Posts tonen met het label filosofie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label filosofie. Alle posts tonen

zondag 9 december 2018

Zen en de kunst van het theedrinken

Kakuzo Okukora,
The Book of Tea (Japan 1906)
Essay, 59 pp.
Hier gratis te downloaden of on-line te lezen.
Nederlandse vertaling: Het boek van de thee


The Book of Tea gaat eigenlijk niet echt over thee. Enthousiaste theeslurpers die hopen dat ze van alles over hun favoriete drankje aan de weet gaan komen zullen teleurgesteld zijn. Het gaat namelijk eerder over de Japanse theeceremonie. Maar dan nog ben je na het lezen van dit boekje weinig wijzer over hoe die ceremonie nu precies verloopt en wat er allemaal gebeurt. Wat Okukora wel uit de doeken doet, is de geschiedenis van de ceremonie en de filosofie en de esthetiek die er achter zitten, in een lang essay dat net zo verrukkelijk is als de drank zelf. Hij schreef het ruim een eeuw geleden in het Engels, speciaal voor Europese en Amerikaanse lezers. Japan was toen al begonnen te verwesteren, alhoewel lang niet zo sterk als nu, maar in Europa en Amerika was Japan nog relatief onbekend. Het theeïsme is dat trouwens nog steeds.

zondag 18 november 2018

Een bijzonder soort geschiedenis

Karen Armstrong,
A History of God: The 4000-Year Quest of Judaism, Christianity and Islam (GB 1993)
Geschiedenis, filosofie, 487 pp.
Nederlandse titel: Een geschiedenis van God


Eerst maar even met de billen bloot: ik ben als ongelovige opgevoed en ben dat nog steeds. Het geloof in een bovennatuurlijk wezen dat de mens in zijn evenbeeld heeft geschapen en zich intensief met de mensheid bemoeit, is mij dus vreemd. Maar ik ben ook niet rabiaat anti-godsdienst. Alhoewel er in naam van de god waar Armstrong over schrijft de vreselijkste dingen zijn gebeurd en gebeuren, zie ik ook wel dat het geloof troost kan bieden en mensen tot goede dingen kan inspireren. Zelf haal ik mijn troost en inspiratie uit andere dingen, maar dat is slechts mijn persoonlijke levenshouding en ik gun iedereen de zijne. Mijn belangstelling voor godsdienst is er dus één van buiten uit, een oprechte interesse voor andere denkwerelden dan de mijne. Om aan die belangstelling tegemoet te komen, is dit een uitstekend boek, dat trouwens niet zozeer over de godheid zelf gaat, maar over het beeld dat de drie monotheïstische godsdienst uit het Midden-Oosten van hem ontwikkelden in de afgelopen 4.000 jaar.

zondag 14 oktober 2018

Plato enzo

Plato door Mitch Francis (bron)
Ik denk niet dat er tegenwoordig nog hordes mensen zijn die de werken Plato (Athene c. 427 - c. 347 v.Chr.) lezen. Op het gym vertaalden wij ooit moeizaam een stuk van hem uit het originele Grieks, maar ik kan me met de beste wil van de wereld niet meer herinneren wat dat was (Hella of Margreet, weten jullie dat misschien nog?).

Invloed
Maar zijn erfenis is nog steeds gigantisch, al zullen maar weinig mensen zich daarvan bewust zijn. Heel toevallig speelt zijn filosofie een belangrijke rol in twee boeken die ik tegelijkertijd aan het lezen was. In A History of God zet Karen Armstrong uiteen hoe groot zijn invloed op het vroege christendom was en in Jo Waltons speculatieve roman The Just City wordt de ideale samenleving uit zijn Politeia (de 'Staat', geschreven rond 380 v.Chr.) in de praktijk gebracht. In 2001 werd dit werk van Plato (dat in het Engels The Republic heet) in een enquête onder filosofen door het Britse Philosopher's Magazine trouwens uitgeroepen tot het belangrijkste filosofische werk ooit.

maandag 2 april 2018

Kunt u nog zweven, zweef dan mee

Stine Jensen, Go East: Een filosoof reist door de 
wereld van yoga, mindfulness en spiritualiteit (Nl 2015)
Filosofie, autobiografie, 229 pp.

Er was eens een druilerige donderdagmiddag, ofwel: hoe Anna thuiskwam met een gesigneerd exemplaar van dit boek.

Het was dus een druilerige donderdagmiddag op kantoor, net 14 uur geweest, en nog twee uur te gaan voordat mijn weekend begon. Als ik op tijd wilde zijn voor de lezing waar ik me voor op had gegeven moest ik zo meteen vertrekken. Alleen, ik had geen zin om door de regen naar het zalencentrum te fietsen. Kon ik bij nader inzien niet veel beter  doorprutsen aan dat ingewikkelde contract dat binnenkort af moest? Dat scheelde maandag weer een hoop werk. Maar ja, niet-gaan was aso. De gratis kaartjes voor de lezing waren immers al tijden geleden uitverkocht geweest. Collega van een andere afdeling gemaild of ze mee ging, dan moest ik wel. Geen reactie. Dat deed de deur dicht. Ik haalde de lezing uit mijn agenda en ging er eens goed voor zitten: dat contract ging vanmiddag nog af komen. Net op dat moment verscheen er een andere collega in de deuropening. 'Ga jij soms toevallig naar die lezing?' Yes! Het moest dus toch zo zijn.

zondag 9 november 2014

Economie en ethiek

Tomáš Sedláček, De economie van goed en kwaad: De zoektocht naar economische zingeving van Gilgamesj tot Wall Street (Tsjechië 2009)
Economie, ethiek, 376 pp.
Vertaald door  Raymond Gijsen


Als de Tsjechische econoom Tomáš Sedláček niet dit jaar de Van der Leeuwlezing had gehouden, was ik waarschijnlijk niet gauw op het idee gekomen om dit interessante en lezenswaardige boek aan te schaffen. Economie is natuurlijk ontzettend belangwekkend enzo, maar het is niet bepaald een onderwerp waar mijn hart sneller van gaat kloppen. Gelukkig kiest dit boek nadrukkelijk een andere invalshoek dan de strikt economische en zo werd het toch nog behoorlijk boeiend. Sedláčeks (tegenwoordig niet meer geheel originele) stelling is namelijk dat economie helemaal niet de exacte wetenschap is die het pretendeert te zijn en dat wiskunde weliswaar een nuttig hulpmiddel is, maar ook niet meer dan dat. Economie bestudeert immers het gedrag van mensen en dat is onmogelijk met formules te voorspellen. Bovendien, zo stelt hij verder, is economie helemaal geen waardevrije wetenschap, maar speelt ethiek juist een belangrijke rol, net zoals dat al duizenden jaren lang het geval is.

zondag 10 maart 2013

De man die het essay uitvond

Sarah Bakewell, How to Live: A Life of Montaigne in One Question and Twenty Attempts at an Answer (GB 2010)
Biografie, filosofie, 406 pp.
Nederlandse titel: Hoe te leven


Je staat er nooit zo bij stil (ik niet tenminste), maar ook het essay is een keer uitgevonden door iemand. Het is niet zomaar uit zichzelf ontstaan of op een dag uit het niets opgedoken. De man die de eer te beurt valt om de uitvinder te zijn is Michel de Montaigne, zestiende-eeuwse jurist, burgemeester, diplomaat, wijnboer en observator van alles wat los en vast zat, maar vooral van zichzelf en zijn eigen leven. De essays gaan over van alles en nog wat, van hoogfilosofische bespiegelingen over de dood tot en met Montaignes kat die hem afleidt van het schrijven omdat ze wil spelen. Ze hebben geen didactisch doel, niet één overkoepelend thema en zitten stampvol uitweidingen. Dit boek van Sarah Bakewell is een soort dubbelbiografie van zowel Montaignes leven als van zijn geschriften en het is van begin tot eind even boeiend.

maandag 14 februari 2011

Een pleidooi voor waarheid en waardigheid

Rob Riemen, Adel van de geest: een vergeten ideaal (Nl 2009, Engelstalige uitgave 2008)
Filosofie, 184 pp.


Ik kwam de eerste warme aanbeveling voor dit werk tegen op een Amerikaans blog, maar Riemen blijkt zowaar een Nederlander te zijn, wiens boek in verscheidene landen is vertaald en die geprezen wordt door wereldberoemde schrijvers als Mario Vargas Llosa, Ivan Klima, Cynthia Ozick en Jacques Attali. Ik heb de een na de andere passage in dit korte boek als belangwekkend gemarkeerd met plakpijltjes, maar het boek samenvatten is lastig, de boodschap even comprimeren in een paar kernzinnen nog lastiger. Eigenlijk bestaat het uit drie lange essays met een uitgebreid voorwoord en een kort nawoord, waarin de ideeën van Socrates en Thomas Mann de hoofdrol spelen en waarvan ik vooral het tweede essay meesterlijk vond.

Net als Socrates giet Riemen zijn betogen graag in de vorm van dialogen en gesprekken, zowel tussen historische figuren (intellectuelen en schrijvers) als tussen romanfiguren. In deze gesprekken en in de rest van het boek verkent hij met name de fundamentele vraag "Wat is beschaving?"
Welk beeld, welk ideaal van de menselijke waardigheid moet het bindend weefsel zijn? Welke waarden, welke levenskwaliteiten die dit ideaal doorbloeden, zullen geëerbiedigd, zullen gekoesterd moeten worden? Deze vragen zijn fundamenteel, omdat het antwoord erop bepalend is voor de morele maat waarmee ons handelen wordt gemeten; voor het antwoord op de socratische vragen: wat is de ideale staat en wat is de juiste wijze van leven? (p. 98)
Als sine qua non voor beschaving ziet  Riemen welvaart en veiligheid. Let echter wel, dit zijn "voorwaarden, niet de waarden die het wezen van beschaving vormen." (p. 100), ofwel: welvaart en veiligheid op zich garanderen niet automatisch beschaving. Met een rijke politiestaat zijn we er niet.

vrijdag 29 oktober 2010

Dingen die je niet hoeft te slikken

Maarten Doorman, Paralipomena: Opstellen over kunst, filosofie en literatuur (Nl 2007)
Essays, 232 pp.


Nou, de ondertitel zegt het al: dit zijn opstellen over kunst, filosofie en literatuur. Kan ik er nog meer over zeggen? Ja, natuurlijk. De auteur is filosoof, criticus en dichter en dus uitstekend gekwalificeerd om dergelijke opstellen te schrijven, hij schrijft plezierig en de ideeën zijn soms enigszins tegendraads. De opstellen over filosofie zijn voor mij als leek niet al gemakkelijk te volgen (ik weet zo goed als niets van Nietzsche) en die over Nederlandse schrijvers die ik amper heb gelezen zijn voor mij niet zo relevant. Maar de essays over kunst en literatuur in het algemeen vond ik zonder meer zeer  interessant.

Al op pagina 8 kwam ik een prikkelend citaat tegen:
Een essayist is iemand die je dingen vertelt die je niet hoeft te slikken. Hij lokt je een dwingend betoog in om je ruimte te geven. Daar is distantie voor nodig, en daarom is een goede essayist alleen serieus zolang je het als lezer niet zeker weet. Het komt altijd aan op stijl.

zondag 5 september 2010

Ethiek is voor iedereen!

Simon Blackburn,
Ethics: A Very Short Introduction (GB 2001)
Filosofie, 116 pp.


Dit boekje begint met een onderwerp dat ik persoonlijk erg interessant vind: wat nemen we als bron voor wat we wel of niet acceptabel vinden in het intermenselijk verkeer? Voor miljoenen mensen hier in Europa en in Amerika is dat de Bijbel en velen van hen (maar gelukkig lang niet allemaal) zijn er bijna automatisch van overtuigd dat mensen zonder geloof DUS geen besef van goed en kwaad hebben en er maar op los leven. (En dat terwijl mijn familie het al generaties lang zonder geloof stelt en uitsluitend bestaat uit verschrikkelijk brave gehoorzame hardwerkende lieden die nog nooit een vlieg kwaad hebben gedaan! Maar dit terzijde).

Blackburn laat zien dat de Bijbel te vol onduidelijkheden, innerlijke tegenstrijdigheden en eigenaardigheden (zoals het goedkeuren van slavernij) zit, om er blind op te varen als moreel kompas. Aan de andere kant is het wel heel begrijpelijk dat zovelen een Bijbel of een Koran of een Torah als bron van ethiek nemen, omdat ook niet onmiddellijk evident is waar je je als alternatief op zou kunnen beroepen. En relativisme, het idee dat er niet één waarheid bestaat en dat elke regel dus precies even goed is als de andere, is ook niet zo nuttig als je met je medemens in harmonie wilt samenleven. Blackburn laat zien dat consensus ten aanzien van een aantal cruciale zaken over wat wel en niet mag wel degelijk noodzakelijk is. Maar hoe stel je die consensus vast?

dinsdag 10 augustus 2010

Gebouwen die spreken

Alain de Botton,
The Architecture of Happiness (GB 2006)
Architectuurgeschiedenis, esthetiek, 270 pp.
Nederlandse titel: De architectuur van het geluk


Misschien een banaal klinkende vraag: maar waarom vinden we een  gebouw eigenlijk mooi? En waarom vinden we een ander gebouw lelijk? Waarom kunnen juist gebouwen zo'n emotionele reactie oproepen, terwijl het tenslotte maar stapels hout en stenen zijn? Dat is zo ongeveer in het kort de voornaamste vraagstelling van dit boek, waarin filosoof De Botton de lezer op zijn eigen speelse, heldere en informatieve wijze door de esthetiek van de architectuur loodst.

Een paar eeuwen geleden was het allemaal nog een stuk overzichtelijker. Iedereen wist wat een mooi gebouw was: dat was een bouwwerk in klassieke stijl opgetrokken volgens de regels van de Grieken en de Romeinen. Halverwege de achttiende eeuw ging het echter mis. Horace Walpole in Engeland bedacht de Neogothiek, die binnen de kortste keren een enorme rage ontketende. Niet alleen dat, maar in de negentiende eeuw vlogen de neostijlen als paddestoelen de grond uit en was iedereen de kluts kwijt wat nu Goede Smaak inhield. 'We suffer from a carnival of architecture,' klaagde de Britse architect Augustus Pugin in 1836. De oplossing voor deze esthetische verwarring werd gevonden door een nieuwe klasse van invloedrijke mannen: de ingenieurs die de indrukwekkende nieuwe bruggen en spoorwegstations bouwden. Stijl deed er voortaan niet meer toe. Als een bouwwerk maar functioneel was, was het vanzelf mooi - een principe dat door het Modernisme in de twintigste eeuw tot dogma werd verheven en waarbij decoratie vanzelf taboe werd verklaard (wat het trouwens tot op de dag van vandaag nog steeds is).

zondag 20 juni 2010

Een avontuurlijke verkenning van een soort niemandsland

Sara Maitland,
A Book of Silence (GB 2008)
Memoires, filosofie, 287 pp.
Nederlandse titel: Stilte als antwoord


Cliché / open deur / waarheid als een koe: stilte is een zeldzaam goed geworden in het hedendaagse Nederland. De auto raast overal, er is altijd wel iemand in zijn mobieltje aan het tetteren, in supermarkten jengelt muzikaal behang, bassen moeten zo hard mogelijk dreunen. En eerlijk is eerlijk: de meeste mensen vinden dat alleen maar prettig en gezellig, die auditieve opvulling, dus wie er anders over denkt, is een neurotische zeurpiet en een zonderling.

Ik ben een neurotische zeurpiet en een zonderling. Sara Maitland, de auteur van dit boek, ook. En toch is A Book of Silence niet echt te karakteriseren als een klaagzang over de alomtegenwoordige herrie in onze wereld. Ten eerste is het veel meer dan dat en ten tweede is het vooral positief: niet een veroordeling van gebabbel en lawaai, maar een avontuurlijke verkenning van wat stilte nu eigenlijk met een mens doet, in positieve en negatieve zin; in haar eigen leven en in dat van anderen, waaronder zowel ascetische kluizenaars als poolreizigers. En het is nog fantastisch geschreven ook.

Het begon bij Sara Maitland met een persoonlijk verlangen naar meer tijd alleen en naar periodes van afzondering, en niet om ergens aan te ontsnappen: "I did not feel I was running away from anything. On the contrary, I wanted more. I had it all and it was not enough. Silence is additional to, not a rejection of, sociability and friends and periods of deep emotional and professional satisfation." (p. 12) En "I began to realise that it was not peace and contentment that I craved, but that awed response to certain phenomena of the 'natural' world in which words, and even normal emotional reactions, fail or rather step away from the experience and there is a silence that is powerful, harsh and essentially inhumane." p. 23)

Ze trok zich 6 weken in haar eentje terug in een afgelegen huisje op een afgelegen Schots eiland en was benieuwd wat er zou gaan gebeuren. Zou het een openbaring zijn of zou ze helemaal gestoord worden, zoals sommige solozeilers of eenzame avonturiers? Het werd een openbaring.

zondag 2 mei 2010

Van octrooiklerken en scheermessen (met quiz!)

Samir Okasha,
Philosophy of Science: A Very Short Introduction (GB 2002)
Filosofie, 134 pp.


Leuke serie is dit, de Very Short Introductions van Oxford University Press - net zoiets als "Puntjepuntjepuntje voor dummies" maar dan natuurlijk voor intelligente  mensen. Ze hebben de meest uiteenlopende onderwerpen in de serie zitten, van Hegel tot hiëroglyfen, van theologie tot thermodynamica en van wereldmuziek tot Wittgenstein. De boekjes zijn inderdaad kort (rond de 160 pagina's gemiddeld) en zijn geschreven door een vooraanstaande deskundige op het betreffende terrein en zijn bedoeld voor de beter opgeleide leek, die een eerste kennismaking met een bepaald onderwerp wenst of na wat los, hapsnap gelees behoefte heeft aan een systematisch overzichtje. Mijn eerste VSI was een boekje over Literaire Theorie en dit was dus mijn tweede.

Samir Okasha (van de Universiteit van York) heeft zijn boekje helder en systematisch opgezet en begint dus in hoofdstuk 1 met de vraag "What is science?" Daarin geeft hij eerst een korte geschiedenis van de ontwikkeling van de moderne wetenschap, van de ketterse ideeën van Copernicus en Galileo (het was destijds godslasterlijk om te beweren dat de Aarde om de zon draaide in plaats van andersom), via Newton (die voor het eerst de wiskunde inzette als hulpmiddel voor zijn wetenschappelijke theorieën) en Darwin (die ook al als godslasterlijk werd gezien) tot octrooiklerk en twintigste-eeuws genie Einstein.

zaterdag 31 oktober 2009

Kunst, literatuur, het leven en Proust

Alain de Botton,
How Proust Can Change Your Life (GB 1997)

Filosofie, letterkunde 215 pp.

25 oktober 2009




Hoe is het toch mogelijk dat De Botton helemaal naar Groningen moest komen, voordat ik eindelijk eens iets van hem ging lezen? Dit boek is al 12 jaar uit en nu pas kwam ik op het idee om er aan te beginnen. Enfin, zoals wij Friezen zeggen: better let dan net. Het komt natuurlijk omdat in de meeste gevallen "populair" (wat De B. zonder meer is) vaak hetzelfde is als "popie", en "popie" niet mijn genre is. Gelukkig is dit zo'n uitzondering die de regel bevestigt. Het boek is populair maar niet popie.

How Proust Can Change Your Life is een volstrekt unieke en onwaarschijnlijk klinkende combi van literatuurkritiek, biografie, zelfhulpgids en filosofie, gebracht met veel gevoel voor humor en ironie. De humor en de speelsheid zijn trouwens bedrieglijk en ik werd er zelf ook even door misleid, totdat ik me realiseerde dat De Botton onder al die lichtvoetigheid warempel intelligente inzichten verborg. De ontdekking daarvan maakte dit boek zo'n plezier dat ik het met een permanente glimlach op mijn gezicht heb zitten lezen en er niet al te snel door heen ben gesneld: steeds een klein stukje, bewust genieten, en dan weer terug op de plank. Een beetje zoals normale mensen met een doos exquise bonbons omgaan (ik niet, ik vreet alle bonbons achterelkaar op, maar daar ben ik dan ook een chocoholic voor).

zondag 20 september 2009

Lof der schaduw

Junichiro Tanizaki
In Praise of Shadows (Japan, 1933)
Kunst, filosofie, 73 pp.
Nederlandse titel: Lof der schaduw


Stel je een spaarzaam ingerichte ruimte voor, verlicht met kaarsen. Het licht van buiten wordt sterk gefilterd door het papier van de ramen en de hoeken zijn donker. Van de vrouw in de kimono is alleen het witgemaakte gezicht zichtbaar en zelfs als ze spreekt zie je haar tanden niet want die zijn zwart gelakt. Het goudbeslag op de kast geeft slechts een zachte gloed af in het gedempte licht.

Eén druk op de knop van het elektrische licht en wam! dit geheimzinnige, subtiele beeld is in één keer weg. De vrouw ziet er griezelig en kunstmatig uit in haar make-up, het goudbeslag is plotseling opzichtig en vulgair, alles in de kamer blijkt sleets te zijn en de suggestieve schaduwen zijn verdwenen.

zondag 28 juni 2009

Wat wolven ons kunnen leren

Mark Rowlands, The Philosopher and the Wolf: Lessons from the Wild on Love, Death and Happiness (GB 2008)
Filosofie, memoires, 244 pp.
Nederlandse titel: De filosoof en de wolf



In Amerika is alles te koop, zelfs een wolvenwelpje als huisdier. Britse filosoof Mark Rowlands, op dat moment woonachtig in de VS, zag een advertentie en was meteen om, want bij hem thuis in Wales hadden ze altijd grote ruige honden gehad. En zo kwam hij op een dag thuis met een jong wolfje, dat in een mum van tijd het interieur gesloopt had. Het welpje (Brenin genaamd) kon nog geen 10 minuten alleen gelaten worden en dus moest Brenin mee naar Rowlands werk op de universiteit waar hij college gaf.
He would lie in the corner of the room and doze - much like my students really - while I droned on about some or other philosopher or philosophy. Occasionally, when the lectures became particularly tedious, he would sit up and howl - a habit that endeared him to the students, who had probably been wishing they could do the same thing. (p. 1)
Rowlands past zijn leven aan aan de wolf waarop hij verliefd is geworden (hij is op dat moment gelukkig vrijgezel) en trekt zich jarenlang steeds meer terug van menselijk gezelschap. Hij drinkt veel teveel, neemt er een hond bij, en als Brenin tijdens een illegale escapade op het Ierse platteland een nest half-wolfjes verwekt bij een buurhond, voelt hij zich verplicht om een jong uit dat nest te nemen. Zo bestaat de Rowlands-huishouding op een gegeven moment uit een alcoholistische filosoof, anderhalve wolf en anderhalve hond, die met zijn vieren uit hardlopen gaan.

vrijdag 15 mei 2009

Van de kerkvaders naar Ockhams scheermes

Marcia L. Colish, Medieval Foundations of the Western Intellectual Tradition, 400-1400 (Yale Intellectual History of the West) (VS 1997)
Geschiedenis, filosofie
Niet in het Nederlands vertaald


Dit boek gaat over intellectuele ontwikkelingen in de middeleeuwen. "Hoezo?" hoor ik nu iemand vragen, "hadden ze die dan destijds?" Jawel hoor, de middeleeuwen zijn veel meer dan een donkere periode tussen het licht van klassieke oudheid en dat van de renaissance en ze zijn ook veel meer dan ridders, kastelen en de pest. En hoewel ik onmiddellijk toegeef dat ridders en kastelen en de zwarte builenpest veel spannender leesvoer opleveren dan discussies over de heilige drie-eenheid, is dit boek niet zo saai als het lijkt. Zo vond ik het verrassend om te lezen dat het vagevuur in de zesde eeuw is uitgevonden door paus Gregorius de Grote, omdat het anders zo sneu was voor al die zielen die bij hun dood al wel bezig waren berouw te tonen, maar nog geen officiële vergeving hadden ontvangen van hun priester. Ook heel aardig vond ik het om over de missiestrategie van de eerste Ierse monniken te lezen:
A monastic leader with twelve followers, in honor of the number of Christ's disciples, would simply get into a boat, vowing to spread to gospel wherever it landed. Part of their success lay in the fact that the prevailing winds were in their favor. (p. 63)
Die monniken die door een ongebruikelijke zuidooster naar het toen nog onbewoonde en onbekende IJsland werden gedreven hadden dus flinke pech.

vrijdag 13 juni 2008

Van de Griekse filosofen naar de kerkvaders

Charles Freeman,
The Closing of the Western Mind: The Rise of Faith and the Fall of Reason (GB 2002)
Geschiedenis, 343 pp.


Dit boek opent met twee citaten: één van Euripides uit de 5de eeuw vC en één van kerkvader Augustinus, bijna 1000 jaar later. Euripides prijst de onderzoekende geest, Augustinus ziet de wens om uit te vinden hoe de wereld inelkaar ziet als zondig. Freeman laat zien wat er in de tussenliggende eeuwen gebeurde. Hij begint met de eerste wetenschappelijke denkers in Griekenland: mannen die niet de openbaring zagen als een bron van kennis, maar de rede gecombineerd met empirisch onderzoek. Met de komst van het christendom veranderde dit heel geleidelijk.

Wat ik met name boeiend vond, was wat hierop volgde, namelijk de uitstippeling van de bronnen van de Christelijke theologie: de diverse evangelieën, de geschriften van kerkvaders zoals Augustinus en Hiëronymus en bovenal de vroegste en invloedrijkste bron van allemaal, de brieven van de apostel Paulus. Paulus, die niet alleen een pessimistisch wereldbeeld en een afkeer van sex had, was ook de eerste die zich expliciet tegen de ratio en de Griekse filosofie keerde.