zondag 31 maart 2013

Tussen twee culturen

Geraldine Brooks,
Caleb's Crossing (Australië 2011)
Roman, 300 pp.
Niet in het Nederlands vertaald
24 maart 2013


Toen de Australische Geraldine Brooks verhuisde naar Martha's Vineyard, een eiland voor de oostkust van de VS, verdiepte ze zich meteen in de lokale geschiedenis. Eén van de meest verrassende ontdekkingen die ze daarbij deed, was dat in 1665 een Indiaan van het eiland als eerste oorspronkelijke bewoner van het continent afstudeerde aan Harvard. De latere topuniversiteit bestond toen nog maar enkele tientallen jaren, had rond de vijftig studenten en was gehuisvest in een prestigieus ogend maar gammel gebouw. Veel geld had het instituut niet, vandaar dat de royale bijdragen van rijke, idealistische Engelsen overzee, voor het onderwijs aan de inheemse bevolking, hard nodig waren en Indiaanse studenten met een zekere gretigheid werden ontvangen. Ze waren immers een mooie melkkoe en op deze manier werden bovendien 'wilden' opgeleid tot 'beschaafde' Christenen die hun eigen volk in de schoot van de enige juiste kerk, namelijk de Puriteinse, konden brengen. Zo kwam het dat Caleb Cheeshahteaumauk, zoon van een opperhoofd, met succes de universiteit doorliep. Caleb's Crossing is zijn verhaal.

Dit boek is echt prachtig geschreven en ik heb het geboeid gelezen, laat ik dat voorop stellen. Maar ik ben teleurgesteld door de keuze die Brooks gemaakt heeft om het verhaal vorm te geven. In plaats van het rechtstreeks vanuit het perspectief Caleb te vertellen, heeft ze een fictief personage tussen Caleb en zijn verhaal gezet. Dat fictieve personage is Bethia Mayfield, dochter van de dominee, leeftijdsgenote van en stiekem bevriend met Caleb, met wie ze leergierigheid en liefde voor de natuur deelt.

Waarom Brooks deze keus heeft gemaakt, snap ik heel goed. Ten eerste is het heel wat moeilijker om in de huid te kruipen van een jonge Indiaan van een stam die nog traditioneel leeft, dan in die van een meisje van Europese ouders. Ten tweede is de innemende Bethia iemand met wie je je als twintigste-eeuwse lezer met groot gemak identificeert. Ze is weliswaar een kind van haar tijd en haar godsdienst, maar ze is ook intelligent, gezond sensueel, leergierig, staat open voor andere ideeën en is gefrustreerd door het feit dat haar domme broer wel onderwijs krijgt en zij niet. Onderwijs is namelijk niet alleen onnodig voor vrouwen, maar ook nog eens slecht, want het zou ze wel eens ontevreden met hun door God gegeven rol als moeder en echtgenote kunnen maken.

Brooks heeft het leven van de fictieve Bethia in de kolonie van Puriteinen op een nog nauwelijks ontgonnen eiland trouwens uitstekend getroffen. Dat leven is aan de ene kant meedogenloos (ouders, broertjes, zusjes, bijna allemaal gaan ze  gaan vroeg dood), er moet hard gewerkt worden en de Puriteinse gemeenschap kent weinig vreugde, maar het nog dunbevolkte eiland bezit ook een schoonheid en een poëzie die Bethia vreselijk mist als ze noodgedwongen in het pas gestichte Cambridge terecht komt, met zijn veel te dicht op elkaar gepakte bebouwing en stank.

Hoe Caleb, nog veel meer een 'natuurkind' dan Bethia, die overgang ervaart, worden we helaas niet gewaar, omdat we hem dan alleen nog van een afstandje zien. En dat was nou juist wat me zo ongelooflijk interessant had geleken. Boeken over jonge vrouwen uit vroeger tijden die gefrustreerd zijn doordat ze niet meer mogen zijn dan echtgenote en moeder zijn er te over. Hoe het voelde om op jonge leeftijd als Indiaan over te stappen naar een volledig andere wereld is een veel buitengewoner verhaal. Daarom is het zo jammer dat Caleb een schimmige figuur blijft, een bijfiguur in zijn eigen verhaal, niet een personage wiens gevoelens en dromen je echt leert kennen. Ik had het zo fascinerend gevonden als de auteur had geprobeerd om met de blik van een buitenstaander naar de Europese cultuur te kijken. Ook jammer vond ik de wat krampachtige manier waarop Bethia in Harvard terecht komt en zelfs colleges van dichtbij maakt - allemaal bedoeld om toch nog wat te kunnen vertellen over Caleb, maar geforceerd aandoend.

Toch is Brooks duidelijk een goede schrijver en ik raad je aan om je niet zonder meer te laten leiden door mijn wat teleurstellende ervaring met dit boek. Voor zover ik kan nagaan, vertegenwoordig ik een minderheidsstandpunt en hebben de meeste lezers er geen enkel bezwaar tegen dat niet Calebs maar Bethia's levensverhaal centraal staat in dit boek. Zelf vind ik echter dat Brooks zich er daarmee te gemakkelijk heeft afgemaakt en teveel een knieval naar het grote publiek heeft gedaan dat meelevenswaardige hoofdpersonen een voorwaarde vindt voor een goed boek.

PS Aarzel om niet om je eigen commentaar toe te voegen. Ik stel het zeer op prijs als mensen de moeite nemen om reacties of aanvullingen te plaatsen!

2 opmerkingen:

  1. Ja, je hebt gelijk. Hoewel het mij bij het lezen niet gestoord heeft. En wie weet is er een onuitgesproken regel dat alleen Native Americans vanuit Indianen mogen schrijven, kan me voorstellen dat dat heel gevoelig ligt. Wie het zouden kunnen zijn Barbara Kingsolver of Louise Erdrich, zullen we ze voorstellen een pendant te schrijven, zoiets als Wide Sargasso Sea?

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Het zou inderdaad best kunnen dat de politieke correctheid hier heeft toegeslagen. Maar hoe beter begrip te krijgen voor een andere cultuur dan je in te leven in één van zijn vertegenwoordigers? Zou ik zeggen.

    Goed idee van die pendant! Louise Erdrich schrijft meer van binnen uit de Indiaanse cultuur, dus laten we haar voorstellen het verhaal te herschrijven vanuit Caleb!

    BeantwoordenVerwijderen