zondag 30 januari 2011

De onvolmaakten

Tom Rachman,
The Imperfectionists (Canada 2010)
Roman, 351 pp.
ISBN 9780857383266, Quercus
26 januari 2011


Debuterend auteur Tom Rachman beschrijft in een interview hoe hij in zijn leven nog nooit iets bijzonders had meegemaakt om over te schrijven (fijne jeugd, geen tragische liefdesaffaires, nooit verslaafd geweest). Toch was hij vastbesloten om schrijver te worden en uiteindelijk, na een valse start, schreef hij toen maar over wat hij wel had meegemaakt: zijn weinig opzienbarende jaren bij een krant in Rome. Gelukkig weten wij allemaal dat je het helemaal niet over spectaculaire zaken hoeft te hebben om een mooi boek af te leveren. Als je maar genoeg talent hebt, kun je van de onbenulligste zaken een meesterwerk maken. En Rachman heeft talent. Ik wil niet zeggen dat hij hiermee een meesterwerk heeft gecreëerd, maar een literair juweeltje vind ik het wel.

Het boek bestaat uit een serie losse hoofdstukjes rond de medewerkers van een internationale Amerikaanse krant in Rome. Een verhaallijn is er niet en zoals de titel al verklapt zijn de personages verre van volmaakt - wat ik persoonlijk altijd prettig vind, want dat geeft meteen iets gemeenschappelijks.

Zoals te verwachten bij een dergelijk boek zijn de negatieve reacties (1 ster) op amazon.com heerlijk voorspelbaar: "This book was terrible. Poor character development, no plot, and not engaging in the least. I didn't care about any of the characters."  Wees daarom gewaarschuwd: heb je niks met korte verhalen, vind je een plot noodzakelijk, hou je niet van rustig en aandachtig tussen de regels door lezen, wil je het soort personages waarmee je in het echte leven dikke vriendjes zou kunnen worden en denk je dat character development een literaire noodzaak is, blijf dan uit de buurt van dit boek. Het is niks voor jou.

In het Nederlands heet dit boek De onvolmaakten en dat is ook een goeie titel. Eén van de meest geslaagde portretjes vind ik dat van Arthur Gopal, die de necrologieën schrijft. "His overarching goal at the paper is indolence, to publish as infrequently as possible, and to sneak away when no one is looking. He is realizing these professional ambitions spectacularly." Zijn grootste plezier in het leven is zijn dochtertje, totdat het noodlot toeslaat. Dat gebeurt echter geheel buiten beeld, zodat de tragiek aan de ene kant tot een minimum wordt beperkt en Arthur aan de andere kant een meerdimensionaal personage wordt, waarmee je extra te doen hebt.

Veel van de "actie" speelt zich af in dialogen waarin de personages zich indirect aan de lezers onthullen. Het grappigste portret is waarschijnlijk dat van Winston Cheung, een jonge timide primatoloog, die uitgekeken is op zijn wetenschappelijke werk en vermoedt dat de journalistiek wel wat voor hem is. Hij komt min of meer bij vergissing in Cairo terecht, waar een vacature is voor een correspondent, maar blijkt concurrentie te hebben van ouwe rot Rich Snyder, die Winston meteen voor zijn karretje spant en zorgt dat deze hem van het vliegtuig haalt:
“Wicked to be back in the Mideast,” Snyder says. “I am so exhausted, you have no idea. Just got back from the AIDS conf.”
“The AIDS what?”
“The AIDS conference in Bucharest. It’s so dumb—I hate getting awards. And journalism is not a competition. It’s not about that, you know. But whatever.”
“You won an award?”
“No big deal. Just for the series I did for the paper on Gypsy AIDS babies. You saw that, right?”
“Uhm, I think maybe. Possibly.”
“Bro, where have you been? It got suggested for a Pulitzer.”
“You’ve been nominated for a Pulitzer Prize?”
“Suggested,” Snyder specifies. “Suggested for one. What pisses me off is that the international community refuses to act. It’s like nobody cares about Gypsy AIDS babies. In terms of the Pulitzer.”
En dan zijn er de drie bureauredacteuren: "Dave Belling, a simpleton far too cheerful to compose a decent headline; Ed Rance, who wears a white ponytail—what more need one say?; and Ruby Zaga, who is sure that the entire staff is plotting against her, and is correct".

Veel figuren komen kort terug in de verhalen van de andere medewerkers en er is zelfs het relaas van een lezer, de moeder van de oude geliefde van de hoofdredactrice, de verwende Italiaanse diplomatenvrouw Ornella die ooit uit verveling begon elke letter van de krant uit te spellen en daarom elk jaar verderop raakte met lezen.
Thus began her slow drift from the present. One year into her newspaper reading, she was six months behind. When they returned to Rome in the 1980s, she remained stranded in the late 1970s. When it was the 1990s outside, she was just getting to know President Reagan. When planes struck the Twin Towers, she was watching the Soviet Union collapse. Today, it is February 18, 2007, outside this apartment. Within, the date remains April 23, 1994.
23 april 1994 is een onheilspellende datum voor Ornella, maar het duurt een tijd voordat duidelijk wordt waarom ze er maar niet toe kan komen om de krant van die datum op te slaan. En zo geeft Rachman steeds in het bestek van een pagina of dertig een kleine, maar voor de betreffende persoon, dramatische gebeurtenis die de lezer een treffend inkijkje geeft in de levens van zijn personages.

Tussen elk portret door is er dan nog een zekere verhaallijn, namelijk die van de oprichting van de krant in de jaren vijftig door een Amerikaanse miljonair, het reilen en zeilen ervan onder zijn opvolgers, tot het einde ervan onder zijn kleinzoon, die maar één liefde in het leven heeft, te weten zijn hondje.

Wat dit boek zo geslaagd maakt, is de affectie waarmee Rachman ieder van zijn onvolmaakte personages neerzet. Daardoor worden de alledaagse frustraties, de onvervulde ambities en de gemiste kansen tragikomisch en kunnen we hoofdschuddend glimlachen om de krantenmedewerkers. Dit is typisch een boek dat ik over een paar jaar wil herlezen en dat me dan ongetwijfeld allerlei dingetjes onthult die ik de eerste keer gemist had.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen