zaterdag 9 augustus 2008

De verdiensten van het Byzantijnse rijk

Judith Herrin,
Byzantium: The Surprising Life of a Medieval Empire (GB 2007)
Geschiedenis, 336 pp.
9 augustus 2008


Een tijdje geleden kreeg Judith Herrin onverwacht twee bouwvakkers op bezoek, die in de universiteit aan het werk waren, gezien hadden dat ze "hoogleraar Byzantijnse geschiedenis" op haar deur had staan en zich afvroegen wat dat nou was, "Byzantijnse geschiedenis". Nadat Herrin haar best had gedaan om daar zo beknopt mogelijk wat zinnigs over te zeggen, ontstond bij haar het idee om een boek over Byzantium bestemd voor de general reader te schrijven - een geschiedenis voor de geïnteresseerde leek.

Meestal is een dergelijk boek óf chronologisch van opzet óf thematisch. Dit boek is, aardig genoeg, beide. De chronologie speelt losjes mee op de achtergrond zodat de lezer zicht krijgt op de ontwikkelingen die het Oostromeinse rijk meemaakt, maar tegelijkertijd diept Herrin, steeds als ze wat verder in de tijd komt, per hoofdstuk een bepaald onderwerp uit, wat voor iemand zoals ik, die weinig van Byzantium weet, ten eerste de leesbaarheid aanzienlijk vergroot en ten tweede het inzicht ten goede komt: je hoeft als lezer niet zelf verbanden te trekken, dat doet de schrijver voor je.
In West-Europa had Byzantium nooit zo'n goede reputatie. Het werd met name in de 18de en 19de eeuw vaak afgedaan als een decadent en verwijfd keizerkrijk. Herrins streven is te laten zien dat dat niet terecht is. Het unieke aan Byzantium was dat het tegelijkertijd door en door christelijk was én de Griekse intellectuele traditie voortzette die in het westen eeuwenlang verloren ging. Het onderwijs (voor de betere klassen althans) bleef op een hoog niveau, terwijl West-europa snel afzakte naar semi-analfabetisme. De handel, die in het westen eeuwenlang op een laag pitje kwam te staan, bloeide in Constantinopel voort en was een belangrijke bron van welvaart. De munteenheid bleef zeven eeuwen lang op exact dezelfde waarde staan, terwijl in West-Europa veelal ruilhandel werd gedreven. Typisch oosters waren daarnaast de eunuchen die hoge posities aan het hof bekleedden en de ontwikkeling van de ikonen, een bij uitstek Byzantijns kunstvoorwerp.

Eeuwenlang, van de zevende tot de elfde eeuw, vormde Byzantium een buffer tegen de expansiedrift van de Islam en Herrin stelt zelfs, niet onterecht waarschijnlijk, dat er zonder Byzantium geen Europa zou zijn - dat het westen zich, dankzij het eeuwenlang tot een halt brengen van de Arabieren door de Byzantijnse keizers, ongestoord kon ontwikkelen tot het Europa zoals we dat nu kennen. De grondslagen voor dat Europa werden gelegd in de periode dat het Byzantijnse rijk zijn oostgrenzen consolideerde. Mis ging het in Byzantium vanaf de 11de eeuw, toen de Turken ineens kwamen oprukken vanuit Centraal-Azië. En de relatie met het westen werd onherstelbaar verstoord in 1204 toen Constantinopel werd geplunderd en (tijdelijk) bezet door een grote bende kruisridders uit het westen. De Byzantijnen waren vanaf dat moment wantrouwig ten opzichte van het westen en het westen kon de plunderingen voor het thuisfront alleen verantwoorden door de Byzantijnen af te schilderen als decadent en heulend met de Turken.

Voor een periode die elf eeuwen bestrijkt en een rijk dat aanvankelijk de Balkan, Klein-Azië, het Midden-Oosten en Noord-Afrika besloeg, weet Herrin een verrassend levendige en relatief gedetailleerde geschiedenis neer te zetten. Noodzakelijkerwijs blijft het bij hoofdlijnen, maar als inleiding op het Byzantijnse rijk voor de geïnteresseerde leek is dit een heel geslaagd boek.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen