Posts tonen met het label verhaaltje. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verhaaltje. Alle posts tonen

zondag 28 november 2021

Spanning en sensatie met Sinterklaas

‘Dus u komt aangifte doen van een strafbaar feit.’

‘Nou, eigenlijk meer van een mislukte poging daartoe.’

Dat maakt niet uit, hoor. Een poging tot een delict is net zo goed strafbaar.’

‘Oké. Gisteren aan het eind van de middag wilden mijn vrouw en ik net de kas opmaken, toen Sint en Piet binnenkwamen. Wat een leuke verrassing, dacht ik nog.’

‘Vielen u ook bijzondere uiterlijke kenmerken op aan deze twee individuen, zodat u ze later zou kunnen identificeren?’

‘Nee, natuurlijk niet. Het gezicht van Sint was een en al baard en Piet was zo’n politiek incorrect exemplaar, met een dikke laag zwarte schmink. Dat is toch echt niet meer van deze tijd, dacht ik nog. Enfin, ik stond grijnzend achter de toonbank, toen Sint mij zwijgend een briefje onder de neus schoof.

‘Je geld of je leven
En treuzel nu niet
Want we hebben maar even
Sint en de Piet

‘Da’s een originele, dacht ik nog, en mooi in stijl, dus ik zong uit volle borst “Siiiiiinterklaasje, kom maar binnen met je knecht” en bood de heren een dropje aan uit de pot met Engelse drop die altijd klaar staat voor de buurtkinderen. Nou, dat viel helemaal verkeerd. Piet greep mijn vrouw vast, haalde een pistool tevoorschijn en duwde het tegen haar hoofd. Ik schrok wel even, maar kon nog steeds niet geloven dat het serieus was.

‘“De kas! Nu! Anders gaat dit wijf eraan”, schreeuwde Piet. Ik stond intussen nog steeds een beetje te grijnzen. Ze gaan wel erg ver met hun grap, dacht ik nog, maar het kwam niet in me op dat ze een echt pistool hadden. Totdat het afging met een oorverdovende knal. Ik schrok me het apenlazer en dook in een reflex achter de toonbank. Toen ik weer durfde te kijken zag ik een stofwolk en een groot gat in het plafond, waar Piet had geschoten. Mijn vrouw krabbelde net weer overeind, ongedeerd, en van Sint en Piet geen spoor.’

‘Heeft u nog gehoord hoe ze wegkwamen? Een motor, of misschien een galopperend paard?’

‘Een paard? Huh? In de stad?’

‘Laat maar, dat was een grapje.’

‘Oh … hahaha.’

‘En de verdachten hebben dus geen goederen ontvreemd. Akkoord, we gaan ons inspannen om de daders te arresteren en dan krijgen ze er flink van langs met de roe.’

‘Wat?!'

'Sorry, weer zo'n flauw grapje. Hier tekenen graag.'


woensdag 29 september 2021

Vluchtverhaal

Kijk, dit is mijn broertje; hij werd vijf jaar na mij geboren. Onze ouders waren zo blij met hem. Eindelijk een zoon! Natuurlijk houden ze ook van hun dochters, maar een zoon is toch iets bijzonders. Hij zet de naam voort, blijft bij de familie, terwijl een meisje uiteindelijk vertrekt om deel te worden van de familie van haar man. We verwenden hem allemaal schromelijk, maar wat wil je ook met zo'n lief kind?

Hoezo, een kwade blik? Is dat wat u ziet? Nee, dat klopt helemaal niet. Hij was bang toen deze foto werd gemaakt, doodsbang, en doodsvermoeid. De dag ervoor was er een bom ingeslagen in onze straat. Het ene moment zaten we met zijn allen aan de maaltijd, het volgende moment was onze hele wereld vernietigd. Ja, ons huis stond nog, min of meer, maar de ramen waren gesprongen, en buiten was alles stof en puin en geschreeuw en sirenes. Die sirenes! Ik hoor ze nog steeds. We durfden niet te blijven en in paniek vluchtten we de stad uit. De hele nacht liepen we, voortgestuwd door angst, in de richting van de grens. We rustten pas uit toen het licht werd, ergens in de woestijn, bij een benzinestation.

Mijn broertje had zich al die tijd flink gehouden, maar toen kon hij niet meer. 'Ik wil slapen,' huilde hij. 'Waarom is oma niet meegekomen? Waar is mijn voetbal?' Maar toen even later de journalist en de fotograaf langs kwamen, verbeet hij zijn tranen en keek hij onverschrokken de camera in, want hij was tenslotte een man.

Vandaag is zijn achttiende verjaardag en als hij niet was verdronken bij de oversteek naar Europa, was hij nu officieel volwassen. Ik praat nog steeds met hem, elke dag, want ik wil dat hij zich nooit meer bang of alleen voelt.



woensdag 11 augustus 2021

Een ontdekking

Na bijna zestig jaar ben ik weer op het Waddeneiland waar ik in 1962 als kleuter met mijn ouders mijn allereerste vakantie beleefde. Ik herken alleen de vuurtoren, verder niets. Maar het strand op de westpunt maakt me meteen weer blij: het heen en weer van de golven, de drukte van de meeuwen, het zand met schatten in de vorm van schelpen, zeewier, veren, wrakhout en … wat is dat? Iets van felgeel plastic. Ik pak het op. Het blijkt een goedkope armband van grote ronde kralen te zijn en in een flits ben ik weer terug in 1962. Want mijn tante had net zo’n armband. Mijn tante Alie, de veel jongere zus van mijn moeder.

Alie was zestien en woonde sinds kort bij ons - bonje met mijn opa, een zwijgzame sigarenboer, waar Alie niet mee overweg kon. Alie was zelf ook niet gemakkelijk: een norse puber met huilbuien. Verder kan ik me weinig van haar herinneren, want ze overleed kort na onze vakantie. Er werd erg geheimzinnig gedaan over haar dood en later werd er nooit meer over Alie gesproken. Wel ving ik dingen op als “overleden in bed”, “schande” en “naar een familie in Rotterdam,” maar ik kon die flarden niet thuisbrengen, zoals zoveel dingen destijds. Ik was vier en heb nadien zelden nog aan Alie gedacht.

Ik veeg de armband af en onverwacht doemt er een beeld op. Ik zie mijn ouders weer zitten, wit en ongemakkelijk in het zand, met Alie een eindje verderop: stuurse blik, de gele armband die ik zo mooi vond om de pols. En plotseling zie ik waar ik toen veel te jong voor was. Ineens begrijp ik waarom Alie te dik was en een vormeloze soepjurk droeg. Ineens begrijp ik waarom ze zo labiel was. Ineens begrijp ik in wat voor bed ze is gestorven.

Ik ga op het strand zitten en blijf daar, totdat de zon bijna onder is en ik het koud krijg. Dan loop ik langzaam terug naar het hotel, de armband om mijn pols. Mijn neefje of nichtje moet nu bijna zestig zijn.

PS Aarzel niet om je eigen commentaar toe te voegen. Ik stel het zeer op prijs als mensen de moeite nemen om reacties of aanvullingen te plaatsen.

zaterdag 7 augustus 2021

Aan het strand

Mijn meeuwen zijn wereldberoemd! Sinds ze onlangs met enorm succes in Hitchcocks nieuwe film The Birds optraden, zijn het echte sterren. Het was lang en keihard trainen, maar dat hadden we er graag voor over, mijn meeuwen en ik. Meeuwen zijn veel gemakkelijker in de omgang dan mensen. Ze zijn simpel en eerlijk. Als iets ze niet aanstaat laten ze dat duidelijk weten, ze doen alles voor een lekker hapje en ze houden van een lolletje. Dat is alles wat je over meeuwen hoeft te weten.

Van het geld dat we met de film verdienden heb ik een strandhuisje gekocht. Vorige week is in het grote huis naast mij een nieuw gezin neergestreken, twee ouders met een kleuter en een ouder jongetje. Ik ben er inmiddels achter dat de jongste, een stil, tenger jochie, Freddy heet en de oudste, een branieschopper met een grote mond, Donnie.

Gisteren was het weer raak. Freddy had met zijn emmertje geduldig een zandkasteeltje gebouwd en even later kwam Donnie brullend aangerend om het met de grond gelijk te maken. Het allerirritantste was zijn triomfantelijke geschreeuw. “Ik ben lekker groter! Ik ben lekker de baas!”

Kleine Freddy zette het op een huilen, waarna Pa met een rood hoofd kwam aangebeend en hem een ferme tik gaf. “Hou je kop. Jongens huilen niet.”

Ik zat te trillen van verontwaardiging. Wat zijn dat voor mensen, dat ze pestgedrag belonen? Waarom zijn ze niet liever voor een stil kleutertje? Freddy kan er niks aan doen dat hij kleiner is en in zichzelf gekeerd. Het was alsof ik mezelf op die leeftijd terugzag, doodverlegen en gekleineerd door mijn grote broers, die het hilarisch vonden om mijn jampotjes met slakken en insecten kapot te smijten of mijn boeken in de plee te gooien. God, wat hadden die klootzakken een lol.

Ik moet iets doen, maar ik ben te timide, nee, te laf, om de ouders aan te spreken. En waarom zouden ze zich iets van mij aantrekken? Dus heb ik iets anders bedacht.

Freddy is weer zoet bezig met zijn emmertje, Donnie zit al te loeren tot het zandkasteel af is en ik sta op een afstandje met vier meeuwen in de aanslag. Donnie kan niet langer meer afwachten en staat met een valse grijns op. ‘Aanvallen,’ zeg ik zachtjes tegen mijn meeuwen. in kolonne vliegen ze op Donnie af die nog niks in de gaten heeft. Maar als hij vlakbij zijn broertje is, zijn ineens ook de vogels vlakbij. Verbaasd kijkt hij op. Melville schiet rakelings over zijn hoofd, Dickinson gaat pal voor zijn gezicht vliegen, Wharton krijst als een bezetene en Fennimore pikt hem in de rug. Niet hard, maar Donnie duikt in elkaar. De vogels blijven om hem heen vliegen en schijnaanvallen uitvoeren, precies zoals ik ze geleerd heb, totdat Donnie keihard jankend het huis in vlucht. Freddy kijkt hem verrast na.

Ik beloon de meeuwen glimlachend met een extra lekker visje. Misschien dat Donnie hier iets van leert en toch nog een goed mens wordt.

_____________________________________________________________________________

PS Degene die het eerst weet aan te geven naar wie de vogels genoemd zijn, verdient eeuwige roem!

 

zondag 4 juli 2021

Het rode jack

Nieuwsbericht
Bij een bomaanslag zijn vannacht twee mensen om het leven gekomen. De identiteit van de slachtoffers is nog onbekend en van de daders ontbreekt elk spoor. Een terroristisch motief wordt door de politie niet uitgesloten.
Later meer.

* * *

Deze keer zou de laatste keer zijn. Herman had weliswaar nog steeds niks door - Herman had zelden iets door - maar ze wilde het niet langer riskeren.
   Herman was niet het opwindende type, nooit geweest ook, maar hij was geweldig met kinderen, had nog nooit een vlieg kwaad gedaan en was haar beste maatje, degene met wie ze een gezin wilde stichten. Hij zou kapot zijn als hij erachter kwam, zou zichzelf misschien wel iets aandoen, en dat wilde ze niet op haar geweten hebben. En ach, wat had Dennis haar nou eigenlijk te bieden? Hij was veel te jong voor haar en altijd maar met zichzelf en zijn gespierde torso bezig. Heel sexy, die spierbundels, maar er waren belangrijker dingen in het leven dan seks; dat had deze affaire haar wel duidelijk gemaakt. Als je het zo bekeek, had dit slippertje met Dennis haar huwelijk ook nog iets goeds opgeleverd. Of was dat te cynisch?
   Ze hadden afgesproken na afloop van hun gezamenlijke  nachtdienst, op het bankje waar ze altijd afspraken. Het was daar dan steevast uitgestorven, afgezien van een enkele dronken zwerver. Dennis wist nog niet dat ze het uit ging maken, maar ze verwachtte geen problemen, want hij had ook heus wel gemerkt dat de vonken er niet meer afvlogen.
   Ze arriveerde precies op tijd en baalde dat ze ineens zenuwachtig was. Waarom toch, want er kon toch niks gebeuren? Dennis ging heus niet agressief doen. Of toch wel? Zo goed kende ze hem nu ook weer niet. Ze haalde een paar keer diep adem, maar de knoop in haar maag bleef. Als Dennis nou maar opschoot, dan was dit ook weer achter de rug.
   Gelukkig, daar kwam hij al aangewandeld - alleen, wacht, er klopte iets niet: de persoon droeg hetzelfde rode jack als Dennis en was net zo groot, maar liep op de een of andere manier niet als Dennis. Toen de gestalte dichterbij kwam, zag ze dat het een lange vrouw met kort donker haar was die doelbewust op haar (hun) bankje afliep. Oh, shit, wat nu? Haar hartslag schoot omhoog.
   'Dus jij bent Gerda!' siste de vrouw toen ze onuitgenodigd naast haar kwam zitten, veel te dichtbij, duidelijk met de intentie om te intimideren. Gerda was even niet in staat om iets terug te zeggen. Verdomme, dit verliep niet volgens plan. Had ze voorvoeld dat er iets mis zou gaan, was ze daarom zo nerveus? Ze merkte dat ze begon te zweten.
   'Ik ben Chantal, de vrouw van Dennis, ' zei de vrouw in het jack van Dennis.
   Gerda deed haar mond open, van plan om alles te ontkennen, maar Chantal was haar voor. 'Ik weet precies wat je hier komt doen. Dennis is nogal slordig met zijn telefoon, dus ik heb jullie hele correspondentie inmiddels kunnen lezen. Ik werd er kotsmisselijk van. Kan het je dan niks schelen dat je twee huwelijken kapot maakt?'
   Gerda deed weer haar mond open, maar er kwam niks uit. Het voelde alsof haar keel werd dichtgeknepen.
   'Dennis heeft alles toegegeven en heeft beloofd het uit te maken, maar het leek me beter om dat voor hem te doen, dan kun je hem niet weer op andere gedachten brengen, zoals je al vaker hebt gedaan.'
   Nu was Gerda wel in staat iets te zeggen. 'Wat? Dat is helemaal niet waar! Ik ben hier juist naartoe gekomen om er een punt achter te zetten!' Wat had Dennis zijn vrouw allemaal op de mouw gespeld?
   Chantal lachte schamper. 'Ja, vast. Luister goed. Ik ben drie maanden zwanger en ik ben niet van plan om toe te kijken terwijl jij de vader van mijn kind inpikt. Begrepen? Je blijft voortaan met je poten van hem af, en anders sta ik niet in voor de gevolgen. Hormonen kunnen rare dingen met een vrouw doen.'
   Gerda fronste. Was dit een dreigement? Maar ze ging echt niet laten merken hoe ongemakkelijk ze zich voelde. Ze stak haar kin omhoog. 'Wees maar niet bang. Ik hoef die onvolwassen vent van jou niet eens. Zeg dat maar tegen hem.' Het hielp niet. Ze voelde zich ineens diep, diep ellendig en werd overspoeld door schaamte. Wat had ze in godsnaam aangericht? Ze verlangde naar haar voorspelbare, betrouwbare Herman, naar zijn droge humor, naar zijn zorgzaamheid. Nooit zou ze hem meer belazeren.

* * *

Geen van beide vrouwen had door dat een man in het zwart een eindje verderop het bankje al een tijd aan het gadeslaan was.
   Hij was bloednerveus, want als Gerda en Dennis korter bleven zitten dan bij hun vorige ontmoetingen, mislukte zijn plan. Hij had er schoon genoeg van om altijd maar de goeiige sukkel te zijn en net te doen alsof hij niks in de gaten had. Gerda was zo achteloos met haar telefoon, dat het wel leek alsof ze betrapt wilde worden - alsof ze hem met opzet voor schut wou zetten. Hij had een rood waas voor zijn ogen gekregen, toen hij haar bedrog ontdekte en sindsdien was hij niet meer in staat geweest om helder te denken. De vernedering was zo compleet, dat iets in hem kapot was gegaan. Hij wist nu precies hoe het voelde als je hart in gruzelementen brak en hij wist ook dat hij hier nooit overheen zou komen. Er was in zijn geest nog maar ruimte voor één enkel ding: een alles verzengend verlangen naar wraak. Nooit zou hij iemand meer zo over hem heen laten lopen.
   Hij keek voor de zoveelste keer op zijn horloge. Eindelijk: het was nu echt bijna zover en alles leek volgens plan te gaan. Gerda en Dennis zouden niet weten wat hen overkwam. Nog 10 seconden, nog 8, nog 6, nog 5, nog 4, 3, 2, 1... NU!

_________________________

Ik schreef dit verhaaltje voor de schrijfwedstrijd De fatale date, en het werd gepubliceerd in een verhalenbundel met dezelfde titel en de lekker onheilspellende ondertitel De meeste dates verlopen slecht (hier verkrijgbaar).


