zaterdag 14 maart 2015

Verdieping voor de lezer

James Wood,
How Fiction Works (2008)
Nederlandse titel: Hoe fictie werkt
Letterkunde, 288 pp.
6 maart 2015


Je hoeft echt niet te weten hoe een apparaat werkt om er met plezier gebruik van te maken. Je hoeft ook niet zelf een topkok te zijn om van lekker eten te kunnen genieten. Maar soms kan een kijkje in de keuken of in het inwendige van het apparaat wel degelijk het plezier vergroten. Ben je bereid om te investeren in een boek dat laat zien wat wel en wat niet werkt in literaire fictie, dan is dit een prima ingang om wat meer verdieping in je leeservaring aan te brengen. Ik denk niet dat How Fiction Works voor een groot publiek is (Joke vond het oorverdovend saai, dus je bent gewaarschuwd), maar persoonlijk trof ik er veel interessante en waardevolle beschouwingen in aan, zelfs al waren ze niet nieuw of baanbrekend.

Het gaat James Wood in de waardering van een roman niet om de amusementswaarde ervan, of om hoe sympathiek de personages zijn, of om hoe geloofwaardig de plot is - allemaal criteria die in de gemiddelde 'recensie' op Amazon hoge ogen gooien, maar waar Wood niet in geïnteresseerd is. Een dergelijke houding komt hem van vele kanten op scheldkanonnades te staan ('snob' is tegenwoordig nu eenmaal het ergste waar je voor uit gemaakt kunt worden), maar Wood heeft vanzelfsprekend het volste recht om niet geïnteresseerd te zijn in hoe 'commerciële fictie' werkt, zoals hij dit genre noemt. Zelf lees ik dat soort fictie met veel plezier tussen de bedrijven door, maar eerlijk is eerlijk: de meeste van deze boeken werken bewust of onbewust volgens vaststaande formules en kennen schrijftechnisch en literair gezien zelden verrassingen en ze geven je ook niet zo gauw een hele nieuwe kijk op de werkelijkheid. Dat wil niet zeggen dat je er geen interessante observaties over kunt produceren, maar dat is nu eenmaal niet het terrein van dit boek. Dat terrein is de literaire fictie, met een grote plaats ingeruimd voor klassieke negentiende-eeuwse romans (niet alleen Engelstalige overigens), en iedereen heeft het recht om daar een voorkeur voor uit te spreken zonder meteen voor rotte vis ('elitaire bal!') uitgemaakt te worden.

Onmiskenbare bad guy
Eén van de eerste onderwerpen die Wood bij de kop neemt, is wie er nu eigenlijk aan het woord is, met name als een verhaal is geschreven in de derde persoon, maar ook als het wordt verteld in de eerste persoon. Is het de alwetende schrijver, of haar/zijn hoofdpersoon? Dat lijkt misschien een puur theoretische kwestie, maar het kan nogal wat uitmaken, zoals ik merkte bij het lezen van een roman die ik tegelijkertijd met dit boek op het programma had staan. Ik vroeg me af waarom deze literaire schrijver zijn bad guys zo door en door slecht afschilderde dat ze ronduit karikaturaal werden - totdat ik me dankzij James Wood realiseerde dat niet de auteur zelf dat deed maar zijn ik-persoon en dat ik diens visie op deze mannen kreeg, en dat daarmee iets belangrijks over hem werd onthuld. Niks nieuws, maar wel iets waar ik aanvankelijk onvoldoende bij stil had gestaan, en wat me hielp bij de waardering van de roman die ik aan het lezen was.

Verband houdend met deze kwestie is de vraag van het veelzeggende detail: is het de auteur die dit detail observeert of zijn personage? In het eerste geval is het vaak bedoeld om de lezer een gevoel van realisme te geven ("Ja! hiermee komt de omgeving helemaal tot leven voor mij"). In het tweede geval zegt het vooral iets over het personage, over bijvoorbeeld wat hem of haar op dat moment bezig houdt of over zijn of haar stemming. Het klinkt allemaal nogal subtiel en dat is het ook, maar jezelf zo nu en dan tijdens het lezen deze vraag stellen, kan verrassend verhelderend werken, vooral als je bedenkt dat literaire schrijvers over het algemeen zelden zonder bedoeling details toevoegen. Dit in tegenstelling tot de slechtere populaire schrijvers die hun beschrijvingen bol doen staan van de weinig zeggende bijvoeglijke naamwoorden. ("De lange rode lokken waren nonchalant opgestoken en haar geheimzinnige groene ogen gingen schuil achter een grote modieuze zonnebril. Het strak getailleerde grijze mantelpakje straalde zelfverzekerdheid uit, maar de nerveuze trilling in haar perfect gemanicuurde handen vertelde een ander verhaal". Dat soort werk.)

Als we als lezer met meer aandacht lezen, heeft dat een dubbel effect: "Literature makes us better noticers of life; we get to practice on life itself; which in turn makes us better readers of detail in literature; which in turn makes us better readers of life." In die zin is realisme in de literatuur op een betekenisvolle wijze verweven met het leven zelf, en dat is iets heel anders dan fotorealisme. Want de goede schrijver doet altijd meer dan slechts registreren: hij of zij selecteert, en schept door middel van taal een realiteit, die in werkelijkheid helemaal niet mogelijk hoeft te zijn (denk aan goede fantasy of sf), maar die de schrijver zo krachtig heeft verbeeld dat de lezer er door overtuigd wordt en waarheden ontdekt die in het dagelijks leven niet meteen zichtbaar zijn.

De verrukkelijke Mrs Gamp uit
Martin Chuzzlewit  van
Charles Dickens: zo plat als een
dubbeltje
Wood heeft ook een ook een hoop interessants te vertellen over het creëren van personages. Hoe vaak roepen verontwaardigde lezers op bijvoorbeeld Amazon, die menen dat ze verstand van literatuur hebben, niet vol afgrijzen dat er geen character development in het boek is en dat er allemaal flat characters in rond lopen. Wood wijst er terecht op dat veel personages nu eenmaal geacht worden 'flat' te zijn. De meeste bijfiguren van Dickens maken geen enkele ontwikkeling door en zijn zo plat als een dubbeltje. Maar zo zijn ze ook bedoeld, en wat geven zij de romans een vitaliteit en wat dragen zij bij aan het belang ervan!

Ten tweede, ook sommige hoofdpersonen in grote romans kunnen in zekere zin 'flat' zijn:
... many of the most vivid characters in fiction are monomaniacs. There is Hardy’s Michael Henchard, in The Mayor of Casterbridge, who burns with his one secret, or Gould in Nostromo, who can think only of his mine. Casaubon, too, fixated on his infinite book. Aren’t such people essentially flat? They may surprise us at first, but they soon stop surprising us, as their central need occupies them. Yet they are no less vivid, interesting, or true as creations, for being flat.
Dit is ook één van mijn eigen stokpaardjes en ik ben de schrijver buitengewoon dankbaar dat hij deze bezwaren zoveel beter en welsprekender weet te verwoorden dan  ik. Wood neemt nog meer onderwerpen bij de kop, zoals het gebruik van metaforen en de ontwikkeling van het bewustzijn in de literatuur, die teveel plaats zouden vergen om hier adequaat te bespreken, maar die zeer de moeite waard zijn om te lezen en te overdenken.

Dit is geen vlotte zelfhulp-handleiding in de trant van 'Hoe-lees-ik-een-goed-boek?' en het is ook niet geschreven om de lezer te onderhouden. How Fiction Works is duidelijk bedoeld om te informeren en te prikkelen tot nadenken. Aan de andere kant is het nu ook weer niet zo ontoegankelijk dat het lezen ervan neerkomt op een hoop bloed, zweet en tranen. Enige inspanning en tijdsinvestering is echter wel noodzakelijk. Het heeft geen zin om de tekst in fluks tempo door te lezen, zonder er regelmatig bij stil te staan wat de implicaties zijn van wat Wood te melden heeft. Maar die voortdurende reflectie loont wel de moeite. Ik verbeeld me in ieder geval (terecht of niet) dat ik er weer een beetje een betere lezer door ben geworden.

PS Aarzel niet om je eigen commentaar toe te voegen. Ik stel het zeer op prijs als mensen de moeite nemen om reacties of aanvullingen te plaatsen! Heb je dit boek besproken op je eigen blog? Plaats dan s.v.p. een link bij de reacties.

8 opmerkingen:

  1. Klinkt als een interessant boek, dat je vooral een beter inzicht geeft hoe je leest en hoe de schrijver bepaalde dingen kan toepassen die verklaren waarom je voelt wat je voelt terwijl je leest. En dat vind ik soms heel onverklaarbaar, dus als dit boek daar licht op kan doen schijnen, dan komt dit op mijn lijstje terecht!

    Groetjes,

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dat boek doet daar zeker licht op schijnen, Bettina. Binnenkort ben ik ook van plan The Art of Fiction van David Lodge te lezen en te bespreken. Afgaande op al die leuke romans die ik van hem heb gelezen is dat wellicht toegankelijker dat dit boek van James Wood, dus ik zou zeggen wacht nog even af tot ook Lodge aan bod is geweest.

      Verwijderen
  2. Ja ja, allemaal stokpaardjes van de schrijfjuf

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ik had niet anders verwacht, Hella. Een goede schrijfjuf is zich voortdurend bewust van het soort dingen die Wood bespreekt.

      Verwijderen
  3. Dat gaan we toch eens lezen om onze analytische vaardigheden te scherpen!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Zo is het, dan kan nooit kwaad. Het is wel zaak er een rustige periode voor uit te trekken, zodat het boek in opperste concentratie genoten kan worden ;-)

      Verwijderen
  4. Ik heb dit boek een tijdje terug gelezen en vond het erg interessant. Vooral die waar Wood het had over personages, gaven mij een pak nieuwe inzichten. Ken je de boeken van Thomas C. Foster (How to Read Literature Like a Professor en How to read novels like a professor)? Wood verwijst er trouwens ook naar. Die boeken gaan min of meer over hetzelfde, maar konden me net iets meer bekoren dan dit boek. Dat heeft voor een groot stuk te maken met de lichtvoetiger stijl die Foster hanteert (zonder minder erudiet te zijn), maar net zo goed dat hij iets breder tewerk gaat. Nu ja, het laatste woord over de literatuurtheorie is m.i. nog niet geschreven.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ik ken de titels wel, heb de boeken wel eens bekeken op Amazon en kwam tot de conclusie dat de term "Like a Professor" me niet aansprak ;-) Maar het kan best zijn dat ik daarmee iets gemist heb. Enfin, eerst David Lodge maar eens proberen. Het is leuk om mijn ouwe stiel na zoveel decennia weer een beetje op te halen.

      Verwijderen