zaterdag 27 juni 2015

Van graanschuur naar jachthaven

Frank Westerman,
De graanrepubliek (Nl 1999, 2013)
Geschiedenis, 279 pp.
19 juni 2015


Moeizaam en over een periode van eeuwen was het vruchtbare graanland van het Oldambt in Oost-Groningen ooit op de zee gewonnen. Enorme boerderijen waren er gekomen, waar rijke herenboeren woonden die het land lieten bewerken door straatarme landarbeiders. Er waren weinig streken in Nederland waar de contrasten tussen de klassen zo groot waren en er was geen enkele streek waar het communisme zoveel aanhang had. Het zou de eerste en enige communistische burgemeester van het land leveren.

Typisch Oldambster boerderij; Huningaweg 11 te Midwolda.
Bron: Hardscarf - Eigen werk. Licensed under
CC BY-SA 3.0 via Wikimedia Commons -
Na de Tweede Wereldoorlog en de hongerwinter waren de graangebieden in ons land van cruciaal belang. De landbouwproductie moest enorm opgeschroefd worden om iedereen te kunnen voeden. De PvdA-er Sicco Mansholt, afkomstig uit een boerenfamilie uit deze streek, ging als minister en later als eurocommissaris met onverzettelijke voortvarendheid aan de slag en deed zijn werk zo goed dat er eind jaren zeventig grote landbouwoverschotten ontstonden en de graanprijzen instortten. Vanaf nu werden de boeren in het Oldambt betaald om land braak te laten liggen. Maar inmiddels was eurocommissaris Mansholt in de ban geraakt van de opkomende milieubeweging en wonnen biologen steeds meer aan invloed.. En zo gebeurde er uiteindelijk iets waar niemand ooit van had kunnen dromen, de herenboeren niet en de landarbeiders evenmin: een groot deel van het land dat ooit met zoveel vernuft op de zee veroverd was, werd weer onder water gezet. De rijke graanvelden van toen herbergen nu een groot meer en een ambitieus opgezet woon- en recreatiegebied dat dankzij de crisis nog steeds niet goed van de grond is gekomen: Blauwestad.

Arbeiderswoning te Hongerige Wolf.
Bron: RTV Noord, foto door Jan Prins.
Frank Westerman vertelt het verhaal van deze ontwikkeling aan de hand van de levens van drie dramatis personae, een herenboer (Boelo Luitjen Tijdens), een communistische wethouder (Koert Stek) én Sicco Mansholt, die zowel boer als politicus was. Het is geen conventioneel geschiedenisboek geworden, maar een levendig journalistiek relaas, met interviews, achtergronden, karakterschetsen en een persoonlijke inslag. Het is losjes chronologisch, maar springt ook heen en weer in tijd en plaats. De schrijver zelf (ooit student aan de landbouwuniversiteit van Wageningen) is ook aanwezig, maar met een gepaste afstand en zonder een al te opdringerig oordeel.

In het Oldambt woonde een bijzonder slag mensen. De herenboeren en de landarbeiders waren allebei even onafhankelijk, halsstarrig en onverzettelijk van aard en tussen hen gaapte een nauwelijks overbrugbare kloof. Toen prof. Sjoerd Groenman er in 1955 in opdracht van de regering een sociologisch onderzoek deed, kwam hij tot de conclusie dat er een kastenstelsel heerste:
Er zijn twee grote hokken, boeren en arbeiders. Zij hebben geen enkel contact met elkaar. Winkeliers en ambachtslieden - op caféhouder en de molenaar na - vormen een kleurloze tussencategorie. In Beerta is het uitgesloten dat een middenstander, laat staan een arbeider, lid wordt van de tennisclub.
De werkloosheid was er drie tot vier keer zo hoog als elders in het land. Uitzichtloosheid en lethargie overheersten. Er moest gauw subsidie naar toe, want anders zou de communistische revolutie uitbreken.

In de late negentiende eeuw was er namelijk al een opstand geweest, die tot opluchting van de boeren door het leger hardhandig de kop in was gedrukt. Enkele decennia later, in de periode 1928-29, hadden de vakbonden een harde en verbeten strijd gevoerd voor een beter loon en een meer menswaardig bestaan, maar de staking werd met de import van nieuwe machines uiteindelijk gebroken en de herenboeren hadden de strijd wederom glansrijk gewonnen. Zoals Westerman laconiek constateert:
Voor de boeren was 1929 al met al een goed jaar. 'Groot is de betekenis van dit arbeidsconflict geweest op de ontwikkelingsgang van het landbouwbedrijf,' concludeerde Fekko Ebels, een boer uit Nieuw-Beerta. 'Er wordt thans doelbewust, systematisch en met voortvarendheid aan de mechanisatie gewerkt.'
Maar de arbeiders krijgen uiteindelijk hun wraak. Even voor het einde van zijn ambtstermijn als wethouder keurt Koert Stek, de oude communist en zoon van één de actie voerende arbeiders uit de jaren twintig, het plan goed om een groot deel van het Oldambt onder water te zetten. Veel sympathie voor de boeren die hun landerijen zagen verdwijnen was er bij het gewone volk niet. "Alleen al de afbraakpremie die de boer ontvangt kan oplopen tot een veelvoud van hun AOW-uitkering." En met die onverwachte overwinning van de arbeiders eindigde de eerste uitgave van dit boek, in 1999.

Het nieuwe Oldambtmeer (bron)
Meerdere jaren later gaat de schrijver opnieuw naar het Oldambt en komt er een bijgewerkte editie. En weer heeft zich een onverwachte wending voorgedaan. De grote boeren zijn zoals bekend al een tijdje niet meer oppermachtig, maar ook de biologen staan niet meer op het eerste plan. Een nieuwe machtsfactor is naar voren gekomen, die van de waterbeheerders. De dijkgraaf dient zich aan als vierde personage, nadat het overstromingsgevaar in Groningen steeds reëler is geworden en waterbergingsgebieden een noodzaak zijn: in plaats van het water te bestrijden door het met steeds hogere dijken buiten te houden, wordt het nu getemd door het in veilige banen te leiden. Delen van het overgebleven graanland zullen nu tijdelijke onder water gezet worden als het water bij de sluizen van Nieuwestatenzijl gevaarlijk hoog komt. Westerman neemt een kijkje in deze nieuwe wereld.
Het nieuwe landschap doet denken aan de woonomgeving van 'het ongelukkige volk' dat de Romein Plinius hier twintig eeuwen eerder aantrof. Hij vroeg zich af of deze kuststreek 'tot de zee dan wel tot de aarde behoort' en merkte op: 'Als het land overstroomt, lijken de bewoners op zeevaarders.' Typeringen uit de de eerste eeuw na Christus die twee millennia later weer actueel worden. Alsof we in de Nederlandse delta op onze schreden terugkeren naar de oersituatie van voor de komst van de dijkenbouwers.
De schrijver lijkt het allemaal in lichte verwarring aan te zien. Maar inmiddels is de graanprijs op eigen kracht weer uit het dal gekropen en hebben uitgekochte boeren in het Oldambt zich op de verhuur van bootjes en het uitbaten jachthavens gestort.

PS Aarzel niet om je eigen commentaar toe te voegen. Ik stel het zeer op prijs als mensen de moeite nemen om reacties of aanvullingen te plaatsen! Heb je dit boek besproken op je eigen blog? Plaats dan s.v.p. een link bij de reacties.

6 opmerkingen:

  1. Hallo Anna,
    Mooie bespreking van De graanrepubliek. Frank Westerman heeft een goed beeld gegeven van de situatie halverwege de vorige eeuw. Ik heb het boek, op het moment dat het uitkwam, gelezen met veel belangstelling, Het sprak mij aan omdat ik ben geboren in het Oldambt en er naar de lagere school ben geweest. De geschiedenis van de streek is mij min of meer met de paplepel ingegeven. De uitbuiting van de arbeiders door de herenboeren en de opkomst van het communisme waren onderwerpen die veel werden besproken. Op mijn ouders en ook op veel mensen die het allemaal hebben meegemaakt heeft de periode waarin de grote boeren het voor het zeggen hadden er behoorlijk ingehakt.
    Het ontstaan van de Blauwe Stad heb ik gevolgd met de nodige bedenkingen.
    Groetjes.
    Anne

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Bedankt voor je reactie, Anne. Ik wist wel dat je uit de provincie Groningen kwam, maar niet dat je was geboren in het Oldambt. In dat geval is dit boek zowat verplichte kost, zou ik zeggen. Ik ken het gebied eerlijk gezegd helemaal niet goed, heb er een paar hardloopwedstrijdjes gedaan en ben wel eens bij kennissen daar op bezoek geweest, maar ik ga het nu met andere ogen bekijken als ik er weer kom (heb een uitnodiging van iemand uit Nieuw Beerta).

      Verwijderen
    2. Hallo Anna,
      Nieuw Beerta, in de winter meestal de koudste plek van Nederland. Mijn moeder is in Nieuw Beerta naar school geweest en is op haar twaalfde als dienstmeisje bij de rijkste boer van Nieuw Beerta gaan werken. Tot aan haar dood heeft ze, zeer geëmotioneerd, verteld over het harde werken dat ze daar moest en de vernederingen die ze heeft ondergaan. Wij hebben in Drieborg gewoond maar toen mijn zus en ik pubers werden zijn wij daar weggegaan omdat mijn ouders daar voor ons geen toekomst zagen. Ongeveer 25 jaar geleden ben ik er nog een keer geweest om te kijken of alles nog net zo was als in mijn herinnering maar dat was niet het geval. Het enige wat mij nog aan Groningen doet denken is de muziek van Ede Staal.
      Groetjes.
      Anne

      Verwijderen
    3. Mijn oma's gingen ook op die leeftijd uit werken, maar ik heb nooit gehoord dat ze zulke ervaringen hadden. En dan zijn mensen verbaasd dat de arbeiders in het Oldambt zo massaal communistisch werden ....

      Verwijderen
  2. Heerlijk, zo'n bespreking die het lezen van het eigenoijke boek vervangt ;-)

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ja, handig hè? Net zoiets als leunstoelreizen.

      Verwijderen