zondag 23 juli 2017

Euphemismen, Hong Kong, drugs en nog veel meer

Amitav Ghosh,
Flood of Fire (India 2015)
Roman, 624 pp.
Nederlandse titel: Vloed van vuur


Als je de eerste twee delen van de Ibis Trilogie hebt gelezen (hier en hier besproken) dan herken je in de dialogen van dit derde deel onmiddellijk de eigen wereld die Ghosh via zijn taal heeft gecreëerd. En wat een boeiende wereld is dat. Ja goed, het gaat over de Opiumoorlog tussen de Britten en de Chinezen van 1839-1842, maar dat heeft Ghosh er niet van weerhouden om veel humor en lichtheid in het boek te stoppen. Net zo verfrissend is dat hij niet alleen het Britse perspectief maar vooral dat van de betrokken Indiërs en de Chinezen weergeeft. Grappig is hoe hij bijvoorbeeld één van de Indiase personages in China de volgende observatie over de Chinezen laat doen: "I suspect he believes that ordinary Englishmen (...) can petition their government, as people do in China. He doesn’t understand that it isn’t the same in England; these men cannot petition their government or do anything to affect official policy. I suppose everyone finds the despotisms of other peoples hard to comprehend."

Kanongebulder
Aan het eind van dit derde deel wordt de eerste Opiumoorlog beslist in het voordeel van de Britten en wordt duidelijk hoe en waarom Hong Kong een Britse enclave is geworden. De beslissende slag wordt met veel kanongebulder en scheepsgemanoeuvreer door Ghosh tot leven gewekt, maar nergens heb je het gevoel dat je een geschiedenislesje krijgt. Er is wederom een bonte stoet aan Britse, Amerikaanse, Indiase en Chinese personages, waarvan de meesten oude bekenden zijn voor de lezers van deel 1 en 2, en het zijn wederom hun wederwaardigheden die we volgen.

De gevaren van onanisme
De jonge Amerikaan Zachary Reid komt in dit deel op de Indiase villa van de schijnheilige Britse handelaar Burnham terecht en maakt kennis met diens veel jongere vrouw, die op het eerste gezicht net zo godsvruchtig lijkt als haar echtgenoot. Maar in tegenstelling tot de onschuldige Zachary weten de moderne lezers natuurlijk allemaal hoe bedrieglijk Victoriaanse preutsheid is. De hierop volgende verhouding tussen Zachary en Mrs. Burnham zou vervolgens gemakkelijk kluchtig en flauw kunnen zijn geworden, als hij door Ghosh niet zo inventief en origineel was beschreven. En de recensent van The Guardian schrijft daar weer zo geestig over dat ik het niet kan laten die te citeren:
In a scene somewhere between a pastiche of the 19th-century novel and a Carry On film, Mrs Burnham witnesses from a distance him vigorously polishing a belaying pin, draws an unfortunate conclusion and furnishes him with a series of terrifying pamphlets outlining the dangers of onanism; before too long, and with the help of a revealing toga party, the pair begin a highly secret and enthusiastic sexual liaison that proceeds almost entirely by euphemism.
En passant wordt Zachary door zijn contacten met Mrs. Burnham subtiel gecorrumpeerd tot een aanhanger van de meedogenloze vrijhandel die door de Britten en Amerikanen met zulk religieus fanatisme wordt verdedigd, en waar de opiumverslaafden van China het slachtoffer van zijn geworden. Hebzucht is immers goed, want het leidt tot rijkdom voor de handelaren en daar profiteert de rest van de bevolking weer van. Nietwaar?

Feodale mentaliteit
Er is ook een nieuw personage, een Indiase onderofficier, via wie we een prachtig en verhelderend kijkje krijgen in hoe het Indiase soldaten verging in het Britse leger in India. Maar net zoals dit boek geen geschiedenislesje is, is het ook geen standaard antikoloniaal betoog.Want tegelijkertijd maakt Ghosh ook duidelijk hoe de feodale mentaliteit binnen het Indiase leger er debet aan was dat de professioneel georganiseerde Britten de Indiërs zo gemakkelijk in de pan hakten. Het kwam niet alleen door hun superieure wapens.

Uitbundigheid
De dikke Ibistrilogie, die hiermee voltooid is, is nauwelijks met andere romans te vergelijken. Regelmatig is het een geestige pastiche van de vuistdikke negentiende-eeuwse romans vermengd met elementen uit het achttiende-eeuwse picareske genre. Daarnaast is het een episch verhaal over een hier nauwelijks bekende episode uit de wereldgeschiedenis. En tegelijkertijd is het een taalkundig staaltje vuurwerk dat op volkomen originele wijze en met grote uitbundigheid gebruik maakt van een Engels dat doordrenkt is met Hindi, pidgin en Bengaals, en dat desondanks prima te volgen is. Maar bovenal is Ghosh, zoals ik geloof al eerder gemeld heb, een uitstekende verteller die de lezer met groot aplomb in zijn verhaal onderdompelt.

PS Aarzel niet om je eigen commentaar toe te voegen. Ik stel het zeer op prijs als mensen de moeite nemen om reacties of aanvullingen te plaatsen. Heb je dit boek besproken op je eigen blog? Dan zou het fijn zijn als je een link bij de reacties plaatst.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen