dinsdag 29 augustus 2017

De Arthur van White

T.H. White,
The Once and Future King (GB 1938-77)
Roman, 832 pp.
Nederlandse titel: Arthur, koning voor eens en altijd
tot

Daar is-ie dan eindelijk. Mijn bespreking van de dikke klassieker die ik (en velen van jullie eveneens) al zo lang in de kast heb staan. Maar ik heb gesmokkeld. De pil bestaat uit vijf delen, waarvan ik op dit moment alleen de eerste drie heb gelezen. Waarom ik niet aan Candle in the Wind en The Book of Merlyn ben begonnen? Dat zal vanzelf blijken.

Eerst maar een algemeen inleidinkje. White liet zich voor deze verhalen inspireren door Le Morte Darthur, het vijftiende-eeuwse epos van Thomas Malory en een van de bekendste Arthurcycli in de Engelse taal. Zoals ik vorige week al zei, ging White op geheel eigen wijze met die verhalen aan de haal. Hij maakte van de tovenaar Merlyn bijvoorbeeld iemand die omgekeerd in de tijd leeft en zich daarom de twintigste eeuw herinnert, en het zo nu en dan over dingen als Freud en plastische chirurgie heeft.

De boeken staan trouwens sowieso bol van de opzettelijke anachronismen, wat één van de leukste dingen er aan is. Zo laat White zijn ridders praten als brallerige upper class types ("I say, old chap, what?"), laat hij ze naar de public school van Eton gaan en heeft Merlyn de veertiende editie van de Encyclopaedia Brittanica in huis. Ook breekt hij als auteur zo nu en dan even in, om de lezer er aan te herinneren dat we hier echt niet met een historische roman te maken hebben ("the Old England of the twelfth century, or whenever it was"), maar met pure verzinsels. Er zijn daarom dus ook fantasiebeesten, kastelen die in het niets verdwijnen, tovenaren, heksen, en Merlyn is in staat om zijn pupil zomaar even in een vogel of een vis te veranderen.

The Sword in the Stone (1938)


Dit eerste deel gaat over de jeugd van Arthur, een jongetje zonder ouders, met de bijnaam Wart, dat opgevoed wordt door ene Sir Ector samen met diens zoontje Kay. Op een gegeven moment duikt Merlyn op om het onderwijs van Arthur op zich te nemen en dan wordt het al gauw zeer onderhoudend. Aan de ene kant is het een heerlijk jongensboek met magie en fijne avonturen (Robin Hood komt er in voor), maar aan de andere kant is er ook een serieuze component. Omdat Merlyn omgekeerd in de tijd leeft, weet hij als enige dat Arthur voorbestemd is om koning van Engeland te worden en stoomt hij hem stiekem klaar voor het koningschap. De magische belevenissen, waarbij Arthur onder meer als vis in de slotgracht zwemt, een nacht bij de jachtvalken doorbrengt en met Robin Hood en zijn mensen op stap gaat, hebben daarom allemaal een doel: bij Arthur het voor die tijd revolutionaire idee post doen vatten dat regeren niet een kwestie van 'might' is maar van 'right.'

Ik moest regelmatig terug denken aan het boek H is for Hawk van Helen Macdonald, waarin ze over T.H. White en zijn obsessie voor roofvogels schrijft. Ook in The Sword in the Stone spelen jachtvogels een belangrijke rol; het is duidelijk dat de auteur alles weet van het jagen met roofvogels en zich zelfs in deze dieren (en andere, zoals ganzen, en dassen en mieren) verplaatst moet hebben. Echt kostelijk is de scène waarin Arthur verandert in een jachtvogel en een nacht bij de haviken en de valken en de sperwers in de stallen doorbrengt. White laat de vogels praten en zich gedragen als ouderwetse legerofficieren, met één vogel als een gevaarlijke krankzinnige, waarbij ik onmiddellijk weer aan het boek van Macdonald moest denken en wat zij over White en de getroebleerde relatie met zijn eigen havik schreef.

Later, toen White de vier eerste boeken van deze bundel in 1958 bewerkte voor een gezamenlijke uitgave, voegde hij er ook nog een scène over twee mierenhopen aan toe, die duidelijk gaat over totalitaire regimes en achteraf gezien kan worden als een originele fabel over het fascisme. En zo is dit eerste deel een geslaagde mengeling van een geheel eigen vorm van satire, jongensavontuur, sprookjes, veel humor en lessen in politiek. Het eindigt met de beroemde scène waarin Arthur het zwaard Excalibur trekt en blijkt dat hij de toekomstige koning van Engeland is.

Ik heb veel plezier aan dit eerste deel beleefd. Jaren geleden had ik ook al eens poging gedaan om het te lezen, maar toen lukte het me met geen mogelijkheid om er in te komen. Ik vermoed dat dat vooral te maken had met mijn verwachtingen. In mijn achterhoofd dacht ik dat ik een mooi middeleeuws fantasyverhaal ging lezen, maar ik kreeg iets idioots. Nu was ik in staat om mijn vooringenomenheid aan de kant te zetten, het boek een kans te geven om op zijn eigen merites tot mij te spreken, en was het een groot succes.

The Witch in the Wood (1939)
ook uitgebracht als The Queen of Air and Darkness



En ineens zitten we heel ergens anders, op een onherbergzaam eiland in de Orkaden, met vier primitieve, nauwelijks opgevoede jongetjes die plat Schots spreken, op een winderig kasteel wonen en een moeder hebben die het te druk met zichzelf en haar hekserij heeft. De toon is veel donkerder, maar tegelijk wordt het verhaal ook ontzettend absurd, als King Pellinore uit het eerste deel weer opduikt, nog steeds jacht makend op de Questing Beast. Als je deze hilarische versie van de avonturen van de koene ridder leest, weet je meteen waar de mannen van Monty Python de inspiratie voor hun film The Holy Grail vandaan haalden. Kan niet missen.

Maar ook nu is er weer een serieuzere component. De machthebbers van de Orkaden vertegenwoordigen in Whites visie de oude garde, die geweld met nog meer geweld bestrijdt en zo de oorlogsvoering in stand houdt, waar vooral de gewone man onder te lijden heeft en die de ridders zelf zien als fijn vermaak. Net zoals de upper class en landed gentry in het moderne Engeland jagen zien als een vorm van amusement waar ze vanwege hun positie nu eenmaal recht op hebben. King Pellinore is de onschuldiger incarnatie daarvan, de Orkadiërs de primitieve versie.

Dit deel is veel korter dan de andere en is duidelijk een tussenverhaal. Het introduceert Gawain en zijn broers, waarvan een paar er later belangrijke ridders van de Ronde Tafel zullen worden. Het eindigt met een onheilspellende scène waarin de onschuldige Arthur verleid wordt door zijn gevaarlijke halfzuster - een incestueuze one night stand waaruit de latere ridder Mordred wordt geboren, die uiteindelijk Arthurs ondergang teweeg zal brengen.

The Ill-Made Knight (1940)


En bij dit deel zitten we plotseling wéér in een heel ander soort boek. Hierin staan de koene ridder Lancelot en zijn avonturen centraal, en is Arthur getrouwd met Guenever. Zoals iedereen weet die de Arthurverhalen kent, krijgen Lancelot en Guenever (die elkaar hier Lance en Jenny noemen) een overspelige affaire, die vele jaren duurt.

De toon verandert wederom.Wat blijft is het streven van Arthur om de vechtlust van zijn ridders om te zetten in iets zinvols dat dienstig is aan de maatschappij. Hij sticht de Orde van de Ronde Tafel om de agressie van zijn ridders in goede kanalen te leiden, maar of dat een volledig succes gaat worden is de vraag. De manier waarop White zijn hoofdpersoon op dit punt beschrijft, spreekt waarschijnlijk boekdelen:
Arthur was a young man, just on the threshold of life. He had fair hair and a stupid face, or at any rate there was a lack of cunning in it. It was an open face, with kind eyes and a reliable or faithful expression, as though he were a good learner who enjoyed being alive and did not believe in original sin. He had never been unjustly treated, for one thing, so he was kindly to other people.
Arthur is hier geen legendarische koning met een grootse visie, maar een vriendelijke jongeman die het beste met de wereld voor heeft en nog een hele hoop moet leren.

Wat met name verandert ten opzichte van de vorige delen, is dat er een sterk psychologische component in het verhaal komt, met veel nadruk op de persoonlijkheid van Lancelot, en zijn relatie met Guenever. Met andere woorden, een zekere mate van realisme doet zijn intrede, en voor mij werkte dat simpelweg niet. Serieuze psychologie en Monty Python gaan nu eenmaal niet goed samen. De lol van de gekke avonturen (die onverminderd doorgaan) verbleekte en het is niet zo dat de blikken in de ziel van Lancelot slecht gedaan of oninteressant zijn - integendeel - maar in combinatie met de rest wouden ze niet echt van de grond komen. Met andere woorden, het boek werd saai.

Waarschijnlijk was het geen goed idee om alle verhalen in een keer achterelkaar te lezen. Ze verschillen zo van elkaar in toon, sfeer en perspectief, dat ze waarschijnlijk het beste tot hun recht komen, als je ze met tussenpozen leest. Deel 4 en 5 zullen dus vast nog een keer aan bod komen, maar nu vind ik het wel even mooi geweest.

PS Aarzel niet om je eigen commentaar toe te voegen. Ik stel het zeer op prijs als mensen de moeite nemen om reacties of aanvullingen te plaatsen. Heb je dit boek besproken op je eigen blog? Dan zou het fijn zijn als je een link bij de reacties plaatst.

12 opmerkingen:

  1. (Psst, in de tweede alinea van TSitS schrijf je 'kosteloos' i.p.v. 'kostelijk' :-) )

    Hmm, in mijn editie staan alleen de eerste 4 delen. The Book of Merlin ontbreekt (helaas, denk ik).

    Ik vind dit soort fantasy prima geschikt om in de winter te lezen, en dat heb ik ook gedaan met de eerste twee delen. Maar sindsdien zijn er al verscheidene winters voorbijgegaan zonder dat ik het boek uit de kast gepakt heb...

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Er komt vanzelf weer zo'n winter ;-) En dan pik deel vier op.

      Verwijderen
  2. Als ik dit zo lees, houd ik het geloof ik maar bij de Merlin Trilogy van Mary Stewart. Fijn dat je het zo uitgebreid bespreekt.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Daar ben ik ook erg benieuwd naar. Het lijkt me vol-strekt ander soort serie.

      Verwijderen
    2. Heel lang geleden gelezen, maar herinner het me als super-romantisch.

      Verwijderen
    3. Oh, heerlijk, voor als ik in zwijmelstemming ben.

      Verwijderen
  3. Dit zijn geen boeken voor mij, maar ik ben onder de indruk van de manier waarop je dit aanpakt en verwoordt, dus met het lezen van je besprekingen alleen al leer ik een hoop bij :)

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Gelukkig, dan heb ik alle moeite niet voor niks gedaan (maar ik vind het ook gewoon leuk om nog even uitgebreid bij een boek stil te staan).

      Verwijderen
  4. Hoi Anna, mooie bespreking weer! Ik heb het boek (ik vermoed alle vijf) ooit gelezen in de Nederlandse vertaling, maar ik kon me er werkelijk niets meer van herinneren. Na jouw bespreking heb ik weinig lust om het nog eens te herlezen, er is nog zoveel ander moois. Groetjes, Erik

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Foei toch ;-) En ik ben nog wel zo enthousiast over het eerste deel!

      Verwijderen
  5. Ik kan me herinneren dat ik ooit, ik zat nog op de middelbare school, deel I heb gelezen. Die vond ik erg grappig, maar ik geloof dat ik daarna in deel II ben gestrand, nu ik jouw bespreking lees, begrijp ik eindelijk waarom! Ik denk dat ik als 15 jarige absoluut de verschillen in schrijfstijl etc niet begreep en zoveel ervaring als lezer had ik natuurlijk nog niet. Maar misschien moet ik gewoon weer eens opnieuw beginnen en kijken hoe het me nu bevalt.

    Oh en de trilogie van Mary Stewart is schitterend!!
    Groetjes,

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. De overgang is ook wel erg groot. Zit je als middelbare scholier net lekker in de fantasievolle lol, kom je ineens (kennelijk) in een heel ander verhaal terecht. Ik had er ook even moeite mee.

      Verwijderen