dinsdag 30 december 2008

De schitterende waanzin van een sledehondenrace

Gary Paulsen,  
Winterdance: The Fine Madness of Running the Iditarod (VS 1995)
Reisverhaal, 256 pp.
30 december 2008


Ik heb drie keer een marathon gelopen en er zijn verrassend veel mensen die dat pure waanzin vinden. Maar geloof me, een marathon is een ouwewijvenbezigheid in vergelijking met de Iditarod. Dat is namelijk pas echte waanzin. Nog nooit van de Iditarod gehoord? De Iditarod is een sledehondenrace dwars door Alaska over bijna 2000 km. De race vindt plaats in maart als de dagen al wel beginnen te lengen, maar het nog bitter koud is in de binnenlanden van Alaska - en die binnenlanden zijn in de winter één grote barre wildernis, met slechts hier en daar een heel klein plukje beschaving. De kou en de wind kunnen verschrikkelijk zijn, de elanden levensgevaarlijk; het landschap is schitterend en ontzagwekkend maar ook verradelijk. Twee tot drie weken lang zijn de deelnemers volledig afhankelijk van hun honden en overgeleverd aan de elementen.
Kinderboekenschrijver Gary Paulsen was al gewend om in Minnesota lange tochten met een stel honden te maken. Het was bijna een way of life voor hem geworden - de honden, de natuur de wilde dieren die ze tegenkwamen, de sneeuw, de stilte - toen hij besloot om in 1983 aan de Iditarod mee te gaan doen. Nu verhouden tochten in Minnesota zich tot de Iditarod zo ongeveer als een zondagmiddagwandelingetje tot een marathon. Er moest dus nog akelig veel gebeuren aan voorbereiding en training en er moesten heel veel nieuwe honden gekocht worden, voordat Paulsen in zijn gammele truck naar Alaska kon afreizen.

Deze eerste helft van het boek is vaak ronduit hilarisch. Paulsen maakt elke beginnersfout die denkbaar is, heeft geen enkele controle over zijn hondenteam, raakt ze zo nu en dan helemaal kwijt en wordt dan ergens op uren lopen van zijn huis in een moeras achtergelaten, wordt kilometerslang achter de slee meegesleept, wordt regelmatig gebeten door een nieuwe hond (Devil), wordt talloze keren ondergespoten door stinkdieren en ga zo maar door.

Een omslag komt als Paulsen zich realiseert dat hij één moet worden met de honden en de honden moet laten leiden. Hij slaapt bij de honden, eet samen met ze en wordt zelf een soort hond (ik vraag me af wat zijn vrouw hier van vond). Uiteindelijk kan Paulsen naar Alaska afreizen, waar hij wekenlang verder traint met de honden, die zo sterk worden als beren en niet kapot zijn te krijgen. Paulsen zelf is inmiddels behoorlijk gebutst en gaat gebukt onder slaaptekort. Hij heeft nog steeds geen concreet idee wat hem te wachten staat.

Meteen al bij de start gaat het mis. Hij kan door het slaapgebrek niet meer helder denken, vervangt op het laatste moment de leidhond door een andere, die er prompt op eigen plan vandoor gaat en in Anchorage dwars door tuinen en hekken scheurt. Wonder boven wonder komt het team weer op het juiste spoor en kan de race echt beginnen. En wat een race. Temperaturen van 50° C onder nul, wind die op een gegeven moment een van de honden even met vier poten de lucht in smijt, een moordzuchtige eland, verradelijk zeeijs, een deelnemer die doordraait, hallucinaties van het slaaptekort. En toch:
"I thought my whole life had changed, that my basic understanding of values had changed, that I wasn't sure if I would ever recover, that I had seen god and he was a dog-man, and that nothing, ever, would be the same for me again, and it was only the first true checkpoint of the race.
I had come just one hundred miles" (p. 163)
Honden, afzien, ongetemde natuur: het doet iets met een mens.

Paulsen moet het niet van een geweldige schrijfstijl hebben - hij is geen literator - maar wat een absoluut fantastisch verhaal vertelt hij. Het is humoristisch, spannend, ontroerend en bovenal meeslepend. Jammer dat ik het uit heb.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen