Posts tonen met het label Denemarken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Denemarken. Alle posts tonen

zondag 14 april 2019

Sneeuwklokjes

Jens Christian Grøndahl,
Indian Summer (Denemarken 1994)
Roman, 173 pp.
Oorspronkelijke titel: Indian Summer
Vertaald uit het Deens door Gerard Cruys


Er staan zoveel boeken op mijn e-reader (vele honderden) dat ik niet eens precies weet wat er allemaal op staat, laat staan hoe ik daar ooit aangekomen ben. Het leuke is wel dat je dan zo nu en dan verrast wordt door je eigen collectie. Al bladerend ontdekte ik dit boek van een schrijver die ik nog helemaal niet kende. Het boek zei me nul komma niks en ik kon me zelfs niet herinneren dat ik het ooit had aangeschaft naar aanleiding van een aanbeveling van een medeblogger of een recensie in de krant. Na wat gepluis bleek dat ik het helemaal niet aangeschaft had, maar in 2012 gekregen had van een collega. Ik begon dus volkomen blanco aan Indian Summer. Eén ding was meteen duidelijk: Grøndahl schrijft literatuur. Het draait bij hem niet om een lekkere plot, maar om relaties en gevoelens en analyses, en een indrukwekkende stijl. Neem bijvoorbeeld deze zin op één van de eerste bladzijden: "ik kon niet uitmaken of de begrafenis in gewijde aarde een vertraagde wraakneming was of alweer een bewijs dat de conventie je altijd de loef afsteekt op die zeer moeilijke momenten dat het moeizaam vergaarde vocabularium van de persoonlijkheid opraakt en je naar vaste grond onder je voeten zoekt in de plotselinge, duizelingwekkende stomheid."

zaterdag 22 juni 2013

Flessenpost van P

Jussi Adler-Olsen,
De noodkreet in de fles (Denemarken 2009)
Roman, 504 pp.
Uit het Deens vertaald door Kor de Vries
15 juni 2013


Tot nu toe liep ik niet al te warm voor de Scandinavische krimi's. De Zweedse Henning Mankell en de IJslandse Arnaldur Indridarsun vond ik te deprimerend, de eveneens Zweedse Stieg Larson te gewelddadig en sadistisch. Henning Mankell heb ik zelfs nog eens in de tv-versie geprobeerd, maar daar schoot ik helemaal van in de dip. Wat een treurnis allemaal. De laatste tijd kreeg ik echter van een paar kanten tegelijk de Deense Jussi Alder-Olsen aangeraden, en in een grootmoedige bui besloot ik om de Scandi-krimi nog een kans te geven.

Mijn correspondent in het Limburgse, Leon Frederix, was enthousiast over De noodkreet in de fles en bood aan om een gastbespreking te schrijven. Zelf leek het me wel leuk om eens met een duobespreking te experimenteren en zo kwam het dat ik onlangs begon aan De noodkreet in de fles. De premisse is een tikje ongeloofwaardig: twee jongens worden gevangen gehouden in een boothuis, één daarvan lukt het om met behulp van een houtspaander en zijn eigen bloed een noodkreet te schrijven, die in een fles te verzegelen en de fles in het water te gooien, vlak voordat de ontvoerder kan ingrijpen. De fles met noodkreet spoelt uiteindelijk aan ergens in Schotland, komt op een afgelegen politiebureau terecht waar het ding wordt vergeten, maar belandt na een paar jaar uiteindelijk toch waar hij hoort: bij de afdeling onopgeloste zaken (Afdeling Q) van de Kopenhaagse recherche.

dinsdag 28 februari 2012

De grens tussen pesten en iets veel ergers

Christian Jungersen,
The Exception (Denemarken 2004)
Roman, 576 pp.
vertaald uit het Deens door Anna Peterson



Genocide en gekissebis op kantoor: wat hebben die twee met elkaar te maken? Op het eerste gezicht niets, maar in deze originele en soms huiveringwekkende roman van de Deense schrijver Christian Jungersen worden ze op succesvolle wijze met elkaar verweven. Plaats van handeling is het kantoortje van het Deense Centrum voor Genocide Informatie (DCGI) in Kopenhagen. Het wordt geleid door een directeur die vooral buiten de deur aan het lobbyen is, en er zitten vier hoogopgeleide en bevlogen medewerksters, Iben, Malene, Anne-Lise en Camilla.

Oorlogsmisdadiger
Op een dag ontvangen Iben en Malene elk een anonieme e-mail waarin ze met de dood bedreigd worden. De angst slaat meteen toe, want deze twee hebben net een onthullend artikel gepubliceerd over een sadistische Servische oorlogsmisdadiger met onbekende verblijfsplaats en mafiaconnecties. De secretaresse, Camilla, ontvangt even later een soortgelijke e-mail, maar de documentaliste (Anne-Lise) krijgt niks toegezonden en wordt daarmee automatisch verdacht voor de drie anderen, die inmiddels tamelijk paranoïde aan het worden zijn. Is hun collega een niet te vertrouwen sadiste? Of zijn zij het juist die haar al tijden het bloed onder de nagels vandaan halen?