vrijdag 31 augustus 2012

Een andere blik op geluk

De Dalai Lama & Howard C. Cutler,
De kunst van het geluk (Tibet/VS 1998)
Psychologie, 342 pp.
Vertaald uit het Engels door Gert-Jan Kremer
(oorspronkelijke titel: The Art of Happiness)
ISBN 9789041701619, Rainbow Pocketboeken
17 augustus 2012


Toen één van mijn collega's hoorde dat ik een reis naar Tibet had geboekt, kreeg ik spontaan van haar dit boek te leen. Vorig jaar worstelde ik mij ook al eens door een boek van de Dalai Lama heen, maar dat was een uiterst ingewikkelde uiteenzetting van het Tibetaanse Boeddhisme, die mij duidelijk boven de pet ging. Dit boek sloeg bij mij echter meteen aan en ik ben er zelfs zo enthousiast over dat ik het nu al mijn vrienden in de maag wil splitsen cadeau wil doen, en inmiddels mijn eigen exemplaar heb aangeschaft, zodat ik er nog regelmatig in kan bladeren.

De kracht van dit boek zit hem niet alleen in de inhoud maar ook in de benadering. Het is namelijk een weergave van een aantal uitgebreide gesprekken die de Amerikaanse psychiater Howard Cutler met de Dalai Lama had. Daarbij heeft Cutler er zich niet van af gemaakt met een eenvoudige transcriptie, maar vertaalt hij de uitspraken van de Dalai Lama als het ware naar de denkwereld van een westerling. Het gevaar van die benadering zou kunnen zijn dat de ideeën van de Dalai Lama gebanaliseerd worden tot de tegeltjeswijsheid van het gemiddelde zelfhulpboek. Gelukkig is dat niet het geval. Ze resulteert ze in een veel betere toegankelijkheid, en niet in modieuze kretologie. Wat Cutler ook doet, is opmerken waar de ideeën van de Dalai Lama afwijken van de Westerse visie en waar ze juist goed overeenkomen met de jongste stand van zaken in het wetenschappelijk onderzoek in de psychologie. Of in de woorden van de Dalai Lama op de website van Psychology Today:
“We attempted to present to the reader a systematic approach to achieving greater happiness and overcoming life’s inevitable adversities and suffering. Our approach combines and integrates, hopefully, the best of East and West—that is Western science and psychology on the one hand and Buddhist principles and practices on the other.”
De aanpak van beide schrijvers kent geen zweem van zweverigheid, maar is integendeel verrassend rationeel, iets dat mij persoonlijk nogal aanspreekt.

Erg verfrissend vond ik ook, dat waar het Christelijke mensbeeld er van uit gaat dat de mens van nature zondig en dus slecht is, het Boeddhisme juist als startpunt heeft dat ieder mens een enorm potentieel voor het goede heeft en gemaakt is om gelukkig te zijn. Zo "lijkt ons lichaam beter geschikt voor gevoelens van liefde en mededogen. We kunnen zien dat een kalme, liefhebbende, heilzame geestestoestand een gunstige uitwerking heeft op onze gezondheid en ons lichamelijk welzijn. Gevoelens van frustratie, angst, irritatie en woede kunnen daarentegen onze gezondheid schade toebrengen." (p. 65)

Dit boek geeft niet een eenvoudig receptje voor geluk dat je zo even toepast, maar buitengewoon ingewikkeld is het nu ook weer niet, alhoewel de gedachtegang zich slecht laat samenvatten, omdat ze dan al snel resulteert in een verzameling open deuren. Dat komt echter niet doordat de Boeddhistische visie van de Dalai Lama afgezaagd is (integendeel), maar eerder doordat ze eigenlijk tamelijk logisch is en op een grote dosis gezond verstand berust, ook al zoiets waar ik nogal van houd.

Neem nou deze:
of we op een willekeurig moment gelukkig ongelukkig zijn, heeft vaak heel weinig te maken met onze feitelijke omstandigheden; het is meer een kwestie van hoe we onze situatie waarnemen, hoe tevreden we zijn met wat we hebben. (p. 32)
Dit is nou niet bepaald een revolutionaire opvatting, maar wel iets dat we meestal geneigd zijn om te vergeten, vooral omdat vrijwel iedereen in onze maatschappij volledig doordrongen is (meestal zelfs geheel onbewust) van de illusie dat consumeren gelukkig maakt of dat je onmogelijk gelukkig kunt zijn als je geen romantische relatie hebt. Met name dat laatste idee is een typisch Amerikaanse en Europese opvatting; in bijvoorbeeld Azië is romantische liefde veel minder belangrijk. Wel erkent de Dalai Lama onmiddellijk dat intimiteit van wezenlijk belang is voor het geluk van iedere mens, maar hij is zelf een uitstekend voorbeeld van iemand (een celibatair levende monnik die altijd vreugde uitstraalt) die deze intimiteit niet haalt uit een Grote Liefde, maar uit de contacten met de mensen om hem heen. Hoe hij dat doet? Door het Boeddhistische begrip mededogen in de praktijk te brengen. Daarbij is een aantal stappen van belang:
  • Erken dat andere mensen net als jij gelukkig willen zijn en net als jij elke vorm van lijden zoveel mogelijk willen vermijden, maar daar - net als jij - nooit in zullen slagen omdat leed nu eenmaal onvermijdelijk is.
  • Wees je er steeds van bewust dat dit iets is dat je met alle mensen gemeen hebt en dat daar een basis is voor een automatische band met anderen. Typisch Boeddhistisch is in dit verband de opvatting dat "ons lijden het meest fundamentele element [is] dat we met anderen delen, het element dat ons verenigt met alle levende wezens" (p. 235).
  • Concentreer je op dit gemeenschappelijke, niet op de verschillen, en neem dit als uitgangspunt voor een houding van mededogen.
  • Mededogen is een centraal begrip in het Boeddhisme, dat neerkomt op "een geesteshouding die berust op de wens om anderen te bevrijden uit hun lijden en wordt geassocieerd met een gevoel van toewijding, verantwoordelijkheid en respect jegens de ander" (p. 131). Geduld en tolerantie zijn daarbij vaardigheden die niet alleen je omgeving goed doen, maar ook in grote mate bijdragen aan je eigen geluk.
De Dalai Lama houdt het niet bij theorie, maar geeft op allerlei manieren aan hoe je deze geesteshouding in de praktijk kunt brengen: niet alleen door een aantal eenvoudige meditatie-oefeningen maar ook door met een andere blik naar jezelf en naar anderen te kijken. Niets van dat alles is erg ingewikkeld, maar hij erkent wel dat het veel tijd vergt om je bijvoorbeeld niet meer te ergeren aan anderen die zich lomp of zelfzuchtig gedragen of om goed om te leren gaan met tegenslagen. Hij ziet dat echter (volgens mij terecht) niet als een ingrijpende persoonlijkheidsverandering, maar gewoon als het afleren van slechte en het aanleren van goede gewoontes.

Als ik deze bespreking nog eens doorlees, merk ik dat hij vergeleken met het boek erg flets en weinig overtuigend overkomt. Dat is jammer, maar het geeft ook aan dat het boek geen woord teveel bevat en in zijn geheel gelezen moet worden. Juist de voorbeelden en de gedetailleerde gedachtegang die er achter zitten, zijn zo inspirerend en bijzonder. Aanschaffen dus (in het Engels of in de tweedehands Nederlandse versie) en meteen lezen, dit uiterst toegankelijke en uiterst leesbare kijkje in de Boeddhistische denkwereld.

PS Aarzel om niet om je eigen commentaar toe te voegen. Ik stel het zeer op prijs als mensen de moeite nemen om reacties of aanvullingen te plaatsen!

4 opmerkingen:

  1. Dit lijkt me echt de moeite waard! Ik ga meteen op zoek!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Leuk, dat ik nog iemand enthousiast heb gemaakt! De Nederlandse vertaling is nieuw niet meer verkrijgbaar (tenminste hier niet), maar er zijn genoeg tweedehands exemplaren en de oorspronkelijke Engelse versie is zo te bestellen.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Ik heb hem nav van je stukje gekocht en gelezen, een fijn boekje! Bedankt!

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Dat doet me goed, Peter. En leuk dat je nog even langs kwam om dat te melden.

    BeantwoordenVerwijderen