PS Aarzel niet om je eigen commentaar toe te voegen. Ik stel het zeer op prijs als mensen de moeite nemen om reacties of aanvullingen te plaatsen.

zondag 6 juni 2021

Op het behang

Joepie! Mijn lieve echtgenoot heeft beloofd dat hij een week lang op onze drie pubers zal passen (veel plezier, schat) en heeft mij naar een  huisje op Vlieland gestuurd om bij te komen. Nog stijf van de werkstress reis ik af naar Harlingen, maar zodra ik de veerboot afstap, valt er iets van me af en nu ik in het huisje ben, weet ik dat het helemaal goed gaat komen met mij. Wat een pittoresk huisje! Het staat aan de rand van het dorp, is net gerenoveerd en prachtig ingericht. Zelfs het fotobehang van een half gestucte baksteenmuur maakt me blij. Normaal zou ik zoiets kitsch vinden, maar hier past het.

***

Ik heb een zalige avondwandeling gemaakt en trakteer mezelf op een groot glas rode wijn. Ik zie nu voor het eerst een donkere vlek op de ruwe bakstenen van het fotobehang. Van een voorzichtig afstandje kijk ik wat beter: het lijkt wel een gigantische zwarte spin. Onderdeel van de foto? Ja, moet wel. Ik kijk nog eens, vanuit een andere hoek. Gatver! Hij is 3D! Ik laat bijna mijn glas wijn vallen. Mens, stel je niet zo aan, spreek ik mezelf toe, dit is gewoon een plastic spin, grapje van de verhuurder. Maar ik drink voor de zekerheid de rest van de wijn in de slaapkamer op. Als de spin morgenochtend nog op dezelfde plek zit, weet ik zeker dat hij nep is.

De volgende ochtend zit de spin nog op precies dezelfde baksteen. Godzijdank. Ik heb me weer eens aangesteld. Dat krijg je als je overwerkt bent.

Als ik de tweede avond terugkom van mijn strandwandeling, word ik enthousiast begroet door de man in het huis naast mij. Hij is aan het schoffelen, we wisselen wat algemeenheden uit en hij vraagt of ik tijd heb voor een biertje. Buurman ('Tedje') is niet echt mijn type: volledig getatoeëerde armen, amper nog tanden in zijn mond, t-shirt met doodshoofd, maar vooruit, het is vakantie en thuis kan ik wel weer de burgertrut uithangen.

Het ruikt muf bij Tedje binnen, naar wiet en verschaald bier, en het is er halfdonker, want de paarse gordijnen zijn hermetisch gesloten. Het eerste dat ik ontwaar, is een groot terrarium met een stel slangen. Nou vind ik slangen lang niet zo eng als spinnen, maar ik weet nu al dat ik dat biertje heel vlot achterover ga slaan.

'Gaaf, hè?' roept Tedje trots. 'En moet je hier eens kijken, joh! Dit is helemaal te gek.' Hij troont me mee naar de andere kant van de kamer, naar een ander terrarium. 'Een echte vogelspin. Ik heb er eigenlijk twee, maar de andere is gisteren ontsnapt.'

***

Ik sta hyperventilerend met mijn koffer langs de weg. De taxi kan er elk moment zijn en dan kan ik nog net de laatste boot halen. De spin heeft zich op mijn hagelwitte slaapkamermuur genesteld, en ik realiseer me nu dat ik vergeten ben dat aan Tedje door te geven.


PS Aarzel niet om je eigen commentaar toe te voegen. Ik stel het zeer op prijs als mensen de moeite nemen om reacties of aanvullingen te plaatsen.

woensdag 5 mei 2021

Fries bont (een agrarisch verhaaltje)

Ik ben niet van plan om dit met iemand te delen. Dat akkefietje met de gierkelder was al erg genoeg. In alle kranten stond het, breed uitgemeten. Ik weet dat ik niet moet zeuren, want ik ben op tijd gered en het enige dat ik er aan opgelopen heb, is een flinke hersenschudding, maar waarom al die aandacht in de pers? Zo leuk was het niet. Dus dit houd ik mooi voor mezelf, want anders zeggen ze nog dat ik gek ben geworden.

Het is ook wel een beetje raar. Elke keer als ik na het ongeluk in de stal aan het werk ging, hoorde ik gekwebbel in mijn hoofd. Tenminste, ik dacht eerst dat het in mijn hoofd was. Maar plotseling begreep ik dat het de koeien waren. Ze waren met elkaar aan het kletsen en ik kon ze voor het eerst horen. Boukje 32 en Akke 68 hadden het over het weer, Tjitske 12 en Hylkje 41 bespraken de nieuwe uierzalf en Jebbichje 23 lag te mijmeren over het eerste kievitsei.

Hylkje 41
Het was allemaal even oninteressant, want koeien hebben niet direct een rijk geestelijk leven, dus ik deed geen enkele poging om aan de gesprekken mee te doen. Totdat ik op een ochtend binnen kwam om te melken en hoorde dat ze aan het roddelen waren. Over mij!

"Hij heeft al weken zijn haar niet gewassen."

"En altijd diezelfde saaie trui en die uitgelubberde spijkerbroek. Nooit eens een fleurig kleurtje of een sexy pasvorm."

"Ja, vreselijk, hè? En dan die buik. Zo komt onze Wiebe nooit aan de vrouw."

Dat raakte me. Dus ik ben eens gaan nadenken. Aan die buik kan ik niet zoveel doen. De Popkema-familie is nu eenmaal fors gebouwd. Elke week mijn haar wassen vind ik overdreven, maar misschien is een keer in de twee weken niet zo’n slecht idee. En dan mijn kleren... Lastig, ik koop ze mijn hele leven al bij de Wehkamp en altijd ongeveer dezelfde. Zouden die ook fleurige truien hebben?

Keus zat, zo bleek. Ik heb een lekker bonte trui met stripfiguurtjes erop besteld, flink strak, dus goed afkledend. Kom ik vanochtend in de stal, met mijn haar net gewassen, mooie nieuwe trui aan het lijf, roep ik "En dames, wat vinden jullie ervan?", krijg ik verdomme dit te horen: "Boeoeoeoeoeh!"


PS Aarzel niet om je eigen commentaar toe te voegen. Ik stel het zeer op prijs als mensen de moeite nemen om reacties of aanvullingen te plaatsen.

maandag 12 april 2021

Het was een nevelige avond in november (vervolg)

Klik hier voor deel 1 van dit verhaal

______________________________________

Ik ben geen kenner, maar zelfs ik kon zien dat de salon ooit een fraai vertrek was geweest, met een hoog, geornamenteerd plafond, okerkleurig zijden behang, een schitterende kroonluchter, meubilair van duur hout en een grote staande klok. Maar nu hingen het plafond en de kroonluchter vol spinrag, was het behang verschoten en kapot, en de meubels dof en aangetast door houtworm. De klok was stil. Het vertrek voelde door en door kil en rook muf, naar schimmels en oude pijptabak. Boven de marmeren schoorsteenmantel hing een antiek portret van een man van in de dertig - gezien de gelijkenis een verre voorouder van de heer des huizes.

'Ik kan u helaas geen versnapering aanbieden, want ik heb nog maar één bediende en die is momenteel absent.' Clinckema schudde zijn hoofd, zuchtte diep en ging moeizaam zitten in een vieze, stoffige fauteuil. 'Het is vrijwel onmogelijk om personeel te krijgen dat nog respect heeft voor de hogere klassen. Allemaal de schuld van Napoleon en zijn akelige ideeën.'

'Napoleon? Dat is wel erg lang geleden.'

Meteen kwam de autoritaire toon terug. 'U bent duidelijk een jong persoon dat van niks weet. Mijn oudere broer heeft nog in Napoleons marine gediend en is bij Trafalgar omgekomen; zolang geleden is het derhalve niet. Dat is het portret van mijn broer, daar boven de haard. Hij had gemakkelijk een remplaçant kunnen sturen, maar nee, Duco was gegrepen door de revolutionaire idealen. Voordat hij Napoleon achternaging, heeft hij het hele landgoed verhypothekeerd voor de revolutionaire zaak, die vanzelfsprekend een verloren zaak bleek. Ik erfde een schuld die ik nooit kon afbetalen.'

Ik zat me af te vragen hoe ik op deze waanideeën moest reageren, toen er driftige voetstappen aankwamen. De deur zwaaide open en daar stond een tanige, hoogbejaarde werkman met een verweerd gezicht - ook al in ouderwetse outfit, compleet met pet. 'Ik heb geld nodig om de kruidenier te betalen,' begon hij abrupt, maar toen zag hij mij en vroeg verbaasd 'Wie is dit?'

'Een jonge advocaat die mij even gezelschap houdt. Ga koffiezetten en zorg voor iets erbij. En steek de haard aan.'

Dit moest Bakema zijn. Hij nam me geringschattend op en zei toen smalend: 'Een advocaat! In zulke rare kleren zeker.'

Hoezo, rare kleren? Ik had een duur donsjack aan en een donkerblauw pak. Ik had ‘s ochtends zelfs mijn schoenen gepoetst. Wat een lomp duo was dit.

'Manieren, Bakema, manieren! Ga koffiezetten. Vort.'

Bakema wierp zijn werkgever een moordlustige blik toe en ging er stampend vandoor. 'Ik zal je wel krijgen,' mompelde hij, voordat hij de deur met geweld dichtsloeg. De oude heer besloot de opmerking te negeren en begon over zijn illustere familie te mijmeren. Over een jeugd vol bedienden en rijtuigen met Friese paarden. Over zomeravonden met punch, in tuinen met Italiaanse beelden en theekoepels en geschoren hagen en rozenbogen. Over de soirees die zijn moeder gaf, met overvloedige schotels, Franse wijnen en muziek van het beste strijkje uit de stad Groningen. Over jachtpartijen met de bewoners van de andere borgen in de provincie; over de objets d'art waar het huis ooit vol mee stond.

'Kijkt u eens,' hij schuifelde naar de marmeren schoorsteenmantel en pakte er verrassend trefzeker een kleinood van af, 'dit is de enige speeldoos die er nog over is. Ik kan het danseresje niet meer pirouettes zien maken, maar ik kan nog wel van het muziekje genieten. Als ik dat hoor, ben ik weer helemaal terug in mijn jeugd. Probeert u zelf maar, dan ga ik kijken wat Bakema uitspookt en waarom die koffie zo lang uitblijft.'

Ik hield een kunstig gemaakt speeldoosje in mijn hand, wond het mechaniek op en liet het een sprookjesachtig Mozartmelodietje spelen, terwijl een ballerina sierlijke rondjes draaide. Betoverend! Ineens werd de betovering verbroken door luid geschreeuw verderop in het huis en tegelijkertijd meende ik weer die brandlucht te ruiken. Ik opende de deur naar de gang en prompt sloegen de vlammen me tegemoet. Oh God, ik moet onmiddellijk die twee oude mannen naar buiten zien te krijgen, was mijn eerste gedachte. Maar de rookontwikkeling was al zo sterk dat ik bijna niks meer zag en ik kreeg het zo benauwd dat ik het bewustzijn verloor.

Weer dat misselijk makende gevoel van vallen, weer het stikdonker, weer het bijkomen op de grond. Maar nu was ik terug in mijn vertrouwde omgeving. Vroeger was hier een borg geweest en mijn huis is gebouwd op wat eens de bijbehorende boomgaarden en bleekvelden waren, zo wist ik van het gemeentebord dat hier staat. Maar daar had ik nooit veel acht op geslagen, dus waarom had ik er nu zo'n levensecht visioen over gehad? Ik was amper geïnteresseerd in geschiedenis.

Enigszins wankel kwam ik thuis. Daar googlede ik "Clinckemaborg", dat een eigen lemma op Wikipedia bleek te hebben. Fundamenten uit de late middeleeuwen, bladibla, herbouwd in de zeventiende eeuw, bladibla, neergang van de familie vanaf de negentiende, en toen: "In 1878 werd de borg door onbekende oorzaak door brand verwoest, waarbij de laatste jonker om het leven kwam. In het dorp gingen geruchten dat zijn tuinman de brand had aangestoken, maar daar was geen bewijs voor." Kennelijk had ik hier al eens eerder over gehoord of gelezen en was ik dat vergeten, want anders kon ik niet verklaren waarom ik er zo accuraat over had gehallucineerd.

Maar als het een hallucinatie was, waar kwam dat antieke speeldoosje in mijn jaszak dan vandaan? Met een danseresje dat er nog puntgaaf uitzag en een muziekje dat nog net zo zuiver klonk als toen jonkers op jachtpartijen gingen en jonkvrouwen punch dronken in theekoepels?

_____________________________________________________________________________

Ik schreef dit verhaal als inzending voor de verhalenwedstrijd "Een gedroomd verleden", georganiseerd door de Stichting Nostalgisch Erfgoed. De opdracht was om een verhaal te schrijven dat speelde in de periode 1840-1940 en waarin het verleden genostalgiseerd word. Mijn verhaal won niet de prijs van € 500, maar behoorde volgens de jury wel tot de beste verhalen en is daarom onlangs gepubliceerd in een bundel, die ook "Een gedroomd verleden" heet.



zondag 11 april 2021

Het was een nevelige avond in november

Het was een nevelige avond in november, even na middernacht. Ik had na een vermoeiende rechtszitting in Den Haag nog net de laatste trein naar mijn Groningse dorp gehaald en liep snel naar huis. Ineens gebeurde er iets wat ik nog steeds niet kan verklaren. De mist verdikte zich. Het werd ijskoud. Ik zag niets meer, probeerde op de tast verder te gaan, raakte gedesoriënteerd, en even leek het alsof ik tegelijkertijd zweefde en viel.

De geur van nat asfalt verdween en in plaats daarvan rook ik heel kort een sterke brandlucht. Het gevoel van vallen stopte en ik begon weer te zien. Ik lag tot mijn stomme verbazing in een verwaarloosde tuin, en uit de mist doemde een groot huis van verweerde bakstenen op, met een imposante deurpartij, een torentje, krullerige muurankers, dikke klimop langs de muren en luiken met afbladerende donkerrode verf. 

Zulke huizen waren er toch niet bij mij in de buurt? Hoe was ik hier in godsnaam terechtgekomen? Ik moest uren buiten westen zijn geweest, want het was inmiddels dag en nog steeds voelde ik me gedesoriënteerd en een beetje misselijk. Had ik een hersenschudding opgelopen?

Op dat moment ging krakend de deur van het huis open. In de opening stond een corpulente oude heer, leunend op een stok. Zijn witte haar stond alle kanten uit en hij leek verward. Voorzichtig stak hij zijn hoofd buiten de deur, hield het scheef, draaide het naar de andere kant en bleef even doodstil zo staan. Ik wilde snel overeind komen, omdat het zo gênant is om languit in andermans tuin betrapt te worden, maar ik was nog steeds duizelig en viel met een klap tegen een gammel hek.

De oude heer draaide zich abrupt in mijn richting en tuurde ingespannen over mijn hoofd heen. 'Bakema! Bakema! Ben jij dat? Kom onmiddellijk hier!'. Ik keek om mij heen of ik Bakema ergens zag, maar er was verder niemand. Zou hij het soms tegen mij hebben? Zag ik eruit als Bakema?

'Bakema! Ik heb je heus wel gehoord. Kom hier! Ik heb je nodig.'

Ik voelde me nu toch wel verplicht om te reageren. 'Sorry, maar ik ben Bakema niet.'

Dit bracht de oude heer van zijn stuk en de toon veranderde. 'Ach zo. Wie is u dan?' vroeg hij, nog steeds onzeker over mijn hoofd heen turend.

'Eh, een voorbijganger.' En op dat moment realiseerde ik me dat de arme man blind was. 'Kan ik u misschien helpen?'

'De haard moet aangemaakt worden. Dat is de taak van een bediende. Bent u dat?'

'Nee, ik ben advocaat.

'Hm, een gestudeerd man. Niet bepaald nuttig, maar wellicht heeft u even tijd om een eenzame oude jonker wat gezelschap te houden.'

Een eenzame oude jonker? Ik wist vrijwel zeker dat de plaatselijke jonkersfamilie allang was uitgestorven. De man leefde duidelijk nog in het verleden. Vandaar natuurlijk dat potsierlijke pak, dat zelfs in de tijd van mijn opa al hopeloos ouderwets was.

'Komt u toch binnen.' Hij maakte een uitnodigend gebaar en keek hoopvol in mijn richting. 'Ik heb al zolang niet meer met een ontwikkeld man gesproken. Clinckema is de naam.' Ik stelde me op mijn beurt voor en keek voorzichtig een hal met zwart-witte marmeren plavuizen in.

Het gezicht van Clinckema lichtte op. 'Aah, daar bent u. U kunt uw hoed op het tafeltje naast de deur leggen. De salon is rechts. Treedt u binnen en gaat u zitten.'

Wordt vervolgd...


vrijdag 25 december 2020

Een coronakerstlied

 Jacob woonde en werkte al jaren in Engeland, waar hij naar hartenlust zijn anglofilie kon uitleven, want hij was verzot op Charles Dickens, op scones, op kostuumdrama's en had zelfs geleerd om van fish and chips te houden.
   Een heerlijk land, vond Jacob dus, totdat de Brexit niet alleen het land, maar hele regio’s en zelfs families uit elkaar dreef. Toen kwam de pandemie en bleek ook Jacobs Nederlandse familie verscheurd, want broer Bob was complotdenker geworden. Hij verkondigde luidkeels dat het virus op de wereld was losgelaten door Bill Gates om de overbevolking te bestrijden, en tegelijkertijd dat het helemaal geen bedreiging voor de volksgezondheid was, wat aan Jacob de uitspraak ontlokte dat Bill het dan dus niet erg slim had aangepakt. Bob nam aanstoot aan de smalende toon van zijn broer, Jacob ergerde dood zich aan het geëvangeliseer van Bob, en nu praatten ze niet meer.
   Jacob was Bob zelfs zo ondraaglijk gaan vinden, dat hij zich had afgemeld voor de familiekerstlunch via Zoom; hij zat nog liever in zijn eentje te zwelgen in zelfmedelijden.

Kerstavond had hij doorgebracht met Pip, een aanhankelijk bastaardje uit het asiel, en een fles supermarktport die hij van zijn studenten had gekregen. Hij was in zijn stoel in slaap gevallen en schrok de volgende ochtend (het was al licht) stijf en verkleumd wakker van Pip, die blij stond te springen. Het volgende moment schrok hij nog harder, toen hij zag waar Pip zo opgewonden tegenaan sprong: er stond een hele rare vent in zijn huiskamer, helemaal in het groen gekleed, en met een krans van hulstbladeren in zijn haar.
   'Jezus,' kreunde Jacob, 'wie is u? Hoe bent u binnengekomen? '
   'Ha! Niet Jezus! De kerstgeest!' bulderde de vent.
   'Niet zo hard,' siste Jacob. 'Hoezo kerstgeest? Net als in A Christmas Carol van Dickens? Moet u dan geen rood pakje aan?'
    De man stikte zowat. 'Pfah! Dat is die commerciële Amerikaan! Ik ben de enige echte originele kerstgeest en ik kom je iets laten zien.'
   ‘Ga weg. Ik heb hier geen zin in.’ Jacob sloot zijn ogen, hopend dat de verschijning dan zou verdwijnen, maar even later was hij er nog steeds. Pip lag in aanbidding aan zijn harige blote voeten.
   'Opgelet!' riep de man. Tot Jacobs stomme verbazing zaten Bob en zijn vrouw Nellie plotseling op de antieke Chesterfieldbank. Pip kroop jankend onder de tafel. Jacob was sprakeloos.
  'Nieuwste hologramtechniek. Goed, hè?' De man gaf een vette lach en brulde: 'Daar gaan we! Tadaaa!'

Bob en Nellie kwamen prompt tot leven. Nellie zuchtte. 'Ik snap jou niet, Bob. Waarom doe je zo gelijkhebberig tegen Jacob? Je bent anders ook nooit zo fanatiek. Nu heb je de kerst voor je ouders verpest.'
   'Ik gelijkhebberig? Jacob is veel erger! Die werkt aan de universiteit en weet alles beter en heeft altijd gelijk.'
   'Maar hij weet het ook echt vaak beter, omdat-ie zoveel leest en eerst nadenkt, in plaats van maar wat te roepen.'
  'Ik roep zomaar wat? Ik ben de dombo die met zijn handen werkt en nooit nadenkt?'
   'Je minderwaardigheidscomplex speelt weer op. De bouwvakker is jaloers op de wetenschapper.'
   'Bouwvakker? Ik heb een succesvol aanneembedrijf met drie vestigingen. Ik verdien vijf keer zoveel als Bob met zijn lullige docentensalarisje. Ik heb een Mercedes, terwijl Jacob in een aftandse Mini rondtuft.'
   'Niet aftands! Vintage!' riep Jacob, maar ze hoorden hem niet.
   'Ik jaloers op Jacob? Hij zou jaloers op mij moeten zijn. Maar nee, hij kijkt op me neer, maakt me uit voor viruswappie.'
   ‘Hij kan wel eens wat neerbuigend overkomen.'
   'Wát neerbuigend? Hij is zo arrogant als de pest.'
   'Een beetje. Maar ik snap nog steeds niet waarom je zo tegen hem tekeerging met die samenzweringstheorieën. Geloof je dat nou echt?'
   'Ik weet het niet. Maar wetenschappers weten ook niet alles.'
   'Maar waarom zou iemand op Facebook het dan wel weten? Geloof je serieus dat Bill Gates met een duivels plot bezig is? Dat is meer iets voor een James Bondfilm.'
   'Misschien wil ik er daarom graag in geloven. Het is veel interessanter dan vette pech of dom toeval. En het is zo lekker om die arrogante wetenschappers dwars te zitten.'
   'Je bedoelt: om je broer dwars te zitten.'
   'Maar hij vraagt er om.'
   'Hoezo? Jij hebt veel meer succes, hebt een gezin, terwijl hij een alleenstaande ouwe homo is.'
   'Achtenveertig is helemaal niet oud,' protesteerde Jacob zwakjes, maar niemand reageerde.
   'Oké, misschien zeg ik die dingen wel om te provoceren, omdat ik me bij Jacob altijd weer het domme broertje voel.'
 

Op dat moment greep de zelfverklaarde kerstgeest in, en zette Bob en Nellie stil. 'Ik denk dat we wel genoeg gezien hebben.' Hij wreef tevreden in zijn handen. 'Goeie voorstelling, hè?'
   Jacob zei niks.
   De man maakte een armgebaar, waarop Bob en Nellie in een flits verdwenen. Pip kwam kwispelend onder de tafel vandaan. De man toverde uit het niets twee glazen warme wijn tevoorschijn, riep 'Vrolijke kerst!', en sloeg zijn glas in één keer achterover. Jacob nam voorzichtig een slok, en dat was het laatste wat hij zich herinnerde.

Toen hij weer wakker werd, hing hij half uit zijn stoel en droop er een sliertje kwijl over zijn kin. Pip lag aan zijn voeten te snurken. Buiten was het donker. Was het inmiddels tweede kerstdag?  Gedesoriënteerd raadpleegde Jacob zijn telefoon: 25 december 2020, 8:10 AM. Hij kwam langzaam overeind, veegde bedachtzaam zijn kin af en gaf Pip te eten. Buiten regende het, en normaal zou hij dan een mimimaal uitlaatrondje doen, maar vandaag ging hij tot vreugde van Pip een heel eind wandelen. Toen ze thuiskwamen, voelde hij zich warempel wat beter en even na 1 uur maakte hij de open haard aan, stak wat kaarsen aan, schonk een glas tomatensap in, smeerde een stapeltje kalkoensandwiches, schakelde de laptop in en maakte verbinding. De rest van de familie was al present.
   'Vrolijke kerst, lieve pa en ma, lieve Nellie, lieve Bob. Wat fijn dat jullie er allemaal zijn. Ik heb jullie gemist'

_______________________________________________________________________

Dit verhaal is ook gepubliceerd in de bundel "Coronakerst" in het kader van een schrijfwedstrijd van Uitgeverij Quarantaine. De Dickenskenners zullen ongetwijfeld meteen de diverse verwijzingen naar "A Christmas Carol" en andere Dickensiana hebben herkend. Is er iemand die de naam van de hond kan plaatsen?

Nog een wat serieuzere noot: de discussie die ik in dit verhaal heb verwerkt, is iets waar ik me nogal zorgen over maak, maar ik realiseer me heel goed dat ik de problematiek hier erg simplisitisch en oppervlakkig (en sentimenteel) weergeef. Deelnemers aan de verhalenwedstrijd mochten maximaal 1500 woorden gebruiken, dus meer complexiteit en diepgang zat er niet in (als ik daar als beginnend amateurtje sowieso toe in staat zou zijn), maar toevallig ontdekte ik een paar dagen nadat ik het verhaal had ingestuurd een interessant artikel in The Guardian over dit onderwerp. Wil je ook weten hoe je toch kunt proberen om met complotdenkers in gesprek te blijven (voor zover mogelijk) en je een beetje in hun standpunt te verplaatsen (voor zover mogelijk), lees het artikel dan hier. 


woensdag 25 december 2019

Een eigentijdsche kerstvertelling

Jaren geleden werd ik op eerste kerstdag altijd wakker met een onzichtbaar koortje dat buiten op straat meerstemmige christmas carols zong. Het had iets sprookjesachtigs, iets magisch, die stemmen in het halfdonker waarvan je niet wist wie het waren. Tot ze er ineens niet meer waren en de kerstdagen net wat minder vrolijk begonnen. Tegenwoordig zit ik zelf in een koortje, dat wel eens optreedt in het bejaardenhuis en dat aan het eind van het jaar altijd een stuk of wat kerstliedjes instudeert. Gewoon voor de eigen lol, om in de sfeer te komen.

   “Eigenlijk een beetje zonde dat we daar verder niks mee doen,” vond Joop, een succesvolle horeca-uitbater met een imposante snor. "Waarom zouden we ze niet eens in het verzorgingshuis opvoeren?"
   “Maar daar zijn we vorige maand nog geweest. Om die mensen nu alweer te teisteren…” Typisch Betty, een veel te bescheiden lerares Latijn.
   Alexandra stond meteen verontwaardigd op. “Hoezo teisteren! Zo slecht zingen we helemaal niet." Alexandra is onze ster-sopraan, de enige die echt goed zingt en wéét dat ze goed is.
Op dat moment schoot mij het onzichtbare kerstkoortje van destijds weer te binnen.

En zo kwam het dat wij nu, op eerste kerstdag, op de hoek van de Parklaan en de Vondellaan vierstemmig Joy to the World staan te zingen, terwijl het in het oosten net een klein beetje begint te dagen. Alexandra heeft een enorme bontmuts op haar hoofd, wat ik persoonlijk een beetje té vind, want zo koud is het nou ook weer niet. Joop heeft een kerstmuts met flikkerlampjes opgezet. Hij heeft hem van de Action. Het is niet om aan te zien, maar niemand durft er iets van te zeggen.

Hier en daar in de huizen is al licht aan, maar geen mens loopt uit om ons te zien. Helemaal niet erg, we vinden het gewoon zalig om te zingen. Halverwege komt er een man met een hond langs. De hond blaft wat halfhartig tegen Alexandra’s bontmuts en laat zich daarna grommend naar huis trekken. Wij verplaatsen ons na een paar liedjes, via stops op het Mondriaanplein (winderig) en in het winkelcentrum (uitgestorven), naar de Balistraat, een wat volksere buurt. We zijn net begonnen aan Stille Nacht, als Betty me discreet aanstoot. Uit het raam van de bovenste verdieping van één van de huizen staat een jongen met een brede grijns ons te filmen met zijn telefoon. Hij geniet duidelijk. Hier doen we het voor! Gek wat voor invloed het heeft als je wordt gefilmd. We veren allemaal een beetje op en zingen ineens een stuk overtuigender. Ik denk zelfs dat we Stille Nacht nog nooit zo mooi en zo doorvoeld uitgevoerd hebben.

Als ik later thuis voldaan met de familie aan de koffie met kerstkrans zit, komt er een appje binnen van Betty: “We staan op YouTube,“ schrijft ze, met daarna een link. Jee, wat spannend! Meteen bekijken. Ik klik, maar krijg prompt een foutmelding. Geen internetverbinding, de wifi is net weer uitgevallen. Alweer! Gauw naar boven, naar de desktop in de werkkamer. Opstarten, wachten, inloggen, wachten, naar YouTube, letter voor letter de link overtikken, wat pas de derde keer helemaal goed gaat (scheepsrecht), en ja hoor, daar zijn we.

Er staat ook iets onder.
“Deze bunch of losers stond vamorgen by ons voor de deur. Hebben ons bescheurt LOL!!!!!”