woensdag 29 april 2009

De kathedraal als bouwwerk van steen en geest

Philip Ball, Universe of Stone: Chartres Cathedral and the Triumph of the Medieval Mind (GB 2008)
Kunstgeschiedenis, 291 pp.
27 april 2009


In de grijze oudheid, toen ik nog Engels studeerde en elke zomer braaf met de veerboot naar Engeland overstak, raakte ik betoverd door de gotische kathedralen. Lincoln, York, Salisbury, Winchester, Exeter; ze hadden allemaal wel iets prachtigs waar je jezelf in kon verliezen, zelfs als je niet gelovig was. Ik ging prompt als bijvakken architectuurgeschiedenis en middeleeuwse kunst studeren, maar kwam later zelden nog in een gotische kathedraal, want die heb je niet in de landen waar ik tegenwoordig naartoe ga. Maar ik vergat ze niet. Twee jaar terug las ik met groot plezier The Gothic Enterprise van Robert A. Scott, een enthousiaste amateur die met veel aanstekelijke nieuwsgierigheid en bewondering van alles heeft uitgezocht over de gotische kathedraal (met name, de eerste, die van St. Denis) en daar zeer onderhoudend over schrijft. Een perfecte introductie.

Het boek van Philip Ball is meer voor de iets gevorderde lezer. Ball is wetenschapsjournalist en zijn boek is serieuzer en diepgravender dan dat van Scott (maar daardoor niet beter of slechter, voeg ik er snel aan toe). Een ander verschil is dat Universe of Stone vrijwel geheel gericht is op de kathedraal van Chartres, volgens de schrijver het hoogtepunt van de gotische architectuur.

De kathedraalschool van Chartres was een belangrijk intellectueel centrum in de dertiende eeuw. Ball besteedt veel aandacht aan het intellectuele klimaat uit de tijd, maar nuanceert tegelijkertijd de stellingen van sommige eerdere schrijvers die de kathedraal als steengeworden Neoplatonisme zien en voorbij gaan aan het feit dat de (anonieme) bouwmeesters uit die tijd handwerkslieden waren die vermoedelijk nooit van Neoplatonisme hadden gehoord. Toch was het intellectuele klimaat waarschijnlijk wel van invloed op bijvoorbeeld het streven om zoveel mogelijk licht binnen te brengen. Licht werd door de denkers uit die tijd gezien als goddelijk, evenals trouwens de orde en harmonie die de gotische kathedralen zo veel nadrukkelijker nastreven dan de eerdere Romaanse.

Het idee dat de hele stad koortsachtig en bevangen door vroomheid gratis meewerkte aan de totstandkoming van de kathedraal wordt door Ball naar het rijk der fabelen verwezen. Hooguit kunnen de burgers wat met bouwmaterialen en spullen gesleept hebben; de rest was werk voor geschoolde handwerkslieden, die het echt niet pikten als 'beunhazen' hen het brood uit de mond stootten door voor niets te werken.

Ball wijdt, zoals te verwachten, ook de nodige hoofdstukken aan de bouwkundige aspecten (kruisbogen, luchtbogen, kruisgewelven, dat soort werk), maar één van mijn favoriete hoofdstukken was toch wel dat waarin hij uitgebreid uit de doeken doet hoe glas-in-lood ramen werden gemaakt. Er was in de dertiende eeuw niks kant en klaar voor handen. Elk stukje glas moest zelf gemaakt worden van zand en een bepaald soort as. De as werd verkregen van beukenhout, dat zelf gesprokkeld werd, het benodigde zand werd eigenhandig uit rivierbeddingen geschept, en het verkrijgen van de juiste kleur was vervolgens meestal een kwestie van geluk en toeval: al naar gelang de metalen die er in het zand zaten, ontstond een kleur die alleen nog enigszins beïnvloed kon worden door het vuur wat extra op te stoken of juist niet. Helder, wit glas was het allermoeilijkst te maken en daarom het kostbaarst. Omdat het produceren van de juiste kleur zo moeilijk was, is het niet zo waarschijnlijk dat er een symbolische waarde kleeft aan het veelvuldige gebruik van rood en blauw: deze kleuren waren het eenvoudigst te maken, namelijk door koper aan het zand toe te voegen.

Destijds moet het rijk gekleurde licht een verpletterende indruk gemaakt hebben. Niet alleen waren alle gebouwen destijds donker omdat glas zo duur was, veel kleur bevatte het leven van de modale middeleeuwer, die zijn stoffen verfde met sombere aardetinten, ook al niet. Het beoogde effect, de kerkganger het idee geven dat hij in de nabijheid van God was en hem in de juiste geestesgesteldheid brengen, zal ongetwijfeld bereikt zijn, als zelf moderne ongelovigen er nog door geraakt worden.

Eigenlijk zou ik nu meteen in de auto willen stappen om naar Chartres te scheuren en de schoonheid van de kathedraal zelf te ondergaan. Het enige dat me tegenhoudt is dat ik helemaal geen auto heb... ;-)

2 opmerkingen:

  1. Ik vind de glas-in-lood ramen vaak een van de mooiste dingen in kerken en kathedralen. Als je dan bedenkt wat voor enorm werk er in het maken ervan zit, worden die ramen nog indrukwekkender. In februari was ik in Amiens, in noord-Frankrijk en ook daar heb ik weer vol bewondering naar de glas-in-lood ramen staan kijken.

    Over de bouw van katherdralen gesproken: ik heb Ken Follett's The Pillars of the Earth op tbr-stapel liggen. Die moet ik binnenkort toch maar eens oppakken (als ik weer aan het lezen sla, want ik heb de laatste drie weken bijna geen boek opgepakt!)

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dan moet ik na Chartres in mijn virtuele auto dus meteen doorrijden naar Amiens :-)
    The Pillars of the Earth heb ik jaren geleden gelezen: personages van zwart-wit bordkarton die denken en doen als twintigste-eeuwers, maar eerlijk is eerlijk: je leert op een prettige manier wel heel veel over het bouwen van een gotische kathedraal want Follett heeft zich fantastische ingelezen, en het verhaal is beslist onderhoudend.

    BeantwoordenVerwijderen