maandag 7 september 2009

Innerlijke verscheurdheid in zestiende-eeuws Italië

Hella S. Haasse,
De scharlaken stad (Nl 1952)

Roman, 408 pp.
6 september 2009



Ik lees niet zo heel veel Nederlandse literatuur, niet alleen omdat ik nu eenmaal Engels heb gestudeerd, maar ook omdat ik de Engelse literatuur interessanter vind. Echter, zo nu en dan als ik een Nederlands boek lees, kom ik een echte topper tegen. Zo'n topper was Het woud der verwachting van Hella Haasse, een pracht van een historische roman die in de middeleeuwen speelt. Mijn verwachtingen waren daarom hoog gespannen bij de volgende historische roman van Haasse, De scharlaken stad, die zich afspeelt in het Rome van de zestiende eeuw. Wellicht te hoog, want ik werd enigszins teleurgesteld door dit boek en ik wil best toegeven dat dat waarschijnlijk aan mij ligt. Ik zal in ieder geval een poging doen om uit te leggen waarom ik dit weliswaar helemaal geen slecht boek vond, maar toch lang niet zo prachtig als Het woud der verwachting.

Het begint zo mooi, met de verzuchting van Giovanni Borgia die verscheurd wordt door de onwetendheid over zijn afkomst.
Borgia ben ik; tweevoudig, drievoudig Borgia misschien. Mijn afkomst is een raadsel voor anderen, een geheim, méér, een bron van kwelling voor mijzelf. Geen naam heeft sinds een kwart eeuw een bozere klank dan Borgia.
Hij is opgevoed door Borgia's, draagt de naam van de Borgia's, maar weet niet wie zijn ouders zijn en heeft geen maatschappelijke positie. Hij vermoedt dat hij een pion is in allerlei machtsspelletjes, maar daarin is hij niet bepaald de enige. Italië, nog eeuwen verwijderd van een eenheidsstaat, is niet alleen een speelbal van binnenlands strijdende partijen, maar ook van de Habsburgse keizer en de Franse koning. De paus speelt zijn eigen spel, de ene edelman steunt de keizerlijke troepen (Spanjaarden en Duitsers), de ander de Fransen, maar die getrouwheid kan ook elk moment veranderen als dat opportuun is. Mij duizelde het in ieder geval behoorlijk. En dan is er nog Niccolò Macchiavelli, die als ideaal heeft een verenigd Italië en daar op zijn eigen manier voor strijdt - voornamelijk met de pen.

In tegenstelling tot Het woud der verwachting, dat volledig vanuit hoofdpersoon Charles van Orléans werd verteld, wordt het verhaal hier weergegeven vanuit meerdere gezichtspunten. Dat van Giovanni Borgia is het voornaamste, maar de correspondentie van Macchiavelli speelt ook een rol, Michelangelo duikt aan het begin en aan het eind op, we zien het wereldje door de ogen van een courtisane en vooral ook door de ogen van de aristocratische Vittoria Colonna, echtgenote van 's keizers belangrijkste veldheer. Binnen de hoofdstukken gewijd aan een bepaalde persoon schakelt de schrijfster dan ook nog eens regelmatig tussen derde en eerste persoon.

Aan de ene kant bieden deze aanhoudende wisselingen van vertelperspectief een boeiend scala aan facetten op. Je ziet Giovanni Borgia niet alleen door zijn eigen ogen, maar ook door die van Vittoria Colonna en de courtisane Tullia. En de Vittoria Colonna die Giovanni Borgia ziet is een hele andere dan die wij als lezer leren kennen. Alle personages zijn innerlijk verscheurd, net als het Italië en de eeuw waarin ze leven. Giovanni wordt verscheurd door zijn twijfels over zijn afkomst, Vittoria door haar relatie met haar echtgenoot, Macchiavelli en zijn correspondent door de tegenstelling tussen idealen en pragmatiek, Michelangelo door een hang naar hogere esthetiek die zich in zijn ogen niet verdraagt met zijn "lagere" gevoelens.

Haasse weet deze mensen uitstekend in hun tijd in te passen en ze slaagt erin het Rome van de zestiende eeuw overtuigend tot leven te brengen, zonder de opzichtige kunstgrepen als overbodige beschrijvingen van kleren en interieurs en "kleurrijke" straattaferelen, waar zoveel inferieure historische romans onder gebukt gaan. Het proza is fraai. En vooral de portretten van vrouwen als Vittoria Colonna, Isabella van Aragon en Lucrezia Borgia zijn vaak fascinerend.

Waarom deze roman bij mij toch niet echt aansloeg, weet ik dus niet helemaal. Wat in ieder geval een rol heeft gespeeld, is dat politiek gekonkel en geïntrigeer mij zelden voldoende weten te boeien, maar mij eerder afstoten; dat ik het verdraaid lastig vond om alle figuren op het politieke toneel uit elkaar te houden (ongetwijfeld veroorzaakt door een gebrek aan achtergrondkennis van mijn kant); en dat ik het persoonlijk interessanter had gevonden als Haasse zich veel sterker had geconcentreerd op Giovanni Borgia. Gek genoeg had ik bij het lezen van Oorlog en vrede deze problemen niet. Oorlog en vrede vond ik schitterend, heb ik ademloos uitgelezen. Het lezen van De scharlaken stad ging in vergelijking daarmee moeizaam. Het is een boek dat ik bewonder maar niet één waar ik van houd. Laten we het maar op het ontbreken van chemie houden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen