dinsdag 15 maart 2011

De majoor en de weduwe

Helen Simonson,
Major Pettigrew's Last Stand (GB 2010)
Roman, 355 pp.
ISBN 9780812981225, Random House
26 februari 2011


Op het eerste gezicht lijkt dit boek een gênante aaneenschakeling van clichés: een conservatieve gepensioneerde legerofficier, een kneuterig Engels dorpje, een lord in een voorouderlijk landhuis, een golfclub, een jachtpartij en luidruchtige Amerikanen in opzichtige kleding. Ik hield mijn hart vast toen ik er aan begon, zeker toen ik las dat Simonson een Engelse is die al een jaar of twintig in de VS woont en dit boek schreef  om haar heimwee naar haar vaderland een beetje te stillen. Maar wonder boven wonder heeft de schrijfster een veel beter boek afgeleverd dan je zou verwachten. De clichés zijn er, maar ook de anti-clichés: de conservatieve majoor is ouderwets maar verre van bekrompen, de dorpswinkel wordt bestierd door Mrs. Ali, een weduwe met Pakistaanse wortels, en het voorouderlijk landhuis is vanwege de hoge onderhoudskosten grotendeels verhuurd aan een school.

In de microcosmos van dit charmante verhaal snijdt Simonson op behendige wijze zaken als familierelaties, xenofobie en hebzucht aan, maar de thema's zijn voor het overgrote deel zo onopvallend in het verhaal geweven dat het ook mogelijk is om dit boek te lezen als niet meer dan een aardig liefdesverhaal over twee oudere mensen - en het daarmee behoorlijk te onderschatten. Simonsons grootste troef zijn haar hoofdpersonen: Major Ernest Pettigrew en Mrs. Jasmine Ali zijn zulke overtuigend ingevulde en sympathieke mensen dat het boek alleen daarom al bijna geslaagd is.

Maar daarnaast heb ik ook erg genoten van de schrijfstijl. Het is niet zo dat de zinnen eruit knallen met een kijk-eens-hoe-geweldig-ik-kan-schrijven houding, maar meer dat je regelmatig passages met plezier en instemming nog eens overleest, zoals deze:
He had acted spontaneously. He had asserted his own wishes. He was tempted to celebrate his own boldness with a large glass of Scotch, but as he reached the kitchen he decided that a large glass of sodium bicarbonate would be more prudent.
Dat is typisch Major Pettigrew, die na zijn loopbaan in het leger Engels gaf op een middelbare school totdat hij "had chosen to retire the same year that the school allowed movies to be listed in the bibliographies of literary essays." Hij is aangenaam verrast als blijkt dat Mrs. Ali zijn liefde voor literatuur deelt en kennelijk minstens zo belezen is als hijzelf. 

Ze blijken meer te delen: een sensitief soort hoffelijkheid en een voorliefde voor bescheidenheid en privacy. Ook hebben ze allebei een relatie met het Indiase subcontinent: de majoor is er geboren als zoon van een legerofficier in het Britse koloniale leger; de ouders van Mrs. Ali zijn er geboren en daarna als immigranten naar Engeland gekomen. Die verschillende relaties, van overheerser  tegenover overheerste, zou gemakkelijk tot onoverbrugbare verschillen kunnen leiden, maar de majoor en Mrs. Ali zijn in tegenstelling tot de rest van het dorp in staat om daar op hun eigen bescheiden en fijngevoelige wijze een weg in te vinden.

Dat is vooral wat de spanning én de komedie creëert in dit boek: zowel de veel minder fijngevoelige dorpelingen (met name de leden van de golfclub) als de familie van beide hoofdpersonen laten zien hoe het nu juist niet moet. Roger, de zoon van Major Pettigrew is een platvloerse geldwolf uit de City waar de majoor erg weinig affiniteit mee heeft.
“There’s no point in being confrontational and losing out on something lucrative, is there?” asked Roger. “I mean, it is much more satisfying to beat them by getting the better end of the bargain.”
“On what philosophical basis does that idea rest?” asked the Major.
Roger gave a vague wave of the hand and the Major saw him roll his eyes for Sandy's benefit.
“Oh, it’s simple pragmatism, Dad. It’s called the real world. If we refused to do business with the morally questionable, the deal volume would drop in half and the good guys like us would end up poor. Then where would we all be?”
“On a nice dry spit of land known as the moral high ground?” suggested the Major.
 
En met de schoonfamilie van Mrs. Ali is het ook niet bepaald koek en ei. Haar aangetrouwde neef is een religieuze kwezel geworden en diens vader is net zo materialistisch als Roger. En dan hebben we het nog niet eens over de schijnheilige leden van de golfclub die als thema voor het jaarlijkse bal "India onder de Moghul"s hebben gekozen, en in de weinig doordachte uitvoering daarvan geen flauw benul hebben van de tenen waar ze op trappen. 

Krijgen ze elkaar uiteindelijk, de Britse majoor en de Pakistaanse weduwe? Dat zeg ik natuurlijk niet. Wel kan ik verklappen dat ik nu al uitkijk naar de volgende roman van Helen Simonson, waarvan ik hoop dat ik er net zoveel plezier aan zal beleven als aan deze.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen