zondag 28 november 2021

Spanning en sensatie met Sinterklaas

‘Dus u komt aangifte doen van een strafbaar feit.’

‘Nou, eigenlijk meer van een mislukte poging daartoe.’

Dat maakt niet uit, hoor. Een poging tot een delict is net zo goed strafbaar.’

‘Oké. Gisteren aan het eind van de middag wilden mijn vrouw en ik net de kas opmaken, toen Sint en Piet binnenkwamen. Wat een leuke verrassing, dacht ik nog.’

‘Vielen u ook bijzondere uiterlijke kenmerken op aan deze twee individuen, zodat u ze later zou kunnen identificeren?’

‘Nee, natuurlijk niet. Het gezicht van Sint was een en al baard en Piet was zo’n politiek incorrect exemplaar, met een dikke laag zwarte schmink. Dat is toch echt niet meer van deze tijd, dacht ik nog. Enfin, ik stond grijnzend achter de toonbank, toen Sint mij zwijgend een briefje onder de neus schoof.

‘Je geld of je leven
En treuzel nu niet
Want we hebben maar even
Sint en de Piet

‘Da’s een originele, dacht ik nog, en mooi in stijl, dus ik zong uit volle borst “Siiiiiinterklaasje, kom maar binnen met je knecht” en bood de heren een dropje aan uit de pot met Engelse drop die altijd klaar staat voor de buurtkinderen. Nou, dat viel helemaal verkeerd. Piet greep mijn vrouw vast, haalde een pistool tevoorschijn en duwde het tegen haar hoofd. Ik schrok wel even, maar kon nog steeds niet geloven dat het serieus was.

‘“De kas! Nu! Anders gaat dit wijf eraan”, schreeuwde Piet. Ik stond intussen nog steeds een beetje te grijnzen. Ze gaan wel erg ver met hun grap, dacht ik nog, maar het kwam niet in me op dat ze een echt pistool hadden. Totdat het afging met een oorverdovende knal. Ik schrok me het apenlazer en dook in een reflex achter de toonbank. Toen ik weer durfde te kijken zag ik een stofwolk en een groot gat in het plafond, waar Piet had geschoten. Mijn vrouw krabbelde net weer overeind, ongedeerd, en van Sint en Piet geen spoor.’

‘Heeft u nog gehoord hoe ze wegkwamen? Een motor, of misschien een galopperend paard?’

‘Een paard? Huh? In de stad?’

‘Laat maar, dat was een grapje.’

‘Oh … hahaha.’

‘En de verdachten hebben dus geen goederen ontvreemd. Akkoord, we gaan ons inspannen om de daders te arresteren en dan krijgen ze er flink van langs met de roe.’

‘Wat?!'

'Sorry, weer zo'n flauw grapje. Hier tekenen graag.'


zondag 14 november 2021

Lang leve het kapitalisme. Of niet?

J.G. Farrell,
The Singapore Grip (Ierland 1978)

Roman, 568 pp.)
Niet in het Nederlands vertaald

Ik vind Farrell een briljant schrijver, maar zijn ironie en satire zijn niet voor iedereen. Dat bleek wel uit de reacties op de tv-serie die naar dit boek is gemaakt. De zwartkomische toon uit de roman is opvallend goed getroffen, ontdekte ik toen ik die even later las, en de Farrell-fans waren er net zo enthousiast over als ik. Maar de rest van de kijkers had er duidelijk niks van begrepen en nam alles veel te letterlijk. Klagen over onsympathieke personages als die nadrukkelijk zo zijn bedoeld, namelijk om een op een satirische manier een boodschap over te brengen, slaat helaas de plank volledig mis. 

Een mooie test is het onderstaande citaat over het ontstaan van Singapore als een handelspost in de jungle en de meteen daaropvolgende explosie van commerciële activiteit. Neem het eens goed door.

Down there in the city, taking the place of the rats and the centipedes which had once made it their home, seething, devouring, copulating, businesses rose and fell, sank their teeth into each other, swallowed, broke away, gulped down other firms, or mounted each other to procreate smaller companies, just as they do elsewhere in other great capitalist cities.

Lees je hier een metaforische maar neutrale of zelfs positieve beschrijving in (er wordt immers gesproken over 'great capitalist cities')? Of zie je de passage als zwaar ironisch en daarmee kritisch op een wijze die verpakt is in beeldspraak, maar voor de goede verstaander onmiskenbaar is? Ik ben wel benieuwd wat anderen hier van maken. Ironie is iets waar je oog voor moet hebben en is daarom iets dat veel lezers en kijkers gemakkelijk ontgaat, maar je kunt het wel degelijk aanleren door zorgvuldig lezen. En dan biedt dit boek ontzettend veel plezier.

zondag 7 november 2021

Een zeer bijzonder fietsmaatje

Dean Nicholson & Gary Jenkins,
Nala's World (2020)

Reisverhaal, 272 pp.
Nederlandse titel: Nala's wereld


Dean Nicholson is een uit de kluiten gewassen Schot met tatoeages. Het is duidelijk een beste vent, maar hij heeft op zijn dertigste nog niet veel van zijn leven gemaakt. Zijn voornaamste bezigheden tot nu toe hebben vooral bestaan uit feesten en eenvoudige baantjes om in leven te blijven. Hij woont - uiteraard - nog bij zijn ouders. Gelukkig krijgt hij op een gegeven moment ook wel in de gaten dat hij zo niet eeuwig door kan gaan en hij besluit om iets radicaals te doen: hij gaat samen met zijn beste vriend de wereld rondfietsen. Zijn familie vindt het - uiteraard - een geweldig idee en Dean werkt zich een tijdlang uit de naad als bouwvakker om genoeg geld bij elkaar te verdienen voor de grote reis.

En daar gaan ze dan eindelijk! Nu zal alles anders worden. Alleen wordt het dat niet, want ook onderweg zijn overal feestjes en het lukt Dean maar niet om zichzelf te vinden. Ergens op de Balkan neemt hij een moedig besluit: zijn kameraad slaat linksaf naar Boedapest voor nog meer feestgedruis, Dean slaat rechtsaf richting Bosnië om in zijn eentje verder te fietsen. En daar gebeurt het.

zondag 31 oktober 2021

Een verrassende herlezing

Jane Austen,
Mansfield Park (GB 1814)

Roman, 480 pp.
In het Nederlands verkrijgbaar onder dezelfde titel
Herlezing

Er waren eens drie zussen. De eerste was een schoonheid en sloeg Sir Thomas Bertram van Mansfield Park aan de haak. Zij bracht de rest van haar leven tevreden bordurend door op de sofa, met haar hondje op schoot. De tweede deed het ook niet al te beroerd. Zij huwde de eerwaarde meneer Norris, een vriend van Sir Thomas, die dominee werd van Mansfield. Maar de derde maakte er een puinhoop van. Zij vergooide zich aan ene Mr Price, een marineofficier die zich als dit boek begint, heeft ontpopt tot een dronken zeebonk en haar heeft opzadeld met ladingen kinderen in een klein huisje met slechts één bediende.

Mrs Norris, die zeer deugdzaam is, vindt dat ze iets moeten doen voor hun arme zuster Price en zo komt het dat het oudste Price-meisje, de introverte en verlegen Fanny, op haar tiende naar Mansfield Park verscheept wordt om daar een fatsoenlijke opvoeding te krijgen. Vanzelfsprekend zal Mrs Norris er wel voor zorgen dat Fanny nooit vergeet dat ze slechts een arm familielid is en dat ze hier is om zich nuttig te maken, niet om zich te verbeelden dat ze nu op hetzelfde niveau zit als de vier Bertram-kinderen. Maar het loopt natuurlijk allemaal heel anders.

zaterdag 16 oktober 2021

Het einde of een nieuw begin?

Neema Shah,
Kololo Hill (GB 2021)

Roman, 297 pp.
Niet in het Nederlands vertaald

Je zult maar in een land wonen met een krankzinnige dictator die heeft verordonneerd dat alle mensen van jouw bevolkingsgroep binnen drie maanden het land uit moeten, met achterlating van alles wat je hebt opgebouwd. En dat nét nu de familiewinkel eindelijk begint te lopen. Nou heeft de krankzinnige dictator al vaker dit soort oekazes uit doen gaan, zonder dat er iets gebeurde, dus wat doe je? Toch maar voorereidingen treffen om met de hele familie naar een ander werelddeel te verkassen en daar als paupers helemaal opnieuw te beginnen? Of hopen dat het wel weer overwaait? Maar het leger wordt steeds brutaler tegen de mensen van jouw bevolkingsgroep. En niet alleen brutaal, maar ook gewelddadig. Wil je dat jouw zoon inelkaar geslagen wordt, dat jouw dochter verkracht wordt?

woensdag 29 september 2021

Vluchtverhaal

Kijk, dit is mijn broertje; hij werd vijf jaar na mij geboren. Onze ouders waren zo blij met hem. Eindelijk een zoon! Natuurlijk houden ze ook van hun dochters, maar een zoon is toch iets bijzonders. Hij zet de naam voort, blijft bij de familie, terwijl een meisje uiteindelijk vertrekt om deel te worden van de familie van haar man. We verwenden hem allemaal schromelijk, maar wat wil je ook met zo'n lief kind?

Hoezo, een kwade blik? Is dat wat u ziet? Nee, dat klopt helemaal niet. Hij was bang toen deze foto werd gemaakt, doodsbang, en doodsvermoeid. De dag ervoor was er een bom ingeslagen in onze straat. Het ene moment zaten we met zijn allen aan de maaltijd, het volgende moment was onze hele wereld vernietigd. Ja, ons huis stond nog, min of meer, maar de ramen waren gesprongen, en buiten was alles stof en puin en geschreeuw en sirenes. Die sirenes! Ik hoor ze nog steeds. We durfden niet te blijven en in paniek vluchtten we de stad uit. De hele nacht liepen we, voortgestuwd door angst, in de richting van de grens. We rustten pas uit toen het licht werd, ergens in de woestijn, bij een benzinestation.

Mijn broertje had zich al die tijd flink gehouden, maar toen kon hij niet meer. 'Ik wil slapen,' huilde hij. 'Waarom is oma niet meegekomen? Waar is mijn voetbal?' Maar toen even later de journalist en de fotograaf langs kwamen, verbeet hij zijn tranen en keek hij onverschrokken de camera in, want hij was tenslotte een man.

Vandaag is zijn achttiende verjaardag en als hij niet was verdronken bij de oversteek naar Europa, was hij nu officieel volwassen. Ik praat nog steeds met hem, elke dag, want ik wil dat hij zich nooit meer bang of alleen voelt.



vrijdag 17 september 2021

In een harem in Algiers

Sally Magnusson,
The Sealwoman's Gift (GB 2018)

Roman, 238 pp.
Niet in het Nederlands vertaald


Wat een bijzonder verhaal is dit. En nog echt gebeurd ook.

Het slavernij-verleden is volgens mij nog nooit zo hot geweest. Daarbij gaat het (ook wel terecht) eigenlijk altijd over de grootscheepse slavernij van Afrikaanse mensen die door Europeanen naar de plantages van Amerika ontvoerd werden. Maar wat veel minder bekend is, is dat er in die tijd ook Europeanen ontvoerd werden, door slavenhandelaren uit Noord-Afrika - waaronder trouwens ook Nederlandse kooplieden die zich daar gevestigd hadden. Er waren in de vroege zeventiende eeuw zelfs meerdere grote invallen in het afgelegen IJsland.

Deze IJslanders werden bruut gevangen genomen, zonder pardon verscheept naar Algiers en daar als gratis arbeidskracht ingezet of als middel gebruikt om losgeld van het trhuisfront te innen. Een van die slaven was een dominee, die al snel naar de koning van Denemarken werd gestuurd (waar IJsland toen onder viel) om 'even' een flinke som losgeld te regelen. De arme dominee schreef een boek over zijn moeizame omzwervingen richting Denemarken (zie daar maar eens zonder middelen te komen) en over zijn frustrerende ervaringen aan het Deense hof, dat weinig bekommernis had om een stelletje onderdanen uit het verre en 'achterlijke' IJsland.

vrijdag 10 september 2021

Voor iedereen

"Meditatie is voor zweefkezen."
"Bij meditatie moet je uren lang aan niks denken."
"Als je mediteert raak je in trance."
"Voor meditatie heb je een geheime mantra nodig."
"Van meditatie word je verlicht."

Zomaar een paar wijdverbreide misverstanden over meditatie, maar let op, dit is allemaal onzin, want

  • mediteren is geen zweverige bezigheid, maar gewoon mentale training;
  • langer dan een paar minuten aan niets denken lukt toch niet, dus dat hoeft ook niet - urenlang mediteren is trouwens ook niet nodig; zelfs 10 minuten per dag heeft al effect;
  • het is de bedoeling om vooral niet in trance te raken maar juist bij je volle bewustzijn te blijven;
  • je hebt er echt geen mantra voor nodig, laat staan een geheime;
  • verlichting kun je wel vergeten, tenzij je misschien een boeddhisitische monnik bent, die een groot deel van zijn leven mediterend door heeft gebracht.
  • O ja, en je hoeft er ook niet voor in lotushoudig op een kussentje te zitten. Gewoon op een willekeurige rechte stoel gaat net zo goed (waarschijnlijk nog beter - voor mij in ieder geval wel).

zondag 29 augustus 2021

Smullen van een tijger

Yangsze Choo,
The Night Tiger (Maleisië 2019)

Roman, 386 pp.
Niet in het Nederlands vertaald

Dit is nou typisch wat Hella zo smakelijk een smulboek noemt. Het pretendeert geen Hoge Literatuur te zijn, maar het is wel uitstekend geschreven en het sleept je heerlijk mee. Het heeft alles voor een fijne leeservaring: een interessante plot met elementen ontleend aan oude Chinese filosofie en mythologie, een weelderig beschreven exotische setting in de vorm van het Maleisië van 1931 en twee bijzondere hoofdpersonen. De ene is een Chinese jonge vrouw die stiekem in een dancehall werkt en de andere is een Chinees weesjongetje van een jaar of tien dat zijn tweelingbroertje zo mist. En niet te vergeten: er is een afgehakte vinger die zoek is geraakt en die absoluut binnen 49 dagen gevonden moet worden. Tenslotte is er de nachttijger, die niemand te zien krijgt, maar die wel afgekloven lichaamsdelen achter lijkt te laten en die volgens sommigen een weertijger is, waarover zo meteen meer. En - maar dat spreekt bijna vanzelf bij een smulboek - er is een flinke dosis spanning, mysterie en een snufje romantiek.

woensdag 11 augustus 2021

Een ontdekking

Na bijna zestig jaar ben ik weer op het Waddeneiland waar ik in 1962 als kleuter met mijn ouders mijn allereerste vakantie beleefde. Ik herken alleen de vuurtoren, verder niets. Maar het strand op de westpunt maakt me meteen weer blij: het heen en weer van de golven, de drukte van de meeuwen, het zand met schatten in de vorm van schelpen, zeewier, veren, wrakhout en … wat is dat? Iets van felgeel plastic. Ik pak het op. Het blijkt een goedkope armband van grote ronde kralen te zijn en in een flits ben ik weer terug in 1962. Want mijn tante had net zo’n armband. Mijn tante Alie, de veel jongere zus van mijn moeder.

Alie was zestien en woonde sinds kort bij ons - bonje met mijn opa, een zwijgzame sigarenboer, waar Alie niet mee overweg kon. Alie was zelf ook niet gemakkelijk: een norse puber met huilbuien. Verder kan ik me weinig van haar herinneren, want ze overleed kort na onze vakantie. Er werd erg geheimzinnig gedaan over haar dood en later werd er nooit meer over Alie gesproken. Wel ving ik dingen op als “overleden in bed”, “schande” en “naar een familie in Rotterdam,” maar ik kon die flarden niet thuisbrengen, zoals zoveel dingen destijds. Ik was vier en heb nadien zelden nog aan Alie gedacht.

Ik veeg de armband af en onverwacht doemt er een beeld op. Ik zie mijn ouders weer zitten, wit en ongemakkelijk in het zand, met Alie een eindje verderop: stuurse blik, de gele armband die ik zo mooi vond om de pols. En plotseling zie ik waar ik toen veel te jong voor was. Ineens begrijp ik waarom Alie te dik was en een vormeloze soepjurk droeg. Ineens begrijp ik waarom ze zo labiel was. Ineens begrijp ik in wat voor bed ze is gestorven.

Ik ga op het strand zitten en blijf daar, totdat de zon bijna onder is en ik het koud krijg. Dan loop ik langzaam terug naar het hotel, de armband om mijn pols. Mijn neefje of nichtje moet nu bijna zestig zijn.

PS Aarzel niet om je eigen commentaar toe te voegen. Ik stel het zeer op prijs als mensen de moeite nemen om reacties of aanvullingen te plaatsen.