dinsdag 8 maart 2011

Watson in love

Arthur Conan Doyle,
The Sign of the Four (GB 1890)
Roman, 110 pp.
www.gutenberg.org/ebooks/2097
17 februari 2011


Sherlock Holmes en dr. Watson zijn hier aan hun tweede avontuur toe en alles zit er in voor een paar onderhoudende uurtjes lezen: niet alleen een moderne achtervolgingsscène, maar ook nog eens onvervalste romantiek, want Watson wordt verliefd.

Sherlock wordt deze keer ingeschakeld door een aantrekkelijke dame, die wil weten wie de geheimzinnige persoon is die haar al geruime tijd elk jaar een kostbare parel stuurt. Het spoor leidt uiteindelijk via enkele moorden naar India, want kennelijk heeft Doyle het idee dat elk avontuur een uitstapje naar een exotische locatie moet bevatten, maar persoonlijk vond ik de sfeervolle Londense scènes, compleet met smog en cockneys, nu juist het sterkst en mijn favoriete personage is een beunhazende speurhond. Het verhaal is een beetje ongelukkig opgebouwd: eerst is er het Londense verhaal, waarna de dader wordt ontmaskerd en gevangen en we, een beetje als mosterd na de maaltijd, vergast worden op "how he dunnit" en waarom.

Als product van de politiek correcte late twintigste eeuw werd ik nogal ongemakkelijk van bepaalde beschrijvingen van een "zwarte inboorling", zoals deze:
Never have I seen features so deeply marked with all bestiality and cruelty. His small eyes glowed and burned with a sombre light, and his thick lips were writhed back from his teeth, which grinned and chattered at us with a half animal fury.
De inheemse inwoners van de Andamanen worden afgeschilderd als beestachtige wilden:
They are naturally hideous, having large, misshapen heads, small, fierce eyes, and distorted features.
Toegegeven, in deze passages is niet dr. Watson aan het woord, maar een crimineel, en het is natuurlijk helemaal niet terecht dat ik een Victoriaans boek beoordeel naar huidige normen en waarden. Ook weet ik uit het uitstekende Arthur and George van Julian Barnes, dat Doyle zich op latere leeftijd onvermoeibaar heeft ingezet voor een Anglo-Indiaas slachtoffer van racisme van de grofste soort. Het is meer iets dat me nogal opviel en tegen de borst stuitte.

Gelukkig valt er ook het nodige te genieten, zoals een spannende achtervolgingsscène met twee stoomsloepen (!):
"Heap it on, stokers! Make her do all she can! If we burn the boat we must have them!"
Op het eind heeft Sherlock alle raadsels weer ontrafeld en gaat de eer, zoals gewoonlijk, naar de klungelende Londense recherche, maar Sherlock maalt daar niet om, want hij heeft zijn hersens weer eens flink kunnen laten kraken en heeft zich voor een tijdje tenminste niet verveeld.
"Jones gets the credit, pray what remains for you?" 
"For me," said Sherlock Holmes, "there still remains the cocaine-bottle." 
And he stretched his long white hand up for it.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen