zondag 4 december 2016

Muziek in de schemering

Kazuo Ishiguro,
Nocturnes: Five Stories of Music and Nightfall (GB 2009)
Korte verhalen, 240 pp.
6 november 2016


Aanvankelijk was ik van plan om deze bundel vooral aan te bevelen aan de echte Ishiguro-liefhebbers, want de verhalen hebben allemaal zijn typische handelsmerk: dat understatement, dat ongrijpbaar subtiele. Maar toen ik er wat langer bij stil stond, realiseerde ik me dat ze voor die groep misschien juist wel minder geschikt zijn. De echte liefhebber (waar ik ook toe behoor) zal door deze verhalen waarschijnlijk lichtelijk teleurgesteld zijn - niet omdat ze niet goed zijn, maar omdat ze simpelweg niet zo goed zijn als zijn belangrijkste romans. Echter, iemand die nog nooit wat Ishiguro heeft gelezen, en dus geen specifieke verwachtingen koestert, heeft veel meer kans om betoverd te worden door deze bundel. Dus lezer, als u qua Ishiguro nog een onbeschreven blad bent, dan is deze bundel voor u een prima eerste kennismaking. En het mooiste is: de rest is nog beter.

maandag 21 november 2016

Die Unvollendete

Patrick Leigh Fermor, 
The Broken Road: From the Iron Gates to Mount Athos (GB 2013).
Reisverhaal, 385 pp.
Nederlandse titel: Een onvoltooide reis
10 november 2016


In 1934 wandelde de jonge Patrick Leigh Fermor door een heel andere wereld dan de huidige van Hoek van Holland naar Istanboel, afwisselend slapend in hooibergen en bij bevriende kasteelheren. De titel van de Nederlandse vertaling (Een onvoltooide reis) suggereert dat hij nooit in Istanboel aankwam, maar dat klopt niet. Het is niet de reis die onvoltooid bleef, maar dit boek. Een paar dagen vóór aankomst in Istanboel eindigt het abrupt midden in een zin: "... and yet, in another sense, although -" Leigh Fermor overleed in 2011 voordat hij het boek af kon maken en in mijn verbeelding stierf de 96-jarige met een vulpen in de hand terwijl hij net - bibberig - het woord 'although' had geschreven. Ineens kon hij zich niet meer herinneren hoe de zin verder moest en ging in zijn hoofd het licht uit. De vulpen gleed uit zijn hand en de zin versteende halverwege. Maar dat is mijn fantasie, want het schijnt dat de man al tien jaar lang last had van een schrijfblokkade. Het is echter wel een mooi romantisch beeld dat hem goed past.

zondag 13 november 2016

Als een bamboestengel

Saud Alsanousi,
The Bamboo Stalk (Koeweit 2012)
Uit het Arabisch vertaal door Jonathan Wright
Roman, 384 pp.
24 oktober 2016


Nog niet zo lang geleden brak er op internet een discussie uit over 'culturele toe-eigening'. Hoewel het onderwerp niet bepaald iets nieuws is, was de recente ophef het gevolg van een toespraak van de schrijfster Lionel Shriver, over wat in feite een taboe is: "any tradition, any experience, any costume, any way of doing and saying things, that is associated with a minority or disadvantaged group is ring-fenced: look-but-don’t-touch." Dat komt er bijvoorbeeld onder meer op neer dat een witte schrijver niet over de zwarte ervaring mag schrijven; dat mogen uitsluitend zwarte auteurs. Hella schreef naar aanleiding daarvan een verhelderend essay, waarin ze een lans brak voor een wat minder rigide standpunt. Daarop ik reageerde ik instemmend met onder meer:
"literatuur is er juist voor om empathie te krijgen voor geheel andere gezichtspunten en als een auteur zich op een volledig integere manier inleeft in een personage van een andere kleur kan dat niet fout zijn.
Wat mij verder nog opvalt aan dit debat is dat de term 'culturele toe-eigening' impliceert dat een cultuur het exclusieve eigendom is van een bepaalde groep. Terwijl cultuur op de lange termijn alleen maar levensvatbaar is bij de gratie van uitwisseling en kruisbestuiving. Ik snap wel dat kleine, bedreigde bevolkingsgroepen hun eigenheid tot op zekere hoogte willen beschermen. Maar dat een dominante cultuur nooit elementen zou mogen overnemen van andere culturen is volgens mij een onhoudbaar standpunt. Cultuur is in principe van alle mensen."

zondag 6 november 2016

Plot verrijkt met karakter en plaats

Eén van de verschillen tussen genrefictie en literaire fictie is dat genrefictie over het algemeen bepaalde regels volgt: in een romantische komedie krijgen ze elkaar, in een politieroman wordt de moord opgelost. Die voorspelbaarheid heeft iets prettigs en is ongetwijfeld één van de redenen dat genrefictie zo geliefd is. Maar er zijn ook schrijvers die op interessante wijze spelen met 'hun' genre en de regels breken. Zo iemand is de Ierse Tana French. In haar eerste roman, In the Woods, stonden twee mysteries centraal, waarvan er uiteindelijk slechts één door de recherche wordt opgelost. Het leverde haar een hoop kwaadheid, maar ook een  hoop lovende recensies op. French kan namelijk niet alleen goed schrijven, ze geeft in haar politieromans net zoveel aandacht aan het personage van de hoofdpersoon (in elk boek een wisselend lid van de Dublinse recherche) als aan het misdaadmysterie. Haar rechercheurs zijn getroebleerd, bevlogen, hebben minder gelukkige trekjes en zijn in de eerste plaats complexe mensen, niet eendimensionale misdaadoplossers. In elk opvolgend deel van deze serie rond de Dublinse recherche is de hoofdpersoon een bijfiguur uit het vorige deel en krijg je dit personage van zeer dichtbij en van onverwachte kanten te zien.

zondag 30 oktober 2016

Een hufter met charme

Guy de Maupassant,
Bel-Ami (Frankrijk 1885)
Roman, 396 pp.
Ik las de gratis Engelse editie; in het Nederlands is het boek uitgebracht onder dezelfde titel
17 september 2016


Dit is waarschijnlijk geen boek voor mensen die alleen van sympathieke hoofdpersonen houden. Want Georges Duroy is een egoïst die mensen gebruikt om zelf hogerop te komen. Zijn bijnaam is Bel-Ami, omdat hij een mooie vent is, die goed ligt bij de dames. Maar op het moment dat we met hem kennis maken, zit hij bijna aan de grond. Na een aantal jaren in het leger als officier heeft hij zijn draai nog steeds niet kunnen vinden in Parijs en van het baantje dat hij heeft, kan hij met geen mogelijkheid het soort leven leiden waarvoor hij in de wieg gelegd is. Connecties heeft hij niet, want hij is van eenvoudige komaf. Maar redding is nabij, want hij komt Charles Forestier, een oude bekende, tegen, die hem ondanks zijn gebrek aan ervaring een baantje als journalist bezorgt. Met flink wat lef en hulp van de echtgenote van Forestier weet Georges zich binnen te worstelen en op te werken in het journalistieke wereldje.

zondag 23 oktober 2016

Waarom deed hij het?

Graeme Macrae Burnet,
His Bloody Project: Documents relating to the case of Roderick Macrae (GB 2016)
Roman, 288 pp.
Niet in het Nederlands vertaald.
27 september 2016


Grappig dat zoveel mensen erin tuinen. Hier is bijvoorbeeld de eerste zin van een lezersbespreking op Amazon: "The book concerns the real life slaying of a family of crofters by a troubled teenager, Roderick Macrae. " En een andere: "If the story of Roderick (Roddy) Macrae, a teenage boy who committed a heinous triple homicide in a remote Scottish Highlands, town seems extraordinarily realistic, there’s a good reason for it. The crime actually occurred in 1869, baffling the community and capturing the attention of some of the top solicitors and psychological experts of the time." Dit zegt veel over het hoge realiteitsgehalte van het verhaal, dat gepresenteerd wordt als zijnde gebaseerd op authentieke documenten, maar dat in werkelijkheid pure fictie is, zoals de auteur onthult in zijn nawoord. Alleen de omgeving waarin het zich afspeelt en de gevangenisarts die tegen het einde aan het woord komt, zijn niet verzonnen.

zaterdag 8 oktober 2016

Rust zacht, Mauro

Mauro Schootstra-Spinstra
(circa 2001?-7 oktober 2016)
Hij was de allerliefste poes van de wereld en is bij trouwe lezers van mijn blog bekend als gastrecensent M. Schootstra-Spinstra (hier en hier). Gisteren is hij naar de poezenhemel vertrokken, het huis leeg en kil achterlatend. Mauro had al een aantal jaren suikerziekte en wat andere kwaaltjes. Maar met om de twaalf uur een insuline-injectie, elke dag drupjes en vitamine B ging het prima met hem.

Vorige week kreeg ik echter de schrik van mijn leven. Normaal ging Mauro altijd tegelijk af met mijn wekker. Hij lag dan al voor de slaapkamerdeur en als hij maar iets hoorde, begon hij luidkeels te jodelen. Vorige week donderdagochtend om 6 uur gebeurde er echter niets, ook niet toen ik de deur opendeed. Het mandje in de andere kamer, waar hij altijd sliep, was leeg. Maar daar in een hoekje onder het bureau lag iets zwarts dat niet meer bewoog. Hij lag in dezelfde houding waarin ik mijn vorige kat dood aantrof: poten gestrekt, bekje open, kopje in een rare hoek naar achteren. Ik was ervan overtuigd dat hij dood was en kattenliefhebbers zullen precies weten wat een horror-ervaring dat was. Ik raakte hem even aan om te voelen of hij al koud was, en dat was hij, maar ineens reageerde hij: hij bewoog een beetje en liet een verschrikkelijk gehuil horen. Toen hoefde ik niet lang na te denken.

De dierenarts uit bed gebeld, die beloofde zo snel mogelijk te komen en die mij uitlegde dat Mauro hoogstwaarschijnlijk een hypo had, een levensbedreigende situatie voor suikerpatiëntjes, waarbij ze dringend glucose nodig hebben. Terwijl ik op de dierenarts wachtte, maakte ik suikerwater aan, dat ik met een spuitje in zijn bekje druppelde. Dat leek effect te hebben, want zijn pootjes gingen weer een beetje trekken, wat me een goed teken leek.

Maar toen de dierenarts kwam was Mauro al zo koud dat de thermometer niet eens meer uitsloeg. Om hem weer op te warmen vulde ik flesjes met heet water, die we in het dekentje stopten dat we om hem heen gewikkeld hadden. Toen was hij klaar om vervoerd te worden naar de kliniek. "Wil je hier afscheid van hem nemen of ga je mee?" vroeg de dierenarts. Ik ging mee, van afscheid nemen was wat mij betreft nog geen sprake.

Eenmaal op de behandeltafel moest Mauro zo gauw mogelijk aan een infuus met glucose, maar het lukte keer op keer niet om een ader te raken, omdat zijn bloedsomloop al bijna stil stond. Uiteindelijk slaagde de derde poging. En toen gebeurde er een wonder. Mauro deed zijn kopje weer omhoog, keek me aan, liet zich dankbaar aaien en begon te spinnen. 's Avonds kon ik hem weer ophalen en lag hij innig tevreden weer thuis tegen me aan op de bank.

Het bleef goed gaan, tot afgelopen woensdag. Hij kon ineens geen eten meer binnen houden. Donderdag hield hij helemaal op met eten. Bij de dierenarts ontdekten wij dat hij inmiddels een blaasontsteking had opgelopen en even was ik nog optimistisch: die kregen we wel weer weg met ontstekingsremmers. Maar het hielp niet. Vrijdag wou hij, ondanks de pijnstillers en de antibraakmedicijnen, nog steeds niet eten en aan het begin van de middag ben ik begonnen met dwangvoeding. Maar ook dat hield hij niet binnen. Ik zag hem wegzakken. Hij wilde niet meer.

En toen zat er nog maar één ding op, een snelle zachte dood. Ik wou niet dat ik hem net als mijn vorige kat zou aantreffen, die in vreselijke doodsnood gestorven was. Rond zes uur hebben we hem in laten slapen. Zo kon ik hem tot het laatst toe aaien en troosten, en kon ik afscheid van hem nemen terwijl hij nog warm en zacht was.

Het was de juiste beslissing en daarom heb ik er vrede mee. Maar het is hier heel erg leeg en stil en kil zonder de aanwezigheid van Mauro, die altijd blij was me te zien, die me altijd begroette met een enthousiast "Prrauw!", die al begon te spinnen als ik hem maar aankeek en die als ik aan het lezen was mijn e-reader aan de kant wurmde zodat hij op mijn schoot kon liggen en niet dat stomme ding. Mauro was de beste. Het huis zal nooit meer hetzelfde zijn zonder hem.

PS Als je ook (weer) een kat neemt, haal er dan alsjeblieft eentje uit het asiel. Er zitten daar zulke lieverds te wachten. Je hoeft ze alleen maar een thuis met eten en aandacht te geven en ze schenken je hun eeuwige en onvoorwaardelijke liefde.

zondag 25 september 2016

De ruimte in

Ik heb onlangs een tijdje door het heelal gereisd. In de toekomst natuurlijk, want momenteel is dat nog geen optie, en ook niet in het echt, maar in de verbeelding van twee veelgeprezen jonge schrijfsters. Ik ontmoette daar in het heelal, ver van onze eigen planeet, wonderbaarlijke buitenaardse wezens en verkeerde meerdere malen in levensgevaar. Gelukkig heb ik het er uiteindelijk veilig afgebracht en ben ik stiekem wel blij dat ik weer terug op aarde terug ben. Maar interessante avonturen waren het wel, vooral het tweede.

zondag 18 september 2016

Hij en zij

Lauren Groff,
Fates and Furies (VS 2015)
Roman, 402 pp.
Nederlandse titel: Furie en fortuin
21 augustus 2016


Als je gemeen wilt doen, kun je zeggen dat dit een literaire Gone Girl is zonder het misdaadelement. Want ook hier wordt het verhaal afwisselend verteld door twee echtelieden (Lotto en Mathilde) en ook hier krijg je zodra de vrouw aan het woord komt plotseling een volkomen ander beeld van hun huwelijk. Op dat moment wordt het bovendien een echte pageturner. Want wat voor geheimen heeft Mathilde wel niet voor de lezer in petto? Maar het grote verschil met Gone Girl is dat het hier niet zozeer om plotwendingen draait, maar veel eerder om psychologie en de ondoordringbare complexiteit van een lange relatie. Aan het eind vraag je je af of dit nou wel of niet een goed huwelijk was en wat voor rol geheimen daar in spelen: had Lotto nieuwsgieriger moeten zijn naar Mathildes achtergrond en had Mathilde niet beter open kunnen zijn? Dat zijn vragen die de schrijver niet rechtstreeks beantwoordt, maar waar je nog wel een tijd over kunt herkauwen.

zondag 11 september 2016

Een stem die weigerde te zwijgen

Mary Sharratt
Illuminations: A Novel of Hildegard von Bingen (VS 2012)
Roman, 288 pp.
Niet in het Nederlands verkrijgbaar
12 augustus 2016


Het begint met het eind. Want dat eind is typerend voor Hildegard van Bingen. Weer heeft ze haar eigen geweten gevolgd en weer is ze in conflict gekomen met de kerkelijke autoriteiten, ditmaal omdat ze een geëxcommuniceerde monnik heeft laten begraven op het kerkhof van haar klooster bij Bingen. We maken in deze roman kennis met haar op het moment dat ze als bijna tachtigjarige abdis met haar nonnen het volledige kerkhof aan het omspitten is, opdat de mannen van de bisschop van Mainz niet kunnen zien waar de monnik ligt en hem dus niet op kunnen graven. Maar na deze opmaat schakelt Sharratt terug naar Hildegards jeugd en wordt dit een chronologisch verhaal van één van de meest bijzondere vrouwen uit de middeleeuwen.