woensdag 24 juni 2009

Een bekentenis

Leo Tolstoy
The Kreutzer Sonata (Rusland 1889)
Novelle, 144 pp.
22 juni 2009


Als ik in de trein zit, hoor ik om me heen alleen maar luchtig gekwebbel, maar de verteller in deze novelle verzeilt in een serieuze discussie over het instituut huwelijk. Eén passagier lijkt het onderwerp meer te raken dan de anderen en als de rest is uitgestapt, klampt hij de verteller aan. Er moet hem iets van het hart. Hij heeft zijn vrouw vermoord.

Net als de ancient mariner in het gedicht van Coleridge rust deze gekwelde man niet voordat hij zijn schuld heeft opgebiecht en alles heeft verteld. De verteller luistert en observeert, maar velt geen oordeel, want dat doet deze man, Pozdnyshev genaamd, zelf wel. Steeds geagiteerder doet hij zijn verhaal totdat de trein aan het eind van de nacht zijn bestemming heeft bereikt.

Dit is een late Tolstoy, die heel ver weg staat van de schrijver van het prachtige Oorlog en Vrede. Deze Tolstoy is door en door cynisch en gedesilusioneerd, met name wat betreft het huwelijk. We moeten er natuurlijk voor oppassen om Pozdnyshev niet gelijk te stellen aan de schrijver, maar volgens de inleiding bij mijn Penguin-uitgave haalde Tolstoy voor deze novelle rechtstreeks inspiratie uit zijn eigen huwelijk en was zijn vrouw danig ontzet toen ze het verhaal las. Hij laat geen spaan heel van het instituut huwelijk zoals mensen uit de gegoede klassen in Rusland dat destijds sloten. Volgens Pozdnyshev, die op zijn vijftiende mee werd genomen naar de hoeren, leren de mannen van zijn klasse van jongs af aan om vrouwen te zien als niets anders dan lustobject en zijn ze niet meer in staat om een gelijkwaardig relatie met een vrouw aan te gaan, zodra ze later eenmaal hebben besloten om te trouwen. Pozdnyshevs huwelijk is dan ook vanaf het begin een fiasco. Er is geen echt contact, alleen sexuale aantrekkingskracht en het huwelijk hangt aan elkaar van ruzies en kortstondige, heftige goedmaakscènes. Het gaat definitief mis als Pozdnyshev vermoedt dat zijn vrouw een affaire heeft met een violist met wie zij de Kreutzer Sonate van Beethoven speelt.

'What was really so horrible was that I felt I had a complete and inalienable right to her body, as if it were my own, yet at the same time I felt that I wasn't the master of this body, that it didn't belong to me, that she could do with it whatever she pleased, and that what she wanted to do with it wasn't what I wanted'. (p. 124-5)
Pas als hij haar vermoordt heeft en hij naar het gezicht van zijn dode vrouw kijkt, is Pozdnyshev in staat om haar als mens te zien:

'... for the first time I forgot about myself, about my maritial rights and my injured pride; for the first time I saw her as a human being. ' (p. 142)
Er is geen suspense in dit verhaal, want we weten in het begin al hoe het afloopt. In plaats daarvan maakt Tolstoy ons deelgenoot van de gevoelens en de ideeën van iemand met wie het moeilijk meeleven is: een moordenaar. Hij doet dat zorgvuldig en geleidelijk. Eerst is Pozdnyshev slechts één medepassagier, maar hij dringt zich steeds indringender aan ons en de verteller op en ondanks het ontbreken van spanning over de uitkomst, wordt het tempo alsmaar koortsachtiger, tot het onvermijdelijke en onverwacht toch nog aangrijpende einde.

Het verhaal heeft een lichtelijk vies smaakje bij mij achtergelaten, maar heeft tegelijk een indruk gemaakt die niet zomaar uit te wissen is en ik vermoed dat ik er nog niet over uitgedacht bent. Aanbevolen op een wat langere treinreis met op de iPod Beethovens Kreutzer Sonate voor viool en piano.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten