zondag 2 oktober 2011

Echte mannen lezen Jane Austen

William Deresiewicz, A Jane Austen Education: How Six Novels Taught Me About Love, Friendship, and the Things That Really Matter (VS 2011)
Letterkunde, mémoires, 272 pp.
ISBN 9781594202889, Penguin
2 september 2011


De romans van Jane Austen doen het op het niveau van het verhaaltje verrassend goed als zeer genietbare chick lit, zoals blijkt uit de talloze verfilmingen van de laatste tijd. Maar om echt klassiek te worden is meer nodig dan dat: iets universeels, iets tijdloos, bijvoorbeeld een opvallend scherp inzicht in mensen dat de eeuwen overleeft. Dat heeft Austen, alhoewel William Deresiewicz dat als jonge student met een voorkeur voor obscure modernisten niet direct zag. "Like so many young men, I needed to think of myself as a rebel, and modernism, with its revolutionary intensity, confirmed my self-image." Austen had het alleen maar over onbenullige alledaagse dingetjes in een piepklein wereldje van brave burgertjes. Niet bepaald groots en meeslepend.


"I was used to stylistic brilliance that hit you over the head: Joyce’s syntactic labyrinths, Nabokov’s arcane vocabulary, Hemingway’s bleached-bone austerities", schrijft Deresiewicz, en Austens onopdringerige stijl gaf hem aanvankelijk de illusie dat ze weinig interessants te melden had. Maar tijdens het bestuderen van Emma begon er  ineens het besef te gloren dat juist de alledaagse dingetjes voor de overgrote meerderheid van de mensen het voornaamste in hun leven uitmaken en dat Austen daar wel degelijk belangwekkende dingen over te zeggen had, die hem bovendien met de neus op zijn eigen leven drukten.

De (niet al te briljante) scriptie waar ik in 1982 op afstudeerde had als thema het groeiproces dat Austens heldinnen doormaakten. Een tamelijk voor de hand liggend onderwerp, maar wel de kern van de meeste van haar romans. Deresiewicz doet iets veel interessanters met dit thema dan ik in mijn suffe scriptie: hij relateert het groeiproces van de Austinheldinnen op onderhoudende wijze aan zijn eigen leven. Elke roman leerde hem steeds weer iets over zichzelf en over de manier waarop hij op dat moment in het leven stond. En net zoals bij de Austenheldinnen kwamen inzicht en zelfkennis pas na het maken van stomme fouten.

Het boek klinkt op deze manier een beetje als het soort gimmicky zelfhulpboek waar Amerikanen niet genoeg van kunnen krijgen, maar dat is het gelukkig niet. Deresiewicz komt namelijk op deze manier wel degelijk tot een beter begrip van de boeken zelf en van wat Austens schrijfkunst inhoudt. Het meest verrassend en onthullend vond ik zijn kijk op Mansfield Park, destijds mijn minst favoriete Austen (door Patricia Rozema opgepimpt tot een hele aardige film die weinig met de ware aard van het boek te maken heeft). De heldin van het boek is een beetje een heilig boontje, het arme nichtje dat opgroeit op het prachtige landgoed van haar oom en tante en dat verliefd wordt op de brave neef. Fanny Price lijkt in niets op de pittige en humoristische Elizabeth Bennett uit Pride and Prejudice, maar het is kortzichtig om het boek daarom af te doen als inferieur.

Deresiewicz laat zien dat het niet persé Austens bedoeling was om de lezer intense sympathie te laten voelen voor Fanny, een op het eerste gezicht passieve jonge vrouw die grotendeels goed doet door stil te zitten. Elke lezer zal broer en zuster Henry en Mary Crawford, die vol actie en wit en glamour zitten, vele malen aantrekkelijker vinden. Toen Deresiewicz Mansfield Park las, was hij zelf als jongeman bezig om door te dringen in de rijke, glamoureuze kringen in Manhattan waar hij erg zijn best moest doen om erbij te horen. Totdat hij zich realiseerde dat hij daar net als Fanny op Mansfield Park altijd een buitenstaander zou blijven en dat het kunstmatige, het diletantisme van mensen als Henry en Mary Crawford eigenlijk helemaal niet zo bewonderenswaardig was: "With layers of money to insulate them from the consequences of their actions, nothing really mattered to them: nothing was serious, nothing was sacred, nothing could raise a genuine feeling". En dat de bescheiden, maar betrokken Fanny heel wat meer waard was.

In Sense and Sensibility komt een zelfde soort tegenstelling voor. Iedereen voelt zich automatisch aangetrokken tot de romantische Marianne en haar even romantische prins op het witte paard Willoughby, en weinig lezers zullen heftig meeleven met de verstandige Elinor en de degelijke Edward. Austen laat ons heel bewust gecharmeerd zijn van Marianne en Willoughby om ons vervolgens met een klap op de grond neer te zetten en ons te doen inzien dat de weg van Elinor en Edward veel meer de moeite waard is.

Hiermee stelde Austen zich radicaal buiten haar eigen periode, de Romantiek, waarin gevoelens leidend waren  en de rede gewantrouwd werd - een situatie die nog steeds geldt. Hoe modieus is het immers niet om "op je gevoel af te gaan", en "uitsluitend op je intuïtie te vertrouwen"? De ratio is maar koud en maakt kille robots van ons, gevoelens zijn "spiritueel". Het bevalt me dat Deresiewicz net als Austen bereid is om tegen de stroom in te roeien:
A romantic is someone who thinks that if their heart is in the right place, it doesn’t matter where their brain is. That was what Marianne meant: that our emotions are a moral compass that can never steer us wrong. If something is pleasant, it must be proper. If it feels good, it is good. In terms of cultural history, Austen was fighting a losing battle. The Romantic idea gave rise to almost all the great art of the last two centuries. [...] Popular music is one giant shout of desire, one great rallying cry for freedom and pleasure. Pop psychology sends us the same signals, and so does advertising. “Trust your feelings,” we are told. “Listen to your heart.” “If it feels good, do it.”
Jane Austen laat zien dat dit onvolwassen gedrag is, dat uiteindelijk tot niets dan ellende leidt. Niet dat ze niks van gevoelens moest hebben: "Austen valued the feelings and passions; she just didn’t think we should worship them." 

Maar uiteindelijk is het meest aantrekkelijke van Austen misschien wel dat haar boodschap er nooit en te nimmer dik bovenop ligt: 
She wrote novels, not essays, and more than just about any other author, she refused to mar her novels by putting essays into them. She never lectured, never explained: never interrupted her stories to hold forth on what she wanted us to think they meant, or deliver her opinions on the state of the world. She also never tampered with her characters by putting her own ideas into their mouths.
Vandaar natuurlijk dat haar romans het én heel goed doen als basis voor romantische filmkomedies én nog steeds worden gezien als belangwekkende literatuur. 

A Jane Austen Education is een originele en lichtvoetige combinatie van mémoires en literatuurkritiek, waarin we de ontwikkeling van een jonge letterkundestudent tot hoogleraar literatuur volgen én bijna spelenderwijs een stuk wijzer worden over de schrijfkunst van Jane Austen.


PS Aarzel om niet om je eigen commentaar toe te voegen. Ik stel het zeer op prijs als mensen de moeite nemen om reacties of aanvullingen te plaatsen!

4 opmerkingen:

  1. Je recensie gaf de doorslag. Ik had deze titel al eens opgeschreven, maar heb het boek nu net besteld.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Goed idee, Bertie! Het is een niet-academische vorm van literatuurkritiek waar de professionals wellicht hun neus voor ophalen, maar voor de 'gewone' liefhebber heeft het wel degelijk de nodige inzichten te bieden en het is veel minder onbenullig dan ik aanvankelijk vreesde.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Hoi Anna, ik heb van Jane Austen maar een boek gelezen "Pride and prejudice", zowel in het Engels als in het Nederlands. "Pride and prejudice" is mijn favoriete boek van een schrijfster. De openingszin van Pride and prejudice is de allermooiste die ik ooit ben tegengekomen: It is a truth universally acknowledged, that a single man in possesion of a good fortune must be in want of a wife. Iemand die zo'n openingszin kan produceren moet haast wel een groot schrijfster zijn.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Geweldig, hè, die openingszin. Pride and Prejudice is ook mijn favoriete Austenroman, mogelijk omdat Elizabeth Bennett het meest van alle Austenpersonages op de schrijfster zelf lijkt. Ik word ook steeds eer tegen wil en dank meegesleept door elke tv- of filmbewerking ervan, zelfs al wordt het satirische element daarin grotendeels weggepoetst. Het boek doet het gewoon op alle fronten goed.

    BeantwoordenVerwijderen