donderdag 5 mei 2011

Het thuisfront van Odysseus

Margaret Atwood,
The Penelopiad (Canada 2005)
Roman, 196 pp.
ISBN 9781841957043, Canongate
28 april 2011


Het is toch wat. Je man gaat lekker met de jongens in Troje vechten, heeft daar een berespannende tijd, doet er vervolgens een eeuwigheid over om naar huis te varen, terwijl jij je handen vol hebt om al die uitvreters die het op je eiland hebben voorzien van je af te houden - en als je vent dan eindelijk weer zijn opwachting maakt, moordt hij  tot overmaat van ramp je halve huishouding uit. Arme Penelope.

Dit was het eerste boek in de serie van Canongate waarin oude mythen op een moderne manier nieuw leven wordt ingeblazen en ik vind het meteen het beste dat ik tot nu toe heb gelezen. Zoals we van Atwood mogen verwachten, bekijkt zij hier het verhaal van Odysseus vanuit het gezichtspunt van de achterblijvende vrouwen. Ik had onbewust een wat huilerig verhaal verwacht, maar tot mijn verrassing was het - naast goed en intelligent geschreven - juist opvallend geestig. Penelope spreekt tot ons vanuit het heden; ze is al enkele duizenden jaren dood, woont in Hades en koestert wrok, vooral ten opzichte van haar sletterige nicht Helena. De aanstichtster van de Trojaanse oorlog wordt door Penelope resoluut neergezet als een manipulatieve mannenverslindster, waarbij Penelope er een beetje van lijkt te balen dat zij zelf de geschiedenis is ingegaan als het saaie toonbeeld van echtelijke trouw, het soort vrouw (intelligent maar niet mooi of sexy) waarin mannen alleen maar geïnteresseerd zijn vanwege haar rijkdom.

Penelopes toon is eigentijds, nuchter en sarcastisch.
Who is to say that prayers have any effect? On the other hand, who is to say they don't? I picture the gods, diddling around on Olympus, wallowing in the nectar and ambrosia and the aroma of burning bones and fat, mischievous as a pack of ten-year-olds with a sick cat to play with and a lot of time on their hands. 'Which prayer shall we answer today?''  they ask one another. 'Let's cast dice! Hope for this one, despair for that one, and while we're at it, let's destroy the life of that woman over there by having sex with her in the form of a crayfish!' (p. 135)
Maar Penelope mag dan nuchter en bovengemiddeld intelligent zijn, de geslepen Odysseus weet haar tegen wil en dank voor zich te winnen met zijn mooie verhalen, en ze ziet verlangend uit naar zijn thuiskomst - ondanks het feit dat ze grote twijfels heeft bij de geruchten die haar bereiken over de redenen van zijn vertraging op de thuisreis.
Rumours came, carried by other ships. Odysseus and his men had got drunk at their first port of call and the men mutinied, said some; no, said others, they'd eaten a magic plant that had caused them to lose their memories, and Odysseus had saved them by having them tied up and carried onto the ships. Odysseus had been in a fight with a giant one-eyed Cyclops, said some; no, it was only a one-eyed tavern keeper, said another, and the fight was over non-payment of the bill. (p. 83)
Maar dit is ook het verhaal van de twaalf dienstmaagden die Odysseus vermoordde omdat hij dacht dat ze samenspanden met de belagers van Penelope. Niets was minder waar, ze waren juist haar spionnen, zoals Penelope duidelijk maakt, en Atwood geeft ze eindelijk een stem. En hoe! "Grieks koor" krijgt hier een heel eigen betekenis. De dienstmaagden vertellen hun kant van het verhaal afwisselend als onder meer tapdansers in een Hollywoodmusical, in de vorm van een eigentijds Amerikaans tv-rechtbankdrama en vanuit antropologisch perspectief in de vorm van een wetenschappelijke lezing. En net als je hartelijk aan het lachen bent om alweer een nieuwe vorm van "Grieks koor" word je ruw met beide benen op de grond gezet:
We could go on. Would you like to see some vase paintings, some carved Goddess cult objects? No? Never mind. Point being that you don't have to get too worked up about us, dear educated minds. You don't have to think of us as real girls, real flesh and blood, real pain, real injustice. That might be too upsetting. Just discard the sordid part. Consider us pure symbol. We're no more real than money. (p. 167-8)
Ai! Dat komt tamelijk hard aan.

Atwood speelt een briljant spel met de lezer. Ze stelt de waarheid van de heldendaden van Odysseus ter discussie, maar zaait tegelijkertijd twijfel over het waarheidsgehalte van Penelope's versie en die van de twaalf dienstmaagden. Ze laat je stil staan bij de harde realiteit van het leven in het oude Griekenland die ten grondslag lag aan de Illias en de Odyssee en brengt je tegelijkertijd voortdurend aan het lachen.Ze prikkelt je fantasie en ze zet je aan tot nadenken over wat verhalen en mythes inhouden. Briljant.

2 opmerkingen:

  1. Erik Scheffers28 april 2012 20:21

    Hoi Anna, de "Odysseia" is prachtig vertaald door Imme Dros. Samen met "Het verslag van mijn onderzoek" oftewel de Historiën van Herodotus vertaald door Hein van Dolen, de twee mooiste boeken uit de klassieke oudheid.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Erik, ik heb de beroemde Engelse vertaling van George Chapman uit 1615 (!). Hoe leesbaar die nu nog is, weet ik niet, want ik ben er nog nooit aan begonnen. Bij de Odysseia heb ik toch nog steeds associaties met Griekse les, waarin we moeizaam woordje voor woordje passages uit de oorspronkelijke tekst vertaalden. Wat een geworstel was dat.

    BeantwoordenVerwijderen