zondag 28 juni 2009

Wat wolven ons kunnen leren

Mark Rowlands, The Philosopher and the Wolf: Lessons from the Wild on Love, Death and Happiness (GB 2008)
Filosofie, mémoires, 244 pp.
27 juni 2009


In Amerika is alles te koop, zelfs een wolvenwelpje als huisdier. Britse filosoof Mark Rowlands, op dat moment woonachtig in de VS, zag een advertentie en was meteen om, want bij hem thuis in Wales hadden ze altijd grote ruige honden gehad. En zo kwam hij op een dag thuis met een jong wolfje, dat in een mum van tijd het interieur gesloopt had. Het welpje (Brenin genaamd) kon nog geen 10 minuten alleen gelaten worden en dus moest Brenin mee naar Rowlands werk op de universiteit waar hij college gaf.
He would lie in the corner of the room and doze - much like my students really - while I droned on about some or other philosopher or philosophy. Occasionally, when the lectures became particularly tedious, he would sit up and howl - a habit that endeared him to the students, who had probably been wishing they could do the same thing. (p. 1)
Rowlands past zijn leven aan aan de wolf waarop hij verliefd is geworden (hij is op dat moment gelukkig vrijgezel) en trekt zich jarenlang steeds meer terug van menselijk gezelschap. Hij drinkt veel teveel, neemt er een hond bij, en als Brenin tijdens een illegale escapade op het Ierse platteland een nest half-wolfjes verwekt bij een buurhond, voelt hij zich verplicht om een jong uit dat nest te nemen. Zo bestaat de Rowlands-huishouding op een gegeven moment uit een alcoholistische filosoof, anderhalve wolf en anderhalve hond, die met zijn vieren uit hardlopen gaan.


Deze situatie is op zich bijzonder genoeg om er een onderhoudend autobiografisch verhaal van te maken, maar Rowlands is niet voor niets filosoof en gaat verder. Hij ontwikkelt gaandeweg een aantal boeiende theorieën over wat volgens hem een aantal wezenlijke verschillen tussen wolven/honden en mensen/mensapen zijn. De mensaap (waaronder ook onze eigen soort valt) heeft zich geëvolueerd tot een meesterlijke bedrieger en manipulator. Om binnen de groep te krijgen wat hij wil hebben en waar hij voortdurend mee bezig is (namelijk sex), heeft de mensaap een groot aantal strategieën ontwikkeld die allemaal neerkomen op simuleren, verbergen, doen alsof en liegen. De wolf, die zelden met sex bezig is, omdat alleen het alfamannetje daar aan doet en dan slechts één keer per jaar, is niet eens in staat om te liegen. Hij manipuleert niet om aan zijn trekken te komen, hoeft alleen maar de baas te zijn en sex speelt sowieso amper een rol in zijn leven.

Rowlands baseert zijn theorie op observaties van apen- en wolvengedrag en wat je ook van zijn conclusies vindt, je kunt er niet om heen dat mensen inderdaad aan één stuk door manipuleren en simuleren om te krijgen wat ze willen en dat wolven en honden (en mijn kat!) niet anders dan recht door zee kunnen zijn. Ze schooien onbeschaamd om een stuk vlees of jatten het van het aanrecht. Manipuleren gaat bij mijn kat niet verder dan extra enthousiaste kopjes geven als hij vindt dat het etenstijd is.

Een ander onderwerp dat Rowlands aanroert, is het verschil tussen wolven (wilde dieren) en honden (huisdieren). Honden zijn volgens hem door mensen zo gemaakt dat ze, vergeleken bij wolven, hun hele leven aanhankelijke, afhankelijke puppy's blijven, om door de mens gebruikt te worden voor zijn eigen doeleinden. Hier spreekt Rowlands de misanthroop weer: de mens is het enige wezen dat andere wezens zo aan zich onderwerpt dat ze door hem gebruikt kunnen worden, en daarmee stelt hij onze soort niet in een al te flatteus daglicht.

Aan het eind, als Brenin dood is, wijdt Rowlands een heel interessante verhandeling aan het verschil van onze tijdsbeleving met die van de wolf, en aan wat dat betekent voor geluksbeleving. De mens is altijd bezig ergens naartoe te werken en iets te bereiken: meer spullen te vergaren, belangrijker te worden, meer ervaringen op te doen. Hij heeft een doel in het leven en zal het daarom volgens Rowlands altijd moeilijk vinden om echt gelukkig te zijn. Als hij zijn doel heeft bereikt, heeft hij niets meer om voor te leven; als hij het niet bereikt, raakt hij gefrustreerd. Een wolf (of een hond) heeft geen enkel doel in zijn leven. Hij is niet voortdurend op zoek naar iets nieuws, om zoveel mogelijk uit zijn leven te halen, want hij is zich niet bewust van de toekomst en daarom ook niet van de dood. Zijn leven bestaat alleen uit momenten. Hij wil simpelweg elke dag hetzelfde lekkere hapje eten, hetzelfde leuke rondje rennen en geniet daarvan zonder dat dat genot gekleurd wordt door toekomstverwachtingen of zorgen.

Mijn samenvatting van dit bijzondere boek komt nogal simplistisch en zwart-wit over, realiseer ik me, en daarmee doe ik het absoluut geen recht. Rowlands argumenten zijn subtieler en doordachter dan ze hier lijken en hij schrijft zo helder, dat ze ook voor niet-filosofen uitstekend te volgen zijn. Ik vond de filosofische passages zelfs nog boeiender dan de autobiografische. Dit is een boek dat mijn blik op de wereld om me heen in sommige opzichten een hele andere kleur heeft gegeven, en hoe vaak maak je dat nu mee?

In het Nederlands onlangs verschenen als De filosoof en de wolf (Bezige Bij). De schrijver heeft een (wat amateuristisch uitziende) website op www.markrowlandsauthor.com en blogt op www.rowlands.philospot.com.

2 opmerkingen:

  1. Wat een mooie bespreking, Anna. Ik heb het boek nog niet uit en weet nog niet wat ik er straks van zal vinden.
    Ik begin nu pas een beetje door te krijgen wat een leuke en inhoudsrijke site je hebt. :)

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dank je voor het compliment. Ik heb inmiddels ook meerdere keren op jouw site gekeken en het is duidelijk dat die heel veelzijdig en creatief is! Ik ben vooral benieuwd naar je verdere boekbesprekingen.

    BeantwoordenVerwijderen