dinsdag 15 augustus 1995

IJsland, land van vuur en ijs

Sinds ik in IJsland ben geweest (dat wat mij betreft trouwens mét Alaska het mooiste land ter wereld is), verbaast het me niet meer dat een groot deel van de inwoners van dit hypermoderne, westerse land serieus in trollen en elfen gelooft. Zelfs een nuchtere Friezin als ik krijgt er mystiekerige neigingen. IJsland heeft een rechtstreekse hotline naar het binnenste van de aarde, de gletschers zijn van een overweldigende schoonheid, sommige beekjes zijn dampend warm en de stilte is hier en daar absoluut. Reisgegevens

Periode: juli-augustus 1995
Soort reis: georganiseerde wandelreis
Organisatie: SNP
Accommodatie: hutten
BezochtBláfjöll, Hengillgebergte, Thorsmörk, omgeving Myrdalsjökull, omgeving Vatnajökull, Landmannalaugar, Hekla, Gullfoss, Geysir, Thingvellir, Reykjavik
Weer: wisselvallig maar niet erg koud.
De prachtig gekleurde bergen bij Landmannalaugar, in het zuidelijk deel van het land.
Geisers en gletschers

Het land verkeert nog steeds in een scheppingsproces, onder meer dankzij het feit dat het op de breuklijn ligt waar Amerika en Europa uit elkaar gedreven worden en de aarde open splijt. Vandaar de kokend hete borrelende poeltjes, de geisers, de vulkanen, de rookpluimen middenin in het landschap, de zwavellucht hier en daar. De warmte uit de aarde wordt heel praktisch benut om zwembaden te verwarmen en om 's winters de straten van Reykjavik ijsvrij te houden. En ijs is er natuurlijk ook, maar lang niet zoveel als de naam je zou doen geloven. Wel zijn er de grootste gletschers van Europa - overblijfselen van de laatste IJstijd en overweldigend mooi. En vergeet ook de schitterende watervallen niet. Je vindt ze overal en ze zijn steeds weer anders.
De eruptieketen van de Lakagigar, uit welke foto
blijkt dat IJsland beter 'Groenland' had kunnen heten.

Beeldschoon en godvergeten

IJsland is nu een moderne, westerse staat. Iedereen heeft de laatste technische snufjes en ik moet zeggen dat in de binnenlanden van IJsland (dus zowat overal) een mobiele telefoon en een stoere auto met vierwielaandrijving eerder noodzaak dan luxe zijn. Nog niet zo lang geleden was IJsland echter een godvergeten uithoek van de aarde, waar de mensen eeuwenlang met moeite overleefden, of zelfs dat niet en dus bij bosjes omkwamen van de honger. Dat harde verleden schijnt er ook de oorzaak van te zijn dat de IJslanders als afstammelingen van de Vikingen weliswaar vaak blond, blauwogig en zeer bleek zijn, maar ook opvallend frequent onderdeurtjes van hetzelfde formaat als ik (d.w.z. rond de 1 meter 60).

Foto links: stallen en hutjes geïsoleerd met turf - het soort behuizing waar eeuwenlang vrijwel alle IJslanders in woonden.
Een terreinwagen wordt vlot getrokken.
En hoe is het weer?

Nou ja, heel anders dan aan de Costa del Sol. Het weer in IJsland is erg veranderlijk, ook midden in de zomer, en je moet dus overal op voorbereid zijn. Zelfs in augustus heb ik wanten, sjaal en muts nodig gehad. Veranderlijkheid heeft ook een groot voordeel: slecht weer duurt nooit erg lang en je ziet soms de prachtigste luchten (zie de foto hieronder). Van de veertien dagen die ik op IJsland heb doorgebracht was er maar één echte regendag. Dat valt toch reuze mee. En op mijn laatste dag, in Reykjavik, heb ik heerlijk op een terrasje in de zon gezeten. Niet met een pilsje trouwens, want dat kostte er al gauw het equivalent van 5 euro.
Schitterende lucht aan de zuidkust, waar we veel
 papegaaiduikers hun capriolen hebben zien maken.


Thingvellir: gelegen op de breuk in de
aardkorst tussen Amerika en Europa,
en ooit de plaats van het oudste
parlement ter wereld.
Het oudste parlement ter wereld

Al meer dan duizend jaar geleden trokken zo'n beetje alle IJslanders elk jaar met schapenkuddes en al naar Thingvellir om gezamenlijk over belangrijke dingen te beslissen. Tegenwoordig is Thingvellir een soort bedevaartoord voor moderne IJslanders. Er is niet echt een dorpje of iets dergelijks, maar wel een heel lief achttiende-eeuws houten kerkje, het buitenhuis van de president (zeer bescheiden trouwens), een prachtig meer waar je roeiboten kunt huren, veel ruimte, mooie luchten en een kloof met fraaie basaltformaties, zoals je op de foto hiernaast kunt zien. Deze kloof is de scheur in de aardkorst die het Amerikaanse en het Europese continent van elkaar scheidt. Vergeleken met de vaak ruige natuur en de hoekige zwarte lavavelden die je elders op IJsland tegenkomt is dit een lieflijke plek. Net als de Gullfoss (schitterende waterval) en de Enige Echte Geysir ligt Thingvellir op een dagtrip afstand van Reykjavik, dus je komt er meer toeristen tegen dan verder weg van de hoofdstad. Voor ons was het, na bijna twee weken ruige natuur, een goede manier om ons geleidelijk weer op de bewoonde wereld in te stellen en ons voor te bereiden op ons laatste dag in Reykjavik. Niet dat Reykjavik nou zo'n drukke wereldstad is. Eigenlijk is het meer een vriendelijk, enigszins slaperig provinciehoofdstadje, dat op zaterdagavond plotseling wakker schrikt en zich dan massaal lam zuipt - voornamelijk op zelfgestookte bocht.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen