zondag 5 april 2009

Alleen voor dierenliefhebbers

Rudy Kousbroek, Medereizigers: over de liefde tussen mensen en dieren (Nl 2009)
Essays, 191 pp.
3 april 2009


Een innige liefde voor dieren is niet uit te leggen; je bent er mee behept of niet en iedereen die het niet heeft, zal de dierenliefhebbers meewarig voor sentimentele softies verslijten. Ik zal meteen maar onthullen waar ik zelf sta: als onvervalste mede-dierenliefhebber vond ik deze verzameling recente essays geestig en hartverwarmend en beslist niet hinderlijk sentimenteel (sentimenteel is het als mensen honden gekke truitjes aantrekken en domme hoedjes op zetten). Aantrekkelijk is dat de toon vaak informeel is zonder popie te worden en de onderwerpen en de invalshoeken gevarieerd en divers zijn. Er is bijvoorbeeld een heel onderdeel gewijd aan de kat, maar er zijn ook essays die gaan over de dieren uit Kousbroeks Indische jeugd, over de nederige kip, over de verachte ezel, de zelden echt opgemerkte koe, en zelfs over de hond als deken.

Er loopt ook een zekere rode draad door het boek: de manier waarop in de loop der tijd door de mens tegen dieren is aangekeken. Nog maar een paar eeuwen geleden werden ze, dankzij de door Kousbroek zo vermaledijde Christelijke kerk, in de literatuur eigenlijk alleen maar gezien als zinnebeelden: het lam verbeeldde de onschuld, de uil de domheid, de haas de wellust en nog wat van die dingen. Verder waren dieren er natuurlijk vooral om gebruikt te worden voor zwaar en ongenaam werk. Dat het wezens waren met gevoelens, eigen wensen en persoonlijkheden kwam bij de meeste mensen niet op en belangstellende nieuwsgierigheid naar het gedrag van dieren was uiterst zeldzaam. Zelfs één van de eerste naturalisten, de achttiende-eeuwse Gilbert White, dacht nog dat zwaluwen en andere trekvogels in de herfst ergens plaatselijk in een holletje kropen, daar in winterslaap gingen, om er dan in het voorjaar weer uit te kruipen. De vogeltrek was nog nooit iemand opgevallen. Pas met Darwin, en met het besef dat de mens in feite ook een dier is, kwam er interesse voor het gedrag van dieren en ging men ze met oprechte belangstelling observeren.
Het indrukwekkende is de rol van de Evolutietheorie in de veranderende visie op dieren en op de natuur in het algemeen. In al die geschriften, voorwerpen, tekeningen en schilderijen zie je het ontstaan: liefde voor de dieren gebaseerd op kennis. Zelfs een begrip als dierenbescherming is te danken aan de wetenschappelijke belangstelling voor het dier en niet aan de Christelijke moraal, die zich in tweeduizend jaar nimmer om het lot van de dieren heeft bekommerd. (p. 47)
Kousbroek draagt daarmee net als ik de wetenschap een warm hart toe. Ik zou hem alleen graag vriendelijk willen verzoeken om voortaan niet van Evolutietheorie maar van Evolutieleer te spreken, om personen die beweren dat evolutie "slechts een theorie" is meteen de wind uit de zeilen te nemen.

Maar lang niet alles in deze bundel is polemisch. Er is ook veel humor. Zo moet ik om deze opmerking over kalongs, Indische vleermuizen ter grootte van een hond, steeds weer heel hard lachen:
...het is waar dat kalongs net als gewone vleermuizen zich op de grond met grote moeite verplaatsen, ongeveer zoals een hond met een dichtgeknoopte regenjas aan. (p. 40)
En het verhaal over de jonge Indische beer, die in huize Kousbroek ooit als huisdier werd gehouden, is niet alleen heel grappig maar ook bijzonder aandoenlijk: een beest dat gezellig door het huis rondscharrelde, alle kasten overhoop haalde en elke dag een lepel stroop kreeg. Totdat het schattige beertje opgroeide en niet te hanteren puberaal gedrag ging vertonen. Weg beer.

Iedereen die met een zelfde soorten irrationele affectie en rationele belangstelling voor dieren is behept als Rudy Kousbroek zal dit een heel aanstekelijke bundel vinden. De schrijver geeft eerlijk toe dat hij onaangename onderwerpen zoals de bio-industrie zoveel mogelijk heeft gemeden, maar wat geeft dat? Daar is elders gelukkig ook wel over te lezen. En wat is er mis met een intelligent feel-good-boek? Waren er daar maar meer van.

1 opmerking:

  1. Deze komt zeker op mijn leeslijst. Over het algemeen hou ik niet van essays, maar Kousbroek schrijft heel goed en als het over dieren gaat, kan er helemaal niets misgaan.

    BeantwoordenVerwijderen