woensdag 30 september 2009

Wat is toch Literary Theory?

Jonathan Culler, Literary Theory: A Very Short Introduction (VS 1997)
Literatuurkritiek, 132 pp.
28 september 2009


Hoewel ik ooit een doctoraal diploma in de letterkunde heb behaald, is het fenomeen moderne "literary theory", zoals dat in de jaren zestig is ontstaan, nooit echt tot mij doorgedrongen. Het was destijds al wel heftig in de mode (met name in Frankrijk en de V.S., als ik het goed heb begrepen) maar aan mijn docenten aan de Groningse universiteit was het óf nog niet geopenbaard óf ze vonden het nieuwerwetse flauwekul. Ik vermoed een beetje het laatste. Wij deden namelijk aan good oldfashioned close reading: de te bestuderen roman erbij en dan maar lekker uitpluizen aan de hand van de tekst wat de schrijver bedoelde, welke stijlmiddelen zij/hij hanteerde - dat soort werk. Hartstikke leuk om te doen. Van theorievorming was geen sprake en al helemaal niet van Marxistische literatuurkritiek of Queer Theory of postkoloniaal gedoe en al dat fraais. Ik ving er later in de loop der jaren wel zo nu en dan vage berichten over op, maar het leek me allemaal maar niks. Vergezocht, stampvol onontcijferbaar jargon en doorgeschoten politiek correct.

Waarom ik onlangs plotseling dit boekje aanschafte, is me daarom een beetje een raadsel, maar kennelijk vond ik het in een onbewaakt ogenblik een goed idee om mijn vooroordelen eens serieus te toetsen. En ja hoor, meteen al in het eerste hoofdstuk werden die vooroordelen prompt bevestigd. Pagina 4:
The main effect of theory is the disputing of 'common sense'.
Nou moe. Hoezo? Wat is er mis met gezond verstand? Ik ben een groot fan van gezond verstand. En vervolgens kregen we dingen als dit voorgeschoteld:
The conclusion is that our common-sense notion of reality as something present, and of the original as something that was once present, proves untenable; experience is always mediated by signs and the 'original' is produced as an effect of signs, of supplements. (p. 12)
Jasses. Kan ik niks mee.

Maar toen gebeurde er iets onverwachts. Nadat de inleiding over voor mij ondoordringbare Franse filosofen als Derrida en Foucault achter de rug was en Culler overging tot literatuurtheorie, begon ik het boek zowaar interessant te vinden. Hoofdstuk 2 is getiteld "What is Literature and Does It Matter?" en daar blijkt de moderne aanpak van Literary Theory toch wel iets bij te kunnen dragen. In tegenstelling tot de aanpak waarmee ik ben grootgebracht, neemt Literary Theory veel meer afstand van de teksten die het bestudeert en kijkt het vooral naar de historische, de ideologische, de sociale of de politieke functies die literaire werken vervullen. Wat ik daarbij wel jammer vind is dat literaire kwaliteit minder van belang is dan narrative, waarmee niet het verhaaltje of de plot wordt bedoeld, maar veel eerder het middel waarmee mensen ordening in hun bestaan proberen aan te brengen en aldus de wereld beter trachten te doorgronden. Toch zit er wel wat in.
Stories, the argument goes, are the main way we make sense of things, whether in thinking of our lives as a progression leading somewhere or in telling ourselves what is happening in the world. (p. 82)
Bijzonder aardig is vervolgens ook het onderdeel getiteld "What Stories Do", waarin wordt uitgelegd waarom we plezier beleven in het luisteren naar of lezen van verhalen. Het hoofdstuk daarop, over identiteit, is een stuk abstracter en hier komen ook de politiek correcte literatuurbenaderingen op de proppen, waarin een strijd gestreden moet worden (voor allerlei mogelijke onderdrukte minderheden).

In mijn beleving kun je nu grofweg drie literatuurbenaderingen onderscheiden:
  1. die van de modale leesclub, waarbij de veelal vrouwelijke lezers de personages in de roman behandelen als waren ze echt, en waarin diep wordt ingegaan op wat het boek voor de lezer hoogstpersoonlijk heeft betekend;
  2. de benadering waarin ik ben onderwezen, waarin de tekst en de literaire kwaliteit ervan centraal staan en die ook terug te vinden is in het door mij eerder besproken How Novels Work van John Mullan; ik ben hier nog steeds een warm aanhanger van;
  3. die van Literary Theory, waarbij literatuur vooral in een historische, sociaal-economische, politieke en filosofische context wordt geplaatst.
De grote verdienste van Jonathan Culler is dat hij voor mij een moeilijk onderwerp niet alleen inzichtelijk en boeiend heeft gemaakt, maar ook mijn vooroordelen deels heeft weggenomen. Ik blijf als bezwaar houden dat de benadering van Literary Theory er vooral één is van een heel klein groepje academici en daarmee een beetje naar inteelt riekt, maar mijn nieuwgierigheid is voldoende geprikkeld om in de toekomst nog wat verder te lezen over dit onderwerp. Culler zelf zegt aan het eind:
Theory, then, offers not a set of solutions, but the prospect of further thought. It calls for the commitment to the work of reading, of challenging presuppositions, of questioning the assumptions on which you proceed. (p. 120)
En daar blijk ik wel degelijk wat mee te kunnen.

2 opmerkingen:

  1. Interessante materie! Nu moet je Silences van Tillie Olsen ook lezen. Ik krijg bij elke cursus wel een keer een vraag naar wat literatuur is, heb inmiddels een fijn lijstje van definities (leuke blogpost?). Tegelijk is het ook volslagen beside the point, want wat mijn 88-jarige autobiografiecursist schrijft, is van veel meer waarde (voor de mensheid enzo) dan de schrijfsels van een literaturelurig kind op een andere cursus.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Silences van Tillie Olsen ken ik óók al niet :-[ Ik heb als eerste vervolgstap het boek van Terry Eagleton op mijn programma staan; dat schijnt een beetje de bijbel van Literary Theory te zijn en ik houd wel van zijn heldere schrijfstijl. Wie weet komt daarna Tillie aan de beurt.
    Het bericht op je eigen site heb ik inmiddels gespot en daar ga ik zeer binnenkort op reageren. Inderdaad interessante materie.

    BeantwoordenVerwijderen