zaterdag 24 december 2011

Zee van papavers

Amitav Ghosh,
Sea of Poppies (India 2008)
Roman, 496 pp.
In het Nederlands gepubliceerd als Zee van papavers
13 december 2011


India is voor elke Westerse bezoeker een overweldigende ervaring: de enorme kleurrijkheid, de schrille contrasten, de ellende naast de enorme vitaliteit; ze maken het één van de meest fascinerende landen waar ik geweest ben. En zo is ook het met dit boek dat zich afspeelt in Calcutta 1836. Een bonte cast van personages zal samen komen op het voormalige slavenschip de Ibis voor een veelbewogen zeereis, maar aan het begin van het boek weten de meesten nog niet eens dat ze hun land zullen verlaten.

Deeti Singh maakt zich zorgen haar papaveroogst en haar zieke man. Zachary Reid, afstammeling van Amerikaanse slaven en blanke meesters, beleeft een avontuurlijke eerste zeereis van Baltimore naar India. De Franse wees Paulette Lambert is opgenomen in de filantropische huishouding van de rijke en schijnheilige Britse koopman Benjamin Burnham. Raja Neel Rattan is (nog) een rijke grootgrondbezitter met een mooie maîtresse. De jonge Jodu heeft zojuist zijn moeder begraven en probeert nu met zijn bootje aan de kost te komen. En de vreemd-komische Baboo Nob Kissen is op zoek naar spirituele verlossing. Allen zullen ze op dezelfde boot naar Mauritius terechtkomen, met nog een aantal andere personages, en allen zullen ze hun leven getransformeerd zien.

Maar allereerst schetst Ghosh op gloedvolle wijze de lijnen die hun samen zullen brengen. Centraal staat de opiumhandel, een lucratieve bron van inkomsten voor de Engelsen. Deeti en haar man verbouwen het, de Engelsen verhandelen het. De Chinezen willen de handel aan banden leggen, reden voor Mr Burnham, de rijke eigenaar van de Ibis, om op te roepen tot een zo spoedig mogelijke oorlog om de Chinezen het licht te doen zien. Niet om het gewin, trouwens, maar om een principe:
'The war, when it comes, will not be for opium. It will be for a principle: for freedom – for the freedom of trade and for the freedom of the Chinese people. Free Trade is a right conferred on Man by God, and its principles apply as much to opium as to any other article of trade. ... One of my countrymen has put the matter very simply: “Jesus Christ is Free Trade and Free Trade is Jesus Christ.” Truer words, I believe, were never spoken. If it is God’s will that opium be used as an instrument to open China to his teachings, then so be it.... And what would our ladies – why, our beloved Queen herself? – do without laudanum? Why, one might even say that it is opium that has made this age of progress and industry possible: without it, the streets of London would be thronged with coughing, sleepless, incontinent multitudes.'
Dat is het standpunt van de kolonialen. De arme boeren die het spul verplicht moeten verbouwen denken daar heel anders over en de zwaar verslaafde Chinezen ook. Allemaal komen ze aan bod, maar nooit op een geforceerde manier. Ghosh heeft zijn geschiedenishuiswerk zeer goed gedaan, maar hij blijft ook een boeiende verteller.

En hij speelt met taal. De Amerikaanse Zachary komt op een schip terecht met een  Aziatische bemanning die een amper te volgen pidgin-Engels spreekt, en ook de Engelsen die al generaties in India gevestigd zijn, spreken een taal doorspekt met zoveel Hindi dat hij zich regelmatig afvraagt waar ze het in hemelsnaam over hebben. Dan zijn er nog het Bengaals van de Raja, de plattelandstaal van de arbeiders en het met Frans gelardeerde Engels van Paulette. Als lezer moet je vooral geen poging doen om elk vreemd woord op te zoeken. Geef je over aan de stroom van onbekende woorden en laat je meeslepen door deze exotische wereld. Al vrij snel krijgt het ook een komisch effect, vooral omdat Ghosh zo virtuoos iedereen op zijn eigen manier laat spreken. Ironisch genoeg is de enige die perfect Engels beheerst de hoogopgeleide Indiase Raja.

Zodra het schip India verlaat en het de schijnbaar eindeloze Indische Oceaan opvaart, wordt een drempel overschreden en wordt alles anders. Op het schip verdwijnen de maatschappelijke tegenstellingen voor een deel en fluctueren de machtsverhoudingen in een spannend en soms bloedstollend gevecht tussen het streven naar vrijheid van contractarbeiders en gevangenen, en de onderdrukking daarvan door de bemanning. De onaanraakbare krijgt daarbij kracht, de rijke wordt volledig op zichzelf teruggeworpen, de weerloze vrouw wordt machtig - al is het maar voor even. Karma en kaste verliezen hun greep, ongekende mogelijkheden doemen op.

Interessant is ook hoe Zachary Reid wordt beschouwd door de mensen om hem heen. In Amerika was hij een octoroon (1/8 zwart), iemand met a touch of the tarbrush in zijn voorgeslacht en daarmee weggezet op de laagste maatschappelijke ladder. Maar hier weet niemand van zijn verleden en met zijn lichte huid wordt hij alom voor een blanke heer gehouden en dienovereenkomstig behandeld. De Raja vindt hem tijdens een diner dat hij geeft voor de Engelsen koop- en scheepslieden de enige beschaafde figuur aan tafel.
... in Bengal it was so easy to know who was who; more often than not, just to hear someone’s name would reveal their religion, their caste, their village. Foreigners were, by comparison, so opaque: it was impossible not to speculate about them. Mr Reid’s demeanour, for example, suggested to Neel that he might be descended from an old, aristocratic family – he remembered having read somewhere that it was not unusual for the European nobility to send their younger sons to America.
Totdat iemand de oorspronkelijke passagierslijst van de Ibis onder ogen krijgt en daar achter Zachary's naam het woord "black" ziet staan. Het aardige en onverwachte is dat de een daar volledige andere consequenties aan verbindt dan de ander.  De Indiase Baboo Nob Kissen legt vol vreugde een link met de heilige Krishna, maar de Engelsen reageren heel anders. Tot op het eind blijft daarom ongewis hoe het met Zachary en de anderen zal aflopen.

Het boek eindigt vervolgens een tikje abrupt, maar dat komt omdat dit deel 1 is in een trilogie, waarvan deel 2 (River of Smoke) een paar maanden geleden is verschenen. Dat deel is inmiddels door mij gelezen (ook weer met veel plezier) en hier besproken.

In het Nederlands gepubliceerd als Zee van papavers.

PS Aarzel om niet om je eigen commentaar toe te voegen. Ik stel het zeer op prijs als mensen de moeite nemen om reacties of aanvullingen te plaatsen!

2 opmerkingen:

  1. Judith (boekblogger.wordpress.com)25 december 2011 om 10:12

    Het klinkt als een mooi boek, alleen jammer dat het einde niet echt het einde is. Misschien moet ik wachten tot alle 3 de boeken uit zijn - Met de Millennium Trilogy was ik ook heel blij dat ik in één keer door kon lezen.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Er is wel een zekere afronding, maar niet een echt einde en ik ben wel heel benieuwd hoe het met de personages nu verder gaat, dus zal binnenkort wel deel 2 aanschaffen.
    Wachten tot de hele trilogie uit is, was misschien inderdaad een beter plan geweest!

    BeantwoordenVerwijderen