Lucinda Riley,The Seven Sisters: Maia's Story (GB 2014)
Roman, 480 pp.
Nederlandse titel: De zeven zussen
PS Aarzel niet om je eigen commentaar toe te voegen. Ik stel het zeer op prijs als mensen de moeite nemen om reacties of aanvullingen te plaatsen. Heb je dit boek besproken op je eigen blog? Dan zou het fijn zijn als je een link bij de reacties plaatst.
Interviewer: Dus, mevrouw Van Gelderen, u hebt onlangs eindelijk het eerste deel van The Seven Sisters gelezen. Waarom nu pas? De hele wereld is er immers al jaren laaiend enthousiast over.
Anna: Tja, dat heeft inderdaad nogal lang geduurd. Al tijden geleden las ik voor het eerst over een nieuw fenomeen in de boekenwereld: een serie romans van een Noord-Ierse schrijfster, die door de professionele recensenten straal werd genegeerd, maar een gigantisch verkoopsucces was, eenvoudigweg door mond-tot-mond reclame. Helaas kreeg ik sterk de indruk dat de boeken geen enkele literaire merites hadden en dus waarschijnlijk niks voor mij waren.
Foei, u bent een snob.
Zou kunnen, maar ik lees altijd met plezier John Grisham en Stephen King – en die hebben ook geen van beiden literaire pretenties. Het was vooral het verhaal dat me niet zo veelbelovend leek.
Hoezo? Het gaat over het ontrafelen van een aantal mysteries. Dat is toch altijd goed?
Maar dit verhaal is wel erg vergezocht: een schatrijke man, waarvan niemand de voorgeschiedenis kent en waarvan onbekend is hoe hij aan zijn miljarden is gekomen, adopteert als hij ergens in de vijftig is een baby, en vervolgens nog een, en nog een, totdat hij zes dochters heeft. Ze houden allemaal zielsveel van hem, alhoewel hij meestal de hort op is voor zijn werk (wat dat ook moge zijn, de dochters zelf hebben geen flauw idee). Ze worden daarom in feite grootgebracht door huishoudster Marina, die ze Ma noemen, en waarvan ze ook zielsveel houden, maar waarvan ze niet eens weten hoe oud ze is, zelfs al is de oudste dochter Maia inmiddels al 33 en nog thuiswonend. Thuiswonend wil overigens zeggen in een eigen stulpje op het landgoed bij de paleisachtige villa van Pa aan het Meer van Genève. Pa wordt om wazige redenen Pa Salt genoemd.
En nu is Pa Salt dood en heeft hij een raadselachtige erfenis nagelaten met voor elke dochter een stel mysterieuze hints om haar ware afkomst te achterhalen. Want in die afkomst zijn ze tot nu toe nooit geïnteresseerd geweest, omdat ze immers zo zielsveel van Pa Salt en de huishoudster hielden. En zo gaat dus in elk boek een zuster op reis om het geheim van haar geboorte te ontrafelen. In dit eerste deel volgen we Maia naar Brazilië, waar haar onthutsende antwoorden en romantiek wachten en waar we er eindelijk achter komen wat het vreselijke geheim is dat ze al dertien jaar (of veertien, dat weet ik niet meer zo precies) met zich mee draagt.
Klinkt geweldig toch!
Op zich is het best een leuk gegeven. Vergezocht, maar dat hoeft helemaal niet erg te zijn, als het maar overtuigend en meeslepend is uitgewerkt.
Gezien de miljoenen fans van deze serie is Riley daar glansrijk in geslaagd.
Hm.
Hoezo hm?
Wilt u mijn eerlijke mening?
Ik vermoed van niet, maar vooruit, kom maar op.
Het is heel simpel: Lucinda Riley schrijft erbarmelijk. Ik bedoel niet dat ze grammaticafouten maakt of het Engels niet goed beheerst, maar dat haar proza ontzettend basic en knullig is. En dat niet alleen, het puilt uit van de clichés. Gazons en heggen zijn steevast 'immaculate', indrukwekkende dingen zoals jachten en kathedralen zijn allemaal 'magnificent'. Borsten zijn vol, tailles zijn slank. En gelijk heeft ze natuurlijk, die mevrouw Riley, want waarom zou je moeite doen om originele, sprekende beschrijvingen te geven als de gemakzuchtige clichés voor het oprapen liggen?
Proef ik hier enig sarcasme?
Goed gezien! U bent duidelijk zeer opmerkzaam. Riley is de koningin van de clichés, want ook de personages zijn van bordkarton en zo plat als een dubbeltje, om er zelf ook maar een paar clichés tegenaan te smijten. De romantische held in het verhaal van de overgrootmoeder van Maia is een jonge kunstenaar in Parijs en jawel, hoor: hij is straatarm, hij woont op een smerig zolderkamertje driehoog achter, hij drinkt liters absint én (smul, smul) hij heeft “gebeeldhouwde kaken en messcherpe jukbeenderen”. Echt waar, dat staat er letterlijk, zonder enige vorm van ironie. Dan is er nog een meneer zonder gebeeldhouwde kaken en/of messcherpe jukbeenderen, die van een zorgzame, gecultiveerde aristocraat van het ene moment op het andere verandert in een onaangename zuipschuit en weer net zo plotseling terug naar lieve aristocraat, omdat dat goed is voor het verhaal. Niet omdat het psychologisch geloofwaardig is.
Nou en? Wat is het probleem daarmee?
Mijn probleem is, dat dit veredelde Bouquet Reeks is en daar heb ik ook nooit wat aan gevonden.
Omdat u een snob bent.
Nee, omdat een schrijver voor mij moet voldoen aan minimale kwaliteitseisen en Riley haalt die op geen stukken na. Overigens vond ik De Celestijnse Belofte van James Redfield en De Da Vinci Code van Dan Brown nog beroerder, dus het kan altijd erger.
Belachelijk! U bent gewoon een elitaire trut.
Ook goed.
PS Aarzel niet om je eigen commentaar toe te voegen. Ik stel het zeer op prijs als mensen de moeite nemen om reacties of aanvullingen te plaatsen. Heb je dit boek besproken op je eigen blog? Dan zou het fijn zijn als je een link bij de reacties plaatst.