donderdag 31 december 2009

Hoe het volgens Barney echt gegaan is...

Mordecai Richler,
Barney's Version (Canada 1998)

Roman, 407 pp.
28 december 2009


Zin om kennis te maken met Barney Panofsky en er achter te komen of hij die moord nu wel of niet heeft gepleegd? Wees dan wel bereid om in een dikke sigarendamp te zitten en flink wat whiskeys achterover te slaan. En trek er ook maar behoorlijk wat tijd voor uit, want Barney slaat alle mogelijke zijpaden in, is graag lang van stof en het duurt tijden voordat je kop en staart aan zijn verhaal kunt ontdekken. Maar als je volhardt, wordt je beloond, want:
I've survived scarlet fever, mumps, two muggings, crabs, the extraction of all my teeth, a hip-socket replacement, a murder charge, and three wives. The first one is dead and The Second Mrs Panofsky, hearing my voice, would holler, even after all those years, "Murderer, what have you done with his body?" before slamming down the receiver.(p. 14)


Barney's ouders hebben zich in de jaren twintig, als Barney wordt geboren, nog maar net aan de shtetl ontworsteld en pa Izzy is de eerste en enige Joodse rechercheur in Montreal - eentje met hardhandige verhoormethodes. Ma wordt volledig in beslag genomen door het leven van de Hollywoodsterren, zodat Barney min of meer gedwongen is zichzelf op te voeden. Gelukkig is hij gek op lezen.
I was a voracious reader, but you would be mistaken if you took that as evidence of my quality. Or sensibility. At bottom, I am obliged to acknowledge, with a nod to Clara, the baseness of my soul. My ugly competitive nature. What got me started was not Tolstoy's The Death of Ivan Ilyich, or Conrad's Secret Agent, but the old Liberty magazine, which prefaced each of its articles with a headnote saying how long it would take to read it: say, five minutes and thirty-five seconds. Setting my Mickey Mouse wristwatch on our kitchen table with the checkered linoleum cloth, I would zip through the piece in question in, say, four minutes and three seconds, and consider myself an intellectual. (p. 4)
Veel beter wordt het niet. In 1951 vertrekt hij met wat andere Canadezen naar Parijs om cultuur op te doen, maar terwijl de anderen (naast veel drinken) schrijven en schilderen en echt talent blijken te hebben, wordt al gauw duidelijk dat Barney, afgezien van dat drinken, maar in één ding echt goed is: geld verdienen. Na een jammerlijk mislukt huwelijk met een artiestiek typje keert Barney terug naar Montreal, waar hij eerst een louche zakenman en uiteindelijk een rijk en succesvol producer van reclamefilmpjes & pulp wordt. Hij besluit om een vrouw bij zijn nieuwe leven als rijkaard te zoeken en trouwt met een verwende jongedame, het archetype van de Joodse prinses, en consequent aangeduid als The Second Mrs Panofsky. Ook dit huwelijk is geen succes, want Barney wordt al tijdens de trouwreceptie radeloos verliefd op een vage vriendin van de bruid. Inderdaad, wat een zootje.

Inmiddels zijn we zo'n 35 jaar verder en kijkt Barney vol wrok en rancune én met veel humor en zelfspot terug op zijn leven. Hij is 67, begint dingen te vergeten en is niet te beroerd om, als hij niet meer op het woord voor vergiet kan komen, zijn zoon in Londen uit bed te bellen. Zijn zaakjes regelt hij nog voornamelijk vanuit de kroeg, met als drinkebroeders een louche advocaat en een has-been journalist. Hij mist zijn derde vrouw die hem een paar jaar geleden heeft verlaten zo verschrikkelijk, dat hij zichzelf stoef wijs blijft maken dat ze wel terugkomt.

Nu heeft Barney besloten zijn mémoires op schrift te stellen, omdat er net een autobiografie van Terry McIver is uitgekomen, een van zijn maatjes uit Parijs en nu een gerespecteerd schrijver, Daarin wordt hij (Barney) volgens hemzelf zo volstrekt verkeerd wordt neergezet, dat hij dringend de behofte voelt om wat zaakjes recht te zetten. Of Barney echter zo'n betrouwbare verteller is, is nog maar de vraag. Het manuscript is door zijn Mike voorzien van overvloedige voetnoten die alle feitelijke onjuistheden corrigeren (in de trant van "Hij kan in 1951 nooit die jonge vrouw op het terras Bonjour Tristesse van Françoise Sagan hebben zien lezen, want dat kwam pas uit in 1954") en Barney erkent zelf een eind verderop over een voorval in Hollywood: "Or maybe that didn't happen and it's just a case of my tinkering with memory, fine-tuning reality" (p. 228).

En komen we er nog achter of Barney inderdaad die moord heeft gepleegd waarvan hij is vrijgesproken, maar waarvan de inmiddels gepensioneerde Ierse rechercheur nog steeds zeker weet dat hij hem heeft gepleegd? Lees zelf maar, of wacht op de filmversie die volgend jaar uitkomt, met Dustin Hoffman als Barney's pa en Minnie Driver als The Second Mrs Panofsky. Het verhaal zoals het daarin wordt verteld is ongetwijfeld veel gemakkelijker te volgen dan het boek, alleen mis je dan wel de subtielere grapjes en heel veel meer.

Oh, en voor de mensen die ook zo van Richlers eerdere roman The Apprenticeship of Duddy Kravitz hebben genoten: Duddy duikt zo nu en dan op in het verhaal van Barney in een klein bijrolletje, als een soort couleur locale.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen