maandag 14 februari 2011

Een pleidooi voor waarheid en waardigheid

Rob Riemen, Adel van de geest: een vergeten ideaal (Nl 2009, Engelstalige uitgave 2008)
Filosofie, 184 pp.
9789045017327, Atlas
11 februari 2011


Ik kwam de eerste warme aanbeveling voor dit werk tegen op een Amerikaans blog, maar Riemen blijkt zowaar een Nederlander te zijn, wiens boek in verscheidene landen is vertaald en die geprezen wordt door wereldberoemde schrijvers als Mario Vargas Llosa, Ivan Klima, Cynthia Ozick en Jacques Attali. Ik heb de een na de andere passage in dit korte boek als belangwekkend gemarkeerd met plakpijltjes, maar het boek samenvatten is lastig, de boodschap even comprimeren in een paar kernzinnen nog lastiger. Eigenlijk bestaat het uit drie lange essays met een uitgebreid voorwoord en een kort nawoord, waarin de ideeën van Socrates en Thomas Mann de hoofdrol spelen en waarvan ik vooral het tweede essay meesterlijk vond.

Net als Socrates giet Riemen zijn betogen graag in de vorm van dialogen en gesprekken, zowel tussen historische figuren (intellectuelen en schrijvers) als tussen romanfiguren. In deze gesprekken en in de rest van het boek verkent hij met name de fundamentele vraag "Wat is beschaving?"
Welk beeld, welk ideaal van de menselijke waardigheid moet het bindend weefsel zijn? Welke waarden, welke levenskwaliteiten die dit ideaal doorbloeden, zullen geëerbiedigd, zullen gekoesterd moeten worden? Deze vragen zijn fundamenteel, omdat het antwoord erop bepalend is voor de morele maat waarmee ons handelen wordt gemeten; voor het antwoord op de socratische vragen: wat is de ideale staat en wat is de juiste wijze van leven? (p. 98)
Als sine qua non voor beschaving ziet  Riemen welvaart en veiligheid. Let echter wel, dit zijn "voorwaarden, niet de waarden die het wezen van beschaving vormen." (p. 100), ofwel: welvaart en veiligheid op zich garanderen niet automatisch beschaving. Met een rijke politiestaat zijn we er niet.

Even later komt Riemen tot de volgende stap naar het antwoord op zijn vraag:
Er kan geen beschaving zijn zonder het besef dat de mens een wezen is met een dubbele natuur. Hij heeft een fysiek, aards bestaan, maar de mens onderscheidt zich van het dier doordat hij ook een geestelijk wezen is: hij kent de wereld van de ideeën. Dit schepsel weet van waarheid, goedheid en schoonheid, weet van het wezen van de vrijheid en gerechtigheid, liefde en barmhartigheid Het fundament onder elke vorm van beschaving is de idee dat de emns zijn waardeigheid en ware identiteit niet ontleent aan wat hij is - vlees en bloed - maar aan wat hij moet zijn: de drager van deze onvergankelijke levenskwaliteiten ... Cultuur is de kennis en vormgeving van deze onstoffelijke geestelijke kwaliteiten, verzameld in het culturele erfgoed. (p. 113-114)
Maar alleen cultureel erfgoed dat tijdloos, belangeloos en in wezen functieloos is, is de moeite van het doorgeven waard. Want alleen voor tijdloze, belangeloze en functieloze kunstwerken kunnen wij onbevangen open staan voor wat ze ons te vertellen hebben. Helaas is het tijdloze, het blijvende veelal weggevaagd door een verlangen naar nieuw! en snel! en nu! Kunst is vervangen door amusement, en integrity door celebrity. Hoge cultuur is verdacht, want elitair. André Hazes is net zo goed als Maria Callas, een Hollywoodkaskraker is superieur aan een zorgvuldige operaproductie. Onderscheid mag niet meer bestaan. Het begrip vrijheid is opnieuw gedefinieerd tot "alles is geoorloofd; niks moet, alles mag."
Geen wonder dat we het spoor bijster zijn en niet meer weten welke morele waarden ons binden.

Maar een wijsgeer-koning als dictator, zoals Socrates voorstelde, is ook geen oplossing, want dan er nog maar één visie op de waarheid, terwijl er juist behoefte is aan "wijsheid en een kunst die niet altijd eenduidig is, twijfel schept, ongrijpbaar is, die ontvankelijkheid vereist"(p. 132) en die dus voor wisselende omstandigheden wisselende antwoorden heeft. Vrijheid van denken is daarom essentieel. Wat ik wrang vind, is dat een weerzinwekkende partij als de PVV zich dat woord "vrijheid" eigen heeft gemaakt, de betekenis ervan volledig heeft geperverteerd en cultuur wegzet als "linkse hobby". Zoals Riemen terecht stelt:
Waar geen vrijheid is, kan geen cultuur bestaan, maar waar de cultuur gebannen is, is alle vrijheid betekenisloos en rest slechts willekeur en trivialiteit. (p. 169)
Ik heb een hekel aan politiek, maar ik wil nu bij wijze van uitzondering toch even het volgende kwijt. Ik ga er vanuit dat echte PVV-aanhangers dit blogje überhaupt niet lezen, maar al die andere mensen wil ik op hart drukken om goed na te denken, voordat je bij de komende provinciale verkiezingen op een partij stemt die met de PVV samenwerkt. Overweeg in plaats daarvan om een duidelijke keus te maken voor vrijheid van denken, voor menselijke waardigheid en voor weerloze, belangeloze cultuur. En bedenk ook dat het bij de provinciale verkiezingen niet alleen om de provincie draait, maar net zo zeer om de machtsverhoudingen binnen de Eerste Kamer en dus binnen het parlement.

En ga vooral dit boek lezen. Mijn onbeholpen besprekinkje doet het geen recht.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten