The Tangled Roots of Our Forests and Fairytales (GB 2012)
Non-fictie, 370 pp.
Niet in het Nederlands verkrijgbaar.


In de tijd dat ik nog in Sinterklaas geloofde, was ik er ook heilig van overtuigd dat er kaboutertjes in holle boomstammen woonden. Mijn favoriete opa had me dat verteld, dus het was waar. Regelmatig speurde ik bomen met gaten in de stam af naar een teken van de kaboutertjes, maar die waren natuurlijk én heel klein én heel schichtig en zorgden er echt wel voor dat ik ze niet te zien kreeg. Het feit dat ik nooit een kaboutertje heb kunnen spotten, tastte geen moment mijn geloof in deze wezentjes aan. Integendeel, ze werden er alleen maar geheimzinniger en dus interessanter door.

zondag 26 mei 2013

Passie voor poëzie

Edward Hirsch,
How to Read a Poem and Fall in Love with Poetry (VS 1999)
Letterkunde, 264 pp. + bijlagen


Er was eens, lang geleden en in een ver land (Groningen), een meisje dat jarenlang elke week meerdere gedichten las. Nee, niet alleen las, maar zelfs uitgebreid bestudeerde. Het waren gedichten uit allerlei tijden, middeleeuwse poëmen met allitteratie, sonnetten uit de Renaissance, satires uit de achttiende eeuw, lyriek uit de Romantiek en zelfs verwarrende maar fascinerende poëzie uit de moderne tijd. Eén ding hadden alle gedichten gemeen: ze waren geschreven in de Engelse taal, want het meisje las ze voor haar studie Engels. Elke week weer genoot ze van het samen met docent en medestudenten ontdekken van de wereld die in elk gedicht verscholen zat. Maar toen studeerde ze af, kreeg ze drukke werkzaamheden en verstoften de poëzieboeken. Een paar jaar geleden, toen ze al heel lang geen meisje meer was, probeerde ze het nog wel eens keer met 52 Ways of Looking at a Poem: A Poem for Every Week of the Year waarin Ruth Padel 52 eigentijdse gedichten besprak, maar precies halverwege gaf ze het op: de taal werd dood geanalyseerd en Padel wist niks van betovering of vervoering over te brengen. Gelukkig gaf het meisje het niet helemaal op en schafte ze vier jaar geleden dit boek van Edward Hirsch aan, dat ze dom genoeg al die jaren in de kast liet staan en er pas onlangs uit pakte. Lezers, dat meisje was ik!

zondag 2 oktober 2011

Echte mannen lezen Jane Austen

William Deresiewicz, A Jane Austen Education: How Six Novels Taught Me About Love, Friendship, and the Things That Really Matter (VS 2011)
Letterkunde, memoires, 272 pp.
Niet in het Nederlands verkrijgbaar


De romans van Jane Austen doen het op het niveau van het verhaaltje verrassend goed als zeer genietbare chick lit, zoals blijkt uit de talloze verfilmingen van de laatste tijd. Maar om echt klassiek te worden is meer nodig dan dat: iets universeels, iets tijdloos, bijvoorbeeld een opvallend scherp inzicht in mensen dat de eeuwen overleeft. Dat heeft Austen, alhoewel William Deresiewicz dat als jonge student met een voorkeur voor obscure modernisten niet direct zag. "Like so many young men, I needed to think of myself as a rebel, and modernism, with its revolutionary intensity, confirmed my self-image." Austen had het alleen maar over onbenullige alledaagse dingetjes in een piepklein wereldje van brave burgertjes. Niet bepaald groots en meeslepend.


"I was used to stylistic brilliance that hit you over the head: Joyce’s syntactic labyrinths, Nabokov’s arcane vocabulary, Hemingway’s bleached-bone austerities", schrijft Deresiewicz, en Austens onopdringerige stijl gaf hem aanvankelijk de illusie dat ze weinig interessants te melden had. Maar tijdens het bestuderen van Emma begon er  ineens het besef te gloren dat juist de alledaagse dingetjes voor de overgrote meerderheid van de mensen het voornaamste in hun leven uitmaken en dat Austen daar wel degelijk belangwekkende dingen over te zeggen had, die hem bovendien met de neus op zijn eigen leven drukten.

vrijdag 19 augustus 2011

Verval en decadentie

Johan Huizinga, Herfsttij der Middeleeuwen: studie over levens- en gedachtenvormen der veertiende en vijftiende eeuw in Frankrijk en de Nederlanden (Nl 1919)
Geschiedenis, 431 pp.


Nog niet zo lang geleden las ik een fantastisch boek over de vijftiende eeuw in Engeland, getiteld "Blood and Roses". Tot mijn verrassing bleek deze titel door de Britse auteur te zijn ontleend aan een passage uit Herfsttij der Middeleeuwen ("Zo fel en bont was het leven, zo verdroeg het de geur van bloed en rozen dooreen", p. 41) van landgenoot en mede-Groninger Johan Huizinga. Hoewel ik het boek al heel lang ken en weet dat het een klassieker is, was ik vervolgens wederom verrast dat het in vele talen is vertaald en niet alleen in Nederland als een klassieker wordt beschouwd, en zelfs een eigen lemma in de Engelstalige editie van Wikipedia heeft. Nu had ik Huizinga al enige tijd in de kast staan, dus dit was het moment om hem er uit te halen.

Al meteen op de eerste bladzij werd ik het boek ingezogen door het bedwelmend mooie proza.
Toen de wereld vijf eeuwen jonger was, hadden alle levensgevallen veel scherper uiterlijke vormen dan nu. Tussen leed en vreugde, tussen rampen en geluk scheen de afstand groter dan voor ons; al wat men beleefde had nog die graad van onmiddellijkheid en absoluutheid, die de vreugd en het leed nu nog hebben in de kindergeest. Elke levensgebeurtenis, elke daad was omringd met nadrukkelijke en uitdrukkelijke vormen, was getild op de verhevenheid van een strakke, vaste levensstijl. De grote dingen: de geboorte, het huwelijk, het sterven, stonden door het sacrament in den glans van het mysterie. Maar ook de geringer gevallen: een reis, een arbeid, een bezoek, waren begeleid door duizend zegens, ceremonies, spreuken, omgangsvormen. Tegen rampen en gebrek was minder verzachting dan nu; zij kwamen geduchter en kwellender.

vrijdag 29 oktober 2010

Dingen die je niet hoeft te slikken

Maarten Doorman, Paralipomena: Opstellen over kunst, filosofie en literatuur (Nl 2007)
Essays, 232 pp.


Nou, de ondertitel zegt het al: dit zijn opstellen over kunst, filosofie en literatuur. Kan ik er nog meer over zeggen? Ja, natuurlijk. De auteur is filosoof, criticus en dichter en dus uitstekend gekwalificeerd om dergelijke opstellen te schrijven, hij schrijft plezierig en de ideeën zijn soms enigszins tegendraads. De opstellen over filosofie zijn voor mij als leek niet al gemakkelijk te volgen (ik weet zo goed als niets van Nietzsche) en die over Nederlandse schrijvers die ik amper heb gelezen zijn voor mij niet zo relevant. Maar de essays over kunst en literatuur in het algemeen vond ik zonder meer zeer  interessant.

Al op pagina 8 kwam ik een prikkelend citaat tegen:
Een essayist is iemand die je dingen vertelt die je niet hoeft te slikken. Hij lokt je een dwingend betoog in om je ruimte te geven. Daar is distantie voor nodig, en daarom is een goede essayist alleen serieus zolang je het als lezer niet zeker weet. Het komt altijd aan op stijl.

vrijdag 30 juli 2010

Over vlinders vangen, bakken ijs en literatuur

Anne Fadiman,
At Large and At Small: Familiar Essays (VS 2007)
Essays, 196 pp.
Niet in het Nederlandse beschikbaar


"Familiar essays". Wat was dat nou weer? Eerst maar eens A Glossary of Literary Terms van M.H. Abrams erop na geslagen uit mijn eerste jaar Engels. En warempel, daar stond het, onder het lemma Essay, dat destijds niet onder de verplichte kost viel, dus vandaar dit gat in mijn kennis. Het "familiar essay" ofwel "informal essay" ofwel "personal essay" dient volgens M.H. te worden onderscheiden van het "formal essay" en in een dergelijk essay
the author assumes a tone of intimacy with his audience, tends to be concerned with everyday things rather than with public affairs or specialized topics, and writes in a relaxed, self-revelatory, and often whimsical fashion.
En dat is precies wat Anne Fadiman doet. Haar grote voorbeeld is Charles Lamb, de vroeg-negentiende-eeuwse schrijver (u weet wel, de man die samenwoonde met zijn zuster Mary die hun moeder had vermoord - maar dat terzijde), die het genre destijds geliefd maakte en volgens Fadiman tot grote hoogten verhief. Ik zelf heb nooit wat van Charles Lamb gelezen en aan informal essays deden wij ook al niet op de universiteit, alleen aan formal essays, maar ik ben nu bekeerd: Anne Fadiman heeft van mij een fan van het familiar essay gemaakt.

zondag 18 april 2010

Een onmisbaar plaatjesboek

Eric Karpeles, Paintings in Proust: A Visual Companion to In Search of Lost Time (VS 2008)
Kunst & literatuur, 351 pp.


De hele À la recherche du temps perdu zit boordevol met verwijzingen naar schilderijen, van Giotto tot Léon Bakst. Proust was weg van beeldende kunst en hoewel hij zijn jongere jaren vooral sleet met het bijwonen van dineetjes en soireetjes, had hij ook nog tijd om uitgebreid het Louvre te bezoeken en de schilderijen daar als een spons op te zuigen. In zijn romancyclus begint het al op p. 49. Marcel beschrijft daarin zijn vader als "[...] standing like Abraham in the engraving after Benozzo Gozzoli which M. Swann had given me, telling Sarah she must tear herself away from Isaac." Ik word dan meteen nieuwsgierig hoe die gravure er uitziet. En dit is nog maar de eerste van een stuk of tweehonderd van dergelijke verwijzingen.

