vrijdag 15 mei 2009

Van de kerkvaders naar Ockhams scheermes

Marcia L. Colish, Medieval Foundations of the Western Intellectual Tradition, 400-1400 (Yale Intellectual History of the West) (VS 1997)
Geschiedenis, filosofie
10 mei 2009


Dit boek gaat over intellectuele ontwikkelingen in de middeleeuwen. "Hoezo?" hoor ik nu iemand vragen, "hadden ze die dan destijds?" Jawel hoor, de middeleeuwen zijn veel meer dan een donkere periode tussen het licht van klassieke oudheid en dat van de renaissance en ze zijn ook veel meer dan ridders, kastelen en de pest. En hoewel ik onmiddellijk toegeef dat ridders en kastelen en de zwarte builenpest veel spannender leesvoer opleveren dan discussies over de heilige drie-eenheid, is dit boek niet zo saai als het lijkt. Zo vond ik het verrassend om te lezen dat het vagevuur in de zesde eeuw is uitgevonden door paus Gregorius de Grote, omdat het anders zo sneu was voor al die zielen die bij hun dood al wel bezig waren berouw te tonen, maar nog geen officiële vergeving hadden ontvangen van hun priester. Ook heel aardig vond ik het om over de missiestrategie van de eerste Ierse monniken te lezen:
A monastic leader with twelve followers, in honor of the number of Christ's disciples, would simply get into a boat, vowing to spread to gospel wherever it landed. Part of their success lay in the fact that the prevailing winds were in their favor. (p. 63)
Die monniken die door een ongebruikelijke zuidooster naar het toen nog onbewoonde en onbekende IJsland werden gedreven hadden dus flinke pech.

Mijn favoriete hoofdstukken waren die over de middeleeuwse literatuur in West-Europa. Ik ben vroeger enigszins doodgegooid met Oud-Engelse literatuur, maar was verrast over de variëteit van literatuur uit andere taalgebieden. Zo schreef een vroegmiddeleeuwse Ierse monnik een heerlijk speels gedicht over zijn kat en dichtte een ander Ier uitbundig en lyrisch over de komst van de lente. De Germaanse dichters uit die tijd, pas bekeerd en gewend epossen over dappere strijders en bloedige gevechten te componeren, wisten niet altijd even goed wat ze met de verhalen over Jezus aan moesten en pasten ze dus maar aan aan de smaak van hun publiek.
In this poem [Heiland] Christ becomes a comitatus leader and his disciples his military followers. The desert becomes a forest and the scene shifts from Palestine to Saxony. Given the military preoccupations of German epic, the author is stymied by the lack of warfare in Christ's life. He makes the most of the scene in which St. Peter severs the ear of the high priest's servant, but he is puzzled by Christ's turn-the-other-cheek doctrine. He is also alarmed by Peter's denial of Christ, another baffling departure from the warrior ethos and the retainer's duty of loyalty to his leader. Eventually he abandons the effort to explain Peter's action, declaring that it must have been fated. (p. 98-99)
Hoewel latere dichters zich de Christelijke ethos wel degelijk eigen zullen maken, is dit gedicht in zekere zin exemplarisch: de West-Europeanen namen de klassieke en de Christelijke cultuur over, maar niet klakkeloos (zoals de Byzantijnen veelal), doch altijd op hun eigen manier, zodat er iets heel nieuws ontstond.

Het grootste deel van het boek is aanzienlijk taaier dan de hierboven geciteerde passages. Daarin wordt onder meer het spoor van het invloedrijke Latijnse lesprogramma getraceerd en zijn er uitgebreide uiteenzettingen over de ontwikkeling van doctrinaire zaken, zoals de aard van de schepping (hoe zit het nu met engelen?) en de al dan niet transcendente aard van God. Colish bespreekt hier niet alleen de Christelijke schrijvers maar geeft ook de nodige ruimte aan de Joodse en Islamitische denkers die veel invloed hebben gehad in het middeleeuwse Europa. Rond de twaalfde eeuw komt er een interessante kentering en gaat West-Europa voor het eerst een echt eigen kant op. In het klimaat van de opkomst van de steden en de herleving van de internationale handel ontstaan de allereerste universiteiten en wordt het denken onafhankelijker, gedurfder en innovatiever. Willem van Ockham, die van het beroemde scheermes, was de voorloper van het wetenschappelijk denken in de zeventiende eeuw.

Helaas toont zich met name in de filosofische hoofdstukken de grootste zwakte van dit boek: Colish geeft vooral opsommingen van de belangrijkste schrijvers en samenvattingen van hun voornaamste werken. Ze zit teveel pal bovenop de stof, waardoor het boek vaak leest als een encyclopedie. Het was beter geweest als ze regelmatig een stapje terug had gedaan om de grote lijn te bekijken en daarover te vertellen. Nu wordt het gaandeweg het boek steeds moeilijker om door de bomen nog het bos te zien. Niet dat ik er niet veel uit heb opgestoken, maar de informatie had overzichtelijker gebracht kunnen worden - dan had het me nu niet zo geduizeld.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen