Posts tonen met het label IJsland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label IJsland. Alle posts tonen

vrijdag 17 september 2021

In een harem in Algiers

Sally Magnusson,
The Sealwoman's Gift (GB 2018)

Roman, 238 pp.
Niet in het Nederlands vertaald


Wat een bijzonder verhaal is dit. En nog echt gebeurd ook.

Het slavernij-verleden is volgens mij nog nooit zo hot geweest. Daarbij gaat het (ook wel terecht) eigenlijk altijd over de grootscheepse slavernij van Afrikaanse mensen die door Europeanen naar de plantages van Amerika ontvoerd werden. Maar wat veel minder bekend is, is dat er in die tijd ook Europeanen ontvoerd werden, door slavenhandelaren uit Noord-Afrika - waaronder trouwens ook Nederlandse kooplieden die zich daar gevestigd hadden. Er waren in de vroege zeventiende eeuw zelfs meerdere grote invallen in het afgelegen IJsland.

Deze IJslanders werden bruut gevangen genomen, zonder pardon verscheept naar Algiers en daar als gratis arbeidskracht ingezet of als middel gebruikt om losgeld van het trhuisfront te innen. Een van die slaven was een dominee, die al snel naar de koning van Denemarken werd gestuurd (waar IJsland toen onder viel) om 'even' een flinke som losgeld te regelen. De arme dominee schreef een boek over zijn moeizame omzwervingen richting Denemarken (zie daar maar eens zonder middelen te komen) en over zijn frustrerende ervaringen aan het Deense hof, dat weinig bekommernis had om een stelletje onderdanen uit het verre en 'achterlijke' IJsland.

dinsdag 29 december 2015

Hoekig, weerbarstig en taai

Halldor Laxness,
Independent People: An Epic (IJsland 1934-35)
Roman, 544 pp.
Vertaald uit het IJslands door J.A. Thompson
Nederlandse titel: Onafhankelijke mensen



Hoekig, weerbarstig en taai. Dat was het leven tot nog niet zo lang geleden voor de IJslanders. Hoekig, weerbarstig en taai is hoofdpersoon Bjartur - en hoekig, weerbarstig en taai zou je ook mijn leeservaring kunnen noemen. Het boek vergt inspanning en doorzettingsvermogen van de lezer, maar dat is niets vergeleken bij wat Bjartur doorstaat. Hij is geen voor de liggende held: hij is onwetend, koppig, hard, en behandelt alleen zijn hond en zijn schapen goed, want dat zijn zijn bestaansmiddelen. Maar zijn vermogen om zich door niets en niemand uit het veld te laten slaan, kan gerust episch worden genoemd. De ondertitel van het boek is dan ook terecht: 'een epos'. En toch is het pas helemaal aan het eind, als Bjartur eindelijk een heel klein beetje van zijn halsstarrigheid opgeeft, dat je hem als een held ziet en het boek zijn volle emotionele impact krijgt.

vrijdag 8 mei 2015

De rozentuin

Auður Ava Ólafsdóttir
The Greenhouse (IJsland 2009) 
Roman, 262 pp.
Vertaald uit het IJslands door Brian FitzGibbon
Nederlandse titel: Rosa candida



Voor de goede orde: dit is een sympathiek boek met een lief verhaal. De meeste lezers zijn er veel enthousiaster over dan ik, maar voor mij zijn lief en sympathiek niet genoeg voor een echt goed boek. En dat vind ik deze roman niet. Maar houd er wel rekening mee dat dat waarschijnlijk een minderheidsstandpunt is. Eerst zal ik echter even uitleggen waar het over gaat, om daarna uit de doeken te doen waarom deze roman mij tegenviel.

De verteller, Arnljótur, is een sympathieke maar licht contactgestoorde IJslandse jongeman van 22, die na de plotselinge dood van zijn geliefde moeder een aantal maanden in de visserij heeft gewerkt om genoeg geld bijeen te sparen om zijn droom te realiseren. Hij is net als zijn moeder bezeten van rozen en staat als dit boek opent op het punt om naar het Europese vasteland te vliegen, waar hij als vrijwilliger de beroemde maar zwaar verwaarloosde rozentuin van een afgelegen klooster in oude glorie gaat herstellen. Hij laat in IJsland een dochtertje van 8 maanden achter, maar heeft geen relatie met de moeder (ze hadden slechts een 'half-night stand' tijdens een feestje) en deze Anna, die genetica studeert, heeft aangegeven het kind in haar eentje op te willen voeden. Dan komt er ergens halverwege het boek, als Arnljótur inmiddels druk met de tuin in de weer is, een plotseling telefoontje van Anna dat ze haar scriptie moet schrijven en hun kind graag voor een maand wil onderbrengen bij Arnljótur in het verre land waar hij verblijft.

zaterdag 24 mei 2014

Gedichten zijn dodelijk en maken het leven mooi

Jón Kalman Stefánsson,
Hemel en hel (IJsland 2007)
Roman, 206 pp.
uit het IJslands vertaald door Marcel Otten



Het is de schuld van een boek dat Bardur sterft, de beste vriend van de hoofdpersoon ('de jongen'). Want Bardur was zo verdiept in Paradise Lost van de dichter Milton dat hij vergat om zijn regenpak mee te nemen toen hun vissersbootje uitvoer op de Poolzee, waar ze overvallen werden door zo'n helse bui, dat hij dood vroor. Een simpele kwestie van oorzaak en gevolg. Het leven op IJsland ruim een eeuw geleden is hard en précair: het kan zo afgelopen zijn. Honger en kou zijn sluipmoordenaars die permanent op de loer liggen en de familie van de jongen al hebben meegenomen. De natuur is de bron van inkomsten maar ook de vijand:
De zee aan de ene, de hellende, hemelhoge bergen aan de andere kant: daar komt ons verhaal eigenlijk op neer. De overheid en de zakenlui bepalen misschien onze armzalige dagen, maar de bergen en de zee beheersen ons leven, ze zijn het lot, zo denken we in ieder geval soms. [...] De zee is ijsblauw en nooit kalm, een monster dat ademhaalt, ons meestal tolereert, en soms ook weer niet en dan verdrinken we. Het verhaal van de mens is niet bijster gecompliceerd.

donderdag 26 december 2013

De laatste adem

Hannah Kent,
Burial Rites (Australië 2013)
Roman, 336 pp.
Nederlandse titel: De laatste rituelen


Debuterend romanschrijver Hannah Kent hoorde voor het eerst over Agnes Magnúsdóttir toen ze als zeventienjarige in het kader van een uitwisselingsprogramma een jaar op IJsland doorbracht. Agnes, een dienstmeid op een afgelegen boerderij, was in 1829 de laatste persoon op IJsland die ter dood werd veroordeeld en ook daadwerkelijk werd geëxecuteerd. Zij had samen met twee anderen haar baas en minnaar vermoord en werd na haar executie afgeschilderd als een monster en een kwaaie heks. Maar Kent dook de archieven en haar verbeelding in en maakte van Agnes iets anders, iets complexers: een mens, met menselijke verlangens, menselijke angsten en een moeilijk leven.

zondag 6 januari 2013

Het hoge noorden en het verre westen

Nancy Marie Brown,
The Far Traveller: Voyages of a Viking Woman (VS 2007)
Geschiedenis, 265 pp.
ISBN 9780156033979, Harvest


Als puber was ik al redelijk snel uitgekeken op de geijkte meisjesboeken en damesromannetjes (saai, zoetsappig en voorspelbaar) en stapte ik resoluut over op boeken waarin avonturen werden beleefd en verre reizen werden gemaakt. Karl May vond ik het einde: avonturen, verre oorden én Indianen, wat wilde een mens nog meer. De Indianen van Karl May waren van de geromantiseerde noble savage-soort, maar op die leeftijd mag je nog dromen. Door die Indianen moet ik ook bij het jeugdboek uitgekomen zijn dat op circa dertienjarige leeftijd zo'n indruk op mij maakte. Titel of auteur kan ik me met geen mogelijkheid meer herinneren, details zijn ook volledig weggezakt, maar de hoofdmoot weet ik nog heel goed: in het Canada van de achttiende eeuw wordt een Indianenstam ontdekt met onder meer leden die er uitzien alsof ze van blanke afkomst zijn, terwijl ze toch al sinds mensenheugenis deel uitmaken van de stam. Raadsel! Het mysterie wordt opgelost door vele eeuwen terug in de geschiedenis en ver naar het hoge Noorden te gaan.

zaterdag 18 augustus 2012

Een Italiaans landgoed en een schilderij

Olaf Olafsson,
Restoration (IJsland 2012)
Roman, 240 pp.
Nederlandse titel: De weg naar San Martino


Olaf Olafsson is een bijzonder man. Hij is IJslander, afgestudeerd in de natuurkunde, woont in New York waar hij een topfunctie in het bedrijfsleven bekleedt (executive vice president bij Time Warner), en vindt daarnaast niet alleen de tijd om succesvolle literaire romans te schrijven, maar beheerst het Engels ook nog eens zo goed dat hij zijn eigen boeken naar die taal overzet. Ik las met bewondering twee van zijn eerdere boeken (De thuisreis uit 1999 en De nacht in uit 2001), waarin beide keren geleidelijk leven en karakter van een niet altijd even vlekkeloze hoofdpersoon op sensitieve en complexe wijze worden blootgelegd. Vooral De thuisreis maakte diepe indruk op mij, maar ook De nacht in, over een IJslander die huis en haard achterlaat en butler wordt van William Randolph Hearst was erg de moeite waard. Vergeleken daarmee vond ik Restoration helaas wat minder geslaagd, hoewel het nog steeds een redelijk goed boek is en dankzij de grotere aandacht voor de plot mogelijk een breder publiek aan zal spreken.

donderdag 22 juli 2010

Lord Dufferin achterna

Tim Moore,
Frost on my Moustache (GB 1999)
Reisverhaal, 280 pp.
Nederlandse titel: IJspegels aan mijn snor


Vijf of zes jaar geleden kreeg ik dit boek in Nederlandse vertaling cadeau, maar omdat ik Engelse boeken alleen in het origineel lees, heb ik het zonder er verder een blik op te werpen weggegeven aan iemand die minder kieskeurig is. En wat blijkt onlangs? Dit reisverslag is rechtstreeks gebaseerd op Letters from High Latitudes van Lord Dufferin, het boek dat mij inspireerde om naar Spitsbergen af te reizen! Frost on my Moustache dus alsnog in het Engels aangeschaft en in de koffer gepropt, mee naar Spitsbergen.

Eerst even een uitleg voor wie Letters from High Latitudes niet heeft gelezen (iedereen vermoed ik): de zwierige Lord Dufferin, die later heel degelijk Gouverneur-Generaal van Canada en Onderkoning van India zou worden, was een avontuurlijke geest die in het midden van de negentiende eeuw in een klein zeilbootje niet alleen naar IJsland voer, maar zelfs dwars door de ijsschotsen naar de afgelegen en onbewoonde eilanden Jan Mayen Eiland en Spitsbergen zeilde. En passant nam hij ook nog een stuk Noorse kust mee, maar dat was meer voor de gezelligheid. Ik las het boek eigenlijk alleen om het IJslandse gedeelte (ik ben al sinds de middelbare school gefascineerd door dat land) en was verrast dat er ook nog een hele episode over Spitsbergen aan vast zat. En dát deed het hem: ik raakte meteen geïntrigeerd door Spitsbergen en dat werd dus mijn volgende reisbestemming.

vrijdag 19 december 2008

In een zeilbootje naar IJsland en Spitsbergen

Lord Dufferin,
Letters from High Latitudes (Ier 1856)
Reisverhaal, 252 pp.


Lord Dufferin zou later niemand minder dan Gouvernor-Generaal van Canada en Onderkoning van India worden, maar in 1856 was hij nog een onbekende jonge aristocraat met een avontuurlijke inslag en een liefde voor het hoge noorden. In de zomer van dat jaar zeilt hij in een schoenertje met een veertienkoppige bemanning af naar IJsland, destijds een niet erg voor de hand liggende toeristische bestemming, met circa 60.000 inwoners, waarvan 800 in Reykjavik. Hij trekt met zijn gezelschap een stukje de binnenlanden in naar de spuitende geysirs en Thingvellir en de enige andere toerist die hij daar ontmoet is Prins Napoleon met zijn gevolg (neefje van wijlen N. Bonaparte). Dat is nog eens wat anders dan op de camping in Frankrijk de groenteboer van om de hoek tegenkomen!

maandag 24 november 2008

Een poëtische vertelling uit IJsland

Sjón,
The Blue Fox (IJsland 2004)
Novelle, 112 pp.
Nederlandse titel: Blauwvos



Een klein maar heel fijn boekje uit IJsland. Ik wil eigenlijk niet al te veel over het verhaal vertellen: de lezer moet zelf ontdekken wat er aan de hand is, wat de rol is van de zeldzame blauwvos en wie er wraak neemt op wie en waarom. Wel kan ik zeggen dat het verhaal zich afspeelt in de winter van 1883 en dat één van de hoofdrolspelers een jagende dominee is. Ook verklap ik niks als ik meld dat Sjón een gevierd dichter is in IJsland en dat dit met name in de passages waar we de dominee en de vos volgen heel duidelijk is. Minder belangrijk, maar wel een teken van veelzijdigheid van deze schrijver, is dat hij ook de songwriter van Björk is een Oscarnominatie kreeg voor zijn bijdrage aan de film Dancer in the Dark.

Hoewel dit maar een heel kort boekje is, heeft het wel veel te vertellen: over de IJslandse natuur, over het harde leven in de negentiende eeuw, over verschoppelingen, over de dood, over egoïsme, maar bovenal over mededogen. Voor lezers die alles tot in details uitgespeld willen krijgen, is dit boek niet geschikt. Liefhebbers van suggestieve taal en poëtische beelden zullen echter meer dan aan hun trekken komen.

En daar wilde ik het bij laten. Lees deze novelle vooral zelf. Hij is in het Nederlands uitgegeven door De Geus onder de titel Blauwvos en dit is de eerste bladzij:
"Blauwvossen lijken merkwaardigerwijs zo veel op stenen, dat je je er eigenlijk over zou moeten verwonderen. Als ze er ’s winters tegenaan liggen is het ondoenlijk ze te onderscheiden van de rotsen zelf, lastiger zelfs dan de witte poolvossen, die altijd een schaduw geven of geel afsteken tegen de bevroren sneeuw.
Een blauwvos ligt dicht tegen haar steen en laat de sneeuwstorm aan de loefzijde over zich heen komen. Ze keert haar gat in de wind, rolt zich op en steekt haar neus onder haar achterpoot; ze laat haar oogleden zakken zodat je amper nog haar pupil kunt zien. Op die manier houdt ze de man in de gaten, die zich niet heeft verroerd vanaf het ogenblik dat hij onder de overhangende sneeuwhoop ging liggen, hier op de hoogste helling van de Asheimar zo’n achttien uur geleden. De sneeuw is over hem heen geblazen zodat hij nu alleen nog op een ingestorte muur lijkt.
Het dier moet erop letten dat ze niet vergeet dat hij een jager is."

maandag 28 april 2008

Voor straf op een boerderij werken

Gudbergur Bergsson,
De zwaan (IJsland 1991)
Roman, 220 pp.


Een meisje uit Reykjavik (ze heeft geen naam, zoals niemand in het boek) is voor het eerst in haar leven moederziel alleen op reis en wordt vanaf het moment dat de bus vertrekt overweldigd door heimwee. Ze is nog maar 9 en is door haar ouders als straf voor een winkeldiefstalletje de hele zomer naar een boerderij gestuurd, waar ze conform afspraak door de onverschillige boer en boerin aan het werk wordt gezet. Ze weet wel dat ze kennelijk iets fout heeft gedaan en probeert haar nieuwe omgeving te aanvaarden zoals die is, maar veel ervan is buitengewoon vreemd voor een kind dat alleen de stad kent en verschrikkelijke heimwee heeft.

dinsdag 15 augustus 1995

IJsland, land van vuur en ijs

Sinds ik in IJsland ben geweest (dat wat mij betreft trouwens mét Alaska het mooiste land ter wereld is), verbaast het me niet meer dat een groot deel van de inwoners van dit hypermoderne, westerse land serieus in trollen en elfen gelooft. Zelfs een nuchtere Friezin als ik krijgt er mystiekerige neigingen. IJsland heeft een rechtstreekse hotline naar het binnenste van de aarde, de gletschers zijn van een overweldigende schoonheid, sommige beekjes zijn dampend warm en de stilte is hier en daar absoluut. Reisgegevens

Periode: juli-augustus 1995
Soort reis: georganiseerde wandelreis
Organisatie: SNP
Accommodatie: hutten
Bezocht: Bláfjöll, Hengillgebergte, Thorsmörk, omgeving Myrdalsjökull, omgeving Vatnajökull, Landmannalaugar, Hekla, Gullfoss, Geysir, Thingvellir, Reykjavik
Weer: wisselvallig maar niet erg koud.
De prachtig gekleurde bergen bij Landmannalaugar, in het zuidelijk deel van het land.
Geisers en gletschers

Het land verkeert nog steeds in een scheppingsproces, onder meer dankzij het feit dat het op de breuklijn ligt waar Amerika en Europa uit elkaar gedreven worden en de aarde open splijt. Vandaar de kokend hete borrelende poeltjes, de geisers, de vulkanen, de rookpluimen middenin in het landschap, de zwavellucht hier en daar. De warmte uit de aarde wordt heel praktisch benut om zwembaden te verwarmen en om 's winters de straten van Reykjavik ijsvrij te houden. En ijs is er natuurlijk ook, maar lang niet zoveel als de naam je zou doen geloven. Wel zijn er de grootste gletschers van Europa - overblijfselen van de laatste IJstijd en overweldigend mooi. En vergeet ook de schitterende watervallen niet. Je vindt ze overal en ze zijn steeds weer anders.
De eruptieketen van de Lakagigar, uit welke foto
blijkt dat IJsland beter 'Groenland' had kunnen heten.

Beeldschoon en godvergeten

IJsland is nu een moderne, westerse staat. Iedereen heeft de laatste technische snufjes en ik moet zeggen dat in de binnenlanden van IJsland (dus zowat overal) een mobiele telefoon en een stoere auto met vierwielaandrijving eerder noodzaak dan luxe zijn. Nog niet zo lang geleden was IJsland echter een godvergeten uithoek van de aarde, waar de mensen eeuwenlang met moeite overleefden, of zelfs dat niet en dus bij bosjes omkwamen van de honger. Dat harde verleden schijnt er ook de oorzaak van te zijn dat de IJslanders als afstammelingen van de Vikingen weliswaar vaak blond, blauwogig en zeer bleek zijn, maar ook opvallend frequent onderdeurtjes van hetzelfde formaat als ik (d.w.z. rond de 1 meter 60).

Foto links: stallen en hutjes geïsoleerd met turf - het soort behuizing waar eeuwenlang vrijwel alle IJslanders in woonden.
Een terreinwagen wordt vlot getrokken.
En hoe is het weer?

Nou ja, heel anders dan aan de Costa del Sol. Het weer in IJsland is erg veranderlijk, ook midden in de zomer, en je moet dus overal op voorbereid zijn. Zelfs in augustus heb ik wanten, sjaal en muts nodig gehad. Veranderlijkheid heeft ook een groot voordeel: slecht weer duurt nooit erg lang en je ziet soms de prachtigste luchten (zie de foto hieronder). Van de veertien dagen die ik op IJsland heb doorgebracht was er maar één echte regendag. Dat valt toch reuze mee. En op mijn laatste dag, in Reykjavik, heb ik heerlijk op een terrasje in de zon gezeten. Niet met een pilsje trouwens, want dat kostte er al gauw het equivalent van 5 euro.
Schitterende lucht aan de zuidkust, waar we veel
 papegaaiduikers hun capriolen hebben zien maken.


Thingvellir: gelegen op de breuk in de
aardkorst tussen Amerika en Europa,
en ooit de plaats van het oudste
parlement ter wereld.
Het oudste parlement ter wereld

Al meer dan duizend jaar geleden trokken zo'n beetje alle IJslanders elk jaar met schapenkuddes en al naar Thingvellir om gezamenlijk over belangrijke dingen te beslissen. Tegenwoordig is Thingvellir een soort bedevaartoord voor moderne IJslanders. Er is niet echt een dorpje of iets dergelijks, maar wel een heel lief achttiende-eeuws houten kerkje, het buitenhuis van de president (zeer bescheiden trouwens), een prachtig meer waar je roeiboten kunt huren, veel ruimte, mooie luchten en een kloof met fraaie basaltformaties, zoals je op de foto hiernaast kunt zien. Deze kloof is de scheur in de aardkorst die het Amerikaanse en het Europese continent van elkaar scheidt. Vergeleken met de vaak ruige natuur en de hoekige zwarte lavavelden die je elders op IJsland tegenkomt is dit een lieflijke plek. Net als de Gullfoss (schitterende waterval) en de Enige Echte Geysir ligt Thingvellir op een dagtrip afstand van Reykjavik, dus je komt er meer toeristen tegen dan verder weg van de hoofdstad. Voor ons was het, na bijna twee weken ruige natuur, een goede manier om ons geleidelijk weer op de bewoonde wereld in te stellen en ons voor te bereiden op ons laatste dag in Reykjavik. Niet dat Reykjavik nou zo'n drukke wereldstad is. Eigenlijk is het meer een vriendelijk, enigszins slaperig provinciehoofdstadje, dat op zaterdagavond plotseling wakker schrikt en zich dan massaal lam zuipt - voornamelijk op zelfgestookte bocht.