zondag 21 september 2008

Een archeologische visie op de Pirenne-these

Richard Hodges & David Whitehouse, Mohammed, Charlemagne, and the Origins of Europe : The Pirenne Thesis in the Light of Archaeology (GB 1983)
Geschiedenis/archeologie, 176 pp.
21 september 2008


Historicus Henri Pirenne heeft in de jaren twintig een mooi boek geschreven over de opkomst van de steden in de middeleeuwen (klik hier voor mijn bespreking) en hoewel dit boek en later werk over deels hetzelfde onderwerp zeer invloedrijk waren, zijn er toch wat problemen mee. Pirenne baseerde zijn geschiedenis, zoals het een historicus betaamt, op geschreven bronnen. Omdat juist in de vroege middeleeuwen geschreven bronnen zeer schaars en dikwijls onbetrouwbaar zijn, is deze basis een tikje wankel en is Pirenne vaak gedwongen conclusies te trekken gebaseerd op indirect bewijs.
Inmiddels zijn we een heel eind verder en kan het historisch bewijsmateriaal aangevuld worden met archeologische vondsten om de Pirenne-these nader te toetsen. Dat doen Richard Hodges en David Whitehouse in dit boek.

 Eén van Pirennes centrale uitgangpunten is zijn stelling dat de internationale handel in het Middellandsezeegebied pas echt opdroogde toen en doordat in de zevende eeuw de Islam Noordafrika, Spanje en het Middenoosten veroverde. De archeologie lijkt dat beeld niet helemaal te bevestigen. Uit vondsten in antieke havens in bijvoorbeeld Italië en Noordafrika blijkt dat de handel in het westelijk deel van de Middellandse Zee al ver vóór die tijd aan het wegkwijnen was en dat diverse steden met ontvolking te kampen hadden. Het lijkt er dus niet op dat deze neergang te wijten was aan de opkomst van de Islam. Wel kan zij haar uiteraard versterkt hebben. De handel in het oostelijk deel bloeide langer door, dankzij Constantinopel, maar ook in dat gebied was al voor de islamitische veroveringen een neergaande lijn te bespeuren.

Interessanter nog is, wat er intussen in Noordwesteuropa gebeurde, waar bijvoorbeeld Dorestad één van de belangrijkste handelscentra van Europa aan het worden was. Pirenne dacht niet dat deze commercie heel erg veel om het lijf had, maar het begint erop te lijken dat Friezen en Vikingen rond 800 via Noordzee, Baltische Zee en Rusland wel degelijk een levendige en grootscheepse handel onderhielden met de islamitische wereld, waarmee grote hoeveelheden zilveren munten het rijk van Karel de Grote bereikten.

Voorts besteden Hodges en Whitehouse nog de nodige aandacht aan de verplaatsing van de islamitische hoofdstad van Damascus naar Baghdad. Daardoor verschoof het zwaartepunt van de Arabische handel van de Middellandse zee naar Oostazië en Oostafrika, een factor die in de Pirennethese niet voorkomt, maar wel degelijk van belang is.

Al met al blijkt het beeld gecompliceerder en genuanceerder te liggen dan enkel de historische bronnen doen vermoeden. Ook is duidelijk (zo eerlijk zijn Hodges en Whitehouse wel) dat het laatste woord over de economische geschiedenis van Europa in de vroege middeleeuwen nog lang niet gezegd is. Er is nog veel meer onderzoek nodig. Toch moet ik bekennen dat een sterk verhaal als dat van Pirenne boeiender leesvoer vormt dan de toch wat droge opsommingen van archeologische vondsten, al hoe degelijk en helder ook gepresenteerd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen