Posts tonen met het label reisverslag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label reisverslag. Alle posts tonen

maandag 10 juni 2019

Japan: kogeltreinen en zenmaaltijden

Japan is een land met prachtige oude schrijnen en tempels, maar ook met elektrische wc's voorzien van een uitgebreid bedieningspaneel. Het is het land van überhippe jongeren, en van meisjes in beeldschone kimono's. Van flitsende hoogbouw en van sprookjesachtig mooie tuinen. Van  razendsnelle kogel-treinen die met militaire precisie op tijd rijden en van traditionele tempelherbergen waar je oog- en tongstrelende veganistische zenmaaltijden krijgt. Én het is het land van mensen die wellevendheid zozeer tot kunst verheven hebben, dat je je bij terugkeer in Nederland rot schaamt voor het botte gedrag dat hier de norm is. Kortom: een fantastisch land waar ik maar niet uitgekeken raakte. Reisgegevens

Periode:  mei 2019
Soort reis:  wandel- en cultuurrondreis
Organisatie: SNP
Accommodatie: stadshotels en enkele traditionele herbergen
Bezocht: Tokio, Nikko, Fujisan, Magome, Kioto, Koyasan, Hiroshima, Matsuyama, het eiland Shikoku, Osaka
Weer: aangenaam tot behoorlijk warm, met een paar keer regen
Het gouden paviljoen in de tuinen van de Kinkaku Tempel vlakbij Kioto
(onderwerp van Yukio Mishima's klassieke roman
The Temple of the Golden Pavilion)

donderdag 10 mei 2018

Ethiopië: geen gewoon Afrikaans land

Jammer dat iedereen bij de naam Ethiopië meteen aan hongersnood en burgeroorlog denkt. Niet dat het nu een welvarend land is (integendeel, het is straatarm), maar het is er al weer jaren redelijk veilig en de tijd dat mensen massaal verhongerden is gelukkig ook voorbij. In plaats daarvan heb je een land met prachtige bergen en een stokoude cultuur die je gerust uniek kunt noemen. Wist je bijvoorbeeld dat Ethiopië nooit gekolonialiseerd is geweest en dat het al eeuwen christelijk was, toen wij nog bekeerd moesten worden?  Reisgegevens

Periode:  april/mei 2018
Soort reis:  georganiseerde rondreis
Organisatie:  Rosetta Reizen
Accommodatie: kleinschalige hotels
Bezocht: Addis Abeba, Debre Markos, Bahir Dar, Gondar, Debark, Aksum, Mekele, Lalibela
Weer: aangenaam warm (zelden tè), enkele minieme buitjes
Vrouwen in het plaatsje Yeha, waar we een tempel uit 800 v. Chr. bezochten.

zondag 28 mei 2017

Iran: een warm welkom

"Welcome to our country!" Zo werden we overal begroet, vaak door mensen die verder amper Engels spraken, maar ons toch wilden laten weten dat ze het fijn vonden dat we er waren.

Iran heeft een slecht imago in de westerse wereld en ik zou er nooit willen wonen vanwege het gebrek aan democratie en vrijheid, maar ik ben heel blij dat ik een paar weken lang heb mogen genieten van de indrukwekkende oude cultuur, de schitterende bergen en de allervriendelijkste mensen.

Dit is overigens geen uitputtend en volledig verslag van mijn reis, maar eerder een grabbelton van de hoogtepunten die me zijn bijgebleven of waar ik leuke foto's van had (klik op een foto voor vergroting).

vrijdag 29 april 2016

Bhutan: een sereen bergstaatje in de Himalaya

Ik wist dat Bhutan een bijzonder land was, maar niet dat het zo bijzonder was. De beste manier om het land binnen te treden is vanuit het zuiden, via India. Het ene moment zit je nog in een bonte chaos, met vuilnisbelten op straat waar geiten op lege chipszakjes kauwen, waar van alle kanten geclaxonneerd wordt, waar de visuele en auditieve overload zowel fascinerend als gekmakend is - en het volgende moment sta je voor een oriëntaalse poort, moet je uit je auto stappen, door moderne veiligheidspoortjes lopen waar alle rode lichtjes afgaan, terwijl de enige reactie bestaat uit een vriendelijke glimlach van het Bhutanese gezin dat aan tafel een spelletje zit te doen. Je hoeft niet eens je paspoort te laten zien. Het volgende moment ben je in Bhutan. De architectuur is volstrekt anders, de chaos is op mysterieuze wijze weggesmolten, de mensen zijn sereen, dragen heel andere kleding, de vlakte achter je is plotseling overgegaan in een berglandschap. Je bent van het ene moment op het andere in een volstrekt andere wereld. Ik trad het land binnen en was verkocht. Reisgegevens

Periode:  april 2016.
Soort reis:  culturele rondreis van Oost- naar West-Bhutan.
Organisatie:  Dimsum Reizen.
Accommodatie: hotels, plus één overnachting op een boerderij (aanrader).
Bezocht: Trashigang, Mongar, Bumthang, Dromkar Festival, Tromsa, Punakha, Thimphu, Paro, Haa Vallei.
Weer: meestal aangenaam lenteweer maar soms ook behoorlijk frisjes (afhankelijk van de hoogte ); zo nu en dan een enkel buitje.

woensdag 19 augustus 2015

Armenië: bergen en kloosters

Het kleine Armenië is niet bepaald een bekende toeristentrekpleister. De meeste mensen weten niet eens goed waar het ligt ("ergens in het Oostblok ofzo?"), laat staan dat het prachtige bergen, ongelooflijk oude kloosters, een rijke en veelbewogen geschiedenis, gastvrije mensen, verrukkelijk eten en heerlijke wijnen heeft te bieden. Wellicht dat oplettende Nederlanders opgepikt hebben dat er precies honderd jaar geleden een genocide op het Armeense volk door de Turken plaats vond, maar waarschijnlijk is dat het wel. Jammer, want het is een ontzettend fijn vakantieland. Reisgegevens

Periode:  1 t/m 16 augustus 2015
Soort reis:  wandelreis met korte trektocht
Organisatie:  SNP i.s.m. Seven Springs Tour
Accommodatie: hotel(letje)s, bij mensen thuis, tenten
Bezocht: Jerevan, Vanadzor, het Sevanmeer, Sisian, Tatev, het Uchtasargebergte, Djermuk, Garni
Weer: zeer droog, zeer zonnig en zeer warm (in Jerevan soms boven de 40 C)), maar in de bergen koeler ('s nachts tot rond het vriespunt)
Ikonisch beeld: een oud klooster met op de achtergrond de Ararat, de voor de Armeniërs heilige berg die
 van oudsher deel van Armenië uitmaakte, maar nu tot intens verdriet van de Armeniërs in Turkije ligt.

zaterdag 9 augustus 2014

Oeganda: aapjes kijken

Het is doodzonde dat iedereen bij de naam Oeganda meteen denkt aan de krankzinnige dictator Idi Amin of aan vechtende rebellen. Idi Amin is al lang dood en de binnenlandse situatie is al jaren stabiel. Net zo jammer is het dat de meeste mensen heel Afrika over één kam scheren en denken dat het gehele continent geteisterd wordt door burgeroorlog en ebola. Oeganda is anno nu (augustus 2014) een veilig en ebolavrij land en er is (behalve voor homo's en lesbiënnes helaas) geen enkel beletsel om dit land te bezoeken, dat niet voor niks als bijnaam de Parel van Afrika heeft. Het heeft een overweldigende hoeveelheid natuurschoon, hele leuke mensen en is samen met Rwanda en Congo het enige land ter wereld waar berggorilla's leven. Er zijn nog maar ongeveer 800 van deze zeldzame dieren en ik heb een paar daarvan op enkele meters afstand in het wild gezien. Maar het land heeft nog veel meer te bieden. Reisgegevens

Periode:  juli/augustus 2014.
Soort reis:  natuurrondreis.
Organisatie:  Habari Travel (van harte aanbevolen; kijk voor meer info onderaan op deze pagina).
Accommodatie: eenvoudige, maar smaakvol ingerichte en fraai gelegen lodges.
Bezocht: Entebbe, Murchinson Falls NP, Kibale Forest NP, Queen Elizabeth NP, Lake Bunyoni, Bwindi NP, Kisoro, Lake Mburo NP.
Weer: aangenaam warm (rond de 25º C), met een enkele keer een bui.

zondag 8 december 2013

Canada: van regenwoud naar Rockies

Op het eerste gezicht doet Canada sterk aan de VS denken, maar op het tweede gezicht zijn er ook belangrijke verschillen, tenminste voor de wandelaar in Zuidwest-Canada, waar ik ben geweest. De mensen zijn er namelijk waanzinnig sportief. Waar we destijds in de Amerikaanse Rockies meestal al na een kilometer wandelpad geen hond meer tegen kwamen, werden we hier voortdurend voorbij gedenderd door hele gezinnen met volle bepakking, die ergens in de rimboe gingen kamperen. Onwaarschijnlijke dikke mensen zie je er amper. Het is een echt buitensportwalhalla. Reisgegevens

Periode: augustus 2013
Soort reis: georganiseerde wandelreis
Organisatie: SNP
Accommodatie: tenten, berghutten, jeugdherbergen
Bezocht: Vancouver, Bamfield (Vancouver Island), Whistler, Wells Gray NP, Jasper, Lake Louise, Banff
Weer: vergelijkbaar met Nederland.

Het vissersplaatsje Bamfield, op Vancouver Island.

woensdag 15 augustus 2012

Tibet: monniken en paarden

Aanvankelijk had ik een reis geboekt die naar Lhasa en omgeving ging, maar een tijdje vóór vertrek gooiden de Chinese autoriteiten ineens zonder tekst en uitleg de grenzen van de Tibetaanse Autonome Regio (TAR) dicht voor buitenlanders. Na enkele weken gingen ze, alweer zonder tekst en uitleg, wel weer min of meer open, maar de situatie bleef zo onzeker dat mijn reis door de reisorganisatie geannulleerd werd. Wat nu? Gelukkig bleek er een heel goed alternatief te zijn, te weten de regio Amdo in Oost-Tibet. Niet gelegen in de TAR, dus geen speciale inreisvergunning nodig, maar wel echt Tibetaans, want de Dalai Lama komt er vandaan, dus wat wil je nog meer?  Reisgegevens

Periode: juli-augustus 2012
Soort reis: georganiseerde rondreis
Organisatie: Dimsum Reizen
Accommodatie: eenvoudige hotelletjes
Bezocht: Chengdu, Xining, Taersi, Xiahe, Langmusi, Henan, Guide, Tongren
Weer: over het algemeen goed, met zo nu en dan regen; in Chengdu zeer heet en vochtig.
Dansende monniken

Onze reis staat in het teken van de festivals: een kloosterfestival, een paardenfestival en een sjamanenfestival. Het is in Tibet tot op het laatste moment altijd een beetje onduidelijk of en zo ja, wanneer en waar precies, die festivals doorgaan, maar we maken ze uiteindelijk allemaal mee en wat een ervaring is dat! In Taersi zien we de monniken dansen in kleurige kostuums en met indrukwekkende maskers op één van de binnenplaatsen van het enorme Kumbumkloostercomplex. Fascinerend, vooral de muziek van trommels, cimbalen en bekkens: ritmisch maar niet echt  opzwepend want te langzaam; zonder duidelijke melodie maar ook weer niet toonloos. Het beste woord is waarschijnlijk 'mysterieus' of 'hypnotiserend'. De dansen zijn weliswaar ceremonieel, maar komen ook weer niet al te plechtig over, de kostuums zijn schitterend kleurrijk. De betekenis en de symboliek van een en ander ontgaat ons helaas  (onze Tibetaanse gids weet het ook niet of zijn Engels is te slecht om het uit te leggen), maar zelfs zonder die kennis is het een prachtig schouwspel.

Dansende monniken tijdens het festival in het Kumbumklooster
Paardenfestivals

Op onze volgende bestemming, in de buurt van Xiahe, zou een paardenfestival plaats vinden. En warempel, ergens in the middle of nowhere in de graslanden zijn honderden Tibetanen (vooral mannen met brommers) samengestroomd met hun mooiste tenten voor de paardenraces. De paarden worden van te voren gezegend door ze met de klok mee rond een geïmproviseerd wierookheiligdommetje te leiden. De rotjes die daarbij worden afgestoken vallen niet bij alle paarden in even goede aarde, maar er zijn ook beesten die er tamelijk stoïcijns onder blijven. Er wordt op een schelphoorn geblazen en er werden honderden papiertjes met zogenaamde windpaarden erop de lucht ingegooid om de goden gunstig te stemmen. In de tenten wordt intussen lekker gegeten en wij hebben de gelegenheid rond te kijken en mensen te ontmoeten.

De paarden worden gezegend op het paardenfestival in de buurt van Xiahe.

Ongeveer een week later zijn we in een plaatsje (Henan) waar een nog veel groter paardenfestival wordt gehouden. Het festival zelf zal plaats vinden als wij al weer weg zijn, maar de vooravond maken we wel mee en daar is nog veel meer te zien dan op het paardenfestival van Xiahe: grote hoeveelheden fraaie tenten, zowel Tibetaanse als Mongoolse, prachtig klaargemaakt eten, schitterend uitgedoste mensen. Omdat Westerse toeristen schaars zijn in Oost-Tibet worden we overal enthousiast binnen genood en gaat iedereen vol trots voor onze camera's poseren.

Een eindje verderop is het weiland waar de volgende dag de races gehouden worden en waar de mannen (de vrouwen hebben het te druk met eten klaarmaken ... zucht) bezig zijn de paarden in te rijden. Er lopen zelfs een paar monniken rond, die dit festival duidelijk ook erg interessant vinden.

Feestmaal in een tent op het paardenfestival van Henan.

Sjamanen

Het sjamanenfestival van Tongren, dat we bijwonen in de laatste week  dat we hier zijn, schijnt uniek te zijn in Tibet, want het stamt nog uit de langvervlogen tijd voordat het Boeddhisme werd ingevoerd (dat wil zeggen, van vóór de achtste eeuw). Er komen geen monniken aan te pas en de hoofdrollen zijn voor twee in trance verkerende sjamanen en voor de mensen uit de omgeving. Een grote groep bijzonder aangeklede mannen, van kleine jongetjes tot oude mannen, danst op langzame trommelmuziek op de binnenplaats van een klooster en brengt offers aan de plaatselijke berggod (als ik het tenminste goed heb begrepen). Voor de oudste sjamaan is het een beetje oppassen, want hij geeft iedereen die te dicht in zijn buurt komt een harde duw (ook nietsvermoedende omstanders), maar daar kijken we hem niet op aan, want het komt natuurlijk door de trance.

De mannen van Tongren tijdens het sjamanenfestival daar.


En dan verschijnen er plotseling wonderbaarlijk mooi uitgedoste meisjes in het kloostercomplex. Zij zullen straks ook meedoen aan de dansen en de rituelen, maar je vraagt je af hoe ze met de loodzware kralen aan hun slapen (en nee, ze zijn niet van plastic; ik heb gevoeld) en de minstens even loodzware sieraden aan het haar op hun rug nog kunnen bewegen. Meerdere van de meisjes hebben een pijnlijke blik op het gezicht en je ontkomt niet aan de indruk dat de mannen het een stuk leuker hebben met hun veel grotere bewegingsvrijheid. Er wordt even later inderdaad gedanst door de meisjes, maar gezien hun loodzware uitdossing bestaat het dansen uitsluitend uit langzaam voortschrijden en voorzichtig om de as draaien. Een heel bijzonder gezicht is het wel en ik blijf maar foto's maken.

De meisjes van Tongren maken zich klaar voor de dansen op het sjamanenfestival.

Levende kloostercultuur

Oost-Tibet heeft niet de spectaculair hoge bergtoppen van Centraal-Tibet, maar voor Nederlanders is het verblijf op hoogtes tussen de 2.500 en 3.500 meter  al bijzonder genoeg, en de graslanden, met hun kleurrijke nomaden, zijn ook erg mooi. Veel kloosters in dit gebied die tijdens de Culturele Revolutie werden vernietigd zijn weer in al hun glorie opgebouwd en er zijn zelfs klooster die de vernielingen overleefd hebben. Er wonen niet meer de enorme aantallen monniken van vroeger, maar kloosters als die van Kumbum en Labrang zijn nog steeds indrukwekkend groot en de kloostercultuur is springlevend. Het voornaamste verschil met vroeger is dat de monniken nu allemaal een mobieltje hebben en dat je niet vreemd op moet kijken als een meneer in een rode pij de dansen op een kloosterfestival staat te filmen met zijn iPhone.

Het klooster van Da Cang Lang in Langmusi.

vrijdag 15 april 2011

Nepal: door rododendronwouden de Annapurna rond

Al jaren wilde ik een trektocht in Nepal maken, maar dat kan vanwege de natte moesson niet in de maanden juli en augustus - de enige periode dat het op mijn werk relatief rustig is. Begin 2011 heb ik echter de knoop doorgehakt en toch maar besloten een korte reis in het voorjaar te doen. Wachten tot ik ooit met pensioen mag, leek me geen optie. Wie weet moet je straks wel doorwerken tot je er bij neervalt. En zo maakte ik in he voorjaar van 2011 een schitterende trektocht in de buurt van de Annapurna en de Macchapuchhare, voor het overgrote deel langs een route waar op dat moment nog maar heel weinig toeristen kwamen. Reisgegevens

Periode: maart-april 2011
Soort reis: trektocht door het hooggebergte
Organisatie: Sawadee
Accommodatie: hotels in Kathmandu en Pokhara; eenvoudige berghutten op de trektocht
Bezocht: Kathmandu, Pokhara; gebied rond Annapurna en Dhaulagiri Massief
Weer: lekker warm in Kathmandu en Pokhara; in de bergen aangenaam wandelweer, maar later op de middag wel steeds neerslag (ongewoon voor de tijd van het jaar) en koude nachten (soms met vorst).
De Machhapucchare (Fish Tail) bij zonsopkomst
Heilige bergen 

Hoewel ik gezien mijn naam al heel lang geïntrigeerd ben door de Annapurna (ik heb altijd een beetje een gevoel van verwantschap gehad), werd de Macchapuchhare (spreek uit Mátsjapóetsjre) onmiddellijk mijn lievelingsberg. Het is namelijk de oerberg zoals elk kind die graag tekent, met een overduidelijke spitse top en dan ook nog eens met twee punten. Hij is op 7 meter na 7 kilometer hoog en heilig, want gewijd aan de god Shiva en mag daarom niet beklommen worden. Ook dat laatste spreekt me aan. Waarom moet een berg altijd maar 'bedwongen' worden? Laat hem met rust en bewonder hem op gepaste afstand, zou ik zeggen. De Annapurna (ruim 8 kilometer hoog) mag wel beklommen worden, maar is volgens Wikipedia de gevaarlijkste berg ter wereld, als je de verhouding fatale ongelukken afzet tegen het aantal beklimmingen naar de top. Wij kwamen tijdens deze reis niet hoger dan ruim 3600 m. en hebben vooral vol bewondering gekeken naar die hoge toppen om ons heen.

De rododendronbomen zijn net begonnen te bloeien
Bloeiende rododendronbomen

Mijn motivatie om in het voorjaar te gaan en niet in het najaar werd vooral ingegeven door de rododendrons die eind maart beginnen te bloeien. Ik ben dol op rodo's, en hele bossen vol daarmee ... dat wou ik graag zien. De eerste wandeldag ontwaarden we slechts één bloeiende rododendronboom, en omdat dat onze eerste was, raakten we onmiddellijk een beetje overstuur van al die rode bloesems. Daarna kwamen er steeds meer, ook in het dieproze, maar het bleef een oogstrelend gezicht. Verder bloeiden nog allerlei andere bomen en struiken, waarvan één over een grote afstand een verrukkelijke geur verspreidde - alsof je door een heel exquise parfum wandelde, eentje waar geen Chanel tegen op kan. De bossen op deze berghellingen zijn sowieso prachtig weelderig. Zo nu en dan liepen we in de mist en dat maakte ze alleen maar sfeervoller en mysterieuzer.
Ezelkaravaan op trappenpad
Het begin en het eind van de tocht ging over een veel belopen route en bestond uit ruwe trappen: dat is zonder meer fijn met dalen, maar het stijgen werd er wel stukken zwaarder van. Ik ben met mijn hardloopconditie verzot op naar boven lopen, maar dit was op den duur toch wel flink afzien. De rest van de trektocht gingen we gelukkig door een veel afgelegener gebied en daar hadden we gewone, goed begaanbare berg- en bospaadjes, waar het wandelen één groot genot was. De beloofde apen hebben we onderweg geen enkele keer kunnen ontdekken, maar vooruit: daar waren we in Kathmandu al op getrakteerd in de apentempel, een groot tempelcomplex hoog op een heuvel, met een boeddhistische stoepa, tempels, gebedsvlaggetjes én apen (hieronder).

De apentempel in Kathmandu (Swayambunath Stoepa)
Kathmandu

De hoofdstad van Nepal is rommelig, lawaaierig en chaotisch, maar ook kleurrijk, fascinerend en exotisch. Naast afbrokkelende huizen, stoepen vol gaten en straten zonder verlichting tref je er prachtige tempels aan en is er Durbar Square, het eeuwenoude Koningsplein met zijn pagodes en andere bezienswaardigheden - van heilige mannen, monniken met mondkapjes en een levendegodin tot beschilderde fietstaxi's. Boeddhisme en Hindoeïsme lopen aangenaam door elkaar heen, wat een deel van de charme van de stad is.
Links: heilige mannen (sadhu's). Rechts één van de ontelbare fraaie  fietstaxi's

vrijdag 30 juli 2010

Spitsbergen: ijsberen, ijsbergen en stilte

Spitsbergen is een droombestemming, MAAR alleen voor zonderlingen die geen problemen hebben met temperaturen van even boven het vriespunt, zeer geïnteresseerd zijn in wilde dieren, vogels fantastisch vinden, gefascineerd zijn door minimalistische landschappen en een flexibele instelling hebben. Ga niet op een gewone cruise, want dan zie je zo goed als niks, maar op een expeditiecruise, waarbij je dagelijks van boord gaat met zodiaks en zo vaak mogelijk wandelingen maakt. Aan wal gaan is niet altijd mogelijk: niet als er een ijsbeer in de buurt is, en ook niet als het mistig is, want dan zie je de ijsberen niet aankomen. Er moet altijd iemand met een geweer mee, en je mag tijdens de wandeling niet in je eentje afdwalen. Berespannend. Reisgegevens

Periode: juli 2010
Soort reis: natuurrondreis per expeditieschip
Organisatie: Sawadee (voor het boeken) en Quark Expeditions (voor de reis zelf)
Accommodatie: hut op schip en hotel in Longyearbyen
Bezocht: Longyearbyen, Ny Alesund, Straat van Hinlopen, Nordaustlandet, diverse fjorden aan (voornamelijk) de westkust.
Weer: in de zomer rond de 5 C, met 24 uur per dag licht; nauwelijks regen, veel mistbanken.
Sprookjesachtige schoonheid in de Straat van Hinlopen
Minimalisme

Het natuurschoon op Spitsbergen is zowel minimalistisch als overweldigend en heeft soms iets onwerkelijks. Vanaf het schip zie je op een bewolkte dag of in een mistbank nauwelijks kleuren, alleen het wit van de bergtoppen en gletschers en het grijs van de toendra en de zee. Als de zon doorbreekt komt daar plotseling een hele hoop blauw bij. IJkpunten waarmee je de menselijke schaal kunt vaststellen zijn er nauwelijks - slechts zo nu en dan een hutje van de Sysselman, een soort gouverneur die namens Noorwegen de eilandengroep bestuurt. Maar eenmaal aan wal, op de toendra, komt het landschap uitbundig tot leven, niet alleen met dieren, maar ook met massa´s kleine paarse, roze, rode, gele en witte bloemetjes.

Eén van de ontelbare toendrabloemetjes
Weerpraatje

Geen strandweer voor de Spitsbergenganger. Helemaal in het noorden (we zijn tot boven de 80°noorderbreedte gevaren) was het iets boven nul, in het zuiden liep de temperatuur op tot rond de 7° C. Toch viel de kou me mee: we hadden weinig wind en de luchtvochtigheid was laag. Wel voeren we regelmatig een mistbank in, waardoor het uitzicht op het landschap ineens verdween. Aan de andere kant zorgden juist hele kleine plaatselijke mistbankjes voor ongekend mooie effecten, zoals hieronder bij de Monacogletscher.
Bij de Monacogletscher, waar we drie witte dolfijnen zagen.

IJsberg met drieteenmeeuwen en daarachter, in de mist, ons schip.


IJsberen

De eerste ijsbeer had ik zo over het hoofd gezien. Die gelige vlek tussen de rotsen? Dat was een ijsbeer? Jazeker, en die lag daar in de energiespaarstand. IJsberen hebben 's zomers nauwelijks voedsel, dus moeten ze net zo lang op hun vet teren totdat de winter aanbreekt en er weer robben onder het ijs verschijnen. Dat winterzeeijs is trouwens een probleem, want er komt elk jaar steeds minder van. Is dat erg dan? Ja, want aan de onderkant ervan groeit een weelderige algentuin, die de vissen en de schelpdieren voedt, die de robben voeden, die de ijsberen voeden. Geen algen, geen eten voor de ijsberen. Meer weten over de overlevingskansen van de ijsbeer? Kijk dan op de website van ICUN Polar Bear Specialist Group, de organisatie waar één van onze gidsen (een prominente ijsberenexpert uit Canada) ook lid van is.

Links: De gelige vlek blijkt een ijsbeer te zijn.
Een kluwen walrussen.
Alkefjellet, met een zeekoetenbevolking ter grootte van de stad Groningen:
elk hoekje van de rotswand is bezet, de lucht krioelt van de vogels.
De kortbekzeekoeten van Spitsbergen hebben mijn hart gestolen. Ze zijn niet alleen prachtig zwart-wit getekend met een elegant wit streepje langs de snavel, ze doen aan pinguïns denken in de manier waarop ze op hun nest zitten. En dan vliegen ze ook nog eens heel aandoenlijk: hectisch fladderend, met uit elkaar staande poten, waarmee ze lief-onhandig op het water landen, en elke keer nét niet helemaal te pletter slaan.

Meer...

Een overzicht van alle vogels en zoogdieren die we op reis hebben gezien vind je hier. En ben je geïnteresseerd in een selectie van mijn foto's op volle schermgrootte (circa 150 stuks) stuur me dan via het contactformulier een mailtje en je krijgt een aanklikbare uitnodiging om mijn (niet-openbare) webalbum op Picasa te bekijken.

zaterdag 15 augustus 2009

Namibië: woestijnen, wilde beesten en ontmoetingen

Het schijnt dat Namibië na Mongolië het dunst bevolkte land ter wereld is, maar dan hebben we het nadrukkelijk over mensen, want van de wilde dieren wemelt het in dit land. Al na een paar minuten onderweg vanuit de luchthaven stuitten we ope en bavianenfamilie die op en langs de weg zat. Een paar kilometer na de hoofdstad Windhoek stonden er twee roerloze giraffes langs de weg en dan hebben we het nog niet eens over de twee Afrikaanse wilde katten en de vossen-met-vleermuisoren die ons pad kruisten. Om over het immense wildpark Etosha maar helemaal te zwijgen. Reisgegevens

Periode: juli-augustus 2009
Soort reis: georganiseerde natuurrondreis
Organisatie: SNP
Accommodatie: hotels en lodges
Bezocht: Windhoek, Waterberg Plateau NP, Etosha NP, Damaraland, omgeving Twyfelfontein, Swakopmund, Namib Naukluft NP, Kalahariwoestijn.
Weer: winter, d.w.z. overdag ca. 20-25 C, 's nachts ca. 5 C; droog en helder.
Waterpoel in Etosha
Dierenrijkdom in een onherbergzaam gebied

Etosha is denk ik de voornaamste attractie van Namibië, maar als ik heel eerlijk ben, vond ik de wildparken in Tanzania mooier, vooral vanwege de veel grotere verscheidenheid aan landschappen. Dat wil echter zeker niet zeggen dat Etosha niet de moeite waard is, want de dierenrijkdom is enorm, zeker als je ziet hoe droog en ogenschijnlijk onherbergzaam het gebied is. Je wordt gegarandeerd getrakteerd op een hoop zebra's, springbokken, spiesbokken, koedoes, hartebeesten, struisvogels, wrattenzwijnen, gnoes, jakhalzen, giraffes en zelfs - met wat meer moeite - olifanten en leeuwen [Klik op de naam van het dier om een zelfgemaakt kiekje te zien]. Onze vogelkenner moest voortdurend naar haar verrekijker grijpen voor alweer een interessante vogel en soms streek de betreffende vogel zelfs gedienstig in een boom vlakbij neer om te poseren voor een foto - tenminste zo leek het. De grappigste vogels vond ik de parelhoenders, verre familie van de kip, talrijk aanwezig en altijd net bezig in een clubje snel waggelend de weg over te steken.

Koedoes bij een waterpoel in Ethosha
Favoriet: de Namibwoestijn

Mijn favoriete gebied in Namibië was de Namibwoestijn. Deze is veel minder vlak dan de Kalahari, maar heeft fraaie bergen en rotsformaties én er is de Sossusvlei, die met zijn spectaculaire rode zandduinen trouwens niet echt representatief is voor de Namib maar wel fantastisch mooi.
Omdat het de afgelopen jaren meer had geregend dan normaal stond het gele gras veel hoger dan anders. Zo hoog dat er zelfs koeien konden grazen. Het beeld van een woestijn als een zandbak klopte dus niet; zowel de Kalahari als de Namib, met hun bosjes en verspreide acaciabomen, waarin de nesten van de wevervogels hangen, deden soms meer denken aan een savannelandschap.
De Namibwoestijn

De fotogenieke Sossusvlei met zijn rode zandheuvels
Culturele ontmoetingen

Swakopmund is waarschijnlijk het leukste stadje van het land. In de hoofdstad Windhoek is niet zoveel interessants te beleven of te zien, er heerst weinig sfeer, alhoewel er ook niet echt iets mis mee is. Swakopmund, aan de kust, heeft echter nog een hoop fraaie gebouwen en gebouwtjes uit de Duitse koloniale tijd (1885-1915), er zijn mooie winkels, leuke restaurantjes en caféetjes. Ofwel, het heeft in tegenstelling tot Windhoek een zekere sfeer. Mijn favoriete locatie was een boekwinkel met een terras waar je uitstekende cappuccino kon drinken. Maar waar ik me Swakopmund vooral om zal herinneren was om het culturele uitstapje naar de township Mondesa (foto´s hieronder).


De township Mondesa
De rest van de groep ging een boottocht in de baai doen, maar ik ben met een reisgenote naar Mondesa geweest, waar we onder meer bezoekjes hebben gebracht aan allerlei ontzettend aardige mensen, mee hebben gegeten, in een barretje zijn geweest, zijn onderwezen in het Nama (een taal met vier verschillende klikklanken en vier onderscheidende toonhoogtes), en aldus van dichtbij een heel klein beetje hebben meegekregen van het leven van de zwarte inwoners van Swakopmund. Een echte aanrader. Als je ook eens in Swakopmund neem dan vooral contact op met Mondesa Township Tours.
Het armere deel van Mondesa.
En voor wie in Windhoek eens wat anders wil: even buiten de township Katatura, is Penduka, een project voor gehandicapte vrouwen die anders weinig kans maken op de arbeidsmarkt en die daar fraaie handgemaakte spullen maken en zelfs naar Europa exporteren. Opgezet door een Groningse.

Een bezoek aan de Himba's

In de buurt van Grootberg zijn we op bezoek geweest bij een Himba-nederzettinkje. De Himba's zijn seminomadische veehoeders die nog net zo leven in hun kleine ronde lemen hutjes als een paar eeuwen geleden - afgezien van de bezoekjes van toeristen dan. Ik was een beetje bang dat het aapjes kijken zou worden, maar de vrouwen zijn erg trots op hun fraaie uiterlijk en poseerden gewillig voor foto's (het feit dat ze na afloop zakken meel e.d. tegemoet konden zien en dat wij sieraden van hen kochten droeg daar ongetwijfeld ook aan bij). Enthousiast werden ze toen wij ook liedjes gingen zingen, met de kinderen gingen spelen en op verzoek een gebedje voor hen zeiden. Dat we allevijf niet-gelovig waren hebben we daarbij maar niet vermeld, want waarschijnlijkheid had het begrip "niet-gelovigheid" hen niets gezegd. Eén van ons kwam uit Limburg en kon het Onze Vader nog feilloos opzeggen. Als afstammeling van generaties atheïsten kwam ik niet verder dan vaagjes meemompelen.

De vrouwen zien er fantastisch uit. Ze dragen niet veel kleding - zelfgemaakte teenslippers en leren lendendoeken - maar des te meer sieraden. Getrouwde vrouwen dragen ook nog eens een uitgebreide hoofdtooi en iedereen smeert zich in met een mengsel van boter en rode oker, dat bescherming tegen de zon en/of insekten schijnt te bieden. Het is niet zo dat ze zich alleen voor de toeristen zo aankleden. We zijn onderweg zulke vrouwen ook ergens in de supermarkt tegengekomen en op de markt in Windhoek - wat eerlijk gezegd wel een beetje een vreemde gewaarwording was. De meisjes worden vanaf een jaar of zeven, acht uitgehuwelijkt (of ook wel later) aan een man die genoeg koeien kan betalen.

woensdag 30 juli 2008

Kirgistan: nomaden in de bergen

Toen ik de GGD belde voor een vaccinatieafspraak en vertelde waar ik naar toe ging, kreeg ik als reactie: "Wát zegt u?" Ik: "Kirgistan." GGD: "Is dat een land?" Gezoek in computerbestand, verbaasde constatering: "Ja, warempel!"
Kirgistan (ook wel Kirgizië genoemd, officiële naam Kyrgyzstan) is zo'n voormalige Sovjetrepubliek waar je in het westen zelden van hoort en waar bijna geen hond voor vakantie naartoe gaat. Het enige toeristisch ontwikkelde stukje Kirgistan is de noordkant van het immense Yssyk Kul Meer: ordinaire, smakeloze, rommelige, lawaaierige badplaatsjes, die schril afsteken bij de schitterende, ongerepte bergen die het meer omringen. Daar bevindt zich een volstrekt andere wereld.
Reisgegevens

Periode: juli 2008
Soort reis: georganiseerde wandelreis met twee trektochten
Organisatie: SNP
Accommodatie: tenten, hotel, joert, verblijf bij particulieren
Bezocht: trektocht in de bergen ten zuiden van het Yssyk Kul Meer; Song Kul Meer; Bishkek, Karakol
Weer: heet in Bishkek; wisselvallig in de bergen, met regelmatig regenbuien en zelfs wat hagel en sneeuw, koude avonden en nachten, een enkele keer nachtvorst.
Joert bij het schitterend gelegen Song-Kul Meer.
De wereld van de bergen is die van de semi-nomadische herders die er 's zomers hun kudden weiden en van april tot oktober in joerts wonen - ronde tenten van wit vilt, die naar verluidt in 25 dagen gemaakt worden en 25 jaar meegaan. Zo'n joert is niet erg groot, maar wel verrassend knus en, mits goed onderhouden, waterdicht en zo goed als lichtdicht. Het slaapt er heerlijk als het buiten regent - veel beter dan in een trekkerstentje!


Ruiter met typische Kirgizische hoed van wit vilt.             
Kuddes en koemys

De hele familie is druk met de kuddes. 's Ochtends moeten de paarden, koeien en schapen naar een grazig stukje berg worden geleid en vóór donker moeten ze weer in veiligheid worden gebracht en bewaakt, want 's nachts zijn er wolven en sneeuwluipaarden op pad. Verder moeten de beesten gemolken worden en wordt van de paardenmelk het populairste drankje van Kirgistan gemaakt: koemys, dat lichtzuur smaakt, een beetje prikkelt op de tong, ietsje alcoholisch is en waar mijn darmen nog dagen van in de war zijn geweest. Net als in Mongolië is het paard hét vervoermiddel in Kirgistan. Je zou bijna zeggen dat ze op het paard worden geboren, zo vergroeid zijn de Kirgiezen ermee.
Kirigizische cowboys

Eén van mijn leukste ervaringen onderweg was 's ochtends achter een kudde koeien aanlopen, die door een vader met zijn drie zoontjes naar een weideplek hoog in de bergen werd gedreven. Het oudste zoontje was een jaar of twaalf en heel erg stoer, de twee jongste waren nog zo klein dat ze met zijn tweeën op één paard reden. Allevier waren ze beredruk in de weer om de koeien in het gareel te houden en te zorgen dat er geen enkele afdwaalde - een klus die continue waakzaamheid vereiste. Maar ze hadden ook een hoop plezier. Er werd veel gelachen en de jochies vonden het prachtig dat ik hen op de foto zette. Maar vergis je niet: een dergelijk leven mag idyllisch lijken, maar het is naïef om te veronderstellen dat een leven dicht bij de natuur automatisch een goed leven is. De bergen zijn onherbergzaam, het weer is vaak bar en het bestaan is hard. Luxe en extraatjes zijn er niet. Het leven is monotoon, behalve in het voorjaar als ineens heel veel dieren tegelijk jongen krijgen en er keihard gewerkt moet worden om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk overleven.

Twee jeugdige cowboys in opleiding.
Goedlachs

De mensen in Kirgistan lijken in veel opzichten op Mongoliërs: ze hebben hetzelfde uiterlijk, doen alles te paard, hebben deels een soortgelijke levenswijze en de Kirgizische joert lijkt sterk op de Mongoolse ger, maar is alleen wat kleiner. Toch vond ik de Kirgiezen stukken vriendelijker en toeschietelijker dan de Mongoliërs. We werden met oprecht enthousiasme in joerts uitgenodigd, iedereen vond het geweldig om op de foto te komen en overal trof je goedlachse mensen aan.
In naam is ongeveer driekwart van de bevolking moslim, maar daar hebben we erg weinig van gemerkt. In de hoofdstad Bishkek flaneerden de jonge meisjes in blote topjes en minirokjes, en "Sex and the City" was er zojuist in première gegaan.

Trotse moeder en ander familielid bij baby in joert.

Grafmonument op één van de vele
begraafplaatsen langs de weg.
Van de doden ...

Heel bijzonder zijn de begraafplaatsen die je overal langs de weg aantreft. Het schijnt een typisch Kirgizische gewoonte te zijn om mensen pal aan de weg te begraven, maar niemand weet precies waarom. Verder is me verteld dat de doden in foetushouding worden begraven, met hun gezicht naar het oosten. Niet bepaald volgens de islamitische regels (Mekka ligt voor de Kirgiezen in het zuidwesten), maar eerder volgens veel oudere inheemse gebruiken. Wel hebben veel monumentjes een halve maan, maar daar staat weer tegenover dat op diezelfde mausoleumpjes veelvuldig afbeeldingen van de overledene voorkomen - alweer in strijd met de islam. 
Particuliere gastvrijheid

Zoals ik al zei, is het toerisme nauwelijks ontwikkeld in Kirgistan. Zelfs in een grotere plaats met een regiofunctie, zoals Karakol, zijn daarom maar weinig hotels. Gelukkig kun je in dit land heel goed bij particulieren terecht. De accommodaties waar wij verbleven waren eenvoudig, maar brandschoon, gastvrij en uitstekend verzorgd wat betreft het eten. In Karakol konden we naar hartelust kersen uit eigen tuin eten en in het afschuwelijke badplaatsje Tamchy zaten we in een eenvoudig huisje dat van binnen schitterend mooi was gemaakt met oosterse kleden, keramiek en andere kunstvoorwerpen. De tuin was één grote bloemenzee. Ook de joert-accomodatie was beide keren geweldig. Bij het Song Kul meer werden, hoewel we onze eigen matrasjes en slaapzakken hadden, zelfs matrassen voor ons opgemaakt, (bestaand uit drie doorgestikte dekens) en op een andere locatie stond een waar feestmaal voor ons klaar. De oudere mensen spraken alleen Kirgizisch en Russisch, maar vaak was er een jonger persoon die behoorlijk Engels sprak. Ondanks de eenvoud overtrof het verblijf bij particulieren alle keren ruimschoots dat van een hotel.

Ontbijt bij ons gastgezin in Karakol.

De 'eettent' in de tuin van onze gastvrouw in Tamchy.
Onder: typisch Kirgizische huisjes tegenover het (moderne) huis van ons gastgezin in Karakol,
waarvan de kozijnen e.d. om onbekende redenen altijd prachtig helderlichtblauw zijn.

woensdag 15 augustus 2007

Georgië: kruispunt van Oost en West

Je hebt de staat Georgia in de VS, maar je hebt al véél langer de republiek Georgië in de Kaukasus, een land met een zeer oude geschiedenis. Vroeger hoorde het een tijdlang bij de Sovjet Unie, maar zelfs toen had het zijn eigen cultuur en een geheel eigen taal, die niet van Indo-europese oorsprong is en alleen verwant is met enkele buurtalen. Er hoort een eigen alfabet bij, dat ook al nergens anders op lijkt.
Officieel is Georgië deel van Europa (waar het ook graag bij wil horen), maar eigenlijk ligt het op het kruispunt van Azië en Europa. Veel toerisme was er niet de afgelopen jaren, vanwege de instabiele politieke situatie, maar de rust was in 2007 even wedergekeerd en het is een heel bijzonder land om te bezoeken en ik heb het voor altijd in mijn hart gesloten.
Reisgegevens

Periode: juli/augustus 2007
Soort reis: georganiseerde bergwandeltrektocht met bagagevervoer door paarden
Organisatie: SNP
Accommodatie: hotel, gastgezinnen en tenten
Bezocht: o.a.Tbilisi, Telavi, Shenako, Shatili en de Tushetivallei in het Kaukasusgebergte
Weer: heet en droog in de lager gelegen gebieden, koeler (met lekker frisse nachten) in de bergen.
Vier middeleeuwse wachttorens op een bergkam.
Forten en torens

Het Tushetigebied, waar wij rondtrokken, is een afgelegen berglandschap van grote schoonheid en een enorme bloemenpracht, vlakbij de Tsjetsjeense grens. Rebellen zijn we niet tegenkomen, wel zo nu en dan een paar soldaten, waarvan er één stel gewapend met een cameraphone. We kregen de indruk dat ze zich rot verveelden en blij waren met een verzetje. Ze vroegen ons bijna verlegen of ze ons op de foto mochten zetten, wat resulteerde in een prachtig groepsportret van twee soldaten met een heel stel Nederlandse toeristen (hier niet gepubliceerd vanwege privacy-overwegingen).
Dat Georgië met name in de middeleeuwen voortdurend invasies van o.a. Perzen en Mongolen te verduren had, blijkt uit het grote aantal eeuwenoude wachttorens in dit grensgebied (zie foto hierboven en klik hier en hier voor meer torens). Hiermee kon men met vuur- en rooksignalen in zeer korte tijd over grote afstanden de rest van de bevolking waarschuwen, die zich dan met have en goed kon verschansen in één van de mysterieuze versterkte dorpen, die zo uit The Lord of the Rings hadden kunnen komen. In één van die dorpen, Shatili, hebben we de laatste nacht van onze trektocht gelogeerd - in een fortachtig gebouw met schietgaten als raampjes, dikke ruwe muren, scheve vloeren en lage ronde deuropeningen.

Het versterkte dorp Shatili.
Schapen en koeien

Tusheti wordt eigenlijk alleen in de zomer bewoond, door mensen uit lager gelegen gebieden, die hier dan hun kuddes schapen en koeien weiden. 's Winters is het gebied te onherbergzaam en is het zo goed als verlaten. Ook 's zomers is Tusheti alleen te bereiken via een allerbelabberdste weg door het hooggebergte. De schitterende uitzichten maken trouwens veel goed. Elektriciteit is er mondjesmaat, in de vorm van hier en daar een zonnepaneeltje dat net een peertje aan kan drijven. Water wordt in emmertjes bij de dorpsbron gehaald.

Schaapscheerders, die zich gemoedelijk en goedmoedig op de foto lieten zetten.

Sint Joris 

Alles is net een beetje anders in Georgië: de vele kerken en kloosters doen aan de Grieks-orthodoxe kerk denken, maar zijn veel robuuster en eenvoudiger gebouwd, en altijd in de vorm van een Grieks kruis, waardoor de ruimte klein, vierkant, hoog en donker is. De gothiek is kennelijk nooit doorgedrongen tot dit land. De foto hiernaast geeft een goede indruk van een Georgisch kerkgebouw (voor de oriëntatie: je kijkt naar boven, naar het plafondgewelf). Net als in andere Byzantijnse kerken hangen ook hier de muren vol met iconen, die door de gelovigen (vooral vrouwen) intens en heftig worden aanbeden en aangeraakt. Sint Joris (Georgius) is de meest populaire heilige, wat overigens niets met de naam van het land te maken heeft. De oude Grieken noemden de inwoners gemakshalve Georgiërs, wat eenvoudigweg 'landbouwers' betekende. Zelf noemt de bevolking haar land Sakartveli. Landbouw is trouwens nog steeds het voornaamste middels van bestaan.

    Kloosterkerk in Mtskheti
"Kom er gezellig bij!"    
Wijn en wodka 

 De Georgiërs beweren dat ze ooit als eersten ter wereld de wijn hebben uitgevonden. Drinken kunnen ze in ieder geval nog steeds als de besten. De wijn vloeit bij elke maaltijd rijkelijk (vergezeld van frequente en uitgebreide toasts) en ook wodka wordt enthousiast en in grote hoeveelheden achterover geslagen. Op de foto hiernaast worden we om zaterdagochtend 10 uur (!) in een klein dorpje hartelijk uitgenodigd voor een drinkgelag met zelfgestookte drank en zelfgebakken kaasbrood. Zijn dat nou geen vriendelijke en gastvrije mensen?

Tbilisi: ontmoeting van Azië en Europa

In de reis was ook nog een bezoek aan de hoofdstad Tbilisi begrepen, iets waar ik helemaal geen zin in had, want ik was immers gekomen voor een ruige bergtrektocht met veel rust en ruimte. Maar ik moet toegeven dat zelfs ik binnen de kortste keren was gevallen voor de charmes van deze stad. De inwoners van Tbilisi zijn duidelijk op Europa gericht, maar er zijn ook veel Aziatische invloeden. Zo bestuderen veel jonge mensen de oude Perzische cultuur, omdat de schoonheid daarvan goed aansluit bij de Georgische cultuur, en zie je ook gebouwen met uitgesproken Oosterse invloeden. Daarnaast kom je nog hier en daar de onvermijdelijke Sovjetzooi tegen, naast prachtig gerestaureerde juweeltjes, en oude panden die van ellende nog nét niet inelkaar zakken. Overal staan eeuwenoude kerken, met daartussendoor moskeeën en synagoges. Mobieltjes zijn erg populair, evenals naveltruitjes en sjieke restaurants, en je kunt er prima cappuccino drinken.

Straatbeeld in Tbilisi.

maandag 30 oktober 2006

Griekenland: Pilion en Skopelos

Dit is een wat afwijkende Griekenlandreis: ik heb namelijk niet liggen bakken op zomerse stranden, maar heb door herfstbossen gestruind en genoten van een overvloed aan appels, tamme kastanjes en paddestoelen. De luchten waren niet elke dag knalblauw, maar in plaats daarvan scheen er een zacht en gefilterd herfstlicht en was het landschap niet uitgedroogd maar weelderig groen. En de meeste toeristen waren alweer weg, waardoor het overal heerlijk rustig was. Reisgegevens

Periode: oktober 2006
Soort reis: georganiseerde wandelreis 
Organisatie: SNP
Accommodatie: hotelletjes
Bezocht: de dorpjes Kala Nera, Vyzitsa, Miliès, Aghios Ioannis,  Makranitsa en Portaria (alle op het schiereiland Pilion); het eiland Skopelos; Thessaloniki
Weer: rond de 18° C, d.w.z. wat kouder dan normaal; zonnige dagen afgewisseld met bewolkte; een enkele bui; prima wandelweer
Een overvloedige appeloogst
Pilion: een onbekend schiereiland

Geen mens die ik vertelde waar ik met vakantie heen ging, had ooit van Pilion gehoord (ikzelf ook niet trouwens), dus hierbij even een topografielesje: Pilion ligt aan de oostkust van Midden-Griekenland, ongeveer even ver van Athene als van Thessaloniki. Het is bedekt met dichte, weelderige bossen en was in vroeger eeuwen zo ondoordringbaar dat de Turkse bezetters er nooit vat op hebben kunnen krijgen. De meeste dorpen lagen destijds een eindje het binnenland in, omdat ze anders een te gemakkelijke prooi voor zeerovers waren. Die onveilige tijden zijn allang voorbij, maar Pilion is nog wel steeds groener, bosrijker en rustiger dan veel andere streken in Griekenland. Mooie oude  huizen staan er ook.

Een oud herenhuis in Vyzitsa

Van Demeter naar St. Dimitrios 

Godsdienst speelt nog steeds een grote rol in het leven van de meeste Grieken. Het pantheon van Zeus en Hera is inmiddels vervangen door een groot scala aan heiligen, die de Grieken gunstig proberen te stemmen door bijvoorbeeld minikapelletjes ter grootte van een forse brievenbus voor hen in te richten (foto links). Overal langs de weg kom je ze tegen, inclusief een plengoffer in de vorm van een flesje frisdrank.

Ook is het platteland bezaaid met kleine kerkjes. De bouwstijl is bijna altijd heel eenvoudig, maar de ikonen zijn vaak fraai. Je kunt er een kaarsje opsteken dat heerlijk naar bijenwas ruikt. De schitterende kraaltjeslampen, het overvloedige goud van de iconen, het kaarslicht en de kleine afmetingen van de ruimte geven aan zo'n kerkje een hele bijzondere en intieme sfeer.

Onder: typisch Piliondorpje, met op de achtergrond de zee,
die door het zachte herfstlicht ongemerkt in de lucht over lijkt te gaan.


Schilderachtig Skopelos
Voor de kust van Pilion liggen de Sporaden, een groene eilandengroep. Wij verbleven de laatste dagen op Skopelos, in het gelijknamige plaatsje. Zoals je hieronder kunt zien is Skopelos een plaatje. De poes is één van de vele zwerfkatten en -honden die er in Griekenland op straat rondlopen. De katten zijn meestal schichtig en op een afstand, maar de honden zijn meesters in het inpakken van malle toeristen zoals ik. Meteen al op de eerste wandeling ging er een vrolijk zwartbruin hondje met ons mee; in Aghios Ioannis, aan de kust, kregen we gezelschap van een ontzettend lieve hond die niet schooide, maar je tijdens de lunch langs de weg alleen maar van een afstandje aankeek (werkte perfect), en op Skopelos stond er een grote aanhalige hond voor onze hoteldeur die blij meeliep naar de andere kant van het eiland. Ik vond ze allemaal even lief.

Boven: het haventje van Skopelos.

Linksonder: wandeling op Skopelos, rechtsonder: kloostertje op Skopelos
.