
zaterdag 22 januari 2022
'Marie ai num, si sui de France'

donderdag 30 december 2021
Mijn boek van het jaar
Eigenlijk is dit boek nog lang niet aan de beurt om besproken te worden. Er is nog een hele rij romans die ik eerder heb uitgelezen en die allemaal nog op een stukje wachten, maar ik was zo enthousiast over dit boek dat ik het tot mijn favoriet van 2021 heb gebombardeerd. En dan kan ik het natuurlijk niet pas ergens in 2022 aan bod laten komen. Deze roman heeft namelijk alles: meeslepende verhaallijnen, echt menselijke personages, boeiende settings, ellende en gevaar, maar ook schoonheid en hoop en een diepgang die het niet te zwaar maakt maar het juist verheft én tot slot ook nog een prachtig einde. Kortom: een roman om niet alleen te bewonderen maar ook om van te houden
zondag 25 juli 2021
Een alternatieve vorm van reizen
In 2020 en 2021 ben ik tot nu toe nog niet verder geweest dan mijn eigen provincie en Friesland. Mensen die mij kennen als iemand die graag naar exotische verre landen reist, denken dat ik daar vast erg onder lijd. Welnee! Ik heb me te fiets op mijn eigen provincie gestort en ik heb in plaats van Tadjikistan of Oeganda of Spitsbergen twee keer een heerlijk weekje op Ameland doorgebracht.
Bovendien heb ik natuurlijk heel wat afgereisd in boeken, niet alleen naar verre landen, maar ook naar andere tijden. Zo verkeerde ik een tijdje in het Engeland van de negende eeuw tijdens de Vikinginvallen, zat ik in zeventiende-eeuws Duitsland, met de moeder van de beroemde astronoom Johannes Keppler, en ging ik in 1950 samen met de (fictieve) eerste vrouwelijke politieofficier van India op zoek naar een moordenaar.
Momenteel verblijf ik in het Maleisië van 1931 waar een mensenetende tijger de streek onveilig maakt en een losse vinger een belangrijke rol speelt. Dat boek heb ik nog niet uit, maar de eerste drie wel, dus daar vertel ik hier graag wat meer over.
En o ja, niet te vergeten: ik verkeerde ook nog een hele tijd in een allang verdwenen Gronings klooster in verband met mijn onderzoek voor de jaarlijkse middeleeuwse verhalenwedstrijd van Godijn Publishing. Tot mijn stomme verbazing ben ik met mijn verhaal in de prijzen gevallen, de prijs in dit geval zijnde publicatie in een bundel. Deze bundel, getiteld Morietur in armis, wordt op 30 oktober tijdens een middeleeuws feestje officieel gelanceerd. Het omslag ervoor zie je hierboven.
Maar dan nu verder met de drie boeken die ik eerder noemde.
zondag 16 mei 2021
Vluchtverhaal en sprookje
Zeyn Joukhadar,
The Map of Salt and Stars (Syrië 2018)
Roman, 367 pp.
Niet in het Nederlands vertaald
Verhalen zijn belangrijk. Niet alleen als tijdverdrijf en escapisme, maar ook als houvast, als herkenning en als erkenning van je eigen ervaringen. Of ze kunnen juist als venster dienen op de ervaringen van mensen in hele andere omstandigheden. Deze mooie debuutroman doet allebei.
Het lievelingsverhaal van de twaalfjarige Nour is het sprookje van het meisje Rawiya, die acht eeuwen geleden van huis wegliep en zich vermomde als jongen om leerling te worden van de beroemde kaartenmaker al-Idrisi (die trouwens een historische figuur was). Het verhaal van Rawiya werd haar altijd werd verteld door haar geliefde vader, maar nu is hij dood en heeft Nours moeder het gezin teruggebracht naar Syrië. Nour heeft haar hele leven in de VS gewoond, spreekt amper Arabisch en voelt zich verschrikkelijk ontheemd. Ze zoekt meer dan ooit troost in de middeleeuwse omzwervingen van Rawiya en al-Idrisi. Maar het is 2011, het gezin wordt uit zijn huis gebombardeerd en slaat halsoverkop en vol van angst op de vlucht naar Noord-Afrika, waar hun omzwervingen parallel beginnen te lopen met die van Rawiya en al-Idrisi.
zondag 21 juni 2020
Vikingen en Friezen

zondag 9 februari 2020
Een boom, een graf, een kerkmuur en een draak
Hollow Places:
An Unusual History of Land and Legend (GB 2019)
Geschiedenis, 426 pp.
Niet in het Nederlands beschikbaar
Dit boek begint in een weiland in het graafschap Hertfordshire in de jaren dertig van de negentiende eeuw. Victoria zit waarschijnlijk nog net niet op de troon en Charles Dickens staat op het punt om door te breken als populaire schrijver. In het weiland, op een stil landelijk plekje, is een boerenarbeider bezig een enorme eeuwenoude taxusboom te vellen. Het is een zware klus. Tot zijn verbazing ontdekt de man onder de boom een grote holte. Hij weet meteen wat voor holte dit is: het is het leger van een draak. En niet zomaar een draak, maar de draak die in de middeleeuwen werd verslagen door plaatselijke held Piers Shonks, een reus van een vent die ligt begraven in de muur van het kerkje even verderop.
woensdag 26 september 2018
Vislucht en wierook
Vissen voor de Keizer (Frankrijk 2017)
Vertaald uit het Frans door Martine Woudt.
Oorspronkelijke titel: Le bureau des jardins et des étangs
Roman, 320 pp.
De meningen zullen ongetwijfeld uiteenlopen, maar zelf vind ik besprekingen van het type samenvattinkje-meninkje tamelijk nutteloos. Het internet puilt er van uit, dus je komt ze ongetwijfeld regelmatig tegen: de blogger of Amazonklant vertelt in een stuk of drie zinnen het verhaaltje wat na en besluit met iets in de trant van "Dit is een prachtig boek" of "Don't waste your money". Hoe de lezer tot die conclusie is gekomen, wat de sterke of zwakke punten van het boek zijn, niets van dat alles. Hooguit een opmerking als "Het is geweldig geschreven" of "This is badly written". Alleen weten we dan nog steeds niks, want in wat voor opzicht is het dan slecht of geweldig geschreven? Daar denken verschillende mensen heel verschillend over; dat zijn geen absolute waarden. Zo'n bespreking is dus alleen nuttig als je bereid bent om klakkeloos op de aanraders en afraders van bepaalde lezers af te gaan. Daar is niks op tegen, maar ik wil graag zelf kunnen beslissen wat ik wel of niet de moeite waard vind, en daarvoor is het fijn als de bespreker zijn oordeel toelicht en (ook niet onbelangrijk) ruimte laat voor andere oordelen. Zo kwam het dus dat, toen Jacqueline (een van mijn favoriete boekbloggers) een tijdje terug uiteenzette waarom ze dit boek van Didier Decoin vond tegen vallen, ik daaruit afleidde dat het waarschijnlijk juist wel wat voor mij was. En dat bleek nog te kloppen ook. Dat was dus een zinnige, afgewogen bespreking, precies zoals ik ze graag lees.
maandag 12 maart 2018
Achter of naast de troon, maar vooral niet erop
She-Wolves: The Women Who
Ruled England Before Elizabeth (GB 2010)
Geschiedenis, 496 pp.
Niet in het Nederlands vertaald
In 1553 stond Engeland voor een situatie die nog nooit eerder was vertoond: de koning was dood en er waren alleen nog maar vrouwelijke erfgenamen voor handen. De enige zoon die Hendrik VIII met zoveel moeite had voortgebracht was op vijftienjarige leeftijd en na een schamele zeseneenhalf jaar op de troon alweer overleden en nu waren daar alleen nog zijn halfzusters en een aantal nichten en achternichten. En verdraaid, ineens kon er nu wel wat al die eeuwen daarvoor onmogelijk was geweest: Engeland kreeg een koningin die zelf en op eigen titel het land regeerde. Nu was die allereerste koningin geen doorslaand succes. Mary, dochter van Katharina van Aragon en fanatiek katholiek, draaide de protestantse hervormingen die haar vader en halfbroer hadden doorgevoerd zo veel mogelijk terug en verdiende dankzij de honderden die ze naar de brandstapel stuurde de bijnaam Bloody Mary. Gelukkig voor de protestanten werd ook zij niet heel oud. En toen kwam Elizabeth en dat was heel andere koek. Zij kreeg de bijnaam Gloriana. Sindsdien is troonopvolging door vrouwen geen probleem meer in Engeland.
zondag 20 augustus 2017
Verhalen voor eens en altijd
![]() |
| Koning Arthur, illustratie van N.C. Wyeth |
Vechtjas
Er is geen enkele tijdgenoot die Arthur noemt. Pas drie eeuwen later duikt er een zekere Arthur op in een Latijnse kroniek van een Welshe monnik, genaamd Nennius. Deze Arthur was een ware held, volgens Nennius: hij won 12 veldslagen tegen de Angelen en de Saksen en doodde tijdens de laatste slag eigenhandig niet minder dan 960 tegenstanders. Maar een koning was Arthur niet, in deze annalen. Nennius noemt hem 'dux bellorum' (legeraanvoerder) of 'miles' (soldaat). En het historische gehalte van de kroniek wordt door de huidige geschiedkundigen sowieso sterk in twijfel getrokken.
zondag 15 januari 2017
Zoektocht naar synthese en compleetheid
Narcissus and Goldmund (Duitsland 1930)
Roman, 286 pp.
Vertaald uit het Duits in het Engels door Ursule Molinaro
Nederlandse titel: Narziss en Goldmund
Niet dat ik nou een kenner ben, maar ik durf na drie romans van deze schrijver wel te beweren dat dit een typisch Hesse-verhaal is: een man is op zoek naar zichzelf in een net-niet-realistische maar ook niet-helemaal-mythische setting. De roman is meer parabel dan levensverhaal en ik snap heel goed dat het vooral op jongeren diepe indruk maakt. Op zoek zijn naar jezelf is iets waar je vooral dan mee bezig bent en de veelvuldige en vluchtige seks doen het op die leeftijd ook altijd uitstekend. Zelf was ik er iets minder verrukt van, alhoewel het boek zonder meer prachtig geschreven is.
Blondgelokte jongeling
Het verhaal gaat over, je raadt het al, Narcissus en Goldmund en speelt zich af in een vaag-middeleeuws Duitsland met de nodige anachronismen, die er overigens niet heel erg toe doen omdat dit geen historische roman is, maar (zoals ik al zei) een parabel. De beide hoofdpersonen komen allebei als jongeman in een klooster en bouwen daar een bijzondere band op. Narcissus is de intellectuele asceet en Goldmund een schone, blondgelokte jongeling die helemaal niet in een klooster thuis hoort - iets wat Narcissus met zijn koele, scherpe intelligentie al snel door heeft. Goldmund komt er pas achter als hij op een keer buiten het klooster een zigeunerin tegenkomt en door haar verleid wordt. Hij begrijpt dat hij bestemd is voor een leven van de zinnen en niet van de geest. Hij verlaat het klooster en trekt de wijde wereld in.
zondag 11 september 2016
Een stem die weigerde te zwijgen
Illuminations: A Novel of Hildegard von Bingen (VS 2012)
Roman, 288 pp.
Niet in het Nederlands verkrijgbaar
12 augustus 2016
Het begint met het eind. Want dat eind is typerend voor Hildegard van Bingen. Weer heeft ze haar eigen geweten gevolgd en weer is ze in conflict gekomen met de kerkelijke autoriteiten, ditmaal omdat ze een geëxcommuniceerde monnik heeft laten begraven op het kerkhof van haar klooster bij Bingen. We maken in deze roman kennis met haar op het moment dat ze als bijna tachtigjarige abdis met haar nonnen het volledige kerkhof aan het omspitten is, opdat de mannen van de bisschop van Mainz niet kunnen zien waar de monnik ligt en hem dus niet op kunnen graven. Maar na deze opmaat schakelt Sharratt terug naar Hildegards jeugd en wordt dit een chronologisch verhaal van één van de meest bijzondere vrouwen uit de middeleeuwen.
zondag 5 juli 2015
Een schelmenroman uit het jaar 1000
Wikalensis, wereldreiziger en geleerde (Nl 2001)
Roman, 534 pp.
Het is het jaar 1065, binnenkort wordt hij honderd en Hroswith van Wikala vindt het tijd dat hij zijn levensgeschiedenis op schrift stelt. Hij verduistert een bijbel uit het klooster waar hij woont, krabt bladzij voor bladzij de handgeschreven tekst van het perkament af en begint aan zijn eigen verhaal. Want die bijbel daar gelooft hij toch niks van, met als gevolg dat Genesis langzaam verdwijnt en plaats maakt voor de jeugd van Hroswith als zoon van een smid in wat nu zo ongeveer de Achterhoek is. Hij heeft niet in de gaten dat zijn geheime verrichtingen met belangstelling worden gadegeslagen door de novice Bodo, die met zijn verzorging is belast en nooit een leven buiten het klooster heeft gekend. Hroswith heeft een lezer!
Zingende ratten
En wat die Hroswith wel niet allemaal heeft meegemaakt! Een kind verwekt bij een gravin en dus op de vlucht gejaagd. Ontvoerd door brandschattende Vikingen en later door Arabische slavenhandelaren. Gewoond in Damascus en Andalusië. Vertrouweling geweest van de paus en de Duitse keizer. Talloze vreemde talen geleerd. Steeds weer op spectaculaire wijze ontsnapt uit de allergevaarlijkste situaties. Twee ratten meerstemmig het Kyrie Eleison leren zingen. De valse dageraad is, met andere woorden, een verrukkelijk schelmenroman, een avonturenverhaal met veel knipogen, dat ook nog eens de wereld van rond het jaar 1000 met al zijn kleuren en geuren en gevaren prachtig tot leven tovert.
vrijdag 10 april 2015
Een middeleeuwse toerist achterna
Reisverhaal, 236 pp.
Nederlandse titel: Reizen in de voetnoten van Ibn Batttoeta
Ibn Battoeta uit Tanger was een dertiende-eeuwse Marokkaan die in de veertiende eeuw uit pure nieuwsgierigheid en reislust zowat de hele toenmalige Islamitische wereld afreisde. Zoals de meeste middeleeuwse toeristen (christenen én moslims) had hij in zijn keuze van trekpleisters een voorliefde voor de graven van heiligen, maar het boek dat hij 20 jaar na dato schreef, vertelt ook (misschien wel vooral) over zijn ontmoetingen met de mensen in al die verre landen, en daarnaast over gebouwen, uitheemse gewoontes, vreemd eten, kortom al die zaken die ook de hedendaagse reisverhalenschrijver nog steeds graag oplepelt. De Britse Tim Mackintosh-Smith is een zeer erudiete arabist die al jaren in Jemen woont en gefascineerd is door deze reisverhalen. In 1997 besluit hij om de reizen van IB (zoals hij Ibn Battoeta's naam voor het gemak afkort) over te doen om te kijken wat er nog over is van de wereld die deze middeleeuwer beschreef.
zondag 22 februari 2015
Van heiden tot heilige
Hild (GB 2013)
Roman, 560 pp.
Niet in het Nederlands verkrijgbaar
Deze bijzondere roman speelt zich af in dezelfde wereld als het eerste hoofdstuk van Michael Pye's heerlijke geschiedenisboek The Edge of the World. De Friese handelaren die Pye daarin uitgebreid opvoert, duiken er zo nu en dan in op voor een bijrolletje, maar verder staat de vrouw centraal die uiteindelijk (buiten het tijdsbestek van deze roman) beroemd zou worden als de wijze en invloedrijke Sint Hilda, abdis van Whitby, en die later werd gezien als de beschermheilige van eruditie, cultuur en poëzie. Deze Hild werd in 614 geboren als de dochter van een heidense prins en prinses in het Angelsaksische Engeland en heeft in Griffiths portret van haar vroege leven weinig van het clichébeeld dat we tegenwoordig veelal van iemand met 'sint' voor de naam hebben. Hild heeft dus echt bestaan en één van de eerste Engelse geschiedschrijvers, de monnik Beda, wijdt een hele pagina aan haar in zijn historie van Engeland.
Het Christendom is voor Hild en haar familie een wezensvreemde en uitheemse godsdienst die ze opgelegd krijgen als hun koning zich uit politieke overwegingen laat dopen: de god van de Christus-aanhangers zou wel eens machtiger kunnen zijn dan de Wodan van zijn voorouders. In de vroege zevende eeuw was Brittannië een voortdurend van kleur verschietende lappendeken van Keltische en Angelsaksische koninkrijkjes die elkaar amper het licht in de ogen gunden, dus de gunst van een machtige god was hard nodig om te overleven. Geen koning die destijds rustig in zijn bed de laatste adem uitblies. Ze stierven op het slagveld of werden vermoord, zoals de vader van Hild, die vergiftigd werd toen zij nog in de wieg lag, zodat haar moeder met twee kleintjes moest vluchten naar een bevriend koninkrijkje. Ook daar waren ze niet veilig, totdat ze uiteindelijk terecht kwamen in de rondtrekkende huishouding van Hilds oom, koning Edwin van Northumbrië.
zondag 18 januari 2015
Hoe de rand het centrum werd
How the North Sea Made Us Who We Are (GB 2014).
Geschiedenis, 450 pp.
Nederlandse titel: Aan de rand van de wereld:
hoe de Noordzee ons vormde
Tweeduizend jaar geleden lag het zwaartepunt van Europa en omstreken rond de Middellandse Zee. Maar na de val het Westromeinse rijk en het aanbreken van de Middeleeuwen verschoof dat zwaartepunt langzaam naar het noordwesten, richting kille grijze Noordzee, waar de Romeinen voor het overgrote deel nooit echt doorgedrongen waren. Dat begon, volgens Michael Pye, met de Friese handelaren die vanaf die zee niet alleen de kusten van Noordwest-Europa afvoeren, maar dankzij hun stapelplaats Dorestad ook handel dreven ver het binnenland in, naar de landen van de Franken. En en passant deden ze iets revolutionairs:
they reinvented money. They took coins with them on their trading voyages, money for buying and selling and doing business. Other territories had run out of cash, or lived off gifts and barter, or stopped using money for anything except tax and politics, but the Frisians carried the idea of using money wherever they went. It was not at all a trivial idea. With it came ideas of the value of things and how to calculate that abstract value on paper.
zondag 13 oktober 2013
De Lonely Planet voor de middeleeuwen
Geschiedenis, 368 pp.
Niet in het Nederlands verkrijgbaar.
"The past is a foreign country - they do things differently there."
Deze beroemde openingszin van L.P. Hartleys prachtige roman The Go-between moet ongetwijfeld in het achterhoofd van Ian Mortimer hebben gezeten, toen hij ervoor koos om de geschiedenis eens van een andere kant te benaderen. In zijn boek vind je namelijk geen opsomming van gebeurtenissen of ingewikkelde statistieken en grafieken, maar een levendige en bonte gids voor de toerist die in de veertiende eeuw in Engeland terecht komt en wil weten wat hij het beste kan eten, wat hij moet dragen om niet op te vallen, hoe een typisch veertiende-eeuws dorp er uit ziet en wat voor vermaak er voor handen is.
The idea of traveling to the Middle Ages allows you to understand these people not only in terms of evidence but also in terms of their humanity, their hopes and fears, the drama of their lives. [...] Understanding the past is a matter of experience as well as knowledge, a striving to make spiritual, emotional, poetic, dramatic, and inspirational connections with our forebears. It is about our personal reactions to the challenges of living in previous centuries and earlier cultures, and our understanding of what makes one century different from another.Net zoals je een beter begrip voor je eigen land kunt krijgen door verre reizen te maken, zo kun je je inzicht in je eigen tijd vergroten door je te verdiepen in een hele andere periode. Een idee dat mij zeer aanspreekt.
zondag 6 januari 2013
Het hoge noorden en het verre westen
The Far Traveller: Voyages of a Viking Woman (VS 2007)
Geschiedenis, 265 pp.
ISBN 9780156033979, Harvest
Als puber was ik al redelijk snel uitgekeken op de geijkte meisjesboeken en damesromannetjes (saai, zoetsappig en voorspelbaar) en stapte ik resoluut over op boeken waarin avonturen werden beleefd en verre reizen werden gemaakt. Karl May vond ik het einde: avonturen, verre oorden én Indianen, wat wilde een mens nog meer. De Indianen van Karl May waren van de geromantiseerde noble savage-soort, maar op die leeftijd mag je nog dromen. Door die Indianen moet ik ook bij het jeugdboek uitgekomen zijn dat op circa dertienjarige leeftijd zo'n indruk op mij maakte. Titel of auteur kan ik me met geen mogelijkheid meer herinneren, details zijn ook volledig weggezakt, maar de hoofdmoot weet ik nog heel goed: in het Canada van de achttiende eeuw wordt een Indianenstam ontdekt met onder meer leden die er uitzien alsof ze van blanke afkomst zijn, terwijl ze toch al sinds mensenheugenis deel uitmaken van de stam. Raadsel! Het mysterie wordt opgelost door vele eeuwen terug in de geschiedenis en ver naar het hoge Noorden te gaan.
zondag 4 november 2012
Van het klooster via de kathedraal naar het paleis
The Age of the Cathedrals: Art and Society, 980-1420 (Frankrijk 1967).
Vertaald uit het Frans door Eleanor Levieux en Barbara Thompson
Geschiedenis, 306 pp.
Dit is het soort geschiedenisboek waar ik erg van houd. Het vertelt niet het verhaal van koningen en veldslagen, maar van ideeën en de invloed daarvan op de samenleving en vooral op de cultuur en de kunst. Het geeft geen aaneenrijging losse feitjes, maar schetst ontwikkelingen en verbanden, waardoor je als lezer niet alleen kennis opdoet maar ook inzicht verkrijgt. Ik houd daarvan, omdat ik na het lezen van zo'n boek weer een heel klein beetje begrijp beter hoe het nu bijvoorbeeld precies kwam dat de beeldende kunst in de loop van de middeleeuwen steeds minder theologische ideeën uit ging beelden en steeds meer concrete mensen en dingen; of hoe de natuur en de dieren steeds minder als allegorieën voor Christelijke (on)deugden werden gezien en steeds meer als objecten om lief te hebben. The Age of the Cathedrals is aan de andere kant ook een complex boek met een zeer dichte ideeën- en informatiedichtheid, waardoor ik erg lang over heb gedaan; maar dat geeft niet.
Want wat een interessante en dynamische periode beslaat dit boek. De handel kwam na eeuwen van relatieve stagnatie weer goed op gang, waardoor de steden gingen bloeien, waardoor er geld kwam voor de grote Gotische kathedralen, waardoor de kathedralen scholen kregen die uitgroeiden tot universiteiten en waardoor het intellectuele leven, dat zich vele eeuwen lang alleen in de kloostergemeenschappen had afgespeeld, zich uiteindelijk heel voorzichtig verplaatste zich naar de leken. De opdrachtgevers in de kunst veranderden van abten naar bisschoppen naar prinsen naar de nieuwe klasse van rijke kooplieden, wat grote gevolgen had voor de smaak die deze kunst beïnvloedde en dus voor de kunst zelf.
vrijdag 11 mei 2012
Waar bleef de Antichrist?
and the Forging of Christendom (GB 2008)
Geschiedenis, 512 pp.
Nederlandse titel: De gang naar Canossa:
de westerse revolutie rond het jaar 1000
Kan iemand zich nog herinneren dat vlak vóór het uitbreken van het jaar 2000 de halve wereld in paniek verkeerde over de Y2K-bug? Het jaar 2000 brak aan en er gebeurde niks. Geen enkel computersysteem ging plat en de wereld draaide gewoon door. Tamelijk gênant en iets wat we zo gauw mogelijk vergeten hebben. Vlak vóór het jaar 1000 was er een soortgelijke paniek, maar dan een graadje erger. In de Openbaringen van Johannes stond immers dat duizend jaar na Jezus de Antichrist zou verschijnen en een gruwelijke chaos over de wereld zou ontketenen. Bisschop en kerkvader Augustinus van Hippo had weliswaar in de vierde eeuw al verkondigd dat we die 1000 jaar van Johannes vooral niet letterlijk moesten nemen, maar daar hadden de populistische onheilsprofeten geen boodschap aan.
Toen 999 overging in 1000 en de Antichrist nergens te bekennen was, realiseerde men zich dat er een domme rekenfout was gemaakt. Maar natuurlijk! Je moest niet vanaf de geboorte van Jezus tellen, maar vanaf zijn opstanding! 1033 werd het nieuwe jaar 1000. Maar ook in dat jaar bleef de Antichrist schitteren door aanwezigheid en verging de wereld niet. Wat Tom Holland in dit boek doet, is die wereld schilderen. Zijn schilderij is grotendeels traditioneel: het gaat over prinsen en pausen, keizers en kastelen. De sociaal-economische geschiedenis komt niet aan bod, en de culturele ook niet. Maar ondanks deze beperking is het canvas enorm. Het strekt zich uit van de Angelsaksen tot de Byzantijnen en van Scandinavië tot Sicilië. En dankzij Hollands energieke schrijfstijl en vlotte verteltrant barst het van het leven.
donderdag 12 januari 2012
Even op en neer naar Rome, 800 jaar geleden
Geschiedenis, 496 pp.
In Rome ben je tegenwoordig in een oogwenk, zelfs vanuit het ont-zet-tend verre Groningse platteland. Een paar uur in de trein naar Schiphol, even in het vliegtuig, en presto: 's middags kun je al aan de espresso zitten bij de Trevifontein of naar de paus wuiven. Heel normaal, maar we staan er zelden bij stil hoe bijzonder dat is; dat nog niet zo lang geleden een reis naar Rome in etappes van 30 à 35 kilometer per dag plaats vond en dat je maanden onderweg was, of je nu te voet of te paard reisde.
Een tripje van acht maanden
In het jaar 1211, toen de Groninger Ommelanden nog deel van Friesland uitmaakten, kreeg Emo, de abt van het kersverse kloostertje in Wittewierum, een conflict met een plaatselijke edelman en diens beschermheer de Bisschop van Münster. Zij hadden hem het kerkje afgenomen dat geheel rechtsgeldig aan zijn klooster was geschonken. Voor Emo, een erudiete en bereisde Fries die in Oxford, Parijs en Orléans had gestudeerd, zat er toen niets anders op dan het hogerop te zoeken en gerechtigheid te vragen bij de paus. Samen met een goede vriend vertrok hij op 9 november 1211 vanuit zijn klooster naar het zuiden. Geen al te geschikte tijd, want het betekende dat hij middenin de winter een ijselijke en hachelijke doorkruising van de Alpen moest ondernemen, maar er was haast bij en Emo wilde geen tijd verliezen. De reis zou uiteindelijk goed aflopen, maar het zou tot juli volgend jaar duren voordat het tweetal weer thuis was.