Eric Karpeles, Amerikaans kunstenaar en schrijver over kunst, heeft het Proustminnende deel van de mensheid dan ook een grote dienst bewezen door in 2008 (toen pas!) dit fraai gebonden, rijk geïllustreerde boek met afbeeldingen van alle schilderijen die in de Recherche worden genoemd het licht te doen zien.

zaterdag 31 oktober 2009

Kunst, literatuur, het leven en Proust

Alain de Botton,
How Proust Can Change Your Life (GB 1997)

Filosofie, letterkunde 215 pp.

25 oktober 2009




Hoe is het toch mogelijk dat De Botton helemaal naar Groningen moest komen, voordat ik eindelijk eens iets van hem ging lezen? Dit boek is al 12 jaar uit en nu pas kwam ik op het idee om er aan te beginnen. Enfin, zoals wij Friezen zeggen: better let dan net. Het komt natuurlijk omdat in de meeste gevallen "populair" (wat De B. zonder meer is) vaak hetzelfde is als "popie", en "popie" niet mijn genre is. Gelukkig is dit zo'n uitzondering die de regel bevestigt. Het boek is populair maar niet popie.

How Proust Can Change Your Life is een volstrekt unieke en onwaarschijnlijk klinkende combi van literatuurkritiek, biografie, zelfhulpgids en filosofie, gebracht met veel gevoel voor humor en ironie. De humor en de speelsheid zijn trouwens bedrieglijk en ik werd er zelf ook even door misleid, totdat ik me realiseerde dat De Botton onder al die lichtvoetigheid warempel intelligente inzichten verborg. De ontdekking daarvan maakte dit boek zo'n plezier dat ik het met een permanente glimlach op mijn gezicht heb zitten lezen en er niet al te snel door heen ben gesneld: steeds een klein stukje, bewust genieten, en dan weer terug op de plank. Een beetje zoals normale mensen met een doos exquise bonbons omgaan (ik niet, ik vreet alle bonbons achterelkaar op, maar daar ben ik dan ook een chocoholic voor).

woensdag 30 september 2009

Wat is toch Literary Theory?

Jonathan Culler, 
Literary Theory: A Very Short Introduction (VS 1997)
Literatuurkritiek, 132 pp.


Hoewel ik ooit een doctoraal diploma in de letterkunde heb behaald, is het fenomeen moderne "literary theory", zoals dat in de jaren zestig is ontstaan, nooit echt tot mij doorgedrongen. Het was destijds al wel heftig in de mode (met name in Frankrijk en de V.S., als ik het goed heb begrepen) maar aan mijn docenten aan de Groningse universiteit was het óf nog niet geopenbaard óf ze vonden het nieuwerwetse flauwekul. Ik vermoed een beetje het laatste. Wij deden namelijk aan good oldfashioned close reading: de te bestuderen roman erbij en dan maar lekker uitpluizen aan de hand van de tekst wat de schrijver bedoelde, welke stijlmiddelen zij/hij hanteerde - dat soort werk. Hartstikke leuk om te doen. Van theorievorming was geen sprake en al helemaal niet van Marxistische literatuurkritiek of Queer Theory of postkoloniaal gedoe en al dat fraais. Ik ving er later in de loop der jaren wel zo nu en dan vage berichten over op, maar het leek me allemaal maar niks. Vergezocht, stampvol onontcijferbaar jargon en doorgeschoten politiek correct.

vrijdag 20 maart 2009

Voor meer begrip en groter leesplezier

John Mullan,
How Novels Work (GB 2006)
Literatuurkritiek
Niet in het Nederlands vertaald


In een grijs en nogal wazig verleden heb ik ooit verscheidene jaren college gehad over het lezen en interpreteren van romans, maar in mijn herinnering gebeurde dat niet heel systematisch. Het ging meer van: "hier is de lijst met verplichte romans, zorg dat je ze leest, probeer er iets over te zeggen op de werkcolleges en bij het tentamen zien we wel of je er iets van gesnapt hebt." Ik heb die tentamens op de een of andere manier wel allemaal moeiteloos gehaald, ik heb goed close reading geleerd en ook best van alles opgepikt over vertelperspectief enzo, maar ik zou de kennis daarover toch graag eens op een rijtje zetten. Of misschien is dat destijds wel degelijk gebeurd, maar is dat door algehele aftakeling mijnerzijds volledig weggezakt - in welk geval het hoog tijd werd om alles weer eens op te diepen.

En zo stuitte ik ergens vorig jaar op dit boek van John Mullan, een Londense literatuurhoogleraar én columnist voor The Guardian - iemand derhalve met een uitgebreide kennis van de romanliteratuur én een toegankelijke schrijfstijl, die de beginselen van romaninterpretatie op een prettige en overzichtelijke wijze uiteenzet. Het eerste hoofdstuk heet Beginning en het laatste heet Ending, met daartussenin recht-toe-recht-aan titels als bijvoorbeeld People, Genre, Voices en Style.