zondag 1 april 2012

Een tuin als geschiedenis, verbeeldingsbron en spiegel

Katherine Swift,
The Morville Hours (GB 2008)
Mémoires, geschiedenis, tuinieren, 338 pp.
ISBN 9780747598237, Bloomsbury
Niet in het Nederlands vertaald
14 maart 2012


Toen Katherine Swift in 1988 met man en drie katten een oud huis van The National Trust niet ver van de grens met Wales betrok, besloot ze de verwilderde tuin met de grond gelijk te maken en helemaal opnieuw te beginnen. Ze was eigenlijk deskundige op het gebied van middeleeuwse manuscripten, een leek op het gebied van tuinen, maar wist met haar verbeeldingsvolle beschrijving van de tuin die ze voor ogen had The National Trust zo gek te krijgen dat het mocht.

Jarenlang breidde ze de tuin stukje bij beetje uit en al die jaren schreef ze over tuinieren voor The Times om genoeg inkomsten voor nieuwe rozen en appelbomen te genereren. Toen de tuin uiteindelijk klaar was, kwam dit boek er, waarvan de structuur is ingegeven door de middeleeuwse getijdenboeken, de vaak zo fabelachtig mooi verluchte handschriften met daarin de gebeden voor vaste uren van de dag en de nacht.  Het getijdenboek als inspiratiebron lag niet alleen voor de hand omdat Swift vóór haar komst naar Morville met middeleeuwse manuscripten werkte, maar vooral omdat waar nu Morville House staat ooit een klooster was, waarvan niemand tot nu toe de precieze locatie heeft kunnen ontdekken. Zich afvragend wat de bodem nog meer verborgen hield, werden de ondergrond en zijn geschiedenis voor Swift een inspiratiebron voor zowel boek als tuin.
And I wondered about the soil in my garden: about the large rounded cobbles - white and red and grey (rounded by what? I wondered) - that I found below the surface. And I began to see that the whole landscape was a book, if only one could read it - a manuscipt written and rewritten, over and over again, a palimpsest of texts, decipherable still . . . (p. 21)
Eén van de mooie illustraties
waarmee elk hoofdstuk opent.
De tuin door de seizoenen heen is het startpunt en het eindpunt van dit boek, maar daar tussendoor laat Swift zich steeds op associatieve wijze naar allerlei zijpaden leiden. Die zijpaden gaan bijvoorbeeld naar de plaatselijke geschiedenis, zoals die van de verdwenen monniken, maar ook die van de eigenaars van Morville House door de eeuwen heen en van de geologie. Elke episode in de geschiedenis van huis en omgeving vormt voor Swift de inspiratie voor een bijzonder stukje tuin, die op die manier eigenlijk uit meerdere tuinen komt te bestaan. Er is bijvoorbeeld een stukje kloostertuin, een stukje formele achttiende-eeuwse tuin, een stukje Victoriaanse rozentuin, een stukje weiland met wilde bloemen en een fruitboomgaard met ouderwetse vruchten met de meest weelderige namen.

Maar net zo goed is de tuin aanleiding voor Swift om af te rekenen met haar jeugd en met haar moeilijke ouders die zich met veel moeite aan bittere armoede hadden ontworsteld. Even later brengt ze een eerbetoon aan de plaatselijke boer en aan oude lokale gewoontes, en nog weer even later schrijft ze op poëtische wijze filosofische bespiegelingen over tuinen in het algemeen, over kunst en literatuur en komt ze bijna als vanzelf uit op de Metamorfosen van Ovidius, waarin Daphne in een laurierboom verandert; die verhalen
about the permeability of the human world by the natural world: how, in the extremes of passion or grief or terror, the boundary between humankind and nature dissolves, becomes transcendable. They are affirmations of our relationship witht the natural wordl. Shooting stars, trees, birds. The wild is in us, and we are in the wild. (p. 262)
Swift zelf noemt haar boek tegen het eind met de nodig ironie een "macaronic cobbling together of Latin and English, elegy and farce, science and fancy", een "jumble of fragments tossed together like the made-up ground of the garden, this blackbird's nest of cobwebs and sheep's wool, this day in a life, this life in a day" (p. 336). Als er daarom één boek is dat je niet in één ruk uit moet lezen, dan is dit het wel. Het beste is het om steeds heel rustig een klein stukje te lezen, dat te laten bezinken en een tijdje later pas verder te gaan. Vanwege de poëtische stijl en de associatieve manier van schrijven (waardoor ik zelf net als de auteur alle mogelijke kanten uit afdwaalde) vergde dit boek behoorlijk wat concentratievermogen en eigenlijk denk ik dat ik het met één keer lezen lang niet tot zijn recht heb laten komen. Onder de juiste omstandigheden (een idyllische vakantie op het Engelse platteland?) moet ik dit boek gewoon nóg een keer lezen, maar dan beter en met meer aandacht.

PS Aarzel om niet om je eigen commentaar toe te voegen. Ik stel het zeer op prijs als mensen de moeite nemen om reacties of aanvullingen te plaatsen!

5 opmerkingen:

  1. Brevieren in een tuin, dat zou de beste manier zijn. Inspirerend beschreven!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dank je! Ik ben er nog maar net achter wat het verschil is tussen een brevier en een getijdenboek (opgezocht toen ik deze bespreking aan het schrijven was), maar het werkwoord brevieren kende ik nog niet ;)

    BeantwoordenVerwijderen
  3. (in het geval je dit nog niet wist:) ik zie op Goodreads dat Swift nog een Morville-boek heeft geschreven: The Moreville Year.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Reacties
    1. O, dank je. Dat ga ik binnenkort eens opzoeken en bekijken.

      Verwijderen