zondag 7 juli 2019

Bitterzoet en exquise

Elizabeth Jane Howard,
The Light Years (GB 1990) 
deel 1 van de Cazalet Chronicle
Roman, 436 pp.
Nederlandse titel: De lichte jaren


Dit is er weer eentje: zo'n boek dat al jaren in de kast stond te verstoffen, omdat ik er maar tegenaan bleef hikken. Zou het echt zo goed zijn, als iedereen destijds zei? Zou het niet saai en afgezaagd zijn, de zoveelste familiesaga? Of een truttige, humorloze, al te literaire versie van Downton Abbey (waar ik trouwens van heb gesmuld)? Het omslag was ook niet echt wervend. Allemaal uitstekende smoezen dus om er maar niet aan te beginnen. En wat bleek toen ik het eindelijk van de plank haalde? Het was geweldig! Ik had verdorie al die jaren een juweeltje miskend. Gelukkig heb ik nu het licht gezien en nog beter: er zijn 4 (vier!) vervolgdelen om van te genieten, het laatste voltooid vlak voor Howards overlijden op negentigjarige leeftijd.

zondag 30 juni 2019

Vijf-zeven-vijf

Japans beroemdste haiku-dichter,
Matsuo Basho, waarover ik
eerder al eens schreef (hier)

Ik blijf op mijn leesreis toch nog een beetje in Japan hangen, als jullie dat niet erg vinden. Niet zo lang voordat ik aan mijn fysieke reis daarnaartoe begon, las ik twee boekjes over ikigai. Daarin stond een stelling waar de nieuwigheid nou niet direct van af spatte, maar die me wel op een idee bracht: dat je jonger blijft als je regelmatig iets nieuws leert. Wat ik verder al eens van de Japanse cultuur had opgestoken was de aandacht voor het verstrijken van de seizoenen. Dat heeft met het Zen-boeddhisme te maken (je wordt je bewust van de vergankelijkheid van nare én mooie dingen), maar het is ook een goede manier om het leven om je heen niet gedachteloos door je vingers te laten glippen. Let bewust op het verkleuren van de blaadjes en het verschijnen van de eerste sneeuwklokjes en je geniet meer van de schoonheid die overal voor het oprapen ligt. Dus wat nam ik me dit voorjaar voor? Ik ging na mijn vakantie elke maand een haiku schrijven ter ere van het seizoen. Daarmee leerde ik meteen iets heel nieuws.

Grappig genoeg kreeg ik al tijdens mijn vakantie de gelegenheid om daarmee beginnen. Mijn reisgenoten hadden het uitstekende idee om bij het laatste diner iedereen een zelf gemaakte haiku voor onze reisleidster te laten voorlezen, om haar te bedanken voor haar onvermoeibare inzet. En toen bleek al meteen waarom de haiku over de hele wereld tegenwoordig zo populair is: iedereen kan het!

zondag 23 juni 2019

To be or not to be

Erik Rozing,
Het beste voor iedereen (Nederland 2019)
Roman, 348 pp.


Jacqueline (in bloggersland beter bekend als Theetante) is één van de origineelste bloggers die ik ken. Haar sprankelende stukjes zijn altijd een genot om te lezen en inspirerend bovendien, zoals een tijdje geleden maar weer bleek, toen ze schreef over Het beste voor iedereen. Het was niet alleen een bespreking, maar ook een analyse van de structuur, of preciezer: van de volgorde waarin en het gezichtspunt van waaruit het verhaal gepresenteerd wordt.

Dat verhaal is het verhaal van Stella, een jonge borderlinepatiënte met een traumatische jeugd die er van overtuigd is dat ze nooit meer beter zal worden en er voor gekozen heeft een eind aan haar leven te maken. Haar laatste weken worden vastgelegd door filmmaakster Milou die zelf ook de nodige jeugdtrauma's heeft om mee af te rekenen. De chronologie springt voortdurend in het rond, maar ook weer niet volstrekt willekeurig, als je er van een afstandje naar kijkt. Uit de eerste zinnen kun je als goede verstaander al opmaken dat haar zelfmoord succesvol is geweest. Haar voormalige psychiater is aan het woord ("Ik geloof niet dat ik iemand uitleg verschuldigd ben. Nee. Ik hoef me tegen niemand te verantwoorden en hoef me nergens voor te verontschuldigen.") en voelt zich duidelijk schuldig. Het zal dus in dit boek niet gaan om de vraag of het Stella deze maal wel zal lukken, maar om hoe het zover gekomen is, om het waarom. Dat waarom wordt geleidelijk uit de doeken gedaan, in korte flashbacks, die zorgvuldig opgebouwd steeds iets meer onthullen over Stella's jeugd.

zondag 16 juni 2019

Conflict tussen familie-eer en waarheidsvinding

Laura Joh Rowland,
Shinju (VS 1994)
Roman, 452 pp.
In het Nederlands uitgebracht onder dezelfde titel


Vroeger verslond ik politieromans, maar op een gegeven was ik er een beetje op uit gekeken. Het leek wel alsof de schrijvers, om zich toch nog op een overvolle markt te onderscheiden, hun verhalen steeds meer vol stopten met extreem geweld. Het hoeft van mij echt niet perse lekker cosy te zijn. Maar boeken over types die hun slachtoffers levend villen of die zo gruwelijk mogelijk vrouwen vermoorden, waarbij de werkzaamheden van de moordenaars met veel gevoel voor detail worden beschreven...... Het hoeft voor mij niet meer. Kwestie van smaak. Dat wil niet zeggen dat ik het genre heb opgegeven. Ik blijf smullen van een goede puzzel en het is altijd bevredigend hoe, in tegenstelling tot het echte leven, aan het eind van het verhaal de rechtvaardigheid altijd zegeviert en de chaos weer even is bezworen. Vooral fijn zijn series rondom een onkreukbare, integere speurder, die een beetje een buitenbeentje is, tegen wordt gewerkt door de machthebbers, en opereert in een interessante omgeving, zoals het Engeland van Henrik VIII in de uitstekende Shardlake-boeken van C.J. Sansom of die van Louise Penny rondom inspecteur Gamache. En nu kan daar ik tot mijn plezier ook de boeken van Laura Joh Rowland over een samoerai in het zeventiende-eeuwse Japan aan toevoegen.

maandag 10 juni 2019

Japan: kogeltreinen en zenmaaltijden

Japan is een land met prachtige oude schrijnen en tempels, maar ook met elektrische wc's voorzien van een uitgebreid bedieningspaneel. Het is het land van überhippe jongeren, en van meisjes in beeldschone kimono's. Van flitsende hoogbouw en van sprookjesachtig mooie tuinen. Van  razendsnelle kogel-treinen die met militaire precisie op tijd rijden en van traditionele tempelherbergen waar je oog- en tongstrelende veganistische zenmaaltijden krijgt. Én het is het land van mensen die wellevendheid zozeer tot kunst verheven hebben, dat je je bij terugkeer in Nederland rot schaamt voor het botte gedrag dat hier de norm is. Kortom: een fantastisch land waar ik maar niet uitgekeken raakte. Reisgegevens

Periode:  mei 2019
Soort reis:  wandel- en cultuurrondreis
Organisatie: SNP
Accommodatie: stadshotels en enkele traditionele herbergen
Bezocht: Tokio, Nikko, Fujisan, Magome, Kioto, Koyasan, Hiroshima, Matsuyama, het eiland Shikoku, Osaka
Weer: aangenaam tot behoorlijk warm, met een paar keer regen
Het gouden paviljoen in de tuinen van de Kinkaku Tempel vlakbij Kioto
(onderwerp van Yukio Mishima's klassieke roman
The Temple of the Golden Pavilion)

zaterdag 4 mei 2019

Ambitie tot in de hemel

John Boyne,
A Ladder to the Sky (Ierland 2018)
Roman, 354 pp.
Nederlandse titel: Een ladder naar de hemel


Twee van mijn favoriete bloggers (Jacqueline en Bettina) waren vlak na elkaar zeer te spreken over dit boek. Het gaat over een schrijver die volkomen gewetenloos is in zijn ambitie om beroemd te worden; is volgens Bettina "ingenieus en zeer goed geschreven", en volgens Jacqueline "een heerlijk boek. Vlot en meeslepend, vol fijne karakters en knappe plotwendingen." Dat klonk zo onweerstaanbaar dat ik het gauw gekocht heb. En ja hoor, het was inderdaad een heerlijk boek, dat ik in slechts enkele rukken heb verslonden. Precies het soort boek waar ik nu even aan toe was.

zondag 28 april 2019

Monumentaal

Victor Hugo,
Notre-Dame de Paris (Frankrijk 1831)
Engelstalige geannoteerde uitgave van Oxford World Classics
Roman, 540 pp.


Vandaag is het de eerste zondag na Pasen, ook wel Witte Zondag genoemd of Quasimodo-zondag, naar de eerste woorden van het introïtus dat op die zondag in de rooms-katholieke kerk wordt gezongen: "Quasi modo geniti infantes". Op Quasimodo-zondag in het jaar 1466 wordt in de Notre Dame van Parijs een ernstig mismaakt jongetje van een jaar of vier te vondeling gelegd. Het arme kind is zo lelijk dat iedereen terug deinst bij de blik alleen al, behalve de strenge en wat sinistere aartsdiaken, die het kind meeneemt, adopteert, liefdevol opvoedt en Quasimodo noemt. Het kind ontwikkelt zich tot een jongeman met één oog, een vreselijke bochel en benen van verschillende lengte. Maar hij blijkt oersterk te zijn en de aarstdiaken, Claude Frollo, maakt hem klokkenluider van de Notre Dame. Helaas wordt Quasimodo door de constante nabijheid van de luidende klokken al op zijn zestiende doof en trekt hij zich nog meer terug in zijn eigen wereld, die vrijwel alleen nog maar bestaat uit de kathedraal en haar klokken, die zijn lust en zijn leven zijn.

zondag 21 april 2019

Hoe leef ik lang en gelukkig

Ken Mogi,
The Little Book of Ikigai:
The secret Japanese way to live
a happy and long life (Japan 2017)

Nederlandse titel:
Ikigai: de Japanse wijze om het doel
van je leven te ontdekken
Filosofie (nou ja, soortement), 208 pp.


Hector Garcia en Francesc Morales,
Ikigai: de Japanse geheimen voor een
lang, gezond en gelukkig leven (Spanje 2016)
Zelfhulp, 192 pp.

Een jaar of vijf geleden lazen we overal dat de Denen het geheim van een gelukkig leven hadden ontdekt ("hygge"). Maar wat blijkt nu? De Japanners hadden dat al veel eerder gedaan en nog beter ook. Met "ikigai" wordt u namelijk niet alleen nóg gelukkiger dan met hygge, maar u leeft ook gegarandeerd tot ver voorbij de 100. Een collega was erg enthousiast over de bestseller Ikigai van de heren Garcia en Morales, waarin de 'geheimen' van de levenslustige superbejaarden van het Japanse eiland Okinawa worden onthuld. Persoonlijk leek het boek me een beetje te zelfhulperig om iets voor mij te zijn.

Maar het concept van ikigai maakte me toch wel nieuwsgierig, vooral omdat ik binnenkort naar Japan afreis voor een vakantietripje. Ik ging dus  eens rondsneupen wat er nog meer op dit gebied was en verdraaid: er bleek een hele ikigai-industie te bestaan! En ik wist van niks! Dus toch maar eens iets proberen. En zo kwam ik uit bij een boekje van de Japanse wetenschapper Kenichiro Mogi (voor de Westerse markt "Ken Mogi" genaamd). Gezien het jaar van verschijnen is Mogi  ongetwijfeld  met veel commercieel inzicht ingesprongen op het succes van deze bestseller, maar de invalshoek is wel duidelijk anders, meer cultureel-filosofisch, veel Japanser. En ik moet zeggen dat het een sympathiek boekje bleek te zijn, eenvoudig en helder geschreven met charmante en smaakvolle illustraties.

zondag 14 april 2019

Sneeuwklokjes

Jens Christian Grøndahl,
Indian Summer (Denemarken 1994)
Roman, 173 pp.
Oorspronkelijke titel: Indian Summer
Vertaald uit het Deens door Gerard Cruys


Er staan zoveel boeken op mijn e-reader (vele honderden) dat ik niet eens precies weet wat er allemaal op staat, laat staan hoe ik daar ooit aangekomen ben. Het leuke is wel dat je dan zo nu en dan verrast wordt door je eigen collectie. Al bladerend ontdekte ik dit boek van een schrijver die ik nog helemaal niet kende. Het boek zei me nul komma niks en ik kon me zelfs niet herinneren dat ik het ooit had aangeschaft naar aanleiding van een aanbeveling van een medeblogger of een recensie in de krant. Na wat gepluis bleek dat ik het helemaal niet aangeschaft had, maar in 2012 gekregen had van een collega. Ik begon dus volkomen blanco aan Indian Summer. Eén ding was meteen duidelijk: Grøndahl schrijft literatuur. Het draait bij hem niet om een lekkere plot, maar om relaties en gevoelens en analyses, en een indrukwekkende stijl. Neem bijvoorbeeld deze zin op één van de eerste bladzijden: "ik kon niet uitmaken of de begrafenis in gewijde aarde een vertraagde wraakneming was of alweer een bewijs dat de conventie je altijd de loef afsteekt op die zeer moeilijke momenten dat het moeizaam vergaarde vocabularium van de persoonlijkheid opraakt en je naar vaste grond onder je voeten zoekt in de plotselinge, duizelingwekkende stomheid."

zondag 7 april 2019

De ziel van Beethoven

Jonathan Biss,
Beethoven's Shadow (VS 2011)
Non-fictie, 79 pp.
Niet in het Nederlands vertaald


Ik houd dolveel van klassieke muziek, maar ik ben geen echte kenner en muzikaal talent bezit ik al helemaal niet. Ooit heb ik een jaar of vijf klassiek gitaarles gehad, maar mijn gepingel kwam nooit boven de middelmaat uit - als het überhaupt tot de middelmaat doordrong. Tegenwoordig zing ik in een vierstemmig lunchpauzekoor op het werk. We hebben een professionele dirigent, maar mijn collega's zijn - één uitzondering daargelaten - ongeveer net zulke muzikale klungels als ik en het hoogst bereikbare voor ons is om niet uitgesproken vals te zingen (wat trouwens moeilijker is dan je denkt als je vierstemmig zingt). En toch ervaart zelfs de klunzigste amateurmuzikant zo nu en dan de magie van de muziek. Als een stuk bij ons er echt goed in zit en we het moeiteloos in één keer door kunnen zingen en de verschillende partijen ineens een geheel vormen, dan worden de noten als bij toverkracht zomaar echte muziek. Voor een toehoorder zal het dan nog steeds niet als veel soeps klinken, maar wij beleven er zoveel plezier aan, dat we om half twee weer veel gemakkelijker aan het werk gaan. Dat is de magie van de muziek, waar je alleen iets van kunt begrijpen als je die zelf aan den lijve hebt ondervonden.