zaterdag 20 juni 2009

Het zal je moeder maar wezen

Elinor Lipman,
Then She Found Me (VS 1990)

Roman, 311 pp.
19 juni 2006


Geliefd tv-onderdeel: persoon die ooit als kind geadopteerd werd, gaat op zoek naar biologische ouders en wordt op het scherm jankend met hen herenigd, terwijl de talkshow hostess opzichtig een traantje wegpinkt. Dit boek heeft wel deze ingrediënten, maar Elinor Lipman heeft ze verrassend door elkaar geklutst. De geadopteerde persoon (lerares klassieke talen April Epner) heeft op haar zesendertigste niet de geringste aanvechting om op zoek te gaan naar haar verwekkers en is een beetje onaangenaam verrast als ze ineens overvallen wordt door een dame die beweert haar moeder te zijn en die tot overmaat van ramp ook nog eens talkshow hostess is. Bernice Graverman is wereldberoemd in Boston, waar ze elke ochtend om 9 uur de plaatselijke huisvrouwen aan de buis kluistert, maar April heeft natuurlijk nog nooit van haar gehoord. Bernice is glamoureus, theatraal, bemoeizuchtig, altijd het middelpunt van de belangstelling. April is geen van deze dingen.

Maar goed, ze wil best een keer lunchen met Bernice en omdat Bernice niet meteen de eerste keer wil onthullen wie haar vader is, spreken ze nog een keer af. En nu komt het: Aprils biologische vader is .... tataaa! .... John F. Kennedy! April gelooft er niks van, maar duikt voor de zekerheid toch maar de schoolbibliotheek in om Bernice's verhaal te controleren (het is 1988 en toen kon je nog niet googelen) en wordt daar maatjes met de nerdy bibliothecaris Dwight. Het einde is voorspelbaar, maar gelukkig heeft Elinor Lipman meer in haar mars dan alleen een knus verhaaltje.

Er zijn grappige plotwendingen, er duiken onverwachte personen op, de schrijfstijl is intelligent-geestig, de personages zijn net echt. April en Dwight zijn een beetje saaie pieten, maar hun licht sarcastische humor maakt hen toch leuk. Bernice is in zekere zin een vreselijk mens, maar Lipman weet haar persoonlijkheid zo in te vullen dat ook de lezer haar charme ondergaat en toch geen hekel aan haar kan hebben.

Het is in het tegen over elkaar zetten van de degelijke April en de luchtige Bernice dat Lipman op haar best is. Het contrast tussen intellect en oppervlakkige glamour doet het ook altijd goed in sitcoms, maar daar zijn de personages altijd nogal dik aangezet (het is tenslotte tv en daar mag niks aan de kijker overgelaten worden), terwijl ze hier de hele tijd levensecht blijven. Tussendoor wordt ook nog diverse malen lichtjes het complexe thema van familieliefde aangeroerd, zonder dat het verhaal daardoor stagneert of al te zwaar wordt.

Deze debuutroman van Elinor Lipman is een uitermate plezierige, intelligent geschreven sociale komedie, waar een mens tussen al het wereldleed door lekker even van op kan knappen. Dit was het eerste boek dat ik van Lipman las, maar ze heeft inmiddels al een heel oeuvre op haar naam staan. Heeft er iemand nog tips welke ik als volgende aan zou kunnen schaffen?

2 opmerkingen:

  1. Ik heb alleen the inn at lake devine van haar gelezen: errug leuk!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dat is goed nieuws, want toevallig heb ik dat net vorige week besteld!

    BeantwoordenVerwijderen