maandag 2 maart 2009

Het leven lang geleden in Ons Dorp

Flora Thompson, Lark Rise (deel 1 van de Lark Rise to Candleford-trilogie, GB 1939)
Mémoires, 240 pp.
1 maart 2009


Op de BBC wordt momenteel een tv-serie, geïnspireerd door deze trilogie vertoond. Ik heb hem zelf niet gezien, maar uit reacties is wel duidelijk dat dit commerciële kostuumdrama niet erg veel te maken heeft met Thompsons observaties van het leven op het negentiende-eeuwse Engelse platteland. De BBC heeft er allemaal gezellige verhaaltjes van geborduurd, met mooie jurken en fleurige hoedjes. Het boek daarentegen wordt helemaal niet gepresenteerd in verhaalvorm, maar bestaat uit de jeugdherinneringen van Thompson, die in 1876 werd geboren in een plattelandsgehucht waar ook toen de tijden al aan het veranderen waren. Het aardige is, dat Thompson zichzelf in het boek een bescheiden rol heeft gegeven door slechts zo nu en dan te spreken over "Laura", de dochter van een arme steenhouwer. De hoofdrol laat zij over aan de dorpelingen en hun inmiddels lang vervlogen levenswijze.

In het gehucht Lark Rise, waar Flora/Laura opgroeide (hieronder haar huis), werd nooit iemand dronken, want geen mens kon zich meer dan één glas bier per keer veroorloven. Over dat glas werd dan de hele avond gedaan en de mannen in de pub (vrouwen kwamen daar niet) speelden zelf voor jukebox. De jonge vrijgezellen zongen de nieuwste liedjes, die voor een paar centen als bladmuziek verkocht werden; de bejaarden brachten met bibberige stem ouderwetse ballades ten beste. De vrouwen ontsnapten aan de zorgen van alledag met zelfgemaakte vruchtenwijn en goedkope romannetjes die het hele dorp doorcirculeerden. De grootste tractatie die een kind zich kon wensen was een klein zuur sinaasappeltje. Mode was belangrijk, maar liep gelukkig twee jaar achter op de buitenwereld, zodat wanneer de afleggertjes van de mevrouwen van de oudere dochters arriveerden, de stijl daarvan nét helemaal in was.

De dominee en de schooljuf verkondigen nog dat iedereen zijn door God gegeven plaats in het leven heeft en daarmee tevreden moet zijn - ook al heeft men nog zo weinig en de rijke jonker nog zo veel - maar dit standpunt begint al uit de tijd te raken. De landarbeiders in Lark Rise komen nét niet om van de honger, maar daar is ook alles mee gezegd. Met name voor de huisvrouwen is het schrapen en nog eens schrapen om hun kinderen te kunnen voorzien van kleren en schoenen. Meisjes van rond de twaalf moesten het piepkleine huisje uit om plaats te maken voor de laatste baby en om als dienstmeisje geld te verdienen. Jongens gingen vanaf die leeftijd op het land werken. Thompson, met haar lichte touché en gevoel voor humor, maakt van deze armoede geen drama. Zo zegt ze over de zingende mannen in de pub:
"The singers were rude and untaught and poor beyond modern imagining; but they deserve to be remembered, for they knew the now lost secret of being happy on little." (p. 69).
Maar pure idylle was het leven in Lark Rise ook bepaald niet.

Ik vond deze liefdevolle mémoires en fris vertelde anekdotes een groot plezier om te lezen en kijk nu al uit naar volgend weekend, als ik aan deel 2 (Over to Candleford) ga beginnen. Mijn overgrootvader, die in 1980 op 104-jarige leeftijd is overleden, is in precies hetzelfde jaar geboren als Flora Thompson en ik kan me nu wel voor de kop slaan dat ik destijds nooit geïnteresseerd was in zijn "verhalen over vroeger".

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen