Posts tonen met het label Noorwegen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Noorwegen. Alle posts tonen

vrijdag 14 oktober 2022

De boerendochter en de middeleeuwse kerk

Lars Mytting,
De zusterklokken (Noorwegen 2018)
Roman, 416 pp.
Oorspronkelijke titel: Søsterklokkene
Vertaald uit het Noors door Paula Stevens


Het zou zomaar een standaard Scandinavische streekroman kunnen zijn. Je weet wel: hartje Noorwegen in het jaar 1880, kou en duisternis, knoestige boeren, afgelegen boerderijen, met op één daarvan een trotse, onafhankelijke boerendochter (Astrid), die zowel door de nieuwe dominee wordt begeerd als door een jonge Duitse architect. Maar er is nog een vierde personage in deze driehoek, namelijk een middeleeuwse houten kerk met bijzondere klokken. En daarmee wordt het een heel ander verhaal. 

zondag 27 april 2014

Exhibitionisme of literatuur?

Karl Ove Knausgård,
Liefde (Noorwegen 2009)
Roman, 602 pp.
Vertaald uit het Noors door Marianne Molenaar



Net zoals bij het eerste deel in deze serie (Vader) heb ik ook nu weer gebiologeerd zitten lezen in de existentialistische zielenroerselen van deze Noorse schrijver. Maar dit keer werd naast fascinatie ook een andere factor steeds sterker: namelijk ongemak. In het eerste deel gaf Knausgård een ontluisterend en niets ontziend beeld van het einde van zijn vader en de aftakeling van zijn grootmoeder. Ook zichzelf spaarde hij niet. Fascinerend vond ik vooral de manier waarop hij via de literatuur de dood en de daarmee samenhangende chaos trachtte te bedwingen. In dit boek is de dood afwezig, maar speelt juist het jonge leven de hoofdrol, namelijk dat van de drie kleine kinderen die hij en zijn tweede vrouw in hoog tempo op de wereld zetten (januari jongstleden hebben ze zelfs nog een vierde gekregen), maar die de chaos alleen maar vergroten.

Mijn ongemak wordt veroorzaakt door de obsessief gedetailleerde weergave van het leven van alledag van hem en zijn gezin. Vooral het feit dat hij het privéleven van zijn vrouw en hun kinderen zonder hun medewerking zo aan de openbaarheid bloot heeft gegeven, maakt mij ongemakkelijk. Het grenst aan exhibitionisme en maakt de lezer meer nog dan in het vorige boek een voyeur. Ik kijk niet voor niks niet naar realityseries. Niet dat dit boek ook maar iets van de ranzigheid van dergelijke series heeft, maar toch...

donderdag 9 mei 2013

Als een eigentijdse Proust

Karl Ove Knausgård,
Vader (Noorwegen 2009)
Roman, 445 pp.
Vertaald uit het Noors door Marianne Molenaar

Op de drempel van de middelbare leeftijd is de Noorse schrijver Karl Ove Knausgård als een soort eigentijdse Proust in zijn herinneringen gaan delven en is hij begonnen aan een omvangrijke autobiografische romancyclus, waarvan dit boek het eerste deel is. De wereld van Knausgård is echter niet bepaald het Frankrijk van de bel époque, maar die van een onopvallende Noorse jongen geboren in 1968. Zijn taalgebruik heeft niets van het overweldigende, bedwelmende parfum van Proust, maar is strak en helder. Bij Knausgård worden de herinneringen niet in gang gezet door het proeven van een nostalgisch koekje, maar door een traumatische gebeurtenis: het overlijden van de vader die hij haatte en vreesde. Hij dwingt zichzelf terug naar zijn jeugd voor een antwoord op de vragen die hem kwellen.

zondag 6 januari 2013

Het hoge noorden en het verre westen

Nancy Marie Brown,
The Far Traveller: Voyages of a Viking Woman (VS 2007)
Geschiedenis, 265 pp.
ISBN 9780156033979, Harvest


Als puber was ik al redelijk snel uitgekeken op de geijkte meisjesboeken en damesromannetjes (saai, zoetsappig en voorspelbaar) en stapte ik resoluut over op boeken waarin avonturen werden beleefd en verre reizen werden gemaakt. Karl May vond ik het einde: avonturen, verre oorden én Indianen, wat wilde een mens nog meer. De Indianen van Karl May waren van de geromantiseerde noble savage-soort, maar op die leeftijd mag je nog dromen. Door die Indianen moet ik ook bij het jeugdboek uitgekomen zijn dat op circa dertienjarige leeftijd zo'n indruk op mij maakte. Titel of auteur kan ik me met geen mogelijkheid meer herinneren, details zijn ook volledig weggezakt, maar de hoofdmoot weet ik nog heel goed: in het Canada van de achttiende eeuw wordt een Indianenstam ontdekt met onder meer leden die er uitzien alsof ze van blanke afkomst zijn, terwijl ze toch al sinds mensenheugenis deel uitmaken van de stam. Raadsel! Het mysterie wordt opgelost door vele eeuwen terug in de geschiedenis en ver naar het hoge Noorden te gaan.

zondag 1 mei 2011

De natuur en het meisje

Knut Hamsun,
Pan (Noorwegen 1894)
Novelle, 104 pp.
Project Gutenberg (gratis eBoek hier)
Engelse vertaling door W.W. Worster
Nederlandse titel: Pan


Dit werkje is kort genoeg om in één avond uit te lezen, maar doe dat alsjeblieft niet. Dit is het equivalent van slow food: het komt het best tot zijn recht als je er uitgebreid de tijd voor neemt, het rustig op je in laat werken en regelmatig even peinzend voor je uit staart om er over te mijmeren. Dan pas proef je echt de schoonheid van de dichterlijke taal en komt de complexe psyche van ik-figuur Luitenant Thomas Glahn het best tot leven.

Glahn blikt hier twee jaar terug, naar 1855, toen hij samen met zijn hond in een hut aan de kust van Nordland woonde en zijn eigen kostje bij elkaar schoot en viste. Hij beweert dat hij het verhaal alleen maar opschrijft om zich eventjes te amuseren en dat het verder niks voorstelde, maar het is duidelijk dat het gebeurde diep op zijn ziel heeft ingegrepen en hem nooit meer heeft los gelaten. Glahn, van wiens voorgeschiedenis we verder niks weten, is een sociaal weinig vaardige jongeman die volmaakt gelukkig is in de vrije natuur.

donderdag 22 juli 2010

Lord Dufferin achterna

Tim Moore,
Frost on my Moustache (GB 1999)
Reisverhaal, 280 pp.
Nederlandse titel: IJspegels aan mijn snor


Vijf of zes jaar geleden kreeg ik dit boek in Nederlandse vertaling cadeau, maar omdat ik Engelse boeken alleen in het origineel lees, heb ik het zonder er verder een blik op te werpen weggegeven aan iemand die minder kieskeurig is. En wat blijkt onlangs? Dit reisverslag is rechtstreeks gebaseerd op Letters from High Latitudes van Lord Dufferin, het boek dat mij inspireerde om naar Spitsbergen af te reizen! Frost on my Moustache dus alsnog in het Engels aangeschaft en in de koffer gepropt, mee naar Spitsbergen.

Eerst even een uitleg voor wie Letters from High Latitudes niet heeft gelezen (iedereen vermoed ik): de zwierige Lord Dufferin, die later heel degelijk Gouverneur-Generaal van Canada en Onderkoning van India zou worden, was een avontuurlijke geest die in het midden van de negentiende eeuw in een klein zeilbootje niet alleen naar IJsland voer, maar zelfs dwars door de ijsschotsen naar de afgelegen en onbewoonde eilanden Jan Mayen Eiland en Spitsbergen zeilde. En passant nam hij ook nog een stuk Noorse kust mee, maar dat was meer voor de gezelligheid. Ik las het boek eigenlijk alleen om het IJslandse gedeelte (ik ben al sinds de middelbare school gefascineerd door dat land) en was verrast dat er ook nog een hele episode over Spitsbergen aan vast zat. En dát deed het hem: ik raakte meteen geïntrigeerd door Spitsbergen en dat werd dus mijn volgende reisbestemming.

maandag 26 januari 2009

Reis naar het einde van de wereld

W.F. Hermans,
Nooit meer slapen (Nl, 1966)

Roman, 316 pp.
26 januari 2009


Ik weet dat het schandalig is dat ik nog nooit iets van Hermans had gelezen, maar ik heb nu eenmaal Engelse literatuur gestudeerd en daar liggen al 32 jaar mijn prioriteiten. Gelukkig heb ik mij onlangs laten overhalen (door een blogger uit Schotland nota bene!) om Nooit meer slapen uit de kast te halen en dat werd tijd ook, want dit is een dijk van een boek.

Van te voren wist ik dat dit boek in de het hoge noorden van Noorwegen speelt en dat de hoofdpersoon wordt geteisterd door slapeloosheid en muggen, maar ik wist niet dat het ook heel geestig is. Aanvankelijk vond ik het eerlijk gezegd een beetje flauw. Onze jonge hoofdpersoon Alfred trekt, niet al te goed voorbereid, voor geologisch onderzoek naar Noorwegen, met een aanbeveling van zijn hoogleraar. Deze aanbeveling levert spijtig genoeg niet de voor het onderzoek essentiële luchtfoto's op, maar wel een lichtelijk Kafkaëske omzwerving, zodat Alfred uiteindelijk zonder foto's en met enige vertraging in zijn onderzoeksgebied aankomt en zijn drie Noorse metgezellen ontmoet. En daar begon het boek voor mij echt goed op gang te komen.

Alfred is vastbesloten de wetenschappelijke belofte in te lossen die zijn vader, door een fataal ongeluk op jonge leeftijd, nooit waar heeft kunnen maken. Hij gaat een briljant promotieonderzoek doen en gaat een briljant hoogleraar worden. Alles hangt nu af van de spectaculaire vondsten die hij de komende weken gaat doen, maar dat is een kwestie van goed observeren, want Alfred is een slimme wetenschapper. Dit in tegenstelling tot zijn zusje, die zo stom is om in god te geloven, maar hem wel een prachtig kompas cadeau heeft gedaan - het enige fatsoenlijke stuk uitrusting dat hij bij zich heeft.

Maar zoals dat gaat bij mensen die voor het eerst de wildernis intrekken, wordt Alfred steeds vaker en steeds harder met zijn eigen beperkingen en onwetendheid geconfronteerd. De drie Noren zijn ervaren rugzaktrekkers en bergwandelaars, Alfred is een onervaren kluns uit het platte Nederland, die het uitsluitend van zijn doorzettingsvermogen moet hebben, zo blijkt al gauw. Zelfs het dure kompas van zijn gelovige zusje helpt hem uiteindelijk niet meer. Zijn camera gaat kapot. Alfred raakt richtingloos en ziet niet meer goed. Maar hij gaat wel voor het eerst serieus nadenken over wat het leven nu echt inhoudt, wat waarheid betekent, wat de rol van de mens in het heelal is, wie hij is en wat hij wil. Zijn idee dat je alles kunt bereiken als je maar hard genoeg wil, verdampt volledig:
"Op dit moment gaat een tipje van de sluier omhoog die over het hele leven ligt: dat ik altijd en in alles weerloos, machteloos en vervangbaar als een atoom ben en dat alle bewustzijn, alle wil, hoop en vrees alleen maar manifestaties zijn van het mechanisme waarvolgens de menselijke moleculen zich bewegen in de peilloze kosmische materiedamp." (p. 227)
Op de terugreis is hij, na een barre tocht, een ander mens geworden. Geen onervaren student meer, maar een volwassen man - gedesillusioneerd, maar ook vastbesloten om door te gaan, want:
"... wat dan? Wat had ik anders moeten doen? Toch fluitist worden? Hoe zal ik er ooit achter komen? Niemand kan tweemaal op hetzelfde punt beginnen. elk experiment dat niet herhaald kan worden, is helemaal geen experiment. Niemand kan met zijn leven experimenteren. Niemand hoeft zich te verwijten dat hij in den blinde leeft." (p. 315)
Pessimistisch? Ik mag Hermans' wat illusieloze maar eerlijke visie op het leven wel, zeker als hij die zo interessant en met humor vorm geeft als in dit boek. Hij vermengt in Nooit meer slapen op sublieme wijze metafysische overdenkingen met fysiek ongemak, wetenschappelijke overpeinzingen met ironische gebeurtenissen, tragedie met komedie - net het leven zelf. Een grootse roman.

vrijdag 19 december 2008

In een zeilbootje naar IJsland en Spitsbergen

Lord Dufferin,
Letters from High Latitudes (Ier 1856)
Reisverhaal, 252 pp.


Lord Dufferin zou later niemand minder dan Gouvernor-Generaal van Canada en Onderkoning van India worden, maar in 1856 was hij nog een onbekende jonge aristocraat met een avontuurlijke inslag en een liefde voor het hoge noorden. In de zomer van dat jaar zeilt hij in een schoenertje met een veertienkoppige bemanning af naar IJsland, destijds een niet erg voor de hand liggende toeristische bestemming, met circa 60.000 inwoners, waarvan 800 in Reykjavik. Hij trekt met zijn gezelschap een stukje de binnenlanden in naar de spuitende geysirs en Thingvellir en de enige andere toerist die hij daar ontmoet is Prins Napoleon met zijn gevolg (neefje van wijlen N. Bonaparte). Dat is nog eens wat anders dan op de camping in Frankrijk de groenteboer van om de hoek tegenkomen!