zondag 11 januari 2009

Een monster en veel gekke voorouders

Lauren Groff,
The Monsters of Templeton (VS 2008)
Roman, 361 pp.

11 januari 2009

Archeologe Willie Upton heeft in Alaska een mislukte poging gedaan de vrouw van haar minnaar plat te rijden en is nu in hysterische toestand én zwanger in haar veilige geboortestadje Templeton in de staat New York gearriveerd. Maar daar is alles ook niet meer wat het geweest is. Er wordt net een enorm dood monster uit het meer gevist als Willie binnenrijdt, en haar moeder, ex-hippie Vivienne, loopt ineens met een knots van een kruis om haar nek en heeft verkering met de baptistenpredikant.

Willie is met haar 28 jaar niet opvallend volwassen en eenmaal in het ouderlijk huis vervalt ze, dwarsgezeten door haar hormonen, in puur puberaal gedrag. Gelukkig zijn moeder en dochter aan elkaar gewaagd. Vi dreigt Willie het huis uit te zetten als ze niet iets nuttigs gaat doen en komt prompt met een schokkende onthulling: Willie's vader is niet een onbekende hippie uit een commune in San Francisco, maar een inwoner van Templeton, die net als Willie en Vi afstamt van Marmaduke Temple, de stichter van Templeton. Meer wil Vi lekker niet zeggen - en dus duikt Willie (onderzoeker als ze is) de plaatselijk archieven in.

Templeton is gebaseerd op de geboorteplaats van de schrijfster, Cooperstown, dat eind achttiende eeuw werd gesticht door de vader van de beroemde schrijver James Fenimore Cooper (hier alleen bekend als de schrijver van het ten onrechte als jongensboek afgeschilderde De laatste der Mohikanen). Het verhaal van Willie en Vi wordt afgewisseld met brieven, dagboekfragmenten en archiefstukken van hun fictieve voorouders, waarvan er verscheidene behoorlijk getikt waren. Het ene lijk na het andere komt uit de kast rollen. En op de achtergrond speelt het verhaal van het dode monster dat zojuist uit het meer is getakeld.

Lauren Groff is een debutant van wie je terecht kunt zeggen dat ze eigenlijk net iets teveel in haar eerste roman heeft gestopt: een prehistorisch monster, een huisgeest, overal onwettige kinderen, branden, moorden, slaven, Indianen... Maar wie vindt dat nou erg, als ze dat zo meeslepend en zo onderhoudend en zo humoristisch heeft gedaan? De puberale Willie zou gemakkelijk irritant kunnen zijn, maar ze wordt door de schrijfster met net de juiste portie goedaardige spot behandeld. En het onrealistische monster is een prachtig, tweeslachtig symbool voor Templeton, want aan de ene kant symboliseert het de lijken die uit de kast komen, maar aan de andere kant is het ook een goedaardig monster - net zoals Willie aan de ene kant een geschiedenis van Templeton vol waanzin en verderf blootlegt, terwijl tegelijk een vriendin die voor het eerst in Templeton komt vol verrukking roept: "This is a perfect place."

Tenslotte heeft Groff een moeiteloos-poëtische stijl die van dit boek, samen met het inventieve verhaal, een verrukkelijke leeservaring maakte. Ik heb niks met Stephen King en ik denk ook niet dat deze roman ook maar iets lijkt op zijn boeken, maar ik ben het helemaal met hem eens als hij verzucht: "I was sorry to see this rich and wonderful tale come to an end."

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen