Letterlijk het verhaal ingezogen

Michael Ende,
The Neverending Story (Duitsland 1979)

Roman, 396 pp.
1 februari 2010


Aan het sneupen in mijn boekenkast: wat is dat nou? Een modern sprookje? Hoe komt dat daar? O ja, een tijdje geleden gekocht onder het motto, lees ook eens wat anders dan al die Verantwoorde Literaire Romans en vervolgens glad vergeten. Nu toch maar eens lezen? Och, waarom ook niet? Ik ben wel in de stemming voor een beetje escapisme. En als kind was ik weg van sprookjes.

Die unendliche Geschichte is een onvervalst sprookje, met sprekende dieren, een hoop magie, gevaren die overwonnen moeten worden en als held een klein jongetje. En er staan 26 plaatjes in, één voor elke letter van het alfabet. Het gegeven is heel charmant en origineel (voor zover ik weet, tenminste - ik ben erg slecht bekend in het fantasy/sprookjesgenre). Dik, bleek jongetje van tien (Bastian) dat gepest wordt op school krijgt per ongeluk een boek in handen dat hem bijna letterlijk opslokt: hij wordt gaandeweg een deel van het verhaal. Sterker nog, hij gaat een wezenlijke rol spelen in het verhaal en wel op zo'n manier dat hij in één klap een stuk volwassener en wijzer wordt en zijn ellendige leventje een stuk minder ellendig als gevolg daarvan.

zaterdag 6 februari 2010

Iets om van te houden

Barbara Pym,
Some Tame Gazelle (GB 1950)

Roman, 253 pp.
28 januari 2010


Vlak na de oorlog heetten ongetrouwde dames van boven de vijftig nog 'ouwe vrijsters' in plaats van 'singles'. De gezusters Belinda en Harriet Bede zijn twee van die ouwe vrijsters. Ze leiden een rustig dorpsbestaan in een huis met één dienstmeisje en weinig zorgen. Er gebeurt zelden wat. Als op een en dezelfde dag én de domineesvrouw alleen op vakantie gaat én de dominee bij Belinda en Harriet op theevisite komt, is dat eigenlijk al teveel van het goede. Dear oh dear, wat een hectiek. Ze hopen dan ook dat dit soort opwindende en vermoeiende dagen niet te vaak voorkomt.

Harriet is de frivole van de twee zusters. Hoewel tegenwoordig aan de mollige kant, houdt ze de laatste mode nauwgezet bij en maakt ze graag een grande entrée op de kerkbazaar in haar nieuwste fluwelen jurk. Jonge hulppredikanten zijn haar grote hobby; hoe hulpelozer hoe beter, want dan kan Harriët fijn bakken en breien. Harriët wordt op gezette tijden ten huwelijk gevraagd door Count Bianco, maar heeft tot nu toe altijd geweigerd. Haar huidige bestaan bevalt haar veel te goed.

zondag 31 januari 2010

Marcel dringt door tot de Parijse aristocratie

Marcel Proust, In Search of Lost time 3:
The Guermantes Way (Frankrijk 1921-22)

Roman, 819 pp.
23 januari 2010


Onze romanheld Marcel is alweer verliefd. Deze keer niet op een verwend speelkameraadje of op een sportieve jonge meid, maar op de veel oudere en getrouwde hertogin van Guermantes, die een onbeduidend burgermannetje als hij uiteraard niet eens ziet staan. En weer is Marcel vooral verliefd op een idee. De naam Guermantes: dat zijn visioenen van de illustere middeleeuwse voorouders van de hertogin, van gebrandschilderde ramen, van ridderlijke poëzie. En op zich ziet Marcel ook wel dat de hertog een beetje een arrogante bruut is, maar zijn echtgenote .... Aah, dat is het toppunt van verfijning, van elegantie, van intelligentie; iemand die zich in de hoogste kringen beweegt, waar Marcel op het eerste gezicht geen toegang tot heeft.

Dit deel van de romancyclus draait om Marcels pogingen om toch door te dringen tot de salon van de illustere Mme de Guermantes. Daarvoor bewandelt hij een aantal zijpaden in het gezelschap van Robert de Saint-Loup, een neef van de hertogin, waar hij in deel 2 in Balbec mee bevriend is geraakt, omdat diens andere tante, Mme de Villeparisis, een oude vriendin van Marcels grootmoeder is. Via deze Robert, een legerofficier, belandt Marcel in een garnizoensstadje, leert hij de maîtresse van Robert kennen, die hij (en wij) al eens heeft ontmoet toen ze nog in een bordeel werkte en krijgen we een kijkje achter de schermen van het theater. Maar het grootste deel van het boek wordt in beslag genomen door een minutieuze beschrijving van een informele receptie bij Mme de Villeparisis en vervolgens (de apotheose) van een diner bij Mme Guermantes in het gezelschap van de highest society van Parijs.

zaterdag 30 januari 2010

Eeuwige roem in Egypte (of eeuwige doem?)

Arthur Phillips,
The Egyptologist (VS 2004)

Roman, 383 pp.
23 januari 2010


Op de een of andere manier heb ik lang de indruk gehad dat dit een Indiana Jones-achtig avonturenverhaal was. Nu vind ik de Indiana Jones films vermaak van de allerbovenste plank, maar ik ben niet echt geïnteresseerd in een boek in dat genre. Maar natuurlijk zat ik er weer eens helemaal naast, zoals ik begon te vermoeden toen ik een tijdje geleden een recensie van dit boek las en het naar aanleiding daarvan aanschafte (als goedkoop tweedehandsje voor alle zekerheid). Jawel, er is een archeoloog, er is een mysterie omtrent een verloren gewaand koningsgraf en er is zelfs een privé-detective, maar een echt avonturenverhaal is het niet, daarvoor moet de lezer toch wat te hard werken en speelt de schrijver teveel met genres en conventies.

Meteen op de eerste bladzijden vraag je je al af in wat voor soort boek je precies bent belandt. Wat is dat voor een pompeuze vent, die eerste ik-figuur? Een opgeblazen kwal die aan achtervolgingswaanzin leidt? Een droogkloterige academicus die per ongeluk een belangrijke archeologische ontdekking heeft gedaan? En dat nog wel in 1922, hetzelfde jaar dat Howard Carter het graf van Toetankhamon ontdekte. En waarom belanden we even later plotsklaps in een Australisch bejaardenhuis in 1954, waar een tweederangs ex-detective zich verbeeldt dat hij Philip Marlowe is? Geen paniek, Arthur Phillips brengt deze twee verhaallijnen met veel verve en vernuft bijelkaar.

donderdag 28 januari 2010

Spulletjes als portret van een relatie

Leanne Shapton, Important Artifacts and Personal Property from the Collection of Lenore Doolan and Harold Morris, Including Books, Street Fashion, and Jewelry (VS 2009)
Roman, 129 pp.
15 januari 2010


Ondanks het niet heel uitbundige aantal sterretjes krijgt Leanne Shapton van mij een tien voor originaliteit en inventiviteit. Want wat heeft ze gedaan? Een veilingcatalogus gemaakt met zwart-wit foto's van de spulletjes van een (fictief) stel dat enkele jaren een relatie heeft gehad en nu uit elkaar is.

New Yorkers Lenore (26) and Harold (bijna 40) ontmoeten elkaar op een Halowe'en feestje, waarvan de uitnodiging één van de eerste objecten in de catalogus is. Vervolgens krijgen we kiekjes, kattebelletjes, boeken met notities erin, polaroids, kleren, ansichtkaarten, knipsels, hebbedingetjes, cadeautjes, en nog veeel meer, waaruit het verloop van hun relatie is af te leiden. Het is vanaf het begin al duidelijk dat het een paar jaar later uit is, zodat je als lezer weet waar het naar toe gaat en vooral let op de tekenen waaruit blijkt dat alles geen koek en ei is. En zo ontstaat er een verhaaltje.

zondag 17 januari 2010

Opgroeien in Zuid-Afrika

J.M. Coetzee,
Boyhood: Scenes from Provincial Life (Zuid-Afrika 1997)
Roman, 166 pp.
13 januari 2010


De hoofdpersoon van dit boek heet John Coetzee en is net als de schrijver geboren in Zuid-Afrika in 1940, maar het boek wordt verteld in de derde persoon en op de achterkant staat dat het fictie is. Typisch Coetzee om dit soort verwarring te zaaien. Maar hij heeft er een hele goede reden voor. Door alles in de derde persoon te presenteren en het steeds over "hij" te hebben neemt hij een bijna klinische afstand van zijn onderwerp en is het net zo onmogelijk om in nostalgie te vervallen als in zelfmedelijden. En alleen een schrijver van het kaliber van Coetzee is in staat om met deze eigenaardige distantie in een verhaal van slechts 166 bladzijden de lezer mee te slepen.

Coetzee geeft ons een briljant beeld van de geest van een opgroeiend jongetje, dat de wereld om hem heen probeert te snappen, daar niet in slaagt en gekweld wordt door onzekerheden. Hij is de beste van zijn klas, maar is doodsbenauwd om geslagen te worden, zoals destijds heel gbruikelijk was op school.
So that is what is at stake. That is why he never makes a sound in class. That is why he is always neat, why his homework is always done, why he always knows the answer. He dare not slip. If he slips, he risks being beaten; and whether he is beaten or whether he struggles against being beaten, it is all the same.
The strange thing is, it will take only one beating to break the spell of terror that has him in its grip. He is well aware of this [...]. He puts the blame on his mother for not beating him. (p. 7)

zaterdag 16 januari 2010

Alledaagse racisme in een lichtvoetig verhaal

Elinor Lipman,
The Inn at Lake Devine (VS 1998)
Roman, 253 pp.
10 januari 2010


Het is moeilijk voor te stellen, maar in 1962 was het nog mogelijk dat een gezin met een Joodse achternaam de volgende brief ontving op een verzoek om informatie over een hotel in Vermont: "The Inn at Lake Devine is a family-owned resort, which has been in continuous operation since 1922. Our guests who feel most comfortable here are Gentiles." Ofwel: een beleefd-subtiele en tegelijkertijd hele grove hint dat Joden niet welkom zijn. In 1962! Elinor Lipman kan het weten, want haar moeder Julia ontving ooit een dergelijke brief en kon 35 jaar later nog steeds uit haar hoofd de letterlijke tekst ervan reproduceren.

Deze brief is het vertrekpunt voor het verhaal in deze onderhoudende roman. Ik-figuur is Natalie Marx, twaalf jaar oud in 1962 en dan al behept met een groot rechtvaardigheidsgevoel. In tegenstelling tot mevrouw Ingrid Berry, de schrijfster van de brief, voelt Natalie onmiddellijk aan dat dit niet kan. De rest van het gezin heeft echter geen zin om er een punt van te maken - er zijn immers genoeg andere hotels in de regio - maar Natalie zint op wraak.

maandag 11 januari 2